Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Utrecht (Utr)

Beleidsregels ten behoeve van de beoordeling van aanvragen voor ontheffingen van de Milieuzone 2009

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieUtrecht (Utr)
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregels ten behoeve van de beoordeling van aanvragen voor ontheffingen van de Milieuzone 2009
CiteertitelReglement ontheffingen milieuzone 2009
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpmilieu

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, art. 87 juncto 62

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

1.Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-08-2009nieuwe regeling

14-07-2009

Besluit college van B&W van 14 juli 2009

Besluit college van B&W van 14 juli 2009

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels ten behoeve van de beoordeling van aanvragen voor ontheffingen van de Milieuzone 2009

 

 

 

Beleidsregels ten behoeve van de beoordeling van aanvragen voor ontheffingen van de Milieuzone 2009(besluit van b. en w. 14 juli 2009)

Burgemeester en wethouders van Utrecht;

Bij besluit van 30 maart 2007 hebben wij een milieuzone ingesteld voor de binnenstad van de gemeente Utrecht. De milieuzone wordt vanaf 1 augustus 2009 aangeduid door middel van verkeersborden conform model C22a van Bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990);

Op grond van artikel 87 juncto artikel 62 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 zijn wij bevoegd ontheffing te verlenen van de geslotenverklaring op grond van verkeersbord C22a. De criteria die wij daarbij hanteren, worden in dit document nader uitgewerkt;

BESLUIT:

vast te stellen het navolgende:

BELEIDSREGELS ten behoeve van de beoordeling van aanvragen voor ontheffingen van de Milieuzone 2009

Artikel 1 Omschrijving van begrippen

In deze beleidsregels gelden –overeenkomstig het Convenant Stimulering Schone Vrachtauto’s en Milieuzonering- de volgende omschrijvingen van gebruikte begrippen:

  • a.

    Bijzonder voertuig: het kraanvoertuig/de kraanwagen, de verhuisauto, de betonmixer/de betonpomp, de betonmolen, de brandweerwagen, de reinigingswagen, de hoogwerker, de gepantserde voertuigen, de winkelauto’s, de kermisauto, de circusauto en de zuigwagen/de kolkenzuiger, steeds in de zin van het Besluit van 16 juni 1994, houdende uitvoering van de Wegenverkeerswet, Staatsblad 1994, 450, zoals laatstelijk gewijzigd bij Staatsblad 2006, 69 (Voertuigreglement), en/of in de zin van www.cbs.nl, alsmede het voertuig dat als zodanig door de Stuurgroep Stimulering Schone Vrachtauto’s en Milieuzonering wordt aangewezen;

  • b.

    Datum van eerste toelating: de datum waarop het voertuig in gebruik is genomen. Deze datum staat op het kentekenbewijs Deel 1A;

  • c.

    Euronorm 2: de norm voor voertuigen die voldoen aan Richtlijn 88/77/EG van de Raad van 3 december 1987 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen tegen de emissie van gasvormige verontreinigingen door dieselmotoren, bestemd voor het aandrijven van voertuigen (PublicatieBlad 1988, L 0360, zoals gewijzigd door de Richtlijnen 91/542/EEG (PublicatieBlad 1991, L295) en 96/1/EG (PublicatieBlad 1996, L 040), van bijlage I bij die richtlijn, welke richtlijn op grond van artikel 10 van de hierna genoemde Richtlijn 2005/55/EG met ingang van 9 november 2006 is ingetrokken;

  • d.

    Euronorm 3: de norm voor voertuigen die voldoen aan Richtlijn 2005/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door voertuigmotoren met compressieontsteking (PublicatieBlad 2005, L 275), in het bijzonder aan de grenswaarden in rij A van de tabellen in punt 6.2.1 van bijlage I bij die richtlijn;

  • e.

    Euronorm 4: de norm voor voertuigen die voldoen aan Richtlijn 2005/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door voertuigmotoren met compressieontsteking (PublicatieBlad 2005, L 275), in het bijzonder aan de grenswaarden in rij B1 van de tabellen in punt 6.2.1 van bijlage I bij die richtlijn;

  • f.

    Euronorm 5: de norm voor voertuigen die voldoen aan Richtlijn 2005/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door voertuigmotoren met compressieontsteking (PublicatieBlad 2005, L 275), in het bijzonder aan de grenswaarden in rij B2 van de tabellen in punt 6.2.1 van bijlage I bij die richtlijn;

  • g.

    Gecertificeerd roetfilter: de technische voorziening ten behoeve van de reductie van fijnstofuitstoot die voldoet aan de criteria zoals geformuleerd in het Subsidieprogramma retrofit zware voertuigen van de Subsidieregeling emissieverminderende maatregelen voor voertuigen, alsmede aan de eisen die in het kader van de Certificering van Roetfilters worden gesteld;

  • h.

    Milieuzone, dan wel

in meervoud: Milieuzones: een ruimtelijk begrensd gebied dat is gelegen binnen het binnenstedelijk gebied van een gemeente, waar om reden van leefbaarheid, in het bijzonder milieuhinder met betrekking tot lucht en geluid, een selectief toelatingsbeleid voor voertuigen wordt gehanteerd in relatie tