Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Steenwijkerland

Verordening op de heffing en invordering van markt- en staangeld 2015

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Steenwijkerland
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering van markt- en staangeld 2015
CiteertitelVerordening markt- en staangeld Steenwijkerland 2015
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze verordening vervangt de Verordening markt- en staangeld Steenwijkerland 2014.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

12-12-201417-12-2016Nieuwe regeling

11-11-2014

Gemeenteblad 2014, nr. 74106

2014/72d

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van markt- en staangeld 2015

De raad van de gemeente Steenwijkerland;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 september 2014, nummer 2014/72;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet;

b e s l u i t :

vast te stellen de volgende verordening:

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN MARKT- EN STAANGELD 2015.

(Verordening markt- en staangeld Steenwijkerland 2015).

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    standplaats: de op en voor de duur van een markt door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel;

  • b.

    marktdag: de dag waarop de markt gehouden wordt, waarbij de voor de markt bestemde dagen afzonderlijk beschouwd worden;

  • c.

    dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als gehele dag geldt;

  • d.

    week: een kalenderweek;

  • e.

    kwartaal: een kalenderkwartaal;

  • f.

    marktgeld: een heffing voor het innemen van een standplaats op het voor het houden van de wekelijkse warenmarkt bestemde terrein;

  • g.

    staangeld: een heffing voor het innemen van een standplaats op het daartoe aangewezen terrein anders dan de wekelijkse warenmarkt.

Artikel 2 Belastbare feiten

  • 1. Onder de naam “marktgeld” wordt een recht geheven voor het toewijzen van een standplaats en het hebben van een vaste standplaats op de algemene weekmarkt en voor het innemen van een standplaats op traditionele jaarmarkten.

  • 2. Onder de naam “staangeld” wordt een recht geheven voor het toewijzen van een standplaats en het hebben van een vaste standplaats op de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, anders dan bedoeld in het eerste lid en met uitzondering van kermisinrichtingen geplaatst op het voor het houden van kermissen aangewezen gedeelte van het Gedempte Steenwijkerdiep.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is degene, die een standplaats is toegewezen of inneemt.

Artikel 4 Grondslag van heffing

De grondslag van de heffing is het aantal vierkante meters ingenomen standplaats.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en tarief

  • 1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1. De rechten als bedoeld in artikel 2 zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel een vrijstelling genoemd in artikel 7 vervalt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel een vrijstelling genoemd in artikel 7 van toepassing wordt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 7 Vrijstellingen

Geen staangeld wordt geheven ter zake van:

  • a.

    het innemen van standplaatsen ten behoeve van een ideëel doel door instellingen of personen die beschikken over een vergunning van het college van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening Steenwijkerland 2009;

  • b.

    het innemen van standplaatsen tijdens niet door of vanwege de gemeente Steenwijkerland georganiseerde evenementen, uitsluitend indien het betreft standplaatsen op die gemeentegronden waarop deze evenementen worden gehouden.

Artikel 8 Wijze van heffing en termijnen van betaling

  • 1. De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

  • 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten het markt- en het staangeld worden betaald:

    • a.

      bij uitreiking van de in het eerste lid genoemde kennisgeving: op het moment van uitreiking van deze kennisgeving;

    • b.

      bij toezending van de in het eerste lid genoemde kennisgeving: binnen twee weken na de dagtekening van deze kennisgeving.

  • 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het tweede lid gestelde termijnen.

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van het markt- en het staangeld wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van het markt- en het staangeld.

Artikel 11 Overgangsrecht

De “Verordening markt- en staangeld Steenwijkerland 2014”, vastgesteld bij raadsbesluit van 12 november 2013, nummer 2013/82g, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening markt- en staangeld Steenwijkerland 2015”.

Ondertekening

De raad voornoemd,

de griffier, A. ten Hoff

de voorzitter, M.A.J. van der Tas

TARIEVENTABEL behorende bij de “Verordening markt- en staangeld Steenwijkerland 2015”.

HOOFDSTUK 1 MARKTGELD EN STAANGELD

1.1Het marktgeld of staangeld bedraagt per vierkante meter per standplaats:  
1.1.1voor het toewijzen van een standplaats op de algemene weekmarkt op de daartoe aangewezen dag, dan wel op een daartoe aangewezen andere plaats dan de algemene weekmarkt, per dag€ 0,28;
1.1.2voor het hebben van een vaste standplaats op de algemene weekmarkt op de daartoe aangewezen dag:  
1.1.2.1per kalenderkwartaal€ 2,57;
1.1.2.2per kalenderjaar€ 10,20;
1.1.3voor het innemen van een standplaats op een traditionele jaarmarkt, per dag€ 1,27,
met een minimum van€ 7,65.

Behorende bij raadsbesluit van 11 november 2014.

De griffier van Steenwijkerland,