Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Uden

Sociaal Statuut gemeente Uden 2012 versie 20130116

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieUden
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingSociaal Statuut gemeente Uden 2012 versie 20130116
CiteertitelSociaal Statuut gemeente Uden 2012 versie 20130116
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

N.v.t.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

25-04-2013Nieuwe regeling

05-02-2013

Udens Weekblad 24-04-2013

Collegebesluit 05-02-2013

Tekst van de regeling

Intitulé

Sociaal Statuut gemeente Uden 2012 versie 20130116

 

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Algemeen

Artikel 1:1

Het doel van het Sociaal Statuut is het vastleggen van regels die van toepassing zijn bij organisatiewijzigingen, privatiseringen, publiekrechtelijke taakoverhevelingen of samenwerkingsverbanden.

Het Sociaal Statuut beoogt tevens het zo goed mogelijk opvangen van de personele gevolgen bij de hierboven genoemde wijzigingen of veranderingen. Aanvullend op het Sociaal Statuut zal bij een daadwerkelijke verandering in overleg met de commissie voor Georganiseerd Overleg en de Ondernemingsraad, indien nodig, een Sociaal Plan worden opgesteld. In dit Sociaal Plan worden afspraken en maatregelen afgesproken om de verdere gevolgen van een verandering te regelen.

Dit Sociaal Statuut geldt ten aanzien van de bestaande Arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Uden als een bijzondere regeling. De bestaande Arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Uden blijft gelden voor zover het Sociaal Statuut van toepassing is en geen afwijkingen bevat.

Het Sociaal Statuut is niet van toepassing bij een organisatiewijziging als gevolg van een gemeentelijke herindeling.

Definities

Artikel 1:2

In dit Sociaal Statuut wordt verstaan onder:

Ambtenaar : de ambtenaar in de zin van artikel 1:1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Uden (CAR-UWO).

Ambtenaar in vaste dienst : de ambtenaar in de zin van artikel 1:1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Uden (CAR-UWO) met een vaste aanstelling.

Ambtenaar in tijdelijke dienst : de ambtenaar in de zin van artikel 1:1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Uden (CAR-UWO) met een tijdelijke aanstelling.

Bezoldiging : de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder c, van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Uden (CAR-UWO).

Bezwarencommissie : de commissie voor de behandeling van bezwaren personele aangelegenheden van de gemeente Uden.

CAR-UWO : Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst voor de sector Gemeenten.

College : burgemeester en wethouders van de gemeente Uden.

Functie : het geheel van de laatst vastgestelde werkzaamheden, die een ambtenaar volgens de generieke functiebeschrijving verricht. .

Geschikte functie : een functie die niet valt onder het begrip "passend", maar die de ambtenaar bereid is te vervullen en de werkgever bereid is aan te bieden.

Georganiseerd Overleg : de commissie voor georganiseerd overleg zoals bedoeld in artikel 12:1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR-UWO) gemeente Uden.

Herplaatsingkandidaat : kandidaat die voorrang heeft bij interne vacatures, mits deze kandidaat op basis van de functie-eisen geschikt is voor de vacature.

Ondernemingsraad : de ondernemingsraad zoals bedoeld in artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden.

Ongewijzigde functie : een functie die gelijk is of nagenoeg gelijk is aan de functie die de ambtenaar voor de organisatiewijziging vervulde.

Organisatiewijziging : een belangrijke inkrimping of wijziging van de werkzaamheden van de gemeente (of een onderdeel daarvan) of een belangrijke wijziging van de laatst vastgestelde organisatiestructuur van de gemeente (of een onderdeel daarvan), die niet van tijdelijke aard is en die personele gevolgen met zich meebrengt. Onder belangrijk wordt verstaan een organisatiewijziging waarbij 1 of meer ambtenaren zijn betrokken.

Outplacement : De begeleiding door een externe, op kosten van de werkgever, met als doel het verkrijgen van een nieuwe of andere functie buiten de organisatie.

Passende functie : een functie waarvan het werk en denkniveau overeenkomt met de huidige functie en die redelijkerwijs bij de ambtenaar past gelet op zijn/ haar omstandigheden en de voor hem / haar bestaande vooruitzichten. Onder omstandigheden en vooruitzichten wordt verstaan: interesse, capaciteiten, ervaring, leeftijd, gezondheidstoestand, scholing, salaris, salarisaanspraken en vastgestelde promotiemogelijkheden. Een passende functie is in beginsel van dezelfde of een hogere functieschaal dan die van de oude functie. Tijdens de eerste zes maanden van de herplaatsingtermijn kan een functie die maximaal één functieschaal lager is gewaardeerd dan de oude functie ook als passende functie gelden, onverminderd de eisen die gesteld worden aan een passende functie. Na het verstrijken van die termijn, kan ook een functie die twee functieschalen lager is dan die van de oude functie als passende functie worden aangemerkt, onverminderd de eisen die gesteld worden aan een passende functie.

Passende werkzaamheden : werkzaamheden die redelijkerwijs bij de ambtenaar passen gelet op zijn/ haar omstandigheden en de voor hem/ haar bestaande vooruitzichten.

Personele gevolgen : gevolgen voor de functie of de rechtspositie van de betrokken ambtenaren.

Plaatsingcommissie : de commissie als bedoeld in artikel 3:3.

