Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Heumen

Verordening Burgerparticipatie 2015 - Wet maatschappelijke ondersteuning, Participatiewet en Jeugdwet.

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHeumen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening Burgerparticipatie 2015 - Wet maatschappelijke ondersteuning, Participatiewet en Jeugdwet.
CiteertitelVerordening Burgerparticipatie 2015 - Wet maatschappelijke ondersteuning, Participatiewet en Jeugdwet.
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet maatschappelijke ondersteuning, art. 11
  2. Jeugdwet, art. 2.10
  3. Participatiewet, art. 47
  4. Wet Maatregelen Wet werk en bijstand, art. 47

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-06-2015Onbekend

28-05-2015

Gemeenteblad

03 06 B2

Tekst van de regeling

Intitulé

VERORDENING BURGERPARTICIPATIE 2015 –vWet maatschappelijke ondersteuning, Participatiewet en Jeugdwet

De raad van de gemeente Heumen in openbare vergadering bijeen;

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 april 2015,

Gezien het advies van de Burgeradviesraad van …. mei 2015,

Gezien het advies van de Commissie Welzijn van 13 mei 2015,

Gelet op artikel 11 Wet maatschappelijke ondersteuning, artikel 2.10 Jeugdwet, artikel 47 Participatiewet en artikel 47 Wet Maatregelen Wet werk en bijstand,

 

Gelet op artikel 150 van de Gemeentewet,

 

b e s l u i t:

 

vast te stellen de

VERORDENING BURGERPARTICIPATIE 2015

Wet maatschappelijke ondersteuning, Participatiewet en Jeugdwet

 

 

I ALGEMEEN

Artikel 1: Begripsbepalingen

  • Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    Sociaal Domein

    Wetgeving en beleid die betrekking hebben op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet Maatregelen Wet werk en bijstand (Wet Maatregelen Wwb).

     

     

  • b.

    Cliënt- en burgerparticipatie

    De wijze waarop de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders uitvoering geven aan de inspraak- en medezeggenschap binnen het sociaal domein.

    Het betreft een proces waarbij gemeente, betrokken cliënten/burgers en eventuele externe deskundigen via een open houding naar elkaar en een vooraf afgesproken aanpak samen vorm en inhoud geven aan (delen van) plannen of beleid. Het proces is gericht op het benutten van elkaars deskundigheid en het verhogen van draagvlak voor het nemen van beslissingen.

     

  • c.

    Burgeradviesraad

    Het door de gemeenteraad ingesteld orgaan dat vorm geeft aan de door de gemeenteraad

    vastgestelde wijze van uitvoering van inspraak en medezeggenschap binnen het sociaal domein.

     

  • d.

    Burger

    Degene die woonachtig is in de gemeente Heumen en een achterban vertegenwoordigt van cliënten die een beroep doen op een voorziening van de beleidsvelden binnen het sociaal domein (Wmo, Participatiewet en/of Jeugdwet).

     

  • e.

    Burgeradviesraad

    De burgeradviesraad Welzijn, Wonen, Zorg en Inkomen (WWZI) wordt in deze verordening vermeld als burgeradviesraad.

     

  • f.

    Overige begrippen

    Voor begrippen die hier niet gespecificeerd worden, wordt aangesloten bij de Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Wet Maatregelen Wwb.

     

II BURGERADVIESRAAD

Artikel 2: Doelstelling van de burgeradviesraad

  •  

  • °

    De doelstelling van de burgeradviesraad is om de cliënten- en burgerparticipatie, zoals omschreven in artikel 12 Wmo, artikel 2.10 Jeugdwet, artikel 47 Participatiewet en Wet Maatregelen Wwb en artikel 150 van de Gemeentewet, op zorgvuldige wijze in te vullen en op integrale wijze vorm te geven.

  • °

    De burgeradviesraad streeft deze doelstelling na voor o.a. de volgende onderwerpen binnen de WMO en de Jeugdwet:

    • -

      het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning;

    • -

      het ondersteunen van mantelzorgers, daaronder begrepen steun bij het vinden van adequate oplossingen indien zij hun taken tijdelijk niet kunnen waarnemen, alsmede het ondersteunen van vrijwilligers;

    • -

      het bevorderen van deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jongeren en ouderen met een beperking of een chronische psychisch probleem en van mensen met een psychosociaal probleem;

    • het verlenen van voorzieningen aan jongeren en ouderen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem, ten behoeve van het behouden en het bevorderen van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijk verkeer.

