Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Groningen

HUISVESTINGSVERORDENING 2015 GEMEENTE GRONINGEN

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieGroningen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingHUISVESTINGSVERORDENING 2015 GEMEENTE GRONINGEN
CiteertitelHuisvestingsverordening 2015 gemeente Groningen
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Huisvestingswet
  2. artikel 149 van de Gemeentewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

30-12-2017Wijziging artt. 10, 14, 15, 15a

29-12-2017

gmb-2017-234209

6625092
12-04-201730-12-2017art. 5, 20, 23, toegevoegd art. 23b

29-03-2017

gmb-2017-59155

Onbekend.
14-04-201612-04-2017art. 5, 20, 23, toegevoegd art. 23b

30-03-2016

Gemeenteblad, 2016, 49931

5528792
23-07-201514-04-2016art. 20, 23, 23a

24-06-2015

Gemeenteblad, 2015, 106

5037681
01-07-2015nieuwe regeling

27-05-2015

Gemeenteblad, 2015, 83

4968206

Tekst van de regeling

Intitulé

HUISVESTINGSVERORDENING 2015 GEMEENTE GRONINGEN

DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN,

(4968206);

 

Gelet op de Huisvestingswet 2014;

 

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 april 2015;

 

HEEFT BESLOTEN:

 

de Huisvestingsverordening 2015 vast te stellen.

HOOFDSTUK I BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen;

  • b.

    de wet: de Huisvestingswet 2014;

  • c.

    eigenaar: onder ‘eigenaar in de zin van het Burgerlijk Wetboek’ wordt in deze verordening mede verstaan: de erfpachter, vruchtgebruiker, gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel 106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of degene aan wie door een rechtspersoon het gebruiksrecht van een woonruimte is verleend;

  • d.

    de corporaties: toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70 van de woningwet met woningbezit in Groningen: (Lefier, Christelijke Woningstichting Patrimonium, Nijestee, Steelande wonen en Stichting De Huismeesters);

  • e.

    onzelfstandige woonruimte: woonruimte, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen (keukenvoorzieningen, wc en douche of bad) buiten die woonruimte;

  • f.

    woningzoekende: huishouden dat staat geregistreerd in een inschrijfsysteem als bedoeld in artikel 7. 

HOOFDSTUK II WOONRUIMTEVERDELING

Paragraaf 1 Mandaat en vergunning

 

Artikel 2 Mandaat corporaties

Van de bevoegdheid tot woonruimteverdeling en van de afhandeling van de bezwaarprocedure kan mandaat worden verleend aan de corporaties.

Artikel 3 Huisvestingsvergunning

Het is verboden zonder vergunning van het college woonachtig te zijn:

  • a.

    in een woning in bezit bij een van de corporaties met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de wet op de Huurtoeslag.

  • b.

    op een standplaats in bezit bij de gemeente Groningen.

Artikel 4 Aanvragen

Door middel van het aanvaarden van een onder deze regeling aangeboden woning of standplaats dient de huurder tevens een aanvraag om een vergunning in.

Artikel 5 Besluit huisvestingsvergunning woonruimteverdeling

  • 1.

    De beslissing op de aanvraag van een huisvestingsvergunning woonruimteverdeling wordt binnen 10 dagen na het tijdstip van de indiening van de aanvraag genomen en schriftelijk ter kennis van de aanvrager gebracht.

  • 2.

    De huisvestingsvergunning vermeldt in elk geval:

    • a.

      de woning waarop zij betrekking heeft; en

    • b.

      de naam (namen) van degene(n), die als vergunninghouder worden aangemerkt.

Artikel 6 Samenwonende

Een persoon die gedurende twee jaren onafgebroken feitelijk een gezamenlijk huishouden voert met de vergunninghouder en gedurende die tijd als bewoner op het betreffende adres staat ingeschreven in de Basisregistratie personen, wordt mede-vergunninghouder.

Artikel 7 Intrekken vergunning

De in artikel 18 lid 1 onder a van de wet gestelde termijn is één maand.

Paragraaf 2 Register van woningzoekenden

 

Artikel 8 Register van woningzoekenden

  • 1.

    Het college registreert op hun verzoek iedere woningzoekende.

  • 2.