Privatisering : organisatiewijziging die het gevolg is van de verzelfstandiging van een deel van de organisatie tot een nieuwe (privaatrechtelijke) rechtspersoon of de overdracht van een deel van de organisatie aan een derde (privaatrechtelijke) partij.

Publiekrechtelijke

taakoverheveling : organisatiewijziging die het gevolg is van de overheveling van een deel van de organisatie naar een ander publiekrechtelijk orgaan.

Van Werk Naar Werk traject : het traject als bedoeld in paragraaf 5 van hoofdstuk 10d van de CAR-UWO van een in vaste dienst aangestelde ambtenaar, wat start op het moment dat het besluit tot boventalligverklaring inwerking is getreden als gevolg van een voorgenomen organisatiewijziging. Doel is om werkloosheid zoveel als mogelijk te voorkomen.

Salaris : het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder b, van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Uden (CAR-UWO).

Salarisperspectief : de opeenvolgende periodieken van de salarisschaal waarin de ambtenaar is ingedeeld dan wel de salarisschaal en het perspectief dat verbonden is aan de generieke functie van de ambtenaar tot en met het hoogste bedrag van de functieschaal en eventueel schriftelijk vastgelegde extra individuele salarisafspraken.

Samenwerkingsverband : organisatiewijziging die het gevolg is van het samenwerken en daarmee functioneel samenvoegen van een deel van de organisatie met een andere organisatie of organisaties.

Sociaal plan : nadere afspraken, gebaseerd op en aanvullend op dit sociaal statuut, om de sociale en financiële gevolgen, voortvloeiend uit de organisatiewijziging van betrokken ambtenaar zorgvuldig te regelen.

Toelagen : de toelagen, niet zijnde persoonlijke of garantietoelagen, waarmee het salaris wordt vermeerderd als gevolg van het bezoldigingsbesluit van de gemeente Uden. Hieronder wordt niet verstaan onkostenvergoedingen.

Voorkeursfunctie : Een functie waarvan de ambtenaar te kennen geeft deze bij voorkeur te willen vervullen.

Werkgever/college : het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Uden.

Uitgangspunten

Artikel 1:3

Bij het dreigend verlies van een baan voor de in vaste dienst aangestelde ambtenaar, als gevolg van een interne organisatiewijziging, privatisering of taakoverheveling dan wel als gevolg van een samenwerkingsverband, is het uitgangspunt dat de ambtenaar en de werkgever samen verantwoordelijk zijn voor het vinden van een nieuwe functie of baan.

Uitgangspunt is van werk naar werk.

Wanneer als gevolg van een voorgenomen organisatiewijziging de functie van de ambtenaar komt te vervallen dan wel wanneer er sprake is van inkrimping van functies, wordt de betreffende ambtenaar door de werkgever als boventallig verklaard. Op het moment dat het besluit tot boventalligverklaring in werking treedt, start de Van Werk Naar Werk fase (VWNW-traject), zoals dat staat omschreven in paragraaf 5 van hoofdstuk 10d van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Uden (CAR-UWO).

De boventallig verklaarde ambtenaar is voorrangskandidaat bij interne vacatures.

De werkgever en de ambtenaar spannen zich samen in om werkloosheid te voorkomen. De inspanningen zijn gericht op plaatsing op een passende dan wel geschikte functie, of aanvaarding van een functie buiten de organisatie.

Tevens kan, afhankelijk van de situatie de Van Werk Naar Werk fase met maximaal 6 maanden worden verlengd.

In artikel 4:8 van dit Sociaal Statuut is voor de boventallig verklaarde ambtenaar de mogelijkheid opgenomen tot afkoop van het Van Werk Naar Werk traject. Afkoop kan plaatsvinden, onder voorbehoud van ontslag op eigen verzoek, door te kiezen voor een periode van buitengewoon of een stimuleringspremie.

Mocht onverhoopt toch de ambtenaar worden ontslagen zonder dat er een nieuwe functie of werkkring is, dan zal de werkgever, na de datum van ontslag, nog maximaal één jaar inspannen om de betreffende ambtenaar weer aan een nieuwe functie of werkkring te helpen.

Artikel 1:4

De tijdelijke aanstellingen van de in tijdelijke dienst aangestelde ambtenaren worden als eerste, in geval van dreigend onafwendbaar verlies van banen als gevolg van een interne organisatiewijziging, privatisering of taakoverheveling dan wel als gevolg van een samenwerkingsverband, tussentijds doch uiterlijk op de datum waarop de tijdelijke aanstelling van rechtswege afloopt beëindigd. De gemeente Uden zal ook ten aanzien van deze tijdelijk aangestelde ambtenaren alle binnen haar mogelijkheden liggende inspanningen plegen om instroom in de werkloosheid te voorkomen.

De periode van de inspanningsverplichting voor deze groep van ambtenaren bedraagt:

  • -

    bij een tijdelijke aanstelling van 1 jaar: maximaal drie maanden tot na het einde van de aanstelling;

  • -

    bij een tijdelijke aanstelling van 2 jaar: maximaal zes maanden tot na het einde van de aanstelling;

  • -

    bij een tijdelijke aanstelling van 3 jaar: maximaal negen maanden tot na het einde van de aanstelling.

Hoofdstuk 2 Procedurele bepalingen

ONDERZOEK NAAR ORGANISATIEWIJZIGING

Artikel 2:1
  • 1.

