Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hellendoorn

Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHellendoorn
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2019
CiteertitelVerordening rioolheffing 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpEerste wijziging van de Verordening rioolheffing 2019

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 156 van de Gemeentewet
  2. artikel 228a van de Gemeentewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

09-02-2019wijziging artikel 7

05-02-2019

gmb-2019-29968

2019-002588
22-12-201809-02-2019nieuwe regeling

18-12-2018

gmb-2018-277386

18INT02026

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2019

Nijverdal, 18 december 2018 Nr. 18INT02026

De raad van de gemeente Hellendoorn;

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 november 2018;

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 228a van de Gemeentewet;

b e s l u i t vast te stellen de:

Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2019

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan, afgebakend volgens de regels van de Wet waardering onroerende zaken;

  • b.

    gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;

  • c.

    verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft;

  • d.

    water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater.

Artikel 2 Aard van de belasting

Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:

  • a.

    de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en

  • b.

    de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht

  • 1.

    De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel ten aanzien waarvan de gemeente één of meerdere voorzieningen heeft getroffen voor wat betreft de gemeentelijke taken, genoemd in artikel 2.

  • 2.

    De belasting wordt tevens geheven van de gebruiker van een perceel ten aanzien waarvan een andere gemeente:

    • a.

      één of meerdere voorzieningen heeft getroffen voor dat perceel wat betreft de gemeentelijke taken, genoemd in artikel 2;

    • b.

      de gemeente Hellendoorn hiervoor kosten in rekening brengt.

  • 3.

    Met betrekking tot het eerste en tweede lid wordt als gebruiker aangemerkt:

    • a.

      degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;

    • b.

      ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan;

    • c.

      ingeval een perceel voor volgtijdig gebruik is afgestaan: de eigenaar van het perceel.

Artikel 4 Zelfstandige gedeelten

Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat, indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

  • 1.

    De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel met een verhoging naar het aantal kubieke meters water dat van het perceel wordt afgevoerd.

  • 2.

    Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.

  • 3.

    Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:

    • a.

      watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of

    • b.

      bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren, dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest, kan worden afgelezen.

  • De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enig andere wettelijke bepaling.

  • 4.

    De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd.

Artikel 6 Vrijstelling

De belasting wordt niet geheven:

  • a.

    terzake van bronneringswater dat wordt geloosd op de gemeentelijke riolering;

  • b.

    van gebruikers van percelen met een geregistreerde en door het bevoegd gezag goedgekeurde voorziening voor de Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA);

  • c.

    terzake van zelfstandige objecten in gebruik bij een nutsvoorziening;

  • d.

    terzake van garageboxen.

Artikel 7 Belastingtarieven

1

De belasting bedraagt per perceel

191,88

2

Indien het aantal kubieke meters leidingwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt boven 50 m3, wordt het in het eerste lid gestelde tarief, voor elke 50 m3 of een gedeelte daarvan waarmede het aantal van 50 m3 wordt overschreden, verhoogd met

37,20

3

a

Indien het aantal kubieke meters grondwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 0 tot en met 10.000 m3, wordt het in het eerste lid gestelde tarief verhoogd met een bedrag berekend overeenkomstig het tweede lid.

 

 

 

b

Indien het aantal kubieke meters grondwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 10.001 tot en met 50.000 m3, wordt het in het eerste lid gestelde tarief verhoogd met

13.859,00

 

c

Indien het aantal kubieke meters grondwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 50.001 tot en met 100.000 m3, wordt het in het eerste lid gestelde tarief verhoogd met

27.715,00

 

d

Indien het aantal kubieke meters grondwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 100.001 tot en met 150.000 m3, wordt het in het eerste lid gestelde tarief verhoogd met

41.574,00

 

e

Indien het aantal kubieke meters grondwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 150.001 tot en met 200.000 m3, wordt het in het eerste lid gestelde tarief verhoogd met

55.432,00

 

f

Indien het aantal kubieke meters grondwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 200.001 tot en met 250.000 m3, wordt het in het eerste lid gestelde tarief verhoogd met

64.671,00

 

g

Indien het aantal kubieke meters grondwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 250.001 tot en met 300.000 m3, wordt het in het eerste lid gestelde tarief verhoogd met

73.910,00

 

h

Indien het aantal kubieke meters grondwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 300.001 tot en met 350.000 m3, wordt het in het eerste lid gestelde tarief verhoogd met

83.148,00

 

i

Indien het aantal kubieke meters grondwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 350.001 tot en met 400.000 m3, wordt het in het eerste lid gestelde tarief verhoogd met

87.767,00

 

j

Indien het aantal kubieke meters grondwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 400.001 tot en met 450.000 m3, wordt het in het eerste lid gestelde tarief verhoogd met

92.386,00

 

k

Indien het aantal kubieke meters grondwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 450.001 tot en met 500.000 m3, wordt het in het eerste lid gestelde tarief verhoogd met

97.006,00

 

l

Indien het aantal kubieke meters grondwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 500.001 tot en met 550.000 m3, wordt het in het eerste lid gestelde tarief verhoogd met

101.625,00

 

m

Indien het aantal kubieke meters grondwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 550.001 tot en met 600.000 m3, wordt het in het eerste lid gestelde tarief verhoogd met

106.244,00

 

n

Indien het aantal kubieke meters grondwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt in het bereik van 600.001 tot en met 650.000 m3, wordt het in het eerste lid gestelde tarief verhoogd met

110.864,00

 

o

Indien het aantal kubieke meters grondwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd ligt boven 650.001 m3, wordt het in het eerste lid gestelde tarief verhoogd met

120.103,00

Artikel 8 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 9 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 11 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 2.500,--, dat de aanslagen moeten worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid geldt dat, in geval op enig moment het openstaande verschuldigde bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen kleiner of gelijk is aan € 10,--, het voornoemde bedrag in de eerstvolgende termijn volledig geïncasseerd wordt.

  • 5.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 12 Kwijtschelding

Aan de belastingschuldige die niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen en conform

  • -

    de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990;

  • -

    de Leidraad kwijtschelding gemeentelijke belastingen van de gemeente Hellendoorn;

waarbij 100 procent van de bijstandsuitkering wordt aangemerkt als kosten van bestaan, kan bij de invordering van de rioolheffing geheel of gedeeltelijk kwijtschelding worden verleend.

Artikel 13 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de rioolheffing.

Artikel 14 Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een tariefsverlaging betreffen;

  • c.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt of is getreden;

met dien verstande dat het college van burgemeester en wethouders de raad zo snel mogelijk achteraf informeert over de toegepaste bevoegdheid.

Artikel 15 Overgangsrecht

De "Verordening rioolheffing 2018", vastgesteld bij raadsbesluit van 12 december 2017, nr. 17INT02674, gewijzigd bij raadsbesluit van 6 februari 2018, nr. 18INT00143, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2019, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.

Artikel 16 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

Artikel 17 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening rioolheffing 2019”.

 

De raad voornoemd,

de griffier de voorzitter