Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Utrecht (Utr)

Beheer- en privacyverordening basisregistratie personen en gemeentelijke bevolkingsadministratie Utrecht 2014

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieUtrecht (Utr)
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeheer- en privacyverordening basisregistratie personen en gemeentelijke bevolkingsadministratie Utrecht 2014
CiteertitelBeheer- en privacyverordening basisregistratie personen en gemeentelijke bevolkingsadministratie Utrecht 2014
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking op 6 januari 2014.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet basisregistratie personen, art. 3.8, lid 1
  2. Wet basisregistratie personen, art. 3.9, lid 1
  3. Wet basisregistratie personen, art. 3.9, lid 2
  4. Wet bescherming persoonsgegevens, art. 15

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

22-05-201406-01-2014nieuwe regeling

15-05-2014

Gemeenteblad, 21-05-2014

12

Tekst van de regeling

Intitulé

Beheer- en privacyverordening basisregistratie personen en gemeentelijke bevolkingsadministratie Utrecht 2014

De raad der gemeente Utrecht, gelet op het voorstel van b. en w.

gelet artikelen 3.8, eerste lid, en 3.9, eerste en tweede lid, van de Wet basisregistratie personen en artikel 15 van de Wet bescherming persoonsgegevens;

 

BESLUIT

 

vast te stellen de volgende

 

Beheer- en privacyverordening basisregistratie personen en gemeentelijke bevolkingsadministratie Utrecht 2014

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

  • 1.

    Daar waar in deze verordening de mannelijke persoonsvorm wordt gebruikt dient ook de vrouwelijke persoonsvorm te worden gelezen.

  • 2.

    De bijlagen vormen één geheel met deze verordening.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt (mede) verstaan onder:

  • a.

    wet: Wet basisregistratie personen (BRP);

  • b.

    Wbp: Wet bescherming persoonsgegevens;

  • c.

    verantwoordelijke: het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor het bijhouden van persoonsgegevens in de basisregistratie overeenkomstig afdeling 1 van hoofdstuk 2 van de wet;

  • d.

    beheerder: degene die is belast met de dagelijkse zorg voor de basisregistratie en bevolkingsadministratie en als zodanig is aangewezen door het college van burgemeester en wethouders;

  • e.

    verordening: de Beheer- en privacyverordening basisregistratie personen en gemeentelijke bevolkingsadministratie Utrecht 2014;

  • f.

    bevolkingsadministratie: de geautomatiseerde administratie met persoonsgegevens van de bevolking bestaande uit de basisregistratie en de aangehaakte gegevens;

  • g.

    basisregistratie: de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2 van de wet;

  • h.

    aangehaakte gegevens: in de basisregistratie opgenomen gegevens anders dan ter uitvoering van de wet;

  • i.

    persoonslijst: het geheel van gegevens, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, en 2.69, eerste lid van de wet, over één persoon in de basisregistratie;

  • j.

    bewerker: degene die, niet werkzaam binnen de gemeentelijke organisatie, het geheel of een gedeelte van het geautomatiseerde systeem onder zich heeft waarmee de basisregistratie en gemeentelijke bevolkingsadministratie wordt gevoed;

  • k.

    organen van de gemeente: organen van de gemeente waarvan het college van burgemeester en wethouders de verantwoordelijke is voor de verwerking van persoonsgegevens in de basisregistratie. Instanties die taken uitoefenen die door het gemeentebestuur zijn opgelegd en of belast zijn met de uitvoering van publiekrechtelijke taken en de daaraan gelijkgestelden;

  • l.

    derde: elke natuurlijke persoon niet zijnde een overheidsorgaan of een ingeschrevene en elke rechtspersoon die niet krachtens publiekrecht is ingesteld, noch met enig openbaar gezag is bekleed;

  • m.

    ingeschrevene: degene ten aanzien van wie een persoonslijst in de basisregistratie is opgenomen;

  • n.

    ingezetene: de ingeschrevene, die, zijn adres heeft in een gemeente in Nederland, en op wiens persoonslijst niet het gegeven van zijn overlijden of van vertrek uit Nederland als actueel gegeven is opgenomen;

  • o.

    overheidsorgaan:

    • een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of

    • een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.