    Het register kent de volgende onderdelen:

    • a.

      een register van woningzoekende voor goedkope woningvoorraad in corporatiebezit;

    • b.

      een register voor standplaatsen;

    • c.

      een register voor doelgroep woningen voor (ex) woonwagenbewoners.

Artikel 9 Inschrijving en verlenging

  • 1.

    Het college kan voor inschrijvingen en verlengingen de digitale weg exclusief openstellen.

  • 2.

    Het college mag vragen om:

    • persoonsgegevens en leeftijd(en);

    • gegevens over de huidige woon- of verblijfplaats en zo nodig gegevens over het woonverleden;

    • de contactgegevens;

    • in voorkomende gevallen gegevens over de activiteiten als kermisexploitant;

    • in geval van urgentie de benodigde gegevens om de urgentiebehoefte vast te stellen.

  • 3.

    Het moment van ontvangst van alle gevraagde gegevens geldt als inschrijvingsmoment.

  • 4.

    Een bewijs van inschrijving vermeldt in ieder geval de datum van inschrijving.

  • 5.

    De inschrijving is gerekend vanaf de dag, waarop deze plaatsvond, geldig tot een jaar na afloop van de maand van inschrijving.

  • 6.

    Voor inschrijving en verlenging mag het college een vergoeding vragen voor de administratieve kosten.

  • 7.

    Tenminste vier weken voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving zendt het college de woningzoekende een bericht tot verlenging daarvan.

  • 8.

    De woningzoekende dient na het verzenden van het bericht bedoelt in het vorige lid en voor het verstrijken van de geldigheidsduur zijn inschrijving op de aangegeven wijze te verlengen.

Artikel 10 Uitschrijven register

Het college haalt de naam van de woningzoekende in het register, als bedoeld in artikel 5 van deze verordening door, indien:

  • a.

    na inschrijving door de woningzoekende in de gemeente Groningen een woning of standplaats is betrokken waarvoor hij zich had aangemeld;

  • b.

    is gebleken dat de woningzoekende geen prijs stelt op handhaving van deze inschrijving waaronder begrepen het niet op de voorgeschreven wijze verlengen van de inschrijving;

  • c.

    de woningzoekende opzettelijk onjuiste gegevens verstrekt of voor vergunningverlening van belang zijnde verandering in die gegevens nalaat door te geven;

Paragraaf 3 Aanbieding van woonruimte

 

Artikel 11 Bekendmaken woningen

  • 1.

    Het college moet de woning aanbieden aan de eerst in aanmerking komende ingeschrevene.

  • 2.

    Bekendmaking kan via een algemene bekendmaking op een van te voren aan de ingeschrevenen bekend gemaakte wijze.

  • 3.

    De algemene bekendmaking moet voor alle ingeschrevenen gelijkelijk toegankelijk zijn.

  • 4.

    Er moet bij de bekendmaking een voor alle belangstellenden toegankelijke wijze zijn bepaald waarmee de belangstelling voor toewijzing duidelijk wordt gemaakt.

Artikel 12 Registratie woningzoekenden

  • 1.

    Woningzoekenden worden geregistreerd op volgorde van aantal punten.

  • 2.

    Voor zover een woningzoekend huishouden bestaat uit twee of meer personen, wordt de hoeveelheid punten bepaald door:

    • a.

      de punten die voortvloeien uit de langste inschrijfduur op te tellen bij de punten die voortvloeien uit de langste woonduur van de betrokken woningzoekenden.

    • b.

      urgentiepunten blijven geldig als dit verenigbaar is met reden van urgentietoekenning.

  • 3.

    Indien het huishouden van een woningzoekende bestaat uit twee of meer personen, wordt bij splitsing als inschrijfdatum gerekend de datum waarop de personen zich laatstelijk als woningzoekend lieten registreren of bijschrijven.

Artikel 13 Toewijzing

  • 1.

    Toewijzing vindt plaats aan een huishouden met ten minste één persoon van 18 jaar of ouder.

  • 2.

    De toewijzing vindt plaats aan het huishouden dat zijn belangstelling voor de vrijgekomen woonruimte kenbaar heeft gemaakt en beschikt over de meeste punten.

  • 3.

    Het aantal punten wordt bepaald door:

    • a.

      een punt voor elke maand tussen de datum van inschrijving en de rekendatum;

    • b.

      een halve punt voor elke maand tussen rekendatum en de ingangsdatum van huurcontract in een woning

      • van een corporatie;

      • in de gemeente;

      • met een huur onder de onder de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de wet op de Huurtoeslag;

    • c.

      punten verkregen door urgentieaanvulling.

