Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Heerhugowaard

Verordening van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerhugowaard houdende regels omtrent jeugd Deelsubsidieverordening Jeugd

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHeerhugowaard
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerhugowaard houdende regels omtrent jeugd Deelsubsidieverordening Jeugd
CiteertitelDeelsubsidieverordening Jeugd
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene subsidieverordening Heerhugowaard 2014, artikel 3

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

09-01-2019artikel 15

18-12-2018

gmb-2019-4124

BW18-0429
02-08-201701-07-201709-01-2019Wijziging (artikel15)

04-07-2017

Publicatie via www.officielebekendmakingen.nl d.d. 25juli 2017

BW17-0217
06-12-201602-08-2017Wijziging (artikelen 1, 3, 6, 7, 8 en 15)

15-11-2016

Publicatie via www.officielebekendmakingen.nl d.d. 28 november 2016

BW16-0410

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerhugowaard houdende regels omtrent jeugd Deelsubsidieverordening Jeugd

 

 

Deelsubsidieverordening Jeugd

Nr.BW16-0410

 

Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Heerhugowaard;

 

overwegende dat het gewenst is dat

 

  • -

    kinderen en jongeren de kans krijgen vaardigheden aan te leren om zich te ontwikkelen tot gezonde, zelfstandige, zelfverzekerde en sociale mensen;

  • -

    kinderen en jongeren die om wat voor reden dan ook niet mee kunnen komen of dreigen af te haken, extra aandacht en zorg behoeven;

  • -

    die zorg niet versnipperd maar op basis van samenwerking wordt aangeboden;

  • -

    ouders ondersteund worden bij het opvoeden van kinderen;

  • -

    jongeren betrokken worden bij de het tot stand komen of uitvoeren van activiteiten die (mede) voor hen bedoeld zijn;

  • -

    kinderen en jongeren zich veilig voelen en er een positieve sfeer heerst in gezinnen, scholen, verenigingen en op straat.

 

gelet op artikel 2, tweede lid, artikel 4, derde lid en artikel 6, tweede lid van de Algemene subsidieverordening Heerhugowaard 2011;

 

b e s l u i t

 

vast te stellen de volgende regeling:

 

Deelsubsidieverordening jeugd.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Algemene subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening Heerhugowaard 2011

  • b.

    Kinderen: de leeftijd van 0 t/m 12 jaar betreffende

  • c.

    Jongeren: de leeftijd 12 tot 23 jaar betreffende

  • d.

    Jeugd: de leeftijd 0 tot 23 jaar betreffende

  • e.

    Professionele organisatie: een organisatie die werkt met opgeleid en conform de CAO betaald personeel

  • f.

    Professioneel aanbod: een aanbod uitgevoerd door daarvoor opgeleide en conform de CAO betaalde krachten

  • g.

    Onderwijsachterstandenbeleid: het landelijke onderwijsachterstandenbeleid is bedoeld om leerachterstanden te voorkomen en om eenmaal opgelopen achterstanden te verminderen

  • h.

    Voor- en vroegschoolse educatie: onderwijs bestemd voor kinderen in de leeftijd van 2 tot 6 jaar met een (taal)achterstand

  • i.

    Vroegsignalering: het signaleren van een (taal)achterstand bij jonge kinderen en het snel doorverwijzen cq. inschakelen van hulpverlening.

  • j.

    Brede school: een samenwerking tussen organisaties ten behoeve van de ontwikkeling van kinderen. Het betreft minimaal één basisschool en tenminste een peuterspeelzaal of kinderopvang die werken met een ononderbroken ontwikkelingslijn plus nog een derde partner uit het sociaal-culturele domein.

  • k.

    (Integraal) kindcentrum: een brede school, waarbij opvang en onderwijs onderdeel uitmaken van één en dezelfde bedrijfsvorm/organisatie, en sprake is van gezamenlijke huisvesting.

  • l.

    Bidbook: een creatief en inspirerend overzicht van de activiteiten plus financiële onderbouwing

Artikel 2 Algemene bepalingen

Met regionale instellingen worden in regionaal verband afspraken gemaakt. Deze afspraken kunnen afwijken van hetgeen in deze verordening is neergelegd. Dit laatste geldt ook voor afspraken van het college met door haar aangewezen instellingen.

Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan:

  • a.

    een breed aanbod van laagdrempelige jeugdactiviteiten in de vrije tijd (sociaal culturele jeugdactiviteiten) die bijdragen aan ontwikkeling van sociaal-emotionele, communicatieve of cognitieve vaardigheden;

  • b.

    een professioneel aanbod voor kinderen tot 6 jaar die om wat voor reden dan ook onvoldoende meedoen aan de samenleving of dreigen af te haken (voorkomen en bestrijden van achterstanden in hun ontwikkeling);

  • c.

    de professionele groepsgewijze opvang en begeleiding van peuters, gericht op hun motorische en sociale ontwikkeling;

  • d.

    de ontwikkeling van kinderen en ontplooiing van de bredere talenten van kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar binnen een brede school danwel kindcentrum, alsmede de stimulering van één integraal kindcentrum (brede schoolbeleid).

Artikel 4 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 8 en 9 van de Algemene subsidieverordening kan de subsidie in ieder geval worden geweigerd indien:

  • a.

    de aanvrager geen rechtspersoon is;

  • b.

    het een subsidieaanvraag betreft die gericht is op de instandhouding van de eigen organisatie;

  • c.

    niet is aangetoond dat er behoefte is vanuit de in deze deelverordening genoemde doelgroepen aan de geplande activiteiten;

  • d.

    niet is aangetoond dat de activiteiten meerwaarde opleveren bovenop het reeds bestaande aanbod in Heerhugowaard;

  • e.

    dezelfde activiteit al via een ander gemeentelijk budget wordt gefinancierd;

  • f.

    de activiteiten zijn gericht op het promoten van een religieuze, levensbeschouwelijk of politieke overtuiging, hetgeen onder andere kan blijken uit de doelstelling, inhoud, doelgroep of toegankelijkheid;

  • g.

    met de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd is begonnen voordat de subsidie is verleend;

  • h.

    de activiteit niet voldoet aan wettelijke eisen die daaraan zijn gesteld;

  • i.

    niet wordt voldaan aan de in artikel 7 genoemde criteria;

  • j.

    De activiteit in strijd is met gemeentelijk beleid.

Artikel 5 Doelgroepen

Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die zich richten op het opvoeden en opgroeien van inwoners van 0 tot 23 jaar.

Artikel 6 Procedurebepalingen

1.Termijnen

  • a.

    Op grond van artikel 6, lid 2, van de Algemene Subsidieverordening Heerhugowaard 2011 dient een aanvraag te worden ingediend tussen 1 juli en 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de activiteiten gaan plaats vinden.

  • b.

    Aanvragen die zijn ingediend vóór de indieningstermijn worden gedateerd op 1 juli.

c.In afwijking van het bepaalde onder a van dit artikel kunnen aanvragen om subsidie in het kader van artikel 7 lid 4 lopende het jaar worden ingediend.

d In afwijking van het bepaalde onder a. van dit artikel kunnen aanvragen om subsidie in hetkader van artikel 7 lid 5 lopende het jaar worden ingediend.

  • 2.

    Indiening van de aanvraag

    • -

      Ten aanzien van subsidieaanvragen die meer bedragen dan €50.000 geldt in aanvulling op het bepaalde in artikel 5 van de AVS dat de aanvraag vergezeld dient te gaan van een bedrijfsplan.

3.Een bedrijfsplan dient te bevatten:

  • a.

    Beleidsplan:

    • ·

      doelstelling organisatie

    • ·

      beschrijving van de gestelde doelen, activiteiten en prestaties, alsmede de wijze waarop de prestaties worden gemeten en geregistreerd

    • ·

      werkgebied

    • ·

      doelgroepenbeleid

    • ·

      toegankelijkheid van de voorziening (fysiek, financieel)

    • ·

      afstemming van activiteiten in relatie tot andere beleidsvelden of instellingen

  • b.

    Financieel plan:

    • ·

      investerings-, reserverings- en onderhoudsplan, inclusief doelbeschrijving en termijnvisie

    • ·

      exploitatiebegroting voor het eerstkomende jaar en een meerjarenraming voor de daaropvolgende jaren, waaronder financiële termijnvisie en toelichting balans

Artikel 7 Subsidiecriteria en de berekening van de subsidie

  • 1.

    Algemene bepalingen:

    • -

      Activiteiten die (mede) voor ouders bedoeld zijn, dienen ook buiten kantoortijden toegankelijk te zijn (qua openingstijden of digitale dienstverlening).