    Als de werkgever voornemens is de mogelijkheid en wenselijkheid van een organisatiewijzing te onderzoeken, worden de ondernemingsraad en de betrokken ambtenaren in een vroeg stadium op de hoogte gesteld en in het proces betrokken.

  • 2.

    Het tijdstip van kennisgeving is dusdanig, dat de ondernemingsraad zijn mening en advies over het onderzoek kenbaar kan maken.

  • 3.

    De betrokken ambtenaren en de ondernemingsraad worden zo veel mogelijk betrokken bij de uitvoering van het onderzoek. Bovendien worden zij tussentijds op de hoogte gehouden van de vorderingen van het onderzoek..

  • 4.

    De schriftelijke eindrapportage van het onderzoek wordt ter kennisneming toegezonden aan de betrokken ambtenaren en het georganiseerd overleg. De schriftelijke eindrapportage van het onderzoek wordt voor advies toegezonden aan de ondernemingsraad.

Extern advies

Artikel 2:2

Indien de werkgever voornemens is om over de wenselijkheid van de organisatiewijziging extern advies te vragen, wordt de ondernemingsraad in de gelegenheid gesteld te adviseren over de adviesopdracht, op basis van artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden.

Advies ondernemingsraad over organisatiewijziging

Artikel 2:3
  • 1.

    Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de organisatiewijziging, wordt de ondernemingsraad schriftelijk om advies gevraagd, conform artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden.

  • 2.

    De adviesaanvraag bevat een heldere omschrijving van het voorgenomen besluit, de beweegredenen van het besluit, de personele gevolgen van het besluit en de naar aanleiding daarvan te nemen personele maatregelen.

  • 3.

    Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat dit advies nog van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.

Overleg over de personele gevolgen en maatregelen

Artikel 2:4
  • 1.

    Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de organisatiewijziging, wordt in het georganiseerd overleg overleg gevoerd over de personele, inclusief sociale financiële, gevolgen van het besluit en de naar aanleiding daarvan te nemen maatregelen.

  • 2.

    Als het georganiseerd overleg van mening is dat de organisatiewijziging zodanig ingrijpende personele gevolgen met zich meebrengt dat hierover aanvullende afspraken moeten worden gemaakt, wordt door de werkgever een sociaal plan opgesteld. Over dit sociaal plan moet in het georganiseerd overleg overeenstemming worden bereikt.

  • 3.

    De leden van het georganiseerd overleg worden tussentijds bijeen geroepen of schriftelijk geraadpleegd als de omstandigheden een versnelde procedure vereisen.

Taakverdeling tussen ondernemingsraad en georganiseerd overleg

Artikel 2:5

Ten aanzien van de medezeggenschap is het streven, dat facetten die gedurende het proces van organisatiewijziging aan bod komen, primair worden behandeld door één orgaan. Per facet wordt, indien nodig, nadere afspraken gemaakt met het georganiseerd overleg en met de ondernemingsraad.

Kennisgeving en uitvoering besluit

Artikel 2:6
  • 1.

    Een definitief besluit tot wijziging van de organisatie, wordt zo spoedig mogelijk meegedeeld aan het georganiseerd overleg, de ondernemingsraad, de betrokken ambtenaren. Daarbij wordt tevens ingegaan op de personele gevolgen van het besluit.

  • 2.

    Als in het besluit wordt afgeweken van het advies van de ondernemingsraad, zal deze afwijking duidelijk worden gemotiveerd. De uitvoering van het besluit tot organisatiewijziging wordt in dit geval uitgesteld tot op zijn vroegst een maand nadat de ondernemingsraad van het besluit in kennis is gesteld, op basis van artikel 25, zesde lid, van de Wet op de ondernemingsraden.

Medewerking ambtenaar

Artikel 2:7
  • 1.

    De ambtenaar dient alle medewerking te verlenen die nodig is voor de juiste toepassing van het Sociaal Statuut. Hij/ zij is verplicht, alle hiervoor noodzakelijke inlichtingen en relevante gegevens tijdig en naar waarheid te verstrekken.

  • 2.

    De ambtenaar dient zich tot het uiterste in te spannen om de toegewezen passende of geschikte functie dan wel werkzaamheden naar behoren uit te oefenen.

Hoofdstuk 3 plaatsingprocedure

Algemeen

Artikel 3:1
  • 1.

    Voorafgaand aan de plaatsingprocedure wordt aan alle betrokken ambtenaren informatie verstrekt over het plaatsingsproces, de nieuwe structuur, het functieboek en de daaraan gekoppelde functies inclusief functiebeschrijving en salarisniveau of salarisindicatie van de functies. Tevens ontvangt iedere betrokken ambtenaar van de werkgever een brief met daarin een inventarisatie van de op dat moment voor hem/ haar geldende functie en de daaraan op dat moment voor hem/ haar geldende arbeidsvoorwaarden.

  • 2.

    Indien van toepassing, kunnen de betrokken ambtenaren via een formulier hun belangstelling voor de in de nieuwe structuur aanwezige functies kenbaar maken. In het zgn. belangstellingsformulier kan de ambtenaar maximaal drie functies aangeven.

  • 3.

    Het doel van het plaatsingsproces is om enerzijds een kwalitatief zo goed mogelijke organisatie in te richten en anderzijds te zorgen voor een optimale match van mens en functie.

Plaatsingscommissie

Artikel 3:3
  • 1.

    Bij organisatiewijzigingen met personele gevolgen, benoemt het college een plaatsingscommissie bestaande uit:

    • a.