  • 4.

    Bij woningen voor speciale doelgroepen wordt toegewezen aan het huishouden dat behoort tot de doelgroep en dat zijn belangstelling voor de vrijgekomen woonruimte kenbaar heeft gemaakt en beschikt over de meeste punten.

  • 5.

    Indien de woning na vijf toewijzingen is afgewezen mag worden afgeweken van de toewijzingsregels.

  • 6.

    Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van de toewijzingsregels.

Artikel 14 Urgentie

  • 1.

    Woningzoekenden kunnen een urgentie aanvragen.

  • 2.

    Er is sprake van urgentie als een huishouden in een zodanige noodsituatie verkeert dat verhuizen op zeer korte termijn noodzakelijk is. De situatie kenmerkt zich door een plotseling karakter. Betrokkenen dienen daarbij aannemelijk te maken zelf niet in staat te zijn binnen drie maanden andere, gezien het probleem, geschikte woonruimte te vinden.

  • 3.

    Om voor urgentie in aanmerking te komen moet aanvrager:

    • a.

      deel uitmaken van een huishouden met een inkomen lager dan de door het rijk voorgeschreven inkomensgrens voor een sociale huurwoning;

    • b.

      deel uitmaken van een huishouden die ten minste twee jaar woonachtig zijn in de gemeente Groningen;

    • c.

      deel uitmaken van een huishouden buiten de gemeente Groningen en de voorzieningen waarop de urgentie betrekking heeft, uitsluitend in de gemeente Groningen beschikbaar zijn.

    • d.

      niet uitgesloten zijn voor het in aanmerking komen voor een huurovereenkomst bij de corporaties.

  • 4.

    Urgentie kan verleend worden op basis van de volgende factoren:

    • a.

      sociale indicatie;

    • b.

      medische redenen;

    • c.

      ingeval van een aantoonbare calamiteit met uitzondering van bewoners van onzelfstandige woonruimte;

    • d.

      personen bedoeld in artikel 12 van de wet.

  • 5.

    De verleende urgentie kan bestaan uit een aanvulling tot een maximaal, door het college te bepalen, aantal punten gedurende een periode van drie maanden.

  • 6.

    Ingeval van zeer bijzondere omstandigheden, (asiel) vergunninghouders of ingeval van verhuizingen als gevolg van uitvoering van gemeentelijke wijkvernieuwingsplannen kan het college woningen direct toewijzen.

  • 7.

    De urgentie kan onder voorwaarde worden verleend.

Artikel 15 Woningtoewijzing voor speciale doelgroepen (artikel 11 wet)

Het is toegestaan een op voorhand aangewezen deel van de woningen gedurende 13 weken met voorrang toe te wijzen aan;

  • ingeschrevenen jongeren niet ouder dan 30 jaar;

  • ingeschrevene minimaal ouder dan 55 jaar;

  • ingeschrevene die woonachtig zijn in woonwagens of redelijkerwijs kunnen worden beschouwd als tot die groep behorend;

  • ingeschrevene met een Zorgindicatie passend bij de voorzieningen in of rond de woning;

  • ingeschreven muzikanten/kunstenaars (in opleiding).

  • grote gezinnen

Artikel 15a Experimenten

Het college kan tijdelijk voor de duur van één jaar bij wijze van experiment afwijken van de in deze paragraaf gestelde toewijzingsregels.

Paragraaf 4 Bijzondere voorschriften toewijzing standplaatsen en doelgroepwoningen (ex)woonwagenbewoners

 

Artikel 16 Wachtlijst

  • 1.

    Het college houdt een wachtlijst aan voor:

    • a.

      de woonwagenlocaties, inclusief de doelgroepwoningen, ‘De Kring’, ‘Peizerweg’, ‘Zuiderweg’ en ‘Leegeweg’;

    • b.

      de woonwagenlocaties in Beijum;

    • c.

      de woonwagenlocatie Helper Westsingel;

    • d.

      de woonwagenlocatie locatie Gdanskweg.

  • 2.

    Personen op de wachtlijsten moeten 18 jaar of ouder zijn.

Artikel 17 Rangorde op de wachtlijsten

  • 1.

    Voor de wachtlijst woonwagenlocaties De Kring, Peizerweg, Zuiderweg en Leegeweg, en de wachtlijst woonwagenlocaties Beijum is de rangorde:

    • a.

      eerst de ingeschrevene die op de betreffende locaties of de locatie is geboren en sindsdien woonachtig is;

    • b.

      daarna de ingeschrevene die op de locaties respectievelijk de locatie geboren is en daar tenminste 10 jaar aaneengesloten woonachtig is;

    • c.

      daarna de ingeschrevene die tenminste 10 jaar aaneengesloten op de locaties respectievelijk de locatie woonachtig is;

    • d.

      daarna de ingeschrevene die tenminste 10 jaar aaneengesloten rechtsgeldig in een woonwagen op een standplaats elders in de gemeente Groningen woont of heeft gewoond;

    • e.

      daarna de ingeschrevene die rechtsgeldig tenminste 10 jaar aaneengesloten buiten de gemeente Groningen in Nederland rechtmatig in een woonwagen op een standplaats woont of heeft gewoond;

    • f.

      daarna de overige ingeschrevenen.

  • 2.

    Voor de wachtlijst woonwagenlocatie Helper Westsingel:

    • a.

      eerst de ingeschrevene die op de betreffende locaties of de locatie is geboren en sindsdien woonachtig is;

    • b.

      daarna de ingeschrevene die op de locaties respectievelijk de locatie geboren is en daar tenminste 10 jaar aaneengesloten woonachtig is;

    • c.

      daarna de ingeschrevene die aantoont een in een woonwagen verblijvende en reizende kermisexploitant te zijn en in de Basisregistratie personen de gemeente Groningen staat ingeschreven;

    • d.

      daarna de ingeschrevene die aantoont een in een woonwagen verblijvende en reizende kermisexploitant te zijn en in de Basisregistratie personen elders in Nederland staat ingeschreven

    • e.

      daarna de overige ingeschrevenen.

  • 3.

    Voor de wachtlijst woonwagenlocatie Gedanskweg is de rangorde:

    • a.

      eerst de ingeschrevene die op de betreffende locaties of de locatie is geboren, sindsdien woonachtig is en aantoonbaar kermisexploitant;

    • b.

      daarna de ingeschrevene die op de locaties respectievelijk de locatie geboren is, daar tenminste 10 jaar aaneengesloten woonachtig is en aantoonbaar kermisexploitant;

    • c.

      daarna de ingeschrevene die aantoont een in een woonwagen verblijvende en reizende kermisexploitant te zijn en in de Basisregistratie personen de gemeente Groningen staat ingeschreven;

    • d.

      daarna de ingeschrevene die aantoont een in een woonwagen verblijvende en reizende kermisexploitant te zijn en in de Basisregistratie personen elders in Nederland staat ingeschreven

    • e.

      daarna de overige ingeschrevenen.

  • 4.

    Voor het overige wordt op de wachtlijst de volgorde van inschrijving aangehouden.

Artikel 18 Toewijzing

  • 1.

    Het college wijst de standplaats of de doelgroepwoning toe aan de eerst ingeschrevene op de van toepassing zijnde wachtlijst.

  • 2.

    Het college mag een standplaats inclusief een aanwezige te verhuren woonwagen toewijzen.

  • 3.

    Indien hun ouders of verzorgers overlijden of naar een verpleeghuis verhuizen, kunnen kinderen van 18 jaar en ouder die tenminste 10 jaar bij hun ouders of verzorgers inwonen het huurcontract van de ouder(s) op hun naam krijgen. Het oudste kind komt daarvoor dan als eerste in aanmerking. Het college kan vrijstelling verlenen van de leeftijdgrens van 18 jaar.

  • 4.

    Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van de toewijzingsregels.

Artikel 19 Overige bepalingen

De toewijzing van een standplaats wordt ingetrokken als de ingeschrevene niet binnen 6 maanden kan voorzien in een woonwagen met omgevingsvergunning.

Hoofdstuk III Wijzigingen in de woonruimtevoorraad

Paragraaf 1 Onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming

 

Artikel 20 Huisvestingsvergunning

  • 1.

    Het verbod als bedoeld in artikel 21 van de wet is van toepassing op woningvoorraad in:

    • a.

      het centrum voor woningen met een WOZ waarde beneden de € 825.000;

    • b.

      de stedelijke vooroorlogse wijken voor woningen met een WOZ waarde beneden de € 575.000;

    • c.

      de stedelijke naoorlogse wijken voor woningen met een WOZ waarde beneden de € 450.000;

    • d.

      de recente uitbreidingswijken voor woningen met een WOZ waarde beneden de € 600.000;

    • e.

      de woningen in de linten/buitengebied met een WOZ waarde beneden de € 600.000.

  • 2.

    De vergunningplicht geldt voor woningen die worden onttrokken:

    • voor ander gebruik dan wonen;

    • voor samenvoeging met een andere woning;

    • aan de zelfstandige woningvoorraad ten behoeve van bewoning als onzelfstandige woonruimte waarin minimaal drie bewoners in minimaal drie onzelfstandige woonruimten verblijven;

    • voor de feitelijke verbouw tot twee of meer zelfstandige woonruimten.

  • 3.

    Woonruimten in eigendom bij corporaties zijn uitgezonderd.

  • 4.

    De vergunningplicht geldt niet in het geval:

    • a.

      de woning geheel wordt onttrokken ten behoeve van het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar;

    • b.

      de woonruimte geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte worden samengevoegd ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor ofpraktijkruimte door de eigenaar;

Artikel 21 Aanvraag vergunning

  • 1.

    Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt ingediend door gebruikmaking van een door het college vastgesteld formulier.

  • 2.

    Bij de aanvraag kan het college de volgende gegevens opvragen:

    • a.

      de gegevens van de eigenaar (naam, BSN, adresgegevens) of bedrijfsgegevens, contactgegevens aanvrager of gemachtigde;

    • b.

      de gegevens van het betreffende pand en de bestaande situatie, welke, voor zover van toepassing, omvatten de huurprijs, het aantal kamers, het woonoppervlak, de woonlaag en de staat van onderhoud;

    • c.

      de gegevens over de beoogde situatie, welke, voor zover van toepassing, omvatten de huurprijs, het aantal kamers, de bouwtekening of de omgevingsvergunning aspect bouwen.

Artikel 22 Voorwaarden en voorschriften

  • 1.

    Het college kan in het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad met het oog op schaarste, wijkverbetering en leefbaarheid voorwaarden of voorschriften verbinden aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet.

  • 2.

    Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kunnen voorwaarden en voorschriften verbonden worden ingeval van een beperkte geldingsduur van de vergunning, indien de vergunning voorziet in een tijdelijke behoefte.

Artikel 23 Weigeringsgronden

  • 1.

    Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden geweigerd als:

    • a.

      naar het oordeel van het college het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad met het oog op schaarste, wijkverbetering en leefbaarheid groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming gediende belang;

    • b.

      het onder a genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning.

  • 2.

    Vervallen.

  • 3.

    Vervallen.

Artikel 23a Intrekkingsgronden

Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden ingetrokken als:

  • a.

    het gebruik van de vergunning leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op de leefbaarheid in de omgeving van het betreffende pand;

  • b.

    als de eigenaar van de woning zich niet houdt aan de voorwaarden of voorschriften die in de wet, deze verordening of in de vergunning zijn gesteld;

  • c.

    Een onttrokken woning na onttrekking op enig moment langer dan een jaar niet wordt gebruikt voor datgene waarvoor deze is onttrokken.

Artikel 23b Vervallen van de vergunning

[Vervallen.]

Paragraaf 2 Bijzondere regels kadastrale splitsing

 

Artikel 24 Huisvestingsvergunning

De vergunning voor kadastrale splitsing is niet van toepassing op woningen die minder dan 15 jaar voor het passeren van de, op die gebouwen van toepassing zijnde, akte van splitsing tot stand zijn gekomen.

Artikel 25 Aanvraag vergunning

  • 1.

    bij een aanvraag om een splitsingsvergunning dient een splitsingsplan te worden overgelegd dat ten minste bestaat uit bouwkundige tekeningen zijnde:

    • een schets van de indeling in de vorm van alle plattegronden, schaal 1 op 100;

    • een schets van de met de splitsing gewenste eigendomswijziging, waarbij ook horen open erven, tuinen en bergingen schaal 1 op 100;

    • schets van de omgeving volgens het kadaster, schaal niet kleiner dan 1 op 1000.

  • 2.

    Het college stelt de bewoners van het gebouw, waarop de aanvraag betrekking heeft, zo spoedig mogelijk schriftelijke in kennis van de aanvraag. Deze kennisgeving bevat informatie over de procedure van de aanvraag en wijst de bewoners op de mogelijkheid hun zienswijze met betrekking tot de aanvraag aan het college kenbaar te maken.

Artikel 26 Weigeringsgronden

  • 1.

    Het college weigert een splitsingsvergunning, indien:

    • a.

      de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft zich uit een oogpunt van indeling of staat van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing verzet; en

    • b.

      de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen worden opgeheven, dan wel onvoldoende is verzekerd dat die gebreken zullen worden opgeheven.

  • 2.

    Van gebreken als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval sprake indien:

    • a.

      het college ingevolge de Woningwet een aanschrijving hebben gedaan en deze aanschrijving nog niet is uitgevoerd;

    • b.

      het gebouw, waarop de aanvraag om een splitsingsvergunning betrekking heeft, een of meer woonruimten bevat, die ingevolge de Woningwet onbewoonbaar zijn verklaard.

Artikel 27 Aanhouden aanvraag

  • 1.

    Het college kan de beslissing op een aanvraag om een splitsingsvergunning aanhouden, indien de aanvrager aannemelijk kan maken dat hij binnen een daarvoor redelijke termijn de gebreken, als bedoeld in artikel 25, lid 1, met het oog op de voorgenomen splitsing zal opheffen.

  • 2.

    Indien het college de beslissing op een aanvraag om een splitsingsvergunning overeenkomstig het bepaalde in het vorige lid aanhouden, vermelden zij in het besluit tot aanhouding welke gebreken met het oog op de voorgenomen splitsing moeten worden hersteld en binnen welke termijn zij dit redelijk achten. Indien de in het besluit tot aanhouding vermelde gebreken zijn hersteld binnen de in datzelfde besluit aangegeven termijn, wordt de vergunning verleend.

Artikel 28 Intrekken

Het college kan een splitsingsvergunning ook intrekken, indien niet binnen een jaar nadat de splitsingsvergunning is verleend, is overgegaan tot overschrijving in de openbare registers van de akte van splitsing in appartementsrechten, bedoeld in artikel 109 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of tot het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten.

HOOFDSTUK VI OVERIGE BEPALINGEN

 

Artikel 29 Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de daartoe door het college aangewezen ambtenaren.

Artikel 30 Inwerkingtreding, geldingsduur en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015 en is geldig tot 1 juli 2019

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als Huisvestingsverordening 2015.

Artikel II Overgangsrecht

  • A.

    Woningen die al in gebruik waren voor onzelfstandige bewoning en door de invoering van deze verordening vergunningplichtig zijn geworden komen tot 1 juli 2017 in aanmerking voor een vergunning op basis van het overgangsrecht. De omgevingstoets wordt dan niet uitgevoerd en er worden geen leges in rekening gebracht. Wel wordt het aantal bewoners gemaximeerd op het bestaande aantal van drie bewoners. Alleen in het geval er op 1 juli 2015 kamers kleiner dan 7,5 m2 feitelijk werden bewoond, tellen deze bewoners ook mee voor het maximaal toelaatbare aantal bewoners.

    Maximaal twee maanden leegstand wordt geaccepteerd als overgangsperiode tussen twee huurders. De eigenaar van de woning moet dit aantonen.

  • B

    Personen die voor 1 juli 2015 bezig waren met aankoop van een woning, te bewijzen door een voorlopig koopcontract, krijgen tot 1 augustus 2015 de tijd om tot definitieve aankoop over te gaan en komen dan in aanmerking voor een vergunning onder de oude regeling of een overgangsvergunning met een limitering tot drie bewoners.

  • C.

    Het college kan in bijzondere gevallen die bij de totstandkoming van de feitelijke situatie legaal waren een vergunning verlenen.

Huisvestingsverordening 2011 gemeente Groningen’, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 16 februari 2011, in werking getreden 25 februari 2011 vervalt op 1 juli 2015 van rechtswege.