       

  • °

    De burgeradviesraad streeft deze doelstelling na voor o.a. de volgende onderwerpen binnen de Participatiewet en de Wet Maatregelen Wwb:

     

    • -

      Inkomens- en minimabeleid,

    • -

      Verplichtingen, maatregelen, afstemming van de bijstandsnorm,

    • -

      Opleggen van een Tegenprestatie.

     

  • °

    Om haar opdracht goed te kunnen vervullen, treedt de burgeradviesraad actief op naar burgers en instellingen in de gemeente Heumen en dragen de leden er zorg voor dat zij actief gebruik maken van sociale netwerken en verbanden.

  • °

    De burgeradviesraad is alert op ontwikkelingen en knelpunten binnen de voor Heumen relevante beleidsterreinen in het sociaal domein.

Artikel 3: Taken

  • 1.

    De burgeradviesraad heeft tot taak het gevraagd en ongevraagd adviseren aan burgemeester en wethouders over alle onderwerpen die de vorming, de uitvoering, de controle en evaluatie van het gemeentelijk beleid betreffen ten aanzien van het sociaal domein.

  • 2.

    Tot deze onderwerpen behoren in ieder geval: procedures, regelingen en andere met individuele gevallen verband houdende zaken met een algemene strekking.

  • 3.

    De reikwijdte van de burgerparticipatie heeft betrekking op alle beleidsterreinen binnen het sociaal domein. Tot deze onderwerpen behoren niet: klachten, bezwaarschriften en andere zaken, die op individuele cliënten betrekking hebben, alsmede de uitvoering van wettelijke voorschriften voor zover bij deze uitvoering geen ruimte voor gemeentelijk beleid is gelaten.

  • 4.

    De burgeradviesraad kan haar standpunt via een specifiek schriftelijk advies aan burgemeester en wethouders kenbaar maken. Burgemeester en wethouders vragen in dat geval aan de afdeling Sociale Zaken en Vraagwijzer een medeadvies alvorens het advies van de burgeradviesraad te behandelen.

Artikel 4: Bevoegdheden

1. Initiatiefrecht

  • a.

    De burgeradviesraad heeft de bevoegdheid alle aangelegenheden die de uitvoering van de beleidsterreinen binnen het sociaal domein betreffen in het periodiek overleg met de wethouder en de contactambtenaar van de Afdeling Sociale Zaken aan de orde te stellen.

  • b.

    De burgeradviesraad stelt jaarlijks in overleg met het college op basis van de gemeentelijke jaarplanning met betrekking tot besluitvorming op beleidsterreinen sociaal domein, een activiteitenplan en een begroting op.

  • c.

    De burgeradviesraad heeft de bevoegdheid om voor een goede invulling van zijn taakstelling in voorkomende gevallen, binnen een door de gemeente beschikbaar gesteld budget, gebruik te maken van in- en externe deskundigheid.

     

2. Informatierecht

  • a.

    De burgeradviesraad wordt door het college geïnformeerd over de opzet en de resultaten van klanttevredenheidsonderzoeken, enquêtes en klachtenreportages.

  • b.

    De burgeradviesraad krijgt van het college gevraagd en ongevraagd tijdig alle informatie die hij voor de uitoefening van zijn taken, zoals in deze verordening omschreven, nodig heeft, tenzij enig wettelijk voorschrift de verstrekking daarvan in de weg staat. Zonodig zullen deskundige ambtenaren een mondelinge toelichting geven over actueel beleid, de invloed van (nieuw) rijksbeleid of over ideeën en plannen van college en/of gemeenteraad binnen het het sociaal domein.

     

3. Adviesrecht

  • a.

    De burgeradviesraad heeft adviesrecht in de beleidsfases: visievorming, beleidsvoorbereiding, ontwerpen beleidsplan, vaststellen verordeningen en beleidsuitvoering, waarbij in de fase beleidsvoorbereiding waar mogelijk coproductie zal plaatsvinden binnen door het college vastgestelde taakstellende kaders.

  • b.

    Het college stelt de burgeradviesraad op een zodanig tijdstip in de gelegenheid advies uit te brengen, dat er een daadwerkelijke invloed mogelijk is op de besluitvorming. De gemeente geeft hierbij van tevoren de financiële, juridische en beleidsmatige kaders aan. Indien de gemeente om advies vraagt, wordt het advies binnen zes weken schriftelijk uitgebracht.

  • c.

    Het college geeft binnen zes weken een schriftelijke reactie op een uitgebracht advies; een afwijking van een advies wordt gemotiveerd.