      1 lid aan te wijzen door het college

    • b.

      1 lid aan te wijzen door de vakorganisaties

    • c.

      1 lid aan te wijzen door de leden genoemd onder a en b, zijnde een onafhankelijke derde die tevens fungeert als voorzitter van de commissie

    • d.

      1 adviseur van P&O, zonder stemrecht, die tevens fungeert als secretaris van deze commissie.

Ambtenaren en bestuurders van de gemeente Uden kunnen niet als lid van deze commissie worden aangewezen.

  • 2.

    De plaatsingcommissie heeft de volgende taken:

    • a.

      Het inventariseren en registreren van de belangstelling voor de in de nieuwe structuur aanwezige functies van de betreffende ambtenaar.

    • b.

      Indien van toepassing opdracht te geven tot het uitvoeren van onderzoeken om te kunnen komen tot een goed advies tot plaatsing van de betreffende ambtenaar.

    • c.

      Het adviseren van het college betreffende de plaatsing van de ambtenaar in een passende en/ of geschikte functie. Het advies is gemotiveerd en wordt schriftelijk uitgebracht. Een eventueel verschil van mening binnen de commissie wordt vermeld.

  • 3.

    De plaatsingcommissie vergadert voltallig en de vergaderingen zijn niet openbaar.

  • 4.

    Aan de plaatsingcommissie worden alle relevante stukken en informatie die nodig is voor het adequaat kunnen uitbrengen van het plaatsingadvies ter beschikking gesteld.

  • 5.

    De plaatsingcommissie heeft het recht om de betrokken ambtenaar te horen. De betrokken ambtenaar kan zich laten bijstaan door een gemachtigde. Van de hoorzittingen wordt schriftelijk verslag opgemaakt.

  • 6.

    De plaatsingscommissie kan tevens de verantwoordelijke leidinggevenden horen.

Plaatsingbesluit

Artikel 3:4
  • 1.

    Het college neemt binnen vier weken, na het uitbrengen van het advies door de plaatsingcommissie, een voorgenomen besluit tot plaatsing en brengt hiervan de ambtenaar schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte, met bijvoeging van het advies van de plaatsingscommissie.

  • 2.

    De ambtenaar kan tegen het voorgenomen besluit tot plaatsing, respectievelijk tegen het voorgenomen besluit om hem/ haar vooralsnog geen passende of geschikte functie aan te bieden, binnen vier weken na verzending van het voorgenomen besluit schriftelijk zijn/ haar zienswijze indienen bij het college. De termijn voor het indienen van de zienswijze kan op schriftelijk verzoek van de ambtenaar met maximaal twee weken worden verlengd.

  • 3.

    De ambtenaar en het college kunnen overeenkomen om voor het verschil van inzicht over het voorgenomen besluit als bedoeld in lid 1 over te gaan tot het inschakelen van een erkende onafhankelijke mediator. De kosten komen voor rekening van het college.

  • 4.

    De ambtenaar kan verzoeken om mondeling te worden gehoord door het college. Binnen twee weken wordt de ambtenaar gehoord. Van de hoorzitting wordt verslag opgemaakt. De ambtenaar kan zich laten bijstaan door een gemachtigde.

  • 5.

    Het college neemt onder afweging van eventuele ingediende zienswijzen zo spoedig mogelijk een definitief besluit tot plaatsing van de ambtenaar. De ambtenaar wordt van dit besluit schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte gesteld.

  • 6.

    De ambtenaar kan bezwaar en beroep aantekenen tegen het besluit tot plaatsing op basis van de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk 4 Algemene uitgangspunten voor sociaal beleid bij interne organisatiewijzigingen

Werkingssfeer hoofdstuk 4

Artikel 4:1

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op interne organisatiewijzigingen, niet zijnde privatiseringen, publiekrechtelijke taakoverhevelingen en organisatiewijzigingen als gevolg van samenwerkingsverbanden. Onder ambtenaar in dit hoofdstuk wordt uitsluitend verstaan de ambtenaar die is aangesteld in vaste dienst.

Werkgelegenheid bij interne organisatiewijzigingen

Van Werk Naar Werk

Artikel 4:2
  • 1.

    Het uitgangspunt is van werk naar werk en dat er geen gedwongen ontslagen plaatsvinden*.

  • 2.

    Wanneer als gevolg van een voorgenomen organisatiewijziging de functie van de ambtenaar komt te vervallen dan wel wanneer er sprake is van inkrimping van functies, wordt de betreffende ambtenaar door de werkgever als boventallig verklaard. Op het moment dat het besluit tot boventalligverklaring in werking treedt, start de Van Werk Naar Werk fase (VWNW-traject), zoals dat staat omschreven in paragraaf 5 van hoofdstuk 10d van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Uden (CAR-UWO). De boventalligverklaring eindigt na afloop van de Van Werk Naar Werk termijn (maximaal 24 maanden. Afhankelijk van de situatie kan het Van Werk Naar Werk traject met maximaal 6 maanden worden verlengd.

  • 3.

    De boventallig verklaarde ambtenaar is voorrangskandidaat bij interne vacatures.

  • 4.

    De werkgever en de ambtenaar spannen zich samen in om werkloosheid te voorkomen. De inspanningen zijn gericht op plaatsing op een passende dan wel geschikte functie, of aanvaarding van een functie buiten de organisatie.

  • 5.

