Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Rozendaal

Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Rozendaal
Officiële naam regelingVerordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden
CiteertitelVerordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Artikel 9, lid 3, werkt terug t/m 25 april 2006

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet,art44,lid2en3,95t/m99
  2. Rechtspositiebesluit wethouders
  3. Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

26-09-200920-12-2014Onbekend

22-09-2009

In de Roos, 25-9-2009

Archief gemeente Rozendaal, code-2.07.51.52

Tekst van de regeling

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Rozendaal;

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 september 2009, nr. wp09-52;

Gelet op het bepaalde in de artikelen 44, tweede tot en met 5e lid, 95 tot en met 99 en 147 van de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;

BESLUIT

vast te stellen de navolgende: Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden

Hoofdstuk I Begripsomschrijvingen

Artikel 1

Deze verordening verstaat onder:

Vaste raadscommissie: de commissie van advies als genoemd in de Commissieverordening gemeente Rozendaal;

Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb.243;

Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb.244;

Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders;

Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr. AB 87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212;

Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.56;

Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181;

Raadslid: lid van de gemeenteraad van Rozendaal

Hoofdstuk II Voorzieningen voor raadsleden

Artikel 2

Vergoeding voor de werkzaamheden

De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor de gemeente in tabel I vastgestelde maximum.

Artikel 3

Onkostenvergoeding

  • 1.

    De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten is gelijk aan het voor de gemeente geldende bedrag vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.

  • 2.

    Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding gelijk aan het voor de gemeente geldende bedrag vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.

  • 3.

    Indien een raadslid wordt aangewezen als vertegenwoordiger of plaatsvervangend vertegenwoordiger van de gemeente in het bestuursorgaan van een gemeenschappelijke regeling en deze instantie presentiegeld vergoedt, kan het raadslid dit presentiegeld behouden.

Artikel 4

Berekening en betaling vaste vergoedingen

  • 1.

    Hij, die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest.

  • 2.

    De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, geschiedt in maandelijkse termijnen.

Artikel 5

Reiskosten

  • 1.

    Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:

    • a.

      bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige

vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten;

b.bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid

gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders.

Artikel 6

Verblijfkosten

De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfkosten ter zake van reizen buiten het

grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden aan het raadslid vergoed.

Artikel 7 Cursus, congres, seminar of symposium

  • 1. De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente.

  • 2. Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap.

Artikel 8

Spaarloonregeling/levensloopregeling

  • 1.

    Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.

  • 2.

    Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.

  • 3.

    Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.

  • 4.

    Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.

Artikel 8a

Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte

  • 1.

    De artikelen 2, 3, 4 en 8 blijven van toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op grond van artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepalingen van toepassing is.

  • 2.

    De artikelen 1 t/m 7 van deze verordening zijn van toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een raadslid dat ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft verkregen wegens zwangerschap of ziekte.

    Hoofdstuk III Voorzieningen voor wethouders

Artikel 9

  • 2.

    Onkostenvergoeding

    • 1.

      De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschap verbonden kosten is gelijk aan het voor de gemeente geldende bedrag vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit wethouders.

    • 2.

      Indien een (parttime) wethouder wordt aangewezen als vertegenwoordiger of plaatsvervangend vertegenwoordiger van de gemeente in het bestuursorgaan van een gemeenschappelijke regeling en deze instantie presentiegeld vergoedt, kan de wethouder dit presentiegeld behouden.

Artikel 10

  • 2.

    Zakelijke reiskosten

    Aan de wethouder wordt vergoeding verleend voor gemaakte reiskosten ter zake van reizen ten behoeve van de gemeente. De vergoeding betreft:

    a.bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige

    vergoeding van de reiskosten;

    b.bij gebruik van een eigen personenauto: een vergoeding als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders.

Artikel 11

  • 2.

    Verblijfkosten

    De wethouder worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfkosten ter zake van reizen, bedoeld in artikel 10, vergoed.

Artikel 12

  • 2.

    Buitenlandse dienstreis

    • 1.

      Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt, worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed.

    • 2.

      Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden.

Artikel 13 Cursus, congres, seminar of symposium

  • 1. De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente.

  • 2. De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder.

Artikel 14

Mobiele telefoon voor zakelijk gebruik

  • 1.

    Aan de wethouder wordt voor de uitoefening van zijn ambt ten behoeve van zakelijk gebruik op aanvraag een mobiele telefoon ter beschikking gesteld.

  • 2.

    Aan de wethouder die zijn eigen mobiele telefoon eveneens wil gebruiken voor de uitoefening van zijn ambt worden de vaste kosten van het abonnement vergoed.

Artikel 15

Spaarloonregeling/ levensloopregeling

  • 1.

    De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.

  • 2.

    De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964

  • 3.

    Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.

  • 4.

    Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.

Artikel 15a

Fietsregeling

  • 1.

    De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel vaste onkostenvergoeding dan wel eindejaarsuitkering verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.

  • 2.

    Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.

Hoofdstuk III Voorzieningen voor commissieleden

Artikel 16

Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen

De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de vaste raadscommissie bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is voor het lid dat niet tevens raadslid is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in tabel IV van dat besluit voor de gemeente geldende vastgestelde maximum.

Artikel 17

Reiskosten

1.De ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het

grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur

worden aan het commissielid vergoed.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:

  • a.

    bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige

    vergoeding van de in redelijkheid gemaakte reiskosten;

  • b.

    bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid

gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders.

Artikel 18

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van de bekendmaking, met dien verstande dat artikel 9, lid 2 terugwerkt tot en met 25 april 2006;

  • 2.

    Met ingang van de in het eerste lid bedoelde datum vervalt de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Rozendaal, vastgesteld bij raadsbesluit van 19 juni 2007.