Deze verordening vervangt tevens de volgende college besluiten: - van 28 april 2008 de Evaluatie tijdelijke maatregel kamerverhuurpanden;

  • van 11 januari 2011, nr. 4o, de Beleidsregel onttrekkingsvergunningen uitzondering wonen boven winkels;

  • van 8 juli 2014, nr. 3c, de Aanvulling beleidsregels betreffende kamerverhuurpanden (tijdelijke maatregel kamerverhuur Selwerd);

  • van 2 december 2014, de beleidsregel uitzondering straten 15%-norm grote corporatieve complexen;

  • van 3 februari 2015, nr. 5g een Tijdelijk stop uitgifte onttrekkingsvergunningen A-kwartier.

Gedaan te Groningen ter openbare raadsvergadering van 27 mei 2015.

De voorzitter.

Peter den Oudsten.

De griffier,

Toon Dashorst.

Bijlage 1 Toelichting artikel 20 lid 1

Op de bijgaande kaart ziet u de gebieden aangegeven zoals weergegeven in artikel 20 lid 1.

[kaart zie bijlage 2]

In 23 a wordt een aantal intrekkingsgronden toegevoegd.

Voor het bepalen van het eindigen van de vergunning wordt meer aansluiting gezocht bij de opzet van de Huisvestingswet. Uit de toelichting blijkt datde onttrekkingsvergunning meer als een toestemming voor een eenmalige actie ‘het onttrekken’moet worden gezien. Artikel 23 b kan daarom vervallen omdat die een duurkarakter van de vergunning veronderstelt.

Om toch een aantal zaken na de onttrekking te blijven regelen wordt een aantal zaken als voorwaarde aan de vergunning gekoppeld waar het onttrokken pand aan moet blijven voldoen.

Een pand mag op grond van een vergunning maar één keer worden onttrokken. Als het gebruik als kamerverhuurpand duidelijk en actief wordt gestopt verliest de vergunning zijn werking. Bijvoorbeeld een eigenaar onttrekt een woning voor kamerverhuur. Vervolgens stopt hij de verhuur en gaat hij er weer met zijn gezin wonen. Als de eigenaar in dit voorbeeld weer kamers wil verhuren moet hij opnieuw een onttrekkingsvergunning voor onzelfstandige bewoning aanvragen. De vergunning geeft dus een éénmalige toestemming om te onttrekken.

Voor het geval het einde van de onttrokken staat minder duidelijk is, geldt dat deze onduidelijkheid maximaal gedurende één jaar mag bestaan. Daarna kan het college de vergunning intrekken.

Hierbij denken we vooral aan leegstand. Bijvoorbeeld als kamers door wisseling van huurders of ten behoeve van verbouw niet worden gebruikt. Het kan gaan om gehele of gedeeltelijke leegstand. Bijvoorbeeld een woning wordt meer dan een jaar door twee personen onzelfstandig bewoond. De eigenaar geeft aan dat hij wel drie kamers wil verhuren maar “dat dat even niet lukt”. Er is dan feitelijk geen sprake meer van gebruik waarvoor een onttrekkingsvergunning nodig is. Het college kan dan na één jaar de vergunning intrekken.

Het feit dat de woning één jaar lang niet meer in gebruik is voor een vergunningplichtige situatie is voldoende grond voor de intrekking. Het college hoeft dus alleen na te gaan of haar feitelijke constatering klopt. De eigenaar krijgt na dat jaar niet alsnog de kans om het pand weer in gebruik te nemen. Hij zal daarvoor een nieuwe vergunning moeten aanvragen.

Als er opnieuw een onttrekkingsvergunning voor onzelfstandige bewoning moet worden aangevraagd in een straat waar de 15% is overschreden of de omgevingstoets negatief uitpakt, wordt de vergunning niet verleend. De eigenaar mag het pand dus nog maximaal aan twee personen onzelfstandig verhuren.

Voorgaande gaat alleen over de Huisvestingsverordening en niet over hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld.

B overgangsrecht

Om redenen van juridische houdbaarheid is het beter dat de overgangsregeling in de beleidsregels als overgangsrecht in de verordening wordt opgenomen.

De hardheidsclausule in het overgangsrecht is bedoeld voor oude bestaande hospitasituaties of situaties waar de huidige regeling niet in heeft voorzien. Het gaat bijvoorbeeld om een hoofdbewoner die minimaal 50% van de verblijfsruimten bewoont en twee kamers mocht verhuren wat onder de oude verordening was toegestaan.

Bijlage 2 Kaart gebieden