Artikel 2 Beheer van de basisadministratie

Beheerder van de basisregistratie en de bevolkingsadministratie is de integraal resultaatverantwoordelijk manager (IRM) van Publiekszaken en bij diens ontstentenis, het hoofd van de afdeling Burgerzaken.

De verantwoordelijke of de beheerder kan met inachtneming van artikel 14 van de Wetbescherming persoonsgegevens een bewerker aanwijzen. De beheerder is bevoegd nadere invulling te geven aan:

  • a.

    de verbanden met andere gemeentelijke registraties;

  • b.

    de toegang tot de bevolkingsadministratie;

  • c.

    verstrekkingen aan organen van de gemeente die geen toegang hebben tot de bevolkingsadministratie;

  • d.

    de aangehaakte gegevens voor zowel de taken van het college alsmede de taken van de burgemeester en de toegang tot aangehaakte gegevens in de basisadministratie en bevolkingsadministratie;

  • e.

    het pakket van aangehaakte gegevens.

Artikel 3 Verbanden met andere gemeentelijke registraties

  • 1.

    Met het oog op het met elkaar in verband brengen van registraties, worden aan beheerders van andere gemeentelijke registraties, gegevens verstrekt.

  • 2.

    De gegevens die per beheerder worden verstrekt en ten behoeve van welk doel, worden in een convenant vastgelegd.

Hoofdstuk 2 Bepalingen met betrekking tot de basisadministratie

Artikel 4 Verstrekkingen aan organen van de gemeente

Het college van burgemeester en wethouders verstrekt aan een overheidsorgaan dat een orgaan van de gemeente is gegevens uit de basisregistratie en uit de bevolkingsadministratie, voor zover dit is bepaald door het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 5 Gebruik van gegevens voor de gemeentelijke huishouding

Het college van burgemeester en wethouders dan wel de door het college aangewezen beheerder is bevoegd om ten aanzien van de gemeentelijke huishouding persoonsgegevens uit de basisregistratie en de bevolkingsadministratie te gebruiken dan wel te verstrekken indien dit noodzakelijk is voor de vervulling van zijn taken.

Artikel 6 Toegang tot de bevolkingsadministratie

  • 1.

    Toegang tot de bevolkingsadministratie hebben:

    • a.

      de beheerder;

    • b.

      degenen die werkzaam zijn in de gemeentelijke organisatie onder verantwoordelijkheid van de beheerder, indien en voor zover zij die nodig hebben voor de taakuitoefening in de organisatie van de beheerder, de bewerker en diens medewerkers, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst tussen bewerker en de gemeente;

    • c.

      beheerders van andere gemeentelijke registraties, ter uitvoering van hun taken. Het doel van de verstrekking en de te verstrekken gegevens worden in een convenant vastgelegd; d. de verantwoordelijke kan andere gemeentelijke organen toegang verlenen tot de bevolkingsadministratie. In het convenant, worden ten minste de volgende elementen schriftelijk vastgelegd:

      • -

        het doel waarvoor de gegevens uit de bevolkingsadministratie nodig zijn;

      • -

        de op de verwerking betrekking hebbende wettelijke regelingen en richtlijnen waaronder tevenbegrepen privacyregels en richtlijnen met betrekking tot beveiliging;

      • -

        een limitatieve en exacte opsomming van de benodigde gegevens;

      • -

        de functionarissen die de gegevens raadplegen;

      • -

        de plicht tot het in acht nemen van gedragsregels voortvloeiende uit wet- en regelgeving.

  • 2.

    De verstrekte gegevens mogen slechts worden gebruikt ter uitvoering van de aan hen door het gemeentebestuur opgedragen taken.

Artikel 7 Verstrekking aan organen van de gemeente die geen toegang hebben tot de bevolkingsadministratie

  • 1.

    Naar analogie van het bepaalde in artikel 3.5 en 3.8 van de Wet BRP kunnen (systematisch) gegevens worden verstrekt aan organen van de gemeente.

  • 2.

    Het doel van de verstrekking en de te verstrekken gegevens betreffende de systematische verstrekkingen aan organen van de gemeente, worden in een convenant vastgelegd.