    • -

      Indien meer dan € 5.000 subsidie wordt aangevraagd, dient de aanvrager actief te zoeken naar mogelijkheden tot afstemming en/of samenwerking met andere instellingen die zich richten op dezelfde doelgroep(en). Uit de subsidieaanvraag moet blijken hoe de subsidievrager dit heeft gedaan.

2.Sociaal culturele activiteiten door organisaties met jeugdleden

Criteria:

  • -

    een activiteitenplan waarin in ieder geval wekelijkse bijeenkomsten zijn opgenomen;

  • -

    minimaal 10 leden cq deelnemers jonger dan 23 jaar;

  • -

    inkomsten uit contributie of deelnemers dekken minimaal 20% van de jaarlijkse uitgaven;

  • -

    een beschrijving van de wijze waarop jeugdleden worden betrokken bij beleidsvorming en/of het activiteitenprogramma

Normen:

  • -

    € 1.000 per jaar,

  • -

    plus € 100 per jaar per betalend jeugdlid tot en met 18 jaar, tot een maximum van 25 leden. Ingeval minder dan 25 leden tot en met 18 jaar: ook nog plus € 50 per jaar per betalend jeugdlid van 19 tot 23 jaar, tot het maximum van 25 leden is bereikt.

  • -

    plus € 1.000 per jaar voor organisaties met een ‘clubhuis’ in eigendom, ten gunste van een bestemmingsreserve ‘groot onderhoud en vervanging’.

3.Peuterspeelzaalwerk

Criteria:

  • -kinderen bezoeken de speelzaal op twee vaste dagdelen per week;

    • -

      peuterspeelzalen die voor het eerst subsidie aanvragen, ontvangen alleen subsidie indien de activiteit vanuit een schoolgebouw wordt aangeboden;

    • -

      peuterspeelzalen gebruiken het overdrachtsformulier Estafette voor de overdracht van peuters naar de basisschool

    • -

      minimale bezetting van 14 kinderen per groep.

Normen:

  • -

    60% van de jaarlijkse uitgaven zoals opgenomen in de door de aanvrager ingediende begroting, voor zover het college die uitgaven reëel en noodzakelijk acht (40% wordt opgebracht door ouders/verzorgers).

    • 4.

      Voorkomen en bestrijden van (onderwijs)achterstanden

Criteria:

  • 1.

    De activiteit is gericht op het vergroten van de ontwikkelingskansen (met name taalontwikkeling) van kinderen van 0 tot en met 6 jaar;

  • 2.

    De activiteit is gericht op de kinderen en/of de ouders van deze kinderen;

  • 3.

    In het geval van activiteiten aangeboden door een basisschool dient het te gaan om extra en/of nieuw te ontwikkelen activiteiten. De activiteit behoort niet tot de reguliere taken van de school;

  • 4.

    In het geval van activiteiten voor- en vroegschoolse educatie dienen deze te voldoen aan de wettelijke criteria;

  • 5.

    In het geval van activiteiten voorschoolse educatie dient er gebruik te worden gemaakt van het overdrachtsformulier Estafette voor een warme overdracht naar de basisschool en dient er te worden samengewerkt met het Centrum voor Jeugd en Gezin ten aanzien van vroegsignalering en doorverwijzing;

  • 6.

    Ten behoeve van de evaluatie van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid dient er jaarlijks minimaal te worden vastgelegd hoeveel doelgroepkinderen met voorschoolse educatie zijn bereikt;

  • 7.

    Het minimaal beschikbare budget is de bijdrage van het Rijk voor de uitvoering van het onderwijsachterstandenbeleid;

  • 8.

    Minimale deelname van 10 kinderen en/of hun ouders per activiteit.

Normen:

-80% van de jaarlijkse uitgaven zoals opgenomen in de door de aanvrager ingediende begroting, voor zover het college die uitgaven reëel en noodzakelijk acht.

5. Brede schoolbeleid

Criteria:

  • 1.

    Het betreft altijd een gezamenlijke aanvraag van een basisschool en tenminste een peuterspeelzaal of kinderopvang die werken met een ononderbroken ontwikkelingslijn plus nog een derde partner uit het sociaal-culturele domein;

  • 2.

