Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hoorn

Instellingsbesluit Commissie voor Monumenten en Welstand

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHoorn
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingInstellingsbesluit Commissie voor Monumenten en Welstand
CiteertitelInstellingsbesluit Commissie voor Monumenten en Welstand
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp001 bestuursorganen

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Woningwet, art. art. 1, lid 1, sub n, art. 12b
  2. Monumentenwet, art. 15
  3. Erfgoedverordening Gemeente Hoorn 2010, arat. 1, sub e
  4. Bouwverordening Hoorn 2010, hoofdst. 9
  5. Gemeentewet, art. 84

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

19-09-201412-09-2017nieuwe regeling

02-09-2014

Gemeenteblad 51751

1081239

Tekst van de regeling

Intitulé

Instellingsbesluit Commissie voor Monumenten en Welstand

Zaaknummer: 1081239

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn,

  • -

    gelezen het voorstel van de afdeling Veiligheid, Vergunningen en Handhaving/ bureau Erfgoed met betrekking tot de benoeming en taakstelling van de leden voor de commissie voor Monumenten en Welstand;

  • -

    gelet op artikel 1 lid 1 sub n juncto artikel 12b van de Woningwet, artikel 15 van de Monumentenwet 1988, artikel 1 sub e van de Erfgoedverordening gemeente Hoorn 2010, hoofdstuk 9 van de Bouwverordening Hoorn 2010 en artikel 84 va de Gemeentewet;

 

Overwegende dat:

  • -

    de gemeenteraad op 3 april 2007 heeft besloten om de benoeming van de leden van de welstandscommissie te delegeren aan het college;

 

Besluit vast te stellen het:

 

Instellingsbesluit Commissie voor Monumenten en Welstand  

 

Artikel 1 De commissie

Er is een commissie voor Monumenten en Welstand die gevraagd en ongevraagd adviseert op het gebied van de gemeentelijke monumentenzorg, welstand en ruimtelijke kwaliteit, hierna te noemen: de commissie.

Artikel 2 Onafhankelijkheid

  • 2.1

    De leden van de commissie zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie. Er bestaan geen bindingen of relaties waardoor de adviezen over ruimtelijke kwaliteit, welstand en monumentenzorg worden beïnvloed.

  • 2.2

    Namens de gemeente Hoorn organiseert een onafhankelijk adviesorgaan voor ruimtelijke kwaliteit (ARK) het functioneren van de commissie.

Artikel 3 Taak

  • 3.1

    De commissie adviseert het college over de esthetische en architectonische aspecten van (ver)bouwplannen waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd. De commissie is hierbij voor welstandsadviezen gebonden aan het gemeentelijke welstandsbeleid.

  • 3.2

    De commissie adviseert het college over de monumentale en cultuurhistorische aspecten van wijzigingen aan monumenten en beeldbepalende panden.

  • 3.3

    De commissie adviseert het college over de ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteit en het beleid betreffende ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Hoorn.

Artikel 4 Samenstelling commissie

  • 4.1

    De commissie bestaat uit minimaal zes leden waarin tenminste:

    • -

      een architect;

    • -

      een architect met kwaliteiten op het gebied van stedenbouw en/of landschapsarchitectuur;

    • -

      twee monumentendeskundigen;

    • -

      een burgerlid;

    • -

      een lid van een historische vereniging.

  • 4.2

    Uit de commissieleden benoemt het college in overleg met het ARK, een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.

  • 4.3

    Bij langdurige of structureel terugkerende afwezigheid van een van de leden benoemt het college een vaste plaatsvervanger.

Artikel 5 Profielschets van alle commissieleden

  • 5.1

    Commissieleden moeten geïnteresseerd zijn in Hoorn en de gemeente kennen of willen leren kennen. Ze zijn bereid zich te verdiepen in het ruimtelijke kwaliteitsbeleid in brede zin en zijn in staat bouwplantekeningen te lezen. Ze hebben cultuurhistorisch besef en kennis van de (geschiedenis) van de bouwkunst.