  • 3.

    In het convenant, worden ten minste de volgende elementen schriftelijk vastgelegd:

    • -

      het doel waarvoor de gegevens nodig zijn;

    • -

      de op de verwerking betrekking hebbende wettelijke regelingen en richtlijnen waaronder tevens begrepen: privacyregels en richtlijnen met betrekking tot beveiliging;

    • -

      een limitatieve en exacte opsomming van de benodigde gegevens;

    • -

      de plicht tot het in acht nemen van gedragsregels voortvloeiende uit wet- en regelgeving.

  • 4.

    De verstrekte gegevens mogen slechts worden gebruikt ter uitvoering van de aan hen door het gemeentebestuur opgedragen taken.

  • 5.

    De verantwoordelijke kan besluiten aan andere organisaties met een gewichtig maatschappelijk belang die bij of krachtens wet taken uitvoeren voor de gemeente, systematisch gegevens te verstrekken.

Artikel 8 Overige verstrekkingen en de gegevens die kunnen worden verstrekt aan derden

  • 1.

    Met inachtneming van artikel 3.9 van de wet kunnen op verzoek gegevens worden verstrekt aan derden met een gewichtig maatschappelijk belang voor de gemeente. In bijlage B van deze verordening is aangegeven aan wie gegevens kunnen worden verstrekt en voor welk doel de verstrekking kan plaatsvinden.

  • 2.

    Verstrekking overeenkomstig het eerste lid vindt enkel plaats voor zover deze noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de derde en het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de ingeschrevene niet aan de verstrekking in de weg staan.

  • 3.

    De verstrekking op basis van de in het eerste lid van dit artikel genoemde regel kan uitsluitend betrekking hebben op de in artikel 3.9, lid 2 juncto lid 4 van de wet genoemde gegevens.

  • 4.

    Op een verstrekking als bedoeld in dit artikel is artikel 76 van de Wet bescherming persoonsgegevens van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 3 Bepalingen met betrekking tot de aangehaakte gegevens

Artikel 9 Categorieën van personen van wie aangehaakte gegevens zijn opgenomen

Van de ingezetenen zijn in de bevolkingsadministratie aangehaakte gegevens opgenomen.

Artikel 10 Doel van de bevolkingsadministratie

De bevolkingsadministratie heeft voor wat betreft de aangehaakte gegevens tot doel:

  • a.

    informatie te leveren aan Publiekszaken ter uitvoering van de taken die verband houden met de administraties die bij deze organisatie moeten worden gevoerd;

  • b.

    de organen genoemd in artikelen 12, tweede lid en 13 van deze verordening, te voorzien van gegevens, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taken van die organen;

  • c.

    de derden, genoemd in artikel 13 van deze verordening, te voorzien van gegevens, in de gevallen zoals bedoeld in deze verordening;

  • d.

    een ingezetene van hem betreffende gegevens te voorzien en;

  • e.

    statistische informatie te leveren.

Artikel 11 Wijze van verkrijging

Aangehaakte gegevens in de bevolkingsadministratie worden voor zover niet verkregen onder de regelgeving tot de datum van de invoering van de wet, verkregen door opgave van de ingezetene, door het geautomatiseerde systeem gegenereerde gegevens, door ambtenaren van de afdeling Burgerzaken in het kader van de uitvoering van wettelijke bepalingen en van overheidsorganen en derden.

Artikel 12 Toegang tot de aangehaakte gegevens in de basisadministratie

  • 1.

    Op de toegang tot de aangehaakte gegevens in de basisadministratie zijn de bepalingen onder lid 1, a., b. en c. van artikel 6 van deze verordening van toepassing.

  • 2.

    De verantwoordelijke kan besluiten andere binnengemeentelijke organen toegang te verlenen tot de bevolkingsadministratie. In de overeenkomst die in gevolge het besluit dient te worden opgemaakt, worden tenminste de volgende punten vastgelegd:

    • -

      het doel waarvoor de gegevens uit de bevolkingsadministratie nodig zijn;

    • -

      de op deze registraties betrekking hebbende wettelijke regelingen en privacybepalingen;

    • -

      een limitatieve en exacte opsomming van de benodigde gegevens en;

    • -

      de functionarissen die de gegevens gaan raadplegen;

    • -

      de plicht tot geheimhouding voor zover die niet reeds blijkt uit het beroep of wettelijk voorschrift.