    De ambtenaar verplicht zich, onverminderd het recht op bezwaar en beroep, de door de werkgever op basis van de plaatsingprocedure aangeboden functie te vervullen.

  • 6.

    De ambtenaar kan tot het volgen van noodzakelijke bij of omscholing worden verplicht, als dit noodzakelijk is voor het vervullen van de aangeboden functie.

  • 7.

    Als de ambtenaar na herhaald en zorgvuldig overleg weigert om een aangeboden functie te aanvaarden of niet meewerkt aan het vinden van een oplossing met het oog op behoud van werk, kan het college overgaan tot een ontslagbesluit.

(* CAO afspraak 2009 – 2011)

Voorkeursvolgorde bij plaatsing

Artikel 4:3
  • 1.

    De werkgever hanteert, bij het nemen van besluiten ten aanzien van de ambtenaren die betrokken zijn bij de organisatiewijziging, de onderstaande volgorde:

  • a.

    de ambtenaar blijft zijn/ haar eigen, ongewijzigde of grotendeels ongewijzigde functie vervullen (mens volgt werk).

  • b.

    de ambtenaar wordt geplaatst in een passende functie binnen de gemeentelijke organisatie.

  • c.

    de ambtenaar wordt geplaatst in een geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie.

  • 2.

    Plaatsingbesluiten vinden plaats met inachtneming van de plaatsingprocedure, zoals beschreven in hoofdstuk 3.

Uitgangspunten plaatsing

Artikel 4:4
  • 1.

    Bij het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 4:3, eerste lid onder b en c, wordt bij gebleken geschiktheid rekening gehouden met de voorkeur van de ambtenaar voor een bepaalde functie. Daartoe kan de betrokken ambtenaar zijn/ haar voorkeur voor maximaal drie vacante functies kenbaar maken.

  • 2.

    De ambtenaar werkt mee aan gesprekken en tests die nodig zijn voor het verzamelen van gegevens om de mate van geschiktheid te bepalen zoals genoemd in lid 1. De kosten van eventuele tests zijn voor rekening van de werkgever.

  • 3.

    Bij meerdere geschikt gebleken ambtenaren en een gedeelde voorkeur voor één functie is de mate van geschiktheid van de ambtenaar voor de functie het meest zwaarwegend. De mate van geschiktheid wordt bepaald door de plaatsingscommissie na het horen van de betrokken leidinggevende.

Salarisperspectief

Artikel 4:5
  • 1.

    De ambtenaar die wordt geplaatst in een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt het recht op het salaris en het salarisperspectief, zoals die voor hem/ haar golden in de oude functie.

  • 2.

    De ambtenaar die wordt geplaatst in een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt recht op zijn/ haar persoonsgebonden toelagen.

  • 3.

    Voor de ambtenaar die wordt geplaatst in een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie vervallen de functiegebonden toelagen met inachtneming van lid 4 en 5. Indien een arbeidsmarkttoelage structureel is toegekend, blijft deze behouden.

  • 4.

    Aan de ambtenaar, die als gevolg van het vervallen van de functiegebonden toelagen een blijvende verlaging van de bezoldiging ondergaat, wordt een aflopende compensatie toegekend als de ambtenaar deze toelagen gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. Als de ambtenaar de functiegebonden toelagen meer dan tien jaar heeft ontvangen, behoudt de ambtenaar de functiegebonden toelagen, tenzij de ambtenaar op eigen initiatief solliciteert en een nieuwe functie aanvaardt.

  • 5.

    Deze compensatie als bedoeld in lid 4 kent het volgende verloop:

  • a.

    het eerste jaar na de plaatsing ontvangt de ambtenaar 100% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen;

  • b.

    het tweede jaar na de plaatsing ontvangt de ambtenaar 75% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen;

  • c.

    het derde jaar na de plaatsing ontvangt de ambtenaar 50% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen;

  • d.

    het vierde jaar na de plaatsing ontvangt de ambtenaar 25% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen.

Opleidingsfaciliteiten

Artikel 4:6
  • 1.

    De ambtenaar die wordt geplaatst in een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt de rechten die hem/ haar op grond van de regeling opleidingsfaciliteiten zijn toegekend, indien hij/ zij de studie voortzet.

  • 2.

    De ambtenaar die wordt geplaatst in een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie en die in overleg met zijn/ haar nieuwe leidinggevende besluit te stoppen met zijn/ haar studie, wordt ontheven van terugbetalingsverplichtingen die voortvloeien uit de regeling opleidingsfaciliteiten.

  • 3.

    De werkgever onderzoekt of het nodig is de ambtenaar, die is overgeplaatst naar een passende of geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie, bij of om te scholen voor het vervullen van zijn/ haar nieuwe functie. De kosten van de scholing zijn voor rekening van de gemeente.

Flankerende maatregelen

Artikel 4:7

Tijdens de Van Werk Naar Werk traject kunnen werkgever en ambtenaar afspraken maken over de volgende in te zetten instrumenten of maatregelen ter ondersteuning van de ambtenaar in het realiseren van een overstap naar een functie buiten de organisatie en het opstarten van een eigen bedrijf.