  • 5.2

    Commissieleden mogen geen directe betrokkenheid hebben bij de te beoordelen plannen. Op het moment dat een dergelijke betrokkenheid wel bestaat maakt het lid dit tijdig kenbaar. Het betreffende lid neemt geen deel aan de beraadslaging en advisering over het onderwerp.

  • 5.3

    Commissieleden moeten in staat zijn hun oordeel begrijpelijk te verwoorden. Respect voor iedereen die bij de planindiening en –advisering een rol speelt is van belang. Dit vraagt van alle commissieleden goede communicatieve vaardigheden.

Artikel 6 Profielschets van de architectleden

  • 6.1

    Het architectlid heeft zich door opleiding en ervaring gekwalificeerd op het gebied van architectuur, stedenbouw of landschapsarchitectuur.

  • 6.2

    Het architectlid heeft een actieve beroepspraktijk en heeft ervaring met het beoordelen van ontwerpen van collega’s.

Artikel 7 Profielschets van de monumentenleden

Het monumentenlid is een bouwkundige, bouwhistoricus, architectuurhistoricus of restauratiearchitect die zich door opleiding en/of ervaring heeft gekwalificeerd op het gebied van de monumentenzorg.

Artikel 8 Profielschets van het lid van een historische vereniging

  • 8.1

    Het lid is actief in een van de organisaties die zich richten op de cultuurhistorie van de gemeente Hoorn.

  • 8.2

    Het lid beschikt over aantoonbare kennis met betrekking tot de historie en ruimtelijke kwaliteit van Hoorn.

  • 8.3

    Het lid verzorgt de afstemming met de genoemde belangenorganisaties.

  • 8.4

    Het lid wordt voorgedragen door een van de genoemde belangenorganisaties.

Artikel 9 Profielschets van het burgerlid

  • 9.1

    Het lid woont of werkt in de gemeente Hoorn en kent de stad goed.

  • 9.2

    Het lid heeft brede belangstelling voor, en affiniteit met de gebouwde omgeving en inrichting van de openbare ruimte.

  • 9.3

    Het lid is niet professioneel actief in Hoorn op het terrein van stedenbouw, architectuur of monumentenzorg.

Artikel 10 Benoemingsprocedure

  • 10.

    1 Alle leden van de commissie worden door het college benoemd en ontslagen.

  • 10.

    2 Architectleden worden voorgedragen door het ARK.

  • 10.

    3 Monumentendeskundigen worden voorgedragen door Bureau Erfgoed van de gemeente Hoorn.

  • 10.

    4 Het burgerlid wordt via een sollicitatieprocedure geworven en voorgedragen door het Bureau Erfgoed van de gemeente Hoorn.

  • 10.

    5 Het lid van een historische vereniging wordt voorgedragen door een van de in artikel 8 genoemde belangenorganisaties.

Artikel 11 Zittingsduur

  • 11.

    1 Benoemingen voor commissieleden gelden voor een periode van maximaal drie jaar met een mogelijkheid tot herbenoeming voor een periode van nog eens drie jaar.

  • 11.

    2 Omwille van de continuïteit van de advisering worden de leden van de commissie in beginsel benoemd en herbenoemd in een alternerend systeem.

  • 11.

    3 Het college maakt drie maanden voor het verstrijken van een benoemingstermijn het voornemen voor een nieuwe benoemingstermijn kenbaar aan de commissie.

Artikel 12 Voortijdige beëindiging van de benoeming van commissieleden

  • 12.

    1 De leden kunnen te alle tijde kenbaar maken hun benoeming te willen beëindigen. Zij melden dit, indien van toepassing via de ARK, schriftelijk drie maanden voor de datum van opzegging aan het college.

  • 12.