Artikel 13 Verstrekking aan overheidsorganen en derden

Aan overheidsorganen en derden, ten aanzien van wie de wet en deze verordening voorziet in gegevensverstrekking uit de basisregistratie en de bevolkingsadministratie,kunnen de in artikel 9 van deze verordening bedoelde aangehaakte gegevens worden verstrekt, voor zover niet in strijd met de wettelijke bepalingen en mits de gegevens noodzakelijk zijn ter uitvoering van hun taken.

Artikel 14 Verwijdering en vernietiging van gegevens

  • 1.

    Aangehaakte gegevens worden door de beheerder uit de bevolkingsadministratie verwijderd na een daartoe strekkend besluit van de verantwoordelijke. De beheerder verwijdert deze gegevens binnen één jaar nadat het besluit is genomen.

  • 2.

    Vernietiging van aangehaakte gegevens geschiedt met inachtneming van de Archiefwet.

Artikel 15 Protocolplicht van aangehaakte gegevens

  • 1.

    De beheerder houdt het verstrekken van aangehaakte gegevens als bedoeld in artikel 9 van de verordening gedurende twintig jaar, volgend op de verstrekking bij, voor zover aannemelijk is dat het achterwege laten daarvan het belang van de betrokken persoon onevenredig zou schaden.

  • 2.

    De protocolplicht vervalt indien de aangehaakte gegevens worden verstrekt in het kader van de opsporing en vervolging van strafbare feiten dan wel voor zover de verstrekking noodzakelijk is in het belang van de veiligheid van de staat of indien het van belang is voor de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen.

Artikel 16 Rechten en plichten van de burger

  • 1.

    Verzoeken ten aanzien van aangehaakte gegevens waaronder mede wordt verstaan verzoeken tot wijziging, worden behandeld overeenkomstig hetgeen in de artikelen 35 tot en met 42 van de Wet bescherming persoonsgegevens is bepaald.

  • 2.

    De verzoeken zoals bedoeld in het eerste lid, worden ingediend bij de beheerder.

  • 3.

    De beheerder beslist namens de verantwoordelijke over de in het eerste lid bedoelde verzoeken.

  • 4.

    De beheerder kan van verzoeker verlangen dat deze zich deugdelijk legitimeert en / of zich in persoon bij hem vervoegt ter vaststelling van zijn identiteit.

Hoofdstuk 4 Overige bepalingen

Artikel 17 Beveiliging

De beheerder voor de verwerking van gegevens in de bevolkingsadministratie draagt zorg voor de nodige voorzieningen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van de in de bevolkingsadministratie vermelde gegevens tegen verlies of aantasting van deze gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking van deze gegevens.

Artikel 18 Terugmelding

De binnengemeentelijke organen die gegevens uit de bevolkingsadministratie krijgen, zijn verplicht de verschillen in vastgelegde persoonsgegevens en de eigen administratie, schriftelijk te melden aan de beheerder.

Artikel 19 Slotbepaling

Deze verordening kan worden aangehaald als "Beheer- en privacyverordening basisregistratie personen en gemeentelijke bevolkingsadministratie Utrecht 2014".

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na publicatie en werkt terug tot 6 januari 2014.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 15 mei 2014.

De griffier, De burgemeester,

drs. A.A.H. Smits mr. J.H.C. van Zanen

Bijlage A  

Algemeen

Met ingang van 6 januari 2014 is de wet basisregistratie personen (Wet BRP) in werking getreden. Deze wet vervangt de Wet GBA. Naast de basisregistratie voert de gemeente tevens een gegevensmagazijn van persoonsgegevens. Daarom is de beheer- en privacyverordening voor deze registraties vernieuwd.

De aanpassingen betreffen met name de verwijzingen naar de nieuwe wet en het opnieuw vaststellen van de mogelijkheden tot verstrekking van persoonsgegevens uit de BRP en het gegevensmagazijn.