Deze instrumenten of maatregelen kunnen zijn:

  • -

    Bijscholing, omscholing en persoonlijke begeleiding

  • -

    extra begeleiding door een loopbaanadviseur

  • -

    buitengewoon verlof voor het voeren van sollicitatiegesprekken

  • -

    tijdelijke detachering bij een andere organisatie (maximaal twee jaar)

  • -

    outplacementbegeleiding

  • -

    tegemoetkoming in de kosten voor het meerdere aantal te rijden kilometers tussen de oude en nieuwe standplaats voor een bepaalde periode

  • -

    ontheffing terugbetalingsverplichting van de eerder toegekende tegemoetkoming in verhuiskosten

  • -

    ontheffing terugbetalingsverplichting opleidingskosten

  • -

    ontheffing terugbetalingsverplichting ouderschapsverlof

  • -

    aanvulling op het netto maandsalaris bij acceptatie van een functie met een lager netto maandsalaris voor hetzelfde aantal uren na ontslag op eigen verzoek (maximaal twee jaar en na overleggen van bewijsstukken)

Afkoop van werk naar werk traject

Artikel 4:8
  • 1.

    De ambtenaar die als gevolg van een voorgenomen organisatiewijziging boventallig is verklaard en daarom recht heeft op een Van Werk Naar Werk traject heeft, gedurende drie maanden na de formele start van dit traject, de mogelijkheid om zijn/ haar aanspraak op de Van Werk Naar Werk traject af te kopen.

  • 2.

    Indien de ambtenaar gebruik maakt van deze afkoop, neemt de betreffende ambtenaar ontslag op eigen verzoek. Door gebruikmaking van deze afkoop en daarmee samenhangende ontslag op eigen verzoek, heeft de betreffende ambtenaar geen aanspraak op een ontslaguitkering ((bovenwettelijke) werkloosheidsuitkering) of een daarmee verbonden aanvulling op die ontslaguitkering ((bovenwettelijke) werkloosheidsuitkering).

  • 3.

    De afkoop bestaat uit een periode van buitengewoon verlof met behoud van salaris of een stimuleringspremie.

  • 4.

    De periode van buitengewoon verlof bedraagt:

  • -

    6 maanden voor boventallig verklaarde ambtenaren met minder dan 10 overheidsdienstjaren

  • -

    9 maanden voor boventallig verklaarde ambtenaren met 10 tot 20 overheidsdienstjaren

  • -

    12 maanden voor boventallig verklaarde ambtenaren met 20 of meer overheidsdienstjaren

  • 5.

    De hoogte van de stimuleringspremie bedraagt:

  • -

    6 bruto maandsalarissen voor boventallig verklaarde ambtenaren met minder dan 10 overheidsdienstjaren

  • -

    9 bruto maandsalarissen voor boventallig verklaarde ambtenaren met 10 tot 20 overheidsdienstjaren

  • -

    12 bruto maandsalarissen voor boventallig verklaarde ambtenaren met 20 of meer overheidsdienstjaren

Geen plaatsing mogelijk

Artikel 4:9
  • 1.

    Het Van Werk Naar Werk traject kan met maximaal een half jaar worden verlengd. De werkgever beslist hierover na advies van een gecertificeerd loopbaanadviseur over het vervolgtraject en er zekerheid bestaat over het zicht op een andere functie binnen of buiten de organisatie.

  • 2.

    Indien het Van Werk Naar Werk traject niet eerder is geëindigd en indien niet is besloten tot verlenging van dit traject, wordt de ambtenaar na 21 maanden in kennis gesteld van het (voorgenomen) ontslagbesluit wegens reorganisatie als bedoeld in artikel 8:3 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Uden (CAR-UWO). Dit ontslag gaat in op de eerste dag na afloop van de Van Werk Naar Werk termijn van twee jaar.

  • 3.

    Voorafgaand aan het ontslagbesluit ontvangt de ambtenaar van de werkgever informatie over de rechten en plichten.

  • 4.

    Mocht toch de ambtenaar worden ontslagen zonder dat er een nieuwe functie of werkkring is, dan zal de werkgever zich, na de datum van ontslag, nog maximaal één jaar inspannen om de ambtenaar weer aan een nieuwe functie of werkkring te helpen. Dit lid is niet van toepassing als er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 4:2, lid 7.

Niet slagen van plaatsing

Artikel 4:10
  • 1.

    De ambtenaar die als gevolg van de interne organisatiewijziging in een andere functie is geplaatst, waarvan binnen één jaar na de datum van deze plaatsing uit een beoordeling blijkt dat de ambtenaar de passende of geschikte functie niet op normaal goede wijze vervult, anders dan wegens ziekte of verwijtbaar gedrag, krijgt de status van herplaatsingkandidaat.

  • 2.

    De periode van herplaatsingkandidaat duurt maximaal 12 maanden. Gedurende die periode worden de mogelijkheden van een nieuwe plaatsing onderzocht.

  • 3.

    Blijkt de nieuwe plaatsing niet mogelijk te zijn, dan wordt de ambtenaar ontslag aangezegd. Het ontslag gaat in op de eerste dag na afloop van de periode genoemd in lid 2.

  • 4.

    Voorafgaand aan het ontslagbesluit ontvangt de ambtenaar van de werkgever informatie over de rechten en plichten.

Hoofdstuk 5 taakoverheveling, SAMENWERKINGS-VERBANDEN EN Privatisering

Werkingssfeer hoofdstuk 5

Artikel 5:1

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op publiekrechtelijke taakoverhevelingen, organisatiewijzigingen als gevolg van het aangaan van samenwerkingsverbanden met een andere organisatie of andere organisaties en privatiseringen.