    2 Het college kan de benoeming van een lid of van alle leden voortijdig beëindigen wanneer deze leden naar het oordeel van het college niet naar behoren functioneren.

Artikel 13 Vergoeding

De leden en plaatsvervangende leden van de commissie ontvangen voor het bijwonen van de vergadering een nader vast te stellen vergoeding.

Artikel 14 Jaarverslag

De commissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden. In dit jaarverslag komt aan de orde:

  • -

    op welke wijze de commissie invulling heeft gegeven aan het gemeentelijk beleid voor welstandstoezicht en monumentenzorg;

  • -

    waar de beleidskaders voldoende dan wel onvoldoende houvast hebben geboden bij de welstands- en monumentenbeoordeling;

  • -

    de werkwijze van de commissie;

  • -

    op welke wijze uitvoering is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen, de aard van de beoordeelde plannen en bijzondere projecten;

  • -

    aanbevelingen over het ruimtelijke kwaliteitsbeleid, het monumenten- en het welstandsbeleid.

Artikel 15 Termijn van advisering bij de bouwaanvraag

  • 15.

    1 De commissie is bij het beoordeling van een bouwplan gebonden aan de in wet en regelgeving genoemde termijnen voor het uitbrengen van een advies.

  • 15.

    2 Binnen de in de wet en regelgeving genoemde termijnen voor het uitbrengen van advies kan de commissie het advies aanhouden indien meer informatie of toelichting wenselijk is.

Artikel 16 Overschrijding van de adviestermijn

Indien de commissie niet binnen de in de wet en regelgeving gestelde termijn heeft geadviseerd, wordt het advies als gegeven beschouwd.

Artikel 17 Vooroverleg over principeaanvragen

  • 17.

    1 Met een principeaanvraag kan voorafgaand aan een aanvraag voor een omgevingsvergunning, vooroverleg worden gepleegd met de commissie. Dit vooroverleg kan in principe pas starten nadat duidelijkheid bestaat over de planologische aanvaardbaarheid van het plan.

  • 17.

    2 Het vooroverleg wordt altijd genotuleerd. In de verslaglegging wordt aangegeven welke fase van het plan werd beoordeeld. Ook worden de criteria aangegeven op basis waarvan de vergunningsaanvraag zal worden beoordeeld.

Artikel 18 Beëindiging van het vooroverleg na drie negatieve beoordelingen

  • 18.

    1 Als een plan tijdens de vooroverlegfase drie keer negatief is beoordeeld door de commissie zonder noemenswaardige vooruitgang in het overlegproces, wordt het vooroverleg beëindigd en een negatief advies uitgebracht.

  • 18.

    2 Beëindiging van het vooroverleg vindt niet plaats indien het plan niet minimaal eenmaal door de voltallige commissie is beoordeeld. Met de portefeuillehouder worden de consequenties besproken.

Artikel 19 Geldigheidstermijn van een principeaanvraag

Indien een principeaanvraag niet binnen zes maanden na de laatste beoordeling door de commissie wordt gevolgd door een aanvraag van een omgevingsvergunning vervalt het advies. Deze termijn geldt niet indien de commissie en de planindiener een andere termijn overeenkomen.

Artikel 20 Openbare behandeling van bouwaanvragen

  • 20.

    1 Het vooroverleg of de behandeling van adviesaanvragen is openbaar tenzij er op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur klemmende redenen zijn voor geheimhouding. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen als voor het formuleren van de conclusie c.q. het advies.

  • 20.

    2 Belangstellenden kunnen de vergadering bijwonen. Er kan op uitnodiging van de voorzitter gebruik worden gemaakt van de publieksrondvraag.

  • 20.

    3 Goedgekeurde notulen en adviezen van de openbare vergadering zijn tevens openbaar.

Artikel 21 Bekendmaking van de agenda

De data, het tijdstip en de locatie van de commissievergaderingen worden door de gemeente openbaar bekend gemaakt. De agenda van de vergadering is minimaal een dag tevoren beschikbaar en ter inzage.