Als verantwoordelijke is bij wet het college van burgemeester en wethouders aangewezen.

Omdat het hier een regeling betreft die de gehele bevolkingsadministratie bevat en voorts, vanwege het feit dat de Wet BRP in artikel 3.9, eerste lid spreekt van verordening, is hier gekozen voor het neerleggen van de regels over het beheer en de privacybescherming in een verordening.

 

Artikelsgewijze toelichting:

Artikel 1

Dit artikel bevat een aantal begripsomschrijvingen dat met enige regelmaat in de verordening voorkomt. De onderdelen f en g definiëren respectievelijk het begrip bevolkingsadministratie en het begrip basisregistratie.

De bevolkingsadministratie is de verzamelterm voor de geautomatiseerde administratie, die

bestaat uit de gegevens uit basisregistratie personen als bedoeld in de Wet BRP en de (persoons)gegevens die de gemeente Utrecht aan de basisregistratie heeft aangehaakt in een afzonderlijke administratie, ook wel gegevensmagazijn genoemd. Burgemeester en wethouders zijn aangewezen als verantwoordelijke van de bevolkingsadministratie. Dit geldt echter niet voor de aangehaakte gegevens die zijn opgenomen ten dienste van taken van de burgemeester. Dat betreft onder meer de rijbewijsgegevens. Daarvoor is alleen de burgemeester als aangewezen bestuursorgaan, verantwoordelijk.

Het begrip organen van de gemeente is niet beperkt tot gemeentelijke onderdelen. Onder dat begrip vallen ook geprivatiseerde gemeentelijke diensten en bijvoorbeeld stichtingen die zijn belast met de uitvoering van taken die door de overheid zijn opgelegd. Hierbij valt te denken aan de bibliotheek Utrecht of woningbouwcorporaties die persoonsgegevens nodig hebben voor het tegengaan van zogenaamde "spookbewoning". Met "spookbewoning" wordt de inschrijving in de BRP van personen op een bepaald adres bedoeld, die niet overeenstemt met de feitelijke bewoning van de betrokkene.

 

Artikel 2

De IRM van Publiekszaken is belast met de dagelijkse zorg voor de bevolkingsadministratie en is vanuit dien hoofde de beheerder van de administratie.

Met bewerker wordt degene bedoeld die ten behoeve van de verantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt, zonder aan zijn rechtstreeks gezag te zijn onderworpen.

 

Artikel 3

Dit artikel heeft betrekking op de koppeling en samenvoeging van bestanden vanuit de basisregistratie. Nieuwe voorstellen met betrekking tot koppeling en samenvoeging van bestanden zal plaats vinden met inachtneming van de wet en de gemeentelijke privacyregels.

 

Artikel 4

In dit artikel wordt uitvoering gegeven aan het geen is gesteld in artikel 3.8 van de wet.

 

Artikel 5

In bepaalde gevallen is het noodzakelijk om gegevens ter beschikking te stellen of te gebruiken wanneer er bijvoorbeeld sprake is van een ramp. Daarbij kan worden gedacht aan gegevensverstrekking aan het Centrale Registratie- en Informatiebureau (CRIB) of zijn rechtsopvolger, in het kader van de Rampenwet. Hier zij tevens verwezen naar artikel 8 onder b tot en met f van de Wet bescherming persoonsgegevens. In deze wettelijke regeling wordt naast het "vitale belang" de noodzakelijkheid ten aanzien van de uitvoering van een overeenkomst, de publiekrechtelijke taak en de behartiging van een gerechtvaardigd belang van de verantwoordelijke aangegeven als legitieme basis om te komen tot gegevensverwerking.

 

Artikel 6 en 11

In de hier bedoelde artikelen is aangegeven wie rechtstreeks toegang hebben tot de bevolkingsadministratie.

 

Artikel 7

In dit artikel wordt bepaald aan welke organen van de gemeente systematisch gegevens worden verstrekt. Daarbij is bovendien aangegeven welke gegevens kunnen worden verstrekt.

 

Artikel 8

Dit artikel geeft de mogelijkheid om zogenaamde "derden" aan te wijzen die gegevens kunnen verkrijgen anders dan omschreven in de artikelen 3.3. en 3.6 van de Wet BRP.

