Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Rozendaal

Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Rozendaal

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Rozendaal
Officiële naam regelingVerordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Rozendaal
CiteertitelVerordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Rozendaal
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Participatiewet, art 6, lid 2

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2015Nieuwe regeling

28-10-2014

Gemeenteblad 2014-11 d.d. 7-11-2014

MJ-14-38

Tekst van de regeling

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Rozendaal;

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 oktober 2014, nummer MJ-14-38;

Gelet op artikel 6, tweede lid van de Participatiewet;

BESLUIT:

Vast te stellen de navolgende verordening:

Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Rozendaal

Artikel 1 Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort

  • 1. Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie.

  • 2. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:

    • a.

      een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;

    • b.

      die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en

    • c.

      die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.

Artikel 2. Vaststelling loonwaarde

Het college gebruikt de hieronder omschreven wijze om de loonwaarde van een persoon vast te stellen.

Het college maakt gebruik van de loonwaardemethodiek die met de samenwerkende gemeenten in regio Arnhem is afgesproken. Binnen het regionale Werkbedrijf worden afspraken gemaakt over de minimumeisen waaraan een methode ter bepaling van de loonwaarde moet voldoen. Als de afspraken over minimumeisen binnen het Werkbedrijf niet of niet tijdig voor de inwerkingtreding van de Participatiewet tot stand zijn gekomen, worden de minimumeisen gevolgd die de regering in lagere regelgeving heeft vastgelegd.

De te hanteren loonwaardemethodiek voldoet aan de volgende wettelijke eisen:

  • §

    De loonwaarde hangt niet af van degene die de loonwaarde bepaalt;

  • §

    Het is transparant hoe de loonwaarde tot stand is gekomen;

  • §

    De methode is inzichtelijk beschreven;

  • §

    De methode is betrouwbaar;

  • §

    De methode bevat richtlijnen om te komen tot de loonwaarde van een werknemer op een werkplek, die de prestatie van de werknemer weergeeft;

De werkwijze van deze methodiek bestaat uit de volgende kenmerken:

  • §

    De loonwaarde wordt gemeten op de werkplek tijdens de proefplaatsing;

  • §

    De loonwaardemeting wordt uitgevoerd door een onafhankelijk deskundige;

  • §

    De loonwaardemeting analyseert de mogelijkheden van de betrokkene en de vraag van de werkgever op basis van competenties, vaardigheden en functiespecifieke activiteiten.

  • §

    Zowel de werkgever als de werknemer worden betrokken bij de loonwaardemeting;

  • §

    De loonwaardemeting geeft zowel inzicht in de mate van productiviteit van de betrokkene als de begeleidingsbehoefte;

  • §

    De uitkomst van de loonwaardemeting geeft een advies over de hoogte van het percentage van de loonsom dat voor subsidie in aanmerking komt.

Artikel 3. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Rozendaal.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Rozendaal in zijn openbare vergadering van 28 oktober 2014

De griffier, De voorzitter,

K.M.Schaap Drs.J.H.Klein Molekamp