     

Artikel 5: Geheimhouding

De burgeradviesraad neemt kennis van het bepaalde in artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht en zorgt dat zijn leden ook worden geïnformeerd over de hiervoor bedoelde geheimhoudingsplicht. Behalve na voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeente, zal de burgeradviesraad informatie en gegevensdragers met een vertrouwelijke karakter die hem ter beschikking staan, niet aan derden kenbaar maken.

 

Artikel 6: Faciliteiten

Burgemeester en wethouders stellen een onkostenvergoeding vast voor de voorzitter en de leden. Daartoe, alsmede voor kosten als abonnementen, cursussen en dergelijke, wordt in de jaarlijkse begroting een totaalpost opgenomen. Daarnaast zorgen Burgemeester en Wethouders ervoor dat er een secretaris beschikbaar is voor de burgeradviesraad.

 

 

III SAMENSTELLING, BENOEMING EN WERKWIJZE

Artikel 7: Samenstelling

  • 1.

    De burgeradviesraad bestaat uit een voorzitter en zes leden.

  • 2.

    Leden van de burgeradviesraad zijn secundair burgers als bedoeld in artikel 1, aanhef en sub g van deze verordening.

  • 3.

    Bij de keuze van de leden wordt er naar gestreefd dat vier van de zes leden behoren tot de doelgroep van de Wmo en de Jeugdwet en dat twee leden Participatiewet-cliënten zijn.

     

Artikel 8: De voorzitter, taken en bevoegdheden

  • 1.

    Kandidaten voor het voorzitterschap worden geworven via een openbare oproep. De selectie vindt plaats door een commissie samengesteld uit drie personen waarvan minimaal één extern betrokkene. Vervolgens benoemen burgemeester en wethouders de voorzitter. De voorzitter wordt benoemd voor een periode van vier jaar en is één maal herbenoembaar.

  • 2.

    De voorzitter kan niet zijn:

    • -

      cliënt van de afdeling Sociale Zaken of Vraagwijzer;

    • -

      lid van het gemeentebestuur;

    • -

      werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur of bij een door de gemeente gesubsidieerde instelling.

  • 3.

    De voorzitter heeft stemrecht.

  • 4.

    De burgeradviesraad wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan.

     

Taak voorzitter

  • 1.

    De voorzitter stelt in overleg met de burgeradviesraad het vergaderschema vast.

  • 2.

    Hij stelt de agenda van de vergaderingen vast, maakt de vergaderingen openbaar bekend, leidt de vergadering, handhaaft de orde, deelt de uitslag van de stemmingen mede en geeft de secretaris opdrachten voor onderzoek en rapportage.

  • 3.

    Hij vertegenwoordigt de burgeradviesraad naar buiten.

  • 4.

    Hij overlegt periodiek met de portefeuillewethouder, in principe eveneens zes maal per jaar.

  • 5.

    De voorzitter stelt een advies vast dat de burgeradviesraad aan burgemeester en wethouders wenst uit te brengen.

     

Bevoegdheden voorzitter

  • 1.

    De voorzitter draagt er zorg voor, dat tegelijk met de oproeping voor de vergadering dag en uur ter openbare kennis worden gebracht. Hij kan dit opdragen aan de secretaris.

  • 2.

    De vergaderingen worden in het openbaar gehouden, tenzij de burgeradviesraad besluit tot een besloten vergadering. Het debat sec over de vraag of een vergadering besloten is, is besloten.

  • 3.

    De besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen.

  • 4.

    Stemming over personen geschiedt schriftelijk.

  • 5.

    Bij het staken van stemmen wordt het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Indien in die vergadering de stemmen weer staken, beslist de voorzitter indien het gaat om zaken en beslist het lot indien het gaat om personen

     

Artikel 9: De leden

  • 1.

    Kandidaten voor het lidmaatschap worden geworven via een openbare oproep. De selectie vindt plaats door een commissie, samengesteld uit drie personen waarvan minimaal één extern betrokkene. Vervolgens benoemen burgemeester en wethouders de leden.

  • 2.

    De leden kunnen níet zijn:

    • -

      lid van het gemeentebestuur;

    • -

      werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur of bij een door de gemeente gesubsidieerde instelling.

  • 3.

    De leden worden benoemd voor een zittingsduur van vier jaar en zijn één maal herbenoembaar.

  • 4.

    De leden kunnen tussentijds ontslag nemen.

  • 5.

    De vertegenwoordigers dragen zorg voor de communicatie met de eigen achterban en andere achterbannen uit desbetreffende beleidsterreinen.

  • 6.