De Wet BRP geeft de gemeente een begrensde beleidsvrijheid aangaande de aanwijzing van derden die de gemeente van gegevens kan voorzien. Ook de categorie van gegevens die mogen worden verstrekt is door de wet beperkt. Ten aanzien van derden wordt gesteld dat de door hen verrichte werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang voor de gemeente kunnen worden aangewezen, ten behoeve waarvan gegevens uit de basisregistratie kunnen worden verstrekt. De verordening bepaalt tevens de categorieën van derden die voor de verstrekking in aanmerking komen. De verordening staat voorts slechts verstrekking toe voor zover deze noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de derde en het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de ingeschrevene niet aan de verstrekking in de weg staan. Tot slot kan aan een overheidsorgaan van - dan wel een persoon of organisatie gevestigd in een land buiten - de Europese Unie slechts gegevens worden verstrekt overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b, indien een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie in de verstrekking van die gegevens voorziet.

 

Artikel 9 en 10

In de Wet BRP is het doel van de basisregistratie personen omschreven. Daarom is het niet vereist om deze doelbepaling ook in de verordening te omschrijven. Dit is wel vereist voor de door de gemeente aangehaakte gegevens. Deze doelomschrijving is vastgelegd in artikel 10.

 

Artikel 13

Dit artikel voorziet in de verstrekking van aangehaakte gegevens. Hierbij staat de publiekrechtelijke taak van het overheidsorgaan of derde als criterium centraal.

 

Artikel 15

Dit artikel verplicht de beheerder de verstrekking van aangehaakte gegevens te protocolleren. Deze plicht is beperkt tot situaties waarin aannemelijk is dat het achterwege laten daarvan het belang van de geregistreerde niet onevenredig schaadt. De protocolplicht vervalt ten aanzien van de verstrekking van aangehaakte gegevens indien verstrekking plaats vindt in het belang van de veiligheid van de staat of in het kader van de opsporing en vervolging van strafbare feiten.

Overige verstrekkingen zijn terug te voeren aan de hand van een autorisatiebesluit of gemeentelijke regeling. Daarmee kan een dergelijke verstrekking worden gereconstrueerd. De reconstructie van de verstrekking geeft met name aan, aan wie is verstrekt, wat is verstrekt, wanneer is verstrekt en ten dienste van welk doel.

 

Bijlage B  

behorende bij de:

Beheer- en privacyverordening basisregistratie personen en gemeentelijke bevolkingsadministratie Utrecht 2014

 

Overige verstrekkingen en de gegevens die aan derden zoals bedoeld in artikel 3.9 van de Wet BRP, kunnen worden verstrekt. Voorwaarden:

  • 1.

    Voor verstrekking komen slechts in aanmerking:

    • a.

      derden die voorafgaande schriftelijke toestemming hebben van de ingeschrevene over wie gegevens worden verstrekt. Deze toestemming moet bij de aanvraag zijn gevoegd of;

    • b.

      derden die werkzaamheden verrichten met een gewichtig maatschappelijk belang voor de gemeente waarbij verstrekking slechts toegestaan is voor zover deze noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de derde en het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de ingeschrevene niet aan de verstrekking in de weg staan.

    • c.

      Derden zonder winstoogmerk, tenzij er sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel 1 onder a.

    • d.

      Voor verstrekking komen bovendien slechts in aanmerking: natuurlijke personen met een persoonlijk, niet-commercieel, belang, waarbij de beheerder van de basisregistratie anders dan bedoeld in dit artikel onder 1 a, na ontvangst van het verzoek tot gegevensverstrekking, de ingeschrevene om schriftelijke toestemming verzoekt en deze toestemming ook daadwerkelijk door de ingeschrevene schriftelijk is verleend.

  • 2.

    Andere voorwaarden voor verstrekking:

    • a.

      Verstrekking van gegevens vindt uitsluitend plaats eerst nadat de identiteit van de verzoeker deugdelijk is vastgesteld.

    • b.

      Een verzoek om informatie dient schriftelijk te worden ingediend bij de beheerder. Uit het verzoek dient ondubbelzinnig te blijken om welke persoon gegevens wordt gevraagd en welk doel de gegevensverstrekking dient.