    De drie partners verbinden zich voor drie jaar;

  • 3.

    De aanvraag bestaat uit het aanbieden van bidbooks voorzien van projecten, waarbij de doelstelling meetbaar wordt gemaakt door middel van indicatoren;

  • 4.

    Van hierna genoemde selectiegronden moeten er minimaal twee als doelstelling worden gekozen:

    • -

      Voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden

    • -

      Intensief samenwerkingsverband met een ononderbroken ontwikkelingslijn.

    • -

      Stimuleren van sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen.

    • -

      Een passend aanbod van ondersteuning in samenhang met het gemeentelijk jeugdzorg domein.

    • -

      Breed activiteitenaanbod in en na school voor kinderen van brede school danwel kindcentrum en uit de wijk.

    • -

      Stimuleren educatief partnerschap (betrokkenheid van ouders bij leerprestaties kinderen).

Normen:

  • 1.

    De samenwerkende partners investeren minimaal een bedrag gelijk aan de gemeentelijke bijdrage in uren of financiële middelen (co-financiering).

  • 2.

    Het totale subsidiebedrag op jaarbasis voor scholen die onder een schoolbestuur vallen bedraagt niet meer dan het jaarlijkse deelsubsubsidieplafond vermenigvuldigd met de ratio van het aantal scholen in Heerhugowaard dat onder het schoolbestuur valt tot het totale aantal basisscholen in Heerhugowaard. De peildatum is 1 januari van het betreffende subsidiejaar.

     

    Artikel 8 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

    • 1.

      Algemene bepaling

    • a.

      Subsidie wordt uitsluitend verleend voor kosten die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteit.

    • b.

      Subsidiabele kosten in het kader van brede schoolbeleid betreffen kosten die rechtstreeks verband houden met coördinatie en uitvoering van activiteiten zoals genoemd in artikel 3 onder d. Kosten voor materiele zaken komen niet in aanmerking voor subsidie.

    • 2.

      Loon- en prijscompensatie

    • a.

      Instellingen die meer dan € 50.000 subsidie ontvangen kunnen in aanmerking komen voor loon- en prijscompensatie. De percentages voor loon- en prijsstijgingen wordt jaarlijks door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld als onderdeel van de uitgangspunten van de begroting en de meerjarenraming van de gemeente;

    • b.

      Instellingen die meer dan € 50.000 ontvangen dienen inzicht te verschaffen in het loongevoelige- prijsgevoelige- en constante deel van de geraamde uitgaven. De looncompensatie wordt berekend over het loongevoelige deel en de prijscompensatie over het prijsgevoelige deel van de verleende subsidie van het voorgaande jaar.

    • 3.

      Reserveringen

    • a.

      Reserveringen zijn alleen toegestaan indien zij onderdeel uitmaken van de subsidieaanvraag en in de beschikking tot toekenning zijn vermeld;

    • b.

      De volgende reserves worden onderscheiden:

    • -

      egalisatiereserve: voor het opvangen van schommelingen in de exploitatie. De egalisatiereserve is maximaal 10% van de totale gemiddelde inkomsten over de afgelopen vier jaar.

    • -

      bestemmingsreserve: voor noodzakelijke periodieke investeringen op basis van een meerjarenplan.

    • -

      Voorzieningen: voor redelijkerwijs te verwachten betalingsverplichtingen. Het is

      instellingen toegestaan het positieve verschil tussen het bedrag van de

      subsidieverlening en de (lagere) subsidievaststelling toe te voegen aan de

      egalisatiereserve;

      c. De hoogte van bestemmingsreserves en voorzieningen is afhankelijk van de aard van

      c. de organisatie en haar activiteiten.

     

    Artikel 9 Verdeling van het subsidieplafond

    • 1.

      Indien het subsidiebedrag voor de in beginsel voor honorering in aanmerking komende aanvragen in het kader van artikel 7 lid 2 en 3, het deelsubsidieplafond voor deze activiteiten overtreft, gelden de onderstaande verdeelregels:

    • a.

      Instellingen die in de periode genoemd in artikel 6,lid 1 onder a hun aanvraag hebben ingediend (groep A) gaan voor instellingen die na die periode hun aanvraag hebben ingediend (groep B);

    • b.

