Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Moerdijk

VERORDENING OP DE UITGANGSPUNTEN VOOR HET FINANCIEEL BELEID, ALSMEDE VOOR HET FINANCIEEL BEHEER EN VOOR DE INRICHTING VAN DE FINANCIËLE ORGANISATIE VAN DE GEMEENTE MOERDIJK

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieMoerdijk
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVERORDENING OP DE UITGANGSPUNTEN VOOR HET FINANCIEEL BELEID, ALSMEDE VOOR HET FINANCIEEL BEHEER EN VOOR DE INRICHTING VAN DE FINANCIËLE ORGANISATIE VAN DE GEMEENTE MOERDIJK
CiteertitelFinanciële verordening gemeente Moerdijk
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 212 van de Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

16-05-2011Nieuwe regeling

28-04-2011

Moerdijkse Bode, week 19

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

VERORDENING OP DE UITGANGSPUNTEN VOOR HET FINANCIEEL BELEID, ALSMEDE VOOR HET FINANCIEEL BEHEER EN VOOR DE INRICHTING VAN DE FINANCIËLE ORGANISATIE VAN DE GEMEENTE MOERDIJK

 

 

 

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.administratie:

Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Moerdijk en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.

 

b.financiële administratie:

Het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Moerdijk, teneinde te komen tot een goed inzicht in:

  • 1.

    de financieel-economische positie;

  • 2.

    het financiële beheer;

  • 3.

    de uitvoering van de begroting;

  • 4.

    het afwikkelen van vorderingen en schulden;

  • 5.

    alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover.

     

c. adminnistratieve organisatie

Het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding.

 

d.financieel beheer:

Het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente Moerdijk.

 

e.doelmatigheid:

De mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen, of de mate waarin met de beschikbare middelen zoveel mogelijk resultaat wordt bereikt.

 

f.doeltreffendheid:

De mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten van het beleid daadwerkelijk worden behaald.

 

g.rechtmatigheid in het kader van accountantscontrole:

Zoals beschreven in het door de raad vastgestelde programma van eisen accountantskeuze.

Hoofdstuk 1. Begroting en verantwoording

Kaderstellen

Artikel 2. Programmabegroting

  • 1.

    De raad stelt een programma-indeling vast.

  • 2.

    De raad stelt per programma vast:

    • a.

      de beoogde maatschappelijke effecten (“wat willen we bereiken”);

    • b.

      de uit te voeren activiteiten (“wat gaan we daarvoor doen”);

    • c.

      de baten en lasten (“wat mag het kosten”).

  • 3.

    Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en de uit te voeren activiteiten.

  • 4.

    De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid, vast.

  • 5.

    Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de uit te voeren activiteiten en de maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.

Artikel 3. Producten

  • 1.

    Ter uitvoering van de programmabegroting stelt het college een productenraming vast.

  • 2.

    Het college bepaalt welke producten in de productenraming worden opgenomen.

  • 3.

    Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van de toedeling van de producten uit de productenraming aan de programma’s, waarbij wijzigingen expliciet worden aangegeven.

Artikel 4. Kaders begroting

  • 1.

    Het college biedt uiterlijk op 15 juni van het begrotingsjaar een nota aan over de hoofdlijnen van beleid en de financiële kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. In deze nota worden de bevindingen betrokken uit de rapportage van de begrotingsuitvoering bedoeld in artikel 9 en de jaarstukken bedoeld in artikel 10.

  • 2.

    De raad stelt deze nota uiterlijk op 15 juli vast.

Artikel 5. Planning- en controlcyclus

Jaarlijks verstrekt het college aan de raad een overzicht met daarin opgenomen de data voor het aanbieden door het college van de kadernota, de programmabegroting met de meerjarenraming, de tussentijdse rapportages en de jaarstukken.