Onder ambtenaar in dit hoofdstuk wordt uitsluitend verstaan de ambtenaar die is aangesteld in vaste dienst.

Werkgelegenheid bij taakoverheveling, samenwerkingsverbanden en privatisering

Artikel 5:2
  • 1.

    Het uitgangspunt is van werk naar werk en dat er geen gedwongen ontslagen plaatsvinden*.

  • 2.

    De werkgever treedt met de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke instantie in overleg over de overname van de ambtenaren van het desbetreffende organisatieonderdeel.

  • 3.

    Voordat de werkgever een besluit neemt over de detachering of de overgang van een ambtenaar naar de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke instantie, biedt hij/ zij de betrokkene de gelegenheid om zijn/ haar belangstelling kenbaar te maken voor passende functies die op dat moment vacant zijn of binnen drie maanden vacant worden in de gemeentelijke organisatie van Uden. De ambtenaar zal dan als herplaatsingkandidaat in die selectieprocedure worden betrokken.

  • 4.

    De ambtenaar verplicht zich, onverminderd het recht op bezwaar en beroep, de door de nieuwe werkgever aangeboden functie te vervullen.

  • 5.

    De ambtenaar kan tot het volgen van noodzakelijke bij of omscholing worden verplicht, als dit noodzakelijk is voor het vervullen van de aangeboden functie. De kosten hiervan worden volledig door de werkgever vergoed.

  • 6.

    Als de ambtenaar na herhaald en zorgvuldig overleg weigert om een aangeboden functie te aanvaarden of niet meewerkt aan het vinden van een oplossing met het oog op behoud van werk, kan het college overgaan tot een ontslagbesluit. De ambtenaar kan geen beroep doen op de extra inspanningsverplichting van de werkgever na de datum van ontslag, zoals bedoeld in artikel 1:3.

  • 7.

    Indien er geen plaatsing van de betrokken ambtenaar mogelijk is, dan start voor die ambtenaar het Van Werk Naar Werk traject.

(* CAO afspraak 2009 – 2011)

Sociaal plan

Artikel 5:3
  • 1.

    Als het georganiseerd overleg van mening is dat de privatisering of taakoverheveling of het aangaan van een samenwerkingsverband zodanig ingrijpende personele gevolgen met zich meebrengt dat hierover aanvullende afspraken moeten worden gemaakt, wordt door de werkgever een sociaal plan opgesteld. Over dit sociaal plan moet met het (bijzonder) georganiseerd overleg overeenstemming worden bereikt.

  • 2.

    Er worden geen definitieve besluiten genomen ten aanzien van ambtenaren voordat er overeenstemming is over het sociaal plan.

  • 3.

    Het sociaal plan bevat in ieder geval de volgende afspraken:

    • a.

      de plaatsingsprocedure;

    • b.

      de toepassing van verschillen in rechtspositionele bepalingen;

    • c.

      netto – netto garantie van het salaris en het salarisperspectief;

    • d.

      eventuele andere te verstrekken garanties, waaronder de opgebouwde jaren i.v.m. ambtsjubileum;

    • e.

      eventuele gevolgen voor pensioen;

    • f.

      tegemoetkoming in de kosten van het meerdere aantal te rijden kilometers tussen de oude en nieuwe standplaats voor een bepaalde periode.

  • 4.

    Ambtenaren die een vaste aanstelling hebben, krijgen bij de nieuwe werkgever een vaste aanstelling dan wel arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder proeftijd.

    Hoofdstuk 6: Slotbepalingen

Hardheidsclausule

Artikel 6:1

In alle gevallen waarin toepassing van het Sociaal Statuut zou leiden tot een onbillijke situatie voor een ambtenaar, kan het college van dit statuut afwijken.

Verspreiding

Artikel 6:2

Voor iedere ambtenaar werkzaam bij de gemeente Uden is dit Sociaal Statuut via Intranet inzichtelijk.

Slotbepalingen

Artikel 6:3
  • 1.

    Deze regeling wordt aangehaald als Sociaal Statuut gemeente Uden 2012 versie 20130116.

  • 2.

    Dit Sociaal Statuut treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 3.

    Het Sociaal Statuut gemeente Uden 2012 (versie 20121012), zoals is vastgesteld bij besluit van 23 oktober 2012 wordt ingetrokken.

Uden, 5 februari 2013

Aldus overeengekomen door burgemeester en wethouders van de gemeente Uden en de vertegenwoordigers van de werknemersdelegatie van de commissie GO.

Artikelgewijze toelichting sociaal statuut

Hieronder volgt een artikelsgewijze toelichting op het Sociaal Statuut, voor zover de tekst van de artikelen niet voor zichzelf spreekt.

Artikel 4:2 Van Werk naar Werk

Het Van Werk naar Werk traject start op het moment dat het besluit tot boventalligverklaring in werking is getreden en duurt twee jaar.

Dit traject bestaat uit de volgende fasen:

  • -

    Het Van Werk naar Werk onderzoek

  • -

    Het Van Werk naar Werk contract

  • -

    De uitvoering van het Van Werk naar Werk contract

  • -

    Afronding van het Van Werk naar Werk traject en evaluatie

Zie schema over Fasen van het Van Werk Naar Werk traject.

De fasen

 

Onderzoek naar wensen en ontwikkelingsmogelijkheden ambtenaar binnen en buiten de organisatie. Eventueel inschakelen van gecertificeerde loopbaanadviseur voor het verkennen van loopbaanmogelijkheden binnen en buiten de organisatie.