      Indien het subsidiebedrag voor de in beginsel voor honorering in aanmerking komende aanvragen van groep A het subsidieplafond overtreft, wordt het subsidiebudget naar rato van de in beginsel te verlenen subsidie verdeeld over de subsidieaanvragen van groep A. In dat geval ontvangt groep B geen subsidie;

    • c.

      Indien het resterende subsidiebedrag voor de in beginsel voor honorering in aanmerking komende aanvragen van groep B ontoereikend is om alle aanvragen uit groep B te honoreren, wordt het subsidiebudget in volgorde van ontvangst van de subsidieaanvragen verdeeld.

    • d.

      Indien bij toepassing van c blijkt dat het resterende budget dient te worden verdeeld tussen twee of meer instellingen van wie de aanvraag die op dezelfde datum zijn ontvangen, waarbij het budget ontoereikend is om deze aanvragen volledig te honoreren, dan wordt het budget naar rato van de in beginsel te verlenen subsidie verdeeld over de betreffende subsidieaanvragen.

    • 2.

      Indien het subsidiebedrag voor de in beginsel voor honorering in aanmerking komende aanvragen in het kader van artikel 7 lid 4, het deelsubsidieplafond voor deze activiteiten overtreft, gelden de onderstaande verdeelregels:

    • a.

      Het college verdeelt het beschikbare bedrag in volgorde van ontvangst van de complete aanvragen.

    • b.

      Indien honorering van de aanvragen die op 1 dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de volgorde van binnenkomst bepaald door middel van loting.

    • 3.

      Wanneer de aanvrager krachtens art 4:5 van de Algemene Wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de onvolledige aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvulling is ontvangen.

     

    Artikel 10 Verantwoording en vaststelling van subsidies

    Het bedrag van de vaststelling is nooit hoger dan het bedrag van de verlening.

     

    Artikel 11 Verplichtingen

    • 1.

      Ten aanzien van subsidieaanvragen die meer bedragen dan €5.000 geldt in aanvulling ophet bepaalde in artikel 5 van de ASV, dat uit de aanvraag dient te blijken op welke wijze

      andere financiering is verworven.

    • 2.

      Het College van Burgemeester en wethouders kan aan de verlening van subsidie verplichtingen opleggen die niet in deze verordening zijn vermeld, voor zover dit naar verwachting de kwaliteit verbetert of de resultaten beter zichtbaar en verantwoord kunnen worden.

     

    Artikel 11a Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000

    • 1.

      Bij subsidies tot en met € 5.000 kunnen burgemeester en wethouders op grond van artikel 13 lid 3, 4 en 5 van de Algemene subsidieverordening bepalen dat de subsidie-ontvanger uiterlijk binnen 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling indient.

    • 2.

      De aanvraag bevat:

    • -

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht;

    • -

      een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

    • 3.

      Burgemeester en wethouders kunnen andere gegevens verlangen.

     

    Artikel 11b Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000

    1.Bij subsidies van meer dan € 5.000 doch minder dan € 50.000 kunnen burgemeester en wethouders op grond van artikel 14 lid 2 en 3 van de Algemene subsidieverordening bepalen dat de aanvraag tot vaststelling ook een overzicht van de gesubsidieerde

    activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening) bevat;

    2.Burgemeester en wethouders kunnen andere gegevens verlangen.

     

    Artikel 12 Overgangsbepalingen

    Aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 1 januari 2012 worden afgedaan volgens de bepalingen van de subsidieverordening waarop de aanvraag betrekking heeft

     

    Artikel 13 Hardheidsclausule

    Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.

     

    Artikel 14 Betaalschema

    Subsidiebedragen tot € 5.000 : betaling in de maand februari

    Subsidiebedragen vanaf € 5.000 tot € 50.000 : betaling 50% in de maand februari: betaling 50% in de maand mei

    Subsidiebedragen vanaf € 50.000 : betaling 25% in de maand februari

    : betaling 50% in de maand mei : betaling 25% in de maand september

     

    Artikel 15 Slotbepalingen

    • a.

      Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2012 en is van kracht tot 1 januari 2018, met uitzondering van de activiteiten zoals vermeld in artikel 3a en d. Voor de activiteiten van artikel 3a is de regeling van kracht tot 1 januari 2021 en voor de activiteiten van artikel 3d is de regeling van kracht tot 1 januari 2020

    • b.

      Deze regeling wordt aangehaald als: Deelsubsidieverordening Jeugd.