Artikel 22 Plantoelichting door indiener en/of ontwerper

  • 22.

    1 Als een aanvrager of de commissie hierom verzoekt kan een plantoelichting gegeven worden tijdens de vergadering.

  • 22.

    2 Een plantoelichting is bedoeld voor een korte toelichting op de planfilosofie en de gemaakte keuzes.

Artikel 23 Toelichting op advies

  • 23.

    1 De planindiener en/of ontwerper kan een mondelinge toelichting vragen op een advies.

  • 23.

    2 De toelichting wordt gegeven door de plantoelichter. Indien de planindiener en/of ontwerper een nadere toelichting wenst te geven kan een afspraak worden gemaakt met de commissie.

Artikel 24 Mandaat namens de commissie voor Monumenten en Welstand

  • 24.

    1 De commissie kan een of meer van haar leden schriftelijk mandateren om bepaalde taken uit te voeren. De gemandateerde voert de taak uit onder verantwoordelijkheid en namens de commissie. De gemandateerde adviezen worden door de commissie bekrachtigd.

  • 24.

    2 De commissie werkt met de volgende gemandateerde commissies:

    • a.

      De ‘kleine commissie’ bestaande uit een architectlid en een monumentenlid. Deze commissie heeft volledig mandaat om kleine bouwplannen te beoordelen en plannen die zijn aangepast naar aanleiding van een eerdere behandeling in de commissie.

    • b.

      Het gemandateerde commissielid. Dit commissielid is door de gemeente Hoorn aangesteld als gemandateerde supervisor voor een specifiek gebied of project.

Artikel 25 Conclusie van het advies

25.1 Het advies van de volgende conclusies hebben:

  • a.

    Akkoord: Het plan voldoet aan de redelijke eisen van welstand en doet geen afbreuk aan de monumentale waarden.

  • b.

    Akkoord op hoofdlijnen: Het plan is onvoldoende uitgewerkt voor een definitieve beoordeling maar voldoet globaal aan de redelijke eisen van welstand en lijkt geen onacceptabele afbreuk te doen aan de monumentale waarden.

  • c.

    Niet akkoord, tenzij wordt voldaan aan de opmerkingen: Het plan voldoet niet aan de redelijke eisen van welstand of doet afbreuk aan de monumentale waarden tenzij het plan wordt aangepast op ondergeschikte punten. Deze punten worden ondubbelzinnig genotuleerd of op de tekening aangegeven.

  • d.

    Niet akkoord, aanhouden: Het plan is onvoldoende uitgewerkt voor beoordeling, voldoet niet aan de redelijke eisen van welstand of doet afbreuk aan de monumentale waarden. De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld om binnen de behandelingstermijn een gewijzigd plan in te dienen. e. Niet akkoord: Het plan voldoet niet aan de redelijke eisen van welstand of doet afbreuk aan de monumentale waarden. Ingrijpende wijzigingen in het plan zijn noodzakelijk.

    • 25.

      2 Het advies kan worden gecombineerd met suggesties om het plan te verbeteren dan wel aanbevelingen voor beleid of procedurele zaken. Deze suggesties en aanbevelingen zijn vrijblijvend en staan los van de conclusie van het advies zelf.

    • 25.

      3 In de adviezen wordt onderscheid aangebracht tussen het welstandsadvies en het monumentenadvies.

Artikel 26 Ondersteuning vanuit de gemeentelijke organisatie

  • 26.

    1 Het college wijst ambtelijk plantoelichters aan die:

    • -

      de commissie ondersteunen zodat deze optimaal kan functioneren als onafhankelijk adviesorgaan;

    • -

      niet verantwoordelijk zijn voor de advisering van de commissie;

    • -

      aanwezig zijn bij de vergaderingen en fungeren als dagelijks aanspreekpunt van de commissie;

    • -

      de contacten onderhouden met de ambtelijke diensten en de behandeling van de bouwplannen voorbereiden.