 

Formulering resultaatgerichte doelen en vastleggen voorzieningen die nodig zijn om de ambtenaar te stimuleren. Dit contract moet binnen 3 maanden na afronding van het onderzoek zijn vastgelegd. De inhoud kan bestaan uit : elders werkervaring opdoen, het volgen van een opleiding, begeleiding door een deskundige.

 

Na ondertekening start de uitvoering van het Van Werk Naar Werk contract. Elke 3 maanden is er een evaluatiemoment en wordt de voortgang besproken en schriftelijk vastgelegd. Inspanningen zijn gericht op plaatsing op een passende functie, een geschikte functie of aanvaarding van een functie buiten de organisatie.

 

Het Van Werk Naar Werk traject eindigt na 2 jaar of eerder na plaatsing of na ontslag op eigen verzoek of ontslag op andere gronden. Als de ambtenaar na 21 maanden niet is geplaatst in een andere functie binnen of buiten de organisatie, wordt door een gecertificeerd loopbaanadviseur een advies uitgebracht over het vervolgtraject. Het vervolgtraject kan bestaan uit : een ontslagbesluit, verlenging van het traject met maximaal ½ jaar als er zekerheid bestaat op uitzicht op een andere functie.

Door de gemeente Uden is een externe paritaire commissie Van Werk Naar Werk ingesteld. Deze commissie heeft als taak om het college, op verzoek door of namens het college of op verzoek door de betrokken ambtenaar, te adviseren over de naleving van de gemaakte afspraken, een eventuele verlenging dan wel over geschillen in het kader van het Van Werk Naar Werk traject.

De ambtenaar kan zich, indien hij of zij dat wenst, in de fasen van het Van Werk Naar Werk traject laten begeleiden door een raadsman (bijvoorbeeld vanuit de vakorganisatie of vanuit een rechtsbijstandverzekering)

Artikel 4:3 Voorkeursvolgorde bij plaatsing

Pas als na zorgvuldig onderzoek blijkt dat niet voor alle plaatsingskandidaten een passende functie kan worden gevonden, wordt het onderzoek uitgebreid naar functies die niet passend, maar wel geschikt zijn.

Als richtlijn voor het bepalen of een functie grotendeels ongewijzigd is, wordt als criterium gehanteerd dat de bestanddelen binnen de functie niet meer dan 30% mag zijn gewijzigd. Het percentage heeft dus betrekking op de inhoudelijke veranderingen van een functie (te denken valt aan verantwoordelijkheden en aard van de werkzaamheden).

Artikel 4:5 Salarisperspectief

De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie als gevolg van een organisatiewijziging behoudt zijn huidige salaris en het recht op de voor hem/ haar nog te ontvangen periodieken in die functieschaal.

Ook de persoonsgebonden toelagen worden behouden. Dit zijn toelagen die in het verleden zijn toegekend bijvoorbeeld als gevolg buitengewone bekwaamheid of verdiensten.

De functiegebonden toelagen (bijvoorbeeld de toelage voor onregelmatige diensten of voor consignatiediensten) komen te vervallen als de ambtenaar na plaatsing een functie gaat vervullen, waaraan deze toelagen niet zijn verbonden.

Om een al te plotselinge inkomensachteruitgang te voorkomen, geldt hiervoor een afbouwregeling. Deze afbouwregeling geldt alleen als er sprake is van een blijvende verlaging. Het is immers denkbaar dat bij de overgang van de oude functie naar de nieuwe de ene toelage komt te vervallen, maar een andere toelage daarvoor in de plaats komt. Alleen de daling van de totale bezoldiging (salaris plus toelagen) wordt dan afgebouwd.

Als de ambtenaar deze functiegebonden toelagen al ten minste twee jaar ontvangt, worden deze toelagen afgebouwd in vier jaar. Het eerste jaar bedraagt de vergoeding 100%, het tweede jaar 75%, het derde jaar 50% en het vierde jaar 25% (zie lid 5).

Als de ambtenaar deze functiegebonden toelagen al meer dan tien jaar ontvangt, dan behoudt de ambtenaar de functiegebonden toelagen. Deze toelagen komen alleen dan te vervallen als de ambtenaar op eigen initiatief solliciteert en een nieuwe functie accepteert.

Artikel 5:3, lid 3 Sociaal Plan

Hierin is opgenomen dat in het Sociaal Plan in ieder geval een netto – netto garantie van het salaris moet worden opgenomen. Dit betekent dat het brutosalaris bij de nieuwe werkgever zodanig moet zijn, dat het salaris na aftrek van belasting en premies (exclusief premie voor ziektekostenverzekering) minstens even hoog moet zijn als het nettosalaris bij de gemeente vóór de plaatsing. Er is hier gekozen voor een netto- netto vergelijking, omdat de berekening van bruto naar netto van ambtenaren verschilt van die van het bedrijfsleven.

In artikel 5:3, lid 3 onder f, is opgenomen dat de ambtenaar die op een andere plaats voortaan zijn/ haar werk moet gaan verrichten en daarvoor meer kilometers moet rijden ten opzichte van de oude situatie, een tegemoetkoming krijgt voor de meerdere te maken kilometers tussen de oude en nieuwe standplaats voor een bepaalde periode. Uitgangspunt hierbij is de fiscaal onbelaste kilometervergoeding.