Uitvoering

Artikel 6. Uitvoering begroting

Het college draagt er ten aanzien van de productenraming zorg voor dat:

  • a.

    de lasten en baten, door middel van kostentoerekening, eenduidig zijn toegewezen aan de producten van de productenraming;

  • b.

    de budgetten uit de productenraming en de kredieten voor investeringen passen binnen de kaders zoals geautoriseerd bij de vaststelling van de uiteenzetting van de financiële positie;

  • c.

    wijzigingen op de oorspronkelijk geraamde lasten en baten in de productenraming geautoriseerd worden door de raad, indien deze wijzigingen leiden tot een verandering van de omvang van een programmabudget;

  • d.

    de lasten van de producten niet dusdanig worden overschreden dat de realisatie van andere producten binnen hetzelfde programma onder druk komt.

Beheersing en interne controle

Artikel 7. Interne controle

  • 1.

    Het college draagt er zorg voor dat de interne controle, d.w.z. de interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheersbehandelingen, in de reguliere werkprocessen wordt geïntegreerd. Een en ander onder meer ten behoeve van het getrouwe beeld en de rechtmatigheid van de jaarrekening.

  • 2.

    Het college stelt een interne controleplan op, welke ter kennisname aan de raad wordt aangeboden.

  • 3.

    Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van een aantal bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid en tijdigheid van de bestuurlijke informatievoorziening, de rechtmatigheid van beheershandelingen en op misbruik en oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke regelingen. Een en ander zoals is vastgelegd in het in het tweede lid vermelde interne controleplan.

  • 4.

    Het college zorgt op basis van de resultaten van de toets bedoeld in het derde lid indien nodig voor een plan van verbetering. Het college neemt op basis van het plan van verbetering maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

  • 5.

    De resultaten van de toets en het plan van verbetering worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden.

Artikel 8. Misbruik en oneigenlijk gebruik

Het college zorgt ervoor dat binnen de gemeentelijke regelingen en werkprocedures voldoende maatregelen worden getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke regelingen en eigendommen te voorkomen.

Rapportage en verantwoording

Artikel 9. Tussentijdse rapportage en informatie

  • 1.

    Het college informeert de raad door middel van bestuursrapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente van het lopende boekjaar.

  • 2.

    De bestuursrapportages verschijnen op de volgende tijdstippen:

    • a.

      de eerste rapportage rond 1 mei van het lopende begrotingsjaar;

    • b.

      de tweede rapportage rond 1 augustus van het lopende begrotingsjaar;

    • c.

      de derde rapportage rond 1 november van het lopende begrotingsjaar en

    • d.

      de vierde rapportage rond 1 februari van het volgende begrotingsjaar.

  • 3.

    De inrichting van de bestuursrapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting.

  • 4.

    De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft beleidsontwikkelingen, beleidsuitvoering, baten en lasten, projecten, stand van de reserves en voorzieningen als statistische gegevens.

  • 5.

    Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voorzover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen inzake:

    • a.

      investeringen groter dan € 25.000,-

    • b.

      aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan € 10.000,-

    • c.

      het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties.

  • 6.

    Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen indien het college nieuwe meerjarige verplichtingen aangaat waarvan de jaarlijkse lasten groter zijn dan € 10.000,-.

  • 7.

    Indien het college gebruik maakt van haar bevoegdheid om zelfstandig nieuwe (meerjarige) verplichtingen aan te gaan – conform het gestelde in het vijfde en zesde lid -, stelt het college de raad hiervan op de hoogte via de commissie waarin de financiële aangelegenheden behandeld worden (in eerstvolgende vergadering volgend op het betreffende collegebesluit).

Artikel 10. Jaarstukken

  • 1.

    Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de programma's. In de verantwoording geeft het college aan:

    • a.

      de maatschappelijke effecten (“wat is bereikt”);

    • b.

      de uitgevoerde activiteiten (“wat hebben we daarvoor gedaan”);

    • c.

      de baten en lasten (“wat heeft het gekost”);

    • d.

      Hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting gestelde doelen.

       

    • e.

      De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma's of de beleidsdoelen van de programma's voor het lopende jaar bijstelling behoeven.

Hoofdstuk 2. Financiële positie

Kaderstellen

Artikel 11. Financiële positie

  • 1.

    Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de raad heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenramingen is opgenomen.

  • 2.

    Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.

  • 3.

    De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële positie – via de begroting - de investeringskredieten.

Artikel 12. Waardering & afschrijving vaste activa

  • 1.

    Het college stelt een notitie waarderings- en afschrijvingsbeleid op, welke ter kennisname aan de raad wordt aangeboden. De notitie betreft een nadere uitwerking van onderstaande beleidsregels ten aanzien van waardering en afschrijving vaste activa en van hetgeen hieromtrent geregeld is in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV).

  • 2.

    Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst genoemden worden altijd geactiveerd.

  • 3.

    De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het BBV, worden lineair afgeschreven conform de afschrijvingstermijnen zoals opgenomen in de afschrijvingstabel van de notitie waarderings- en afschrijvingsbeleid gemeente Moerdijk. Een uitzondering vormen de materiële vaste activa met economisch nut waar een tarief tegenover staat; deze activa worden bij voorkeur op annuïteitenbasis afgeschreven.

  • 4.

    Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het BBV, worden verstaan investeringen in de openbare ruimte, zoals de aanleg, reconstructie en vervanging van wegen, waterwegen, fietspaden, voetpaden, civiele kunstwerken, verkeerslichtinstallaties, (inrichting) groen en aanleg speelplaatsen.

  • 5.

    Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden en bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie gebracht. Hiervan kan bij raadsbesluit worden afgeweken. In geval van activering bij raadbesluit wordt het actief lineair afgeschreven over de verwachte levensduur van het actief of een kortere, door de raad aan te geven tijdsduur.

  • 6.

    De raad kan besluiten tot extra afschrijven indien de levensduur van het actief korter blijkt te zijn dan verwacht.

  • 7.

    Tenzij de raad anders bepaalt is het rentepercentage voor de toerekening van de kapitaallasten gelijk aan de renteomslag. De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten wordt bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen en voorzieningen.

Artikel 13. Voorziening voor oninbare vorderingen

Voor openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid getroffen op basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden.

Artikel 14. Reserves en voorzieningen

  • 1.

    Het college biedt jaarlijks gelijktijdig met de in artikel 4 genoemde nota de (geactualiseerde) nota reserves en voorzieningen aan.

  • 2.

    De nota behandelt:

    • a.

      de vorming, besteding en hoogte (saldi) van reserves;

    • b.

      de vorming, besteding en hoogte (saldi) van voorzieningen;

    • c.

      de toerekening en verwerking van rente over de reserves en de voorzieningen.

  • 3.

    De raad stelt deze nota uiterlijk 15 juli vast.

Artikel 15. Kostprijsberekening

  • 1.

    Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten van de gemeente Moerdijk wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten.

  • 2.

    Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de compensabele BTW.

Artikel 16. Financieringsfunctie

  • 1.

    Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor:

    • a.

      het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren;

    • b.

      het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s;

    • c.

      het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen;

    • d.

      het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

  • 2.

    Het aangaan en verstrekken van leningen, het uitzetten van middelen en het verlenen van garanties wordt uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Tot de publieke taak behoren:

    • a.

      transacties met sociale werkvoorzieningsschappen;

    • b.

      transacties in het kader van publiek-private-samenwerking;

    • c.

      deelname in verbonden partijen (gemeenschappelijke regelingen en vennootschappen);

    • d.

      transacties in het kader van de Gemeentelijke Kredietbank en

    • e.

      overige instellingen waartoe de raad besluit.

  • 3.

    Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties.

  • 4.

    Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een treasurystatuut. Het college zendt het treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad.

Artikel 17. Registratie bezittingen, activa en vermogen

  • 1.

    Het college draagt zorg voor een actuele en volledige registratie van bezittingen met een waarde van € 5.000,-. In de registratie worden ook opgenomen niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met cultuurhistorische waarde en de niet- of netto-geactiveerde investeringen in de openbare ruimte.

  • 2.

    Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen en de (crediteuren-)schulden jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de vier jaar.

  • 3.

    Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De resultaten van de controle en eventuele plannen van verbetering worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden.

Hoofdstuk 3. Paragrafen

Artikel 18. Lokale heffingen

  • 1.

    Voor het vaststellen van de hoogte van de gemeentelijke tarieven, heffingen en prijzen door de raad verstrekt het college aan de raad per verordening de actueel geraamde hoeveelheden per door de gemeente verstrekte dienst, waarover de tarieven, heffingen en prijzen in rekening worden gebracht en per verordening het totaal van de geraamde kosten van de erin genoemde door de gemeente verstrekte diensten.

  • 2.

    Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf lokale heffingen verslag van:

    • a.

      de opbrengsten per lokale heffing;

    • b.

      het volume en bedrag aan kwijtscheldingen;

    • c.

      de kostendekkendheid van de rioolrechten en de afvalstoffenheffing en

    • d.

      de (ontwikkeling van de) lokale lastendruk voor eenpersoonshuishoudingen, meerpersoons-huishoudingen en bedrijven.

Artikel 19. Weerstandsvermogen en risicomanagement

  • 1.

    In de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en van de jaarstukken brengt het college de risico's (van materieel belang) in beeld en geeft een inschatting van de kans dat deze risico's zich voordoen. Hierbij wordt speciale aandacht gegeven aan:

    • a.

      tegenvallende rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt;

    • b.

      tegenvallende resultaten uit grondexploitatie

    • c.

      tegenvallende resultaten uit projecten;

    • d.

      tegenvallende realisatie op begrote subsidieverwachtingen;

    • e.

      lopende en te verwachten aansprakelijkheidsstellingen/claims van derden;

    • f.

      nog niet getaxeerde kosten van (vermoede) milieuverontreiniging;

    • g.

      overschrijding openeinde regelingen en subsidies;

    • h.

      dreigend faillissement van verbonden partijen;

    • i.

      dreigend faillissement van derden bij wie borgstellingen, garanties, leningen of vorderingen uitstaan.

  • 2.

    Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit en in hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico's van materieel belang met de weerstandscapaciteit kunnen worden opgevangen.

Artikel 20. Onderhoud kapitaalgoederen

  • 1.

    Het college biedt aan de raad een (geactualiseerde) nota Kernbeheerproducten aan. De raad stelt de nota vast binnen twee maanden nadat de nota is aangeboden.

  • 2.

    De (geactualiseerde) nota Kernbeheerproducten geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau, de normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag ten aanzien van de volgende kernbeheerproducten:

    • a.

      wegen

    • b.

      groen

    • c.

      openbare verlichting

    • d.

      gebouwen en

    • e.

      buitensportaccommodaties.

  • 3.

    Het college biedt aan de raad een (geactualiseerd) Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) aan. De raad stelt het (geactualiseerd) GRP vast binnen twee maanden nadat het plan is aangeboden.

  • 4.

    Het GRP geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau en de uitbreiding van de riolering alsmede de kwaliteit van het milieu en eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag.

  • 5.

    Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van het geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan de kernbeheerproducten (genoemd in het eerste lid) en aan de riolering.

Artikel 21. Financiering

Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf financiering in ieder geval verslag van:

  • a.

    de rentevisie;

  • b.

    de financieringsbehoefte voor het komende jaar;

  • c.

    de kasgeldlimiet;

  • d.

    de renterisico norm en

  • e.

    de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie.

Artikel 22. Bedrijfsvoering

  • 1.

    In de bedrijfsvoeringsparagraaf in de begroting wordt ingegaan op de actuele onderwerpen die aandacht behoeven. In de bedrijfsvoeringsparagraaf bij de jaarstukken wordt gerapporteerd over de bij de begroting bepaalde onderwerpen aangaande de bedrijfsvoering alsmede over nieuwe ontwikkelingen.

  • 2.

    Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld in artikel 213a Gemeentewet.

Artikel 23. Verbonden partijen

  • 1.

    Het college biedt aan de raad een (geactualiseerde) nota verbonden partijen aan. De raad stelt de nota vast binnen twee maanden nadat de nota is aangeboden.