  • 26.

    2 Bureau Erfgoed onderbouwt de cultuurhistorische consequenties van de (ver)bouwplannen.

Artikel 27 Ondersteuning vanuit het ARK

  • 27.

    1 Het ARK wijst een commissiecoördinator aan die de commissie ondersteunt zodat deze optimaal kan functioneren als onafhankelijk adviesorgaan.

  • 27.

    2 De commissiecoördinator neemt geen deel aan de discussie en is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de beraadslagingen en de advisering door de commissie.

  • 27.

    3 De commissiecoördinator draagt zorg voor de agenda, notulen en het jaarverslag.

Artikel 28 Adviseur

  • 28.

    1 Indien het ten behoeve van goede advisering noodzakelijk wordt geacht kan de commissie het college verzoeken om specifieke deskundigen te raadplegen.

  • 28.

    2 De adviseur wordt voorafgaand aan de beraadslaging in de gelegenheid gesteld zijn of haar visie op het plan te geven. De adviseur neemt geen deel aan de beraadslaging en heeft geen stem in de eindbeoordeling.

Artikel 29 Onderzoek ter plaatse

De commissie doet onderzoek ter plaatse indien dit redelijkerwijs voor het advies noodzakelijk is.

Artikel 30 De voorzitter

  • 30.

    1 De voorzitter is verantwoordelijk voor het dagelijks functioneren van de commissie en bewaakt de deugdelijkheid van de advisering in brede zin.

  • 30.

    2 De voorzitter geeft leiding aan de vergadering en bewaakt de voortgang van de agenda. In de discussies draagt hij of zij er zorg voor dat alle commissieleden hun mening voldoende naar voren kunnen brengen. Na de beraadslaging geeft de voorzitter een samenvatting van het uit te brengen advies, als basis voor de schriftelijke uitwerking.

  • 30.

    3 De voorzitter treedt op als gastheer of gastvrouw voor de planindieners, ontwerpers en andere bezoekers.

  • 30.

    4 De voorzitter organiseert minimaal eenmaal per jaar een inhoudelijke evaluatie van de werkzaamheden met de portefeuillehouder. De uitkomsten van het evaluatiegesprek worden opgenomen in het jaarverslag van de commissie.

  • 30.

    5 Indien de pers contact opneemt met de commissie worden deze contacten onderhouden door de voorzitter. Bij een persgesprek is altijd een plantoelichter van de gemeente Hoorn aanwezig.

Artikel 31 Vergadercyclus

De commissie en de gemandateerde commissie vergaderen altenerend eens per veertien dagen.

Artikel 32 Stemming

  • 32.

    1 De commissie kan slechts adviseren bij aanwezigheid van minimaal vier leden, waaronder tenminste een architectlid en een monumentenlid tenzij er sprake is van gemandateerde advisering.

  • 32.

    2 De commissie beslist bij meerderheid van stemmen en brengt het advies eenstemmig uit.

     

Artikel 33 Verslaglegging
  • 33.

    1 De commissiecoördinator maakt een schriftelijk verslag van de vergaderingen.

     

  • 33.

    2 De verslagen bevatten de gemotiveerde adviezen en een samenvatting van andere gespreksonderwerpen van de commissie.

  • 33.

    3 De commissiecoördinator zendt de door de commissie goedgekeurde verslagen binnen vijf werkdagen ter kennisname aan het college.

Artikel 34 Intrekking oude regeling

Het instellingsbesluit commissie voor Monumenten en Welstand, vastgesteld op 11 oktober 2013, wordt ingetrokken.

Artikel 35 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking van dit besluit.

 

Artikel 36 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit commissie voor Monumenten en Welstand te bepalen dat dit besluit wordt bekendgemaakt door:

  • ·

    opname in het Gemeenteblad

  • ·

    middels publicatie in Westfries Weekblad