    • c.

      De verzoeker is desgevraagd verplicht om bewijsstukken te overleggen waaruit het belang van verzoeker blijkt. Bij het niet overleggen wordt het verzoek niet verder in behandeling genomen.

    • d.

      Indien er sprake is van een ingewilligd verzoek tot geheimhouding van gegevens, worden geen gegevens verstrekt.

    • e.

      Informatie wordt onder de geldende voorwaarden verstrekt als de betrokkene is overleden en de laatste woonplaats Utrecht was;

    • f.

      Wordt het verzoek tot verstrekking gedaan in naam van een persoon, dan geschiedt dit slechts op basis van een schriftelijke machtiging van de rechthebbende en na deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker tenzij de wet hieromtrent iets anders bepaalt. De machtiging wordt ten minste een jaar bewaard.

    • g.

      De toestemming van een betrokkene in verband met het verzoek tot verstrekking van gegevens door een derde wordt ten minste een jaar bewaard.

 

Categorieën van derden

Onder categorieën van derden worden verstaan:

  • 1.

    derden zoals bedoeld in artikel 3.9 tweede lid van de wet waaronder bijvoorbeeld begrepen:

    • a.

      rechtspersonen die zijn belast met de uitvoering van overheidstaken dan wel opdrachten en die gegevens uitsluitend nodig hebben ter uitvoering van de aan hen door de overheid opgelegde taken of rechtspersonen die door de gemeente worden gesubsidieerd waaronder geprivatiseerde onderdelen van de gemeente, zonder directe zeggenschap van het gemeentebestuur en geprivatiseerde onderdelen van de gemeente die bij bijzonder besluit zijn aangewezen door de verantwoordelijke. Daaronder dienen onder meer te worden verstaan: woningbouwcorporaties die de gegevens, met uitsluiting van debiteurenactiviteiten, fondswerving of ledenwerving, nodig hebben voor de uitvoering van de Woonwet dan wel de Huisvestingsverordening of de woonruimteverdeling of voor het tegengaan van illegale bewoning dan wel spookbewoning.

    • b.

      derden die werkzaam zijn op het terrein van de gezondheidszorg en maatschappelijke en sociale dienstverlening of het onderwijs, anders dan op basis van artikel 3.3 van de wet en die de gegevens nodig hebben voor maatschappelijk relevante activiteiten, niet zijnde het werven van leden of fondsen. Daaronder dienen onder meer te worden verstaan: bloedbanken, het Rode Kruis of rechtspersonen die eigenaar of houder zijn van een begraafplaats voor zover het betreft de uitvoering van artikel 28 Wet op de lijkbezorging of een stichting die zich inzet voor vervolgingsslachtoffers. Tevens dienen hieronder te worden verstaan: rechtspersonen die zich inzetten voor de bescherming van dieren en rechtspersonen die werkzaam zijn op het gebied van kinderopvang en jeugdwelzijnswerk.

    • c.

      alle genoemde organisaties in Bijlage 4 van het Besluit BRP, wanneer een systematische bevraging van gegevens in de BRP is mislukt.

  • 2.

    Derden zoals bedoeld in artikel 3.9, eerste lid onder a van de wet met voorafgaande toestemming van de ingeschrevene van wie gegevens worden verstrekt, bijvoorbeeld ten behoeve van het organiseren van een reünie.

  • 3.

    Gegevensverstrekking aan anderen die niet vallen onder de categorie derden en die niet zijn genoemd in deze bijlage kan in bijzondere gevallen plaatsvinden onder de voorwaarden zoals bij de wet en deze verordening zijn gesteld en nadat de persoon over wie gegevens worden verzocht, schriftelijk heeft ingestemd met de verstrekking.

  • 4.

    Aan derden die in deze bijlage zijn genoemd, kunnen onder de genoemde voorwaarden de gegevens, desgewenst systematisch of in de vorm van selecties, worden verstrekt, voor zover deze nodig zijn in het belang waarvoor deze gegevens worden gevraagd. Het aanschrijven van de geselecteerde personen kan rechtstreeks door de gemeente geschieden.