  • 2.

    Van elk van de verbonden partijen wordt weergegeven het openbaar belang, de financiële positie en het financieel belang en de zeggenschap van de gemeente.

  • 3.

    De nota bevat voorts de kaders voor het beleid aangaande (het aangaan van nieuwe) participaties met name de condities waaronder het publiek belang is gediend met behartiging door verbonden partijen, de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verbonden partijen en de financiële voorwaarden.

  • 4.

    De paragraaf verbonden partijen in de begroting en de jaarstukken bevat een (actueel) overzicht van alle verbonden partijen waarin de gemeente deelneemt, waarin in ieder geval (per verbonden partij) vermeld wordt het financieel beslag in de begroting c.q. jaarrekening.

  • 5.

    De paragraaf verbonden partijen in de begroting en jaarstukken gaat verder in ieder geval in op nieuwe verbonden partijen, het beëindigen van bestaande verbonden partijen, het wijzigen van bestaande verbonden partijen en eventuele problemen bij bestaande verbonden partijen.

Artikel 24. Grondbeleid

  • 1.

    Het college biedt aan de raad een (geactualiseerde) nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast binnen twee maanden nadat de nota is aangeboden.

  • 2.

    In de (geactualiseerde) nota grondbeleid wordt aandacht besteed aan:

    • a.

      de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente;

    • b.

      de strategische visie ten aanzien van woningbouw en industrie;

    • c.

      de visie met betrekking tot te ontwikkelen projecten;

    • d.

      het beleid ten aanzien van de voorraadverwerving en uitgifte van gronden;

    • e.

      het beleid ten aanzien van de grondprijzen;

    • f.

      de reservestructuur;

    • g.

      de wijze van winstneming en

    • h.

      de wijze van kostentoerekening.

  • 3.

    In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken wordt ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid, met name de belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals verlies-/winstverwachtingen, de vermogenspositie/weerstandsvermogen, de verwerving van gronden en de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten.

Artikel 25. Verstrekking subsidies

  • 1.

    Het college biedt aan de raad een (geactualiseerde) subsidienota aan. De raad stelt de nota vast binnen twee maanden nadat de nota is aangeboden.

  • 2.

    De (geactualiseerde) subsidienota bevat het kader voor de verstrekking van gemeentelijke subsidies.

  • 3.

    Bij de begroting en de jaarstukken voegt het college een overzicht van de toe te kennen respectievelijk toegekende gemeentelijke subsidies.

Hoofdstuk 4. Financiële organisatie en administratie

Artikel 26. Administratie

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:

  • a.

    het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente;

  • b.

    het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en schulden, enz.;

  • c.

    het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het maken van kostencalculaties;

  • d.

    het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving;

  • e.

    het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving;

  • f.

    de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.

Artikel 27. Financiële administratie

Het college draagt er zorg voor dat:

  • a.

    de inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet aan het BBV en andere relevante wet- en regelgeving;

  • b.

    de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeenten.

Artikel 28. Financiële organisatie

Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast:

  • a.

    een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken;

  • b.

    een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;

  • c.

    de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

  • d.

    de regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van leveringen tussen de diverse onderdelen van de gemeentelijke organisatie;

  • e.

    de te maken afspraken met de diverse onderdelen van de gemeentelijke organisatie over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen.

Artikel 29. Aanbesteding en inkoop

  • 1.

    Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie.

  • 2.

    Het college brengt de regels voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten ter kennisname aan de raad.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 30. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening, treedt behoudens artikel 4, in werking per 16 mei 2011.

  • 2.

    Artikel 4 treedt in werking per 1 januari 2012.

  • 3.

    De “financiële verordening gemeente Moerdijk 2005” wordt per 16 mei 2011 ingetrokken.

Artikel 31. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële verordening gemeente Moerdijk”.

Vastgesteld in de vergadering van de raad d.d. 28 april 2011,

de griffier,de voorzitter,

J.A.M. HereijgersDrs. J.H. Mans