    De leden bekleden geen vertegenwoordigende functie namens een politieke partij in de gemeente Heumen en zij bekleden geen functie bij een organisatie, die direct belang heeft bij de dienstverlening aan de doelgroepen uit het sociaal domein.

  • 7.

    Eindigt de hoedanigheid waaraan een lid zijn benoeming ontleent, dan houdt hij binnen drie maanden op lid van de raad te zijn.

  • 8.

    Burgemeester en wethouders kunnen leden ontheffen uit hun functie op grond van de volgende redenen: op eigen verzoek en indien zich zwaarwegende redenen voordoen, een en ander ter beoordeling door burgemeester en wethouders.

     

Artikel 10: De secretaris

  • 1.

    Burgemeester en wethouders benoemen een medewerker (m/v) van de afdeling Sociale Zaken of Vraagwijzer tot secretaris van de burgeradviesraad.

  • 2.

    De secretaris registreert de inkomende en uitgaande stukken, ontwerpt de agenda, zendt de stukken aan de burgeradviesraad toe, ontwerpt de uitgaande stukken en regelt de plaats van vergaderen.

  • 3.

    De secretaris staat de voorzitter en leden van de burgeradviesraad (al dan niet in de vergadering) met raad en daad bij.

  • 4.

    De secretaris stelt in opdracht van de voorzitter onderzoeken in en brengt rapportage uit.

  • 5.

    De secretaris maakt van iedere vergadering een verslag op.

  • 6.

    Het verslag bevat:

    • a.

      de namen van de voorzitter, secretaris, aanwezige en afwezige leden;

    • b.

      een beknopte opgave van de inhoud van de ingekomen stukken en gedane mededelingen;

    • c.

      een omschrijving van de gedane voorstellen en kennisgevingen;

    • d.

      een beknopt verslag van de gevoerde beraadslagingen en opmerkingen;

    • e.

      de uitslag van gehouden stemmingen met vermelding van de namen van de leden;

    • f.

      de inhoud van de genomen besluiten.

  • 7.

    Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering ter vaststelling aan de burgeradviesraad aangeboden.

  • 8.

    Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend en ter kennis gebracht van burgemeester en wethouders, het hoofd en de medewerkers van de afdeling Sociale Zaken en Vraagwijzer en aan personen en organisaties waarvan de burgeradviesraad wenst dat zij het verslag ontvangen.

     

Artikel 11: Vergaderfrequentie

De burgeradviesraad vergadert tenminste zes maal per jaar en voorts zo vaak als de voorzitter dat nodig acht, dan wel tenminste vier leden buiten de voorzitter dat nodig achten.

 

Artikel 12: Ondertekening

De voorzitter en de secretaris tekenen de stukken die van de burgeradviesraad uitgaan.

De voorzitter kan bepalen welke stukken door de secretaris in mandaat kunnen worden getekend.

 

 

IV SLOTBEPALINGEN

Artikel 13: Onvoorziene gevallen

Burgemeester en wethouders kunnen ter uitvoering van deze verordening nadere voorschriften geven. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders, de voorzitter van de raad gehoord hebbende.

 

Artikel 14: Evaluatie

  • a.

    De burgeradviesraad evalueert jaarlijks tezamen met het college het functioneren van het periodiek overleg. Indien er op basis van deze evaluatieronde reden is de verordening aan te passen, dan wordt hiertoe door het college een verzoek ingediend bij de gemeenteraad.

  • b.

    De burgeradviesraad kan naar aanleiding van een evaluatie het college gemotiveerd verzoeken de onafhankelijk voorzitter te vervangen, met dien verstande dat een besluit daartoe de instemming behoeft van tweederde deel van de leden van de burgeradviesraad.

Artikel 15: Huishoudelijk reglement

Ten dienste van zijn functioneren stelt de burgeradviesraad een huishoudelijk reglement op, waarin in ieder geval de communicatie met de achterban wordt geregeld.

 

Artikel 16: Wijziging verordening

Wijziging of intrekking van deze verordening vindt niet plaats dan nadat de burgeradviesraad daarover is gehoord.

 

Artikel 17: Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2015 en vervangt de Verordening Burgerparticipatie 2012 – Wet maatschappelijke ondersteuning, Wet werk en bijstand en Wet inburgering.

 

Artikel 18: Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Burgerparticipatie 2015 - Wet maatschappelijke ondersteuning, Participatiewet en Jeugdwet.

Aldus vastgesteld in de gemeenteraadsvergadering,

BL

Malden, 28 mei 2015

DE RAAD VOORNOEMD;

De raadsgriffier,

L.Bosland.

De burgemeester,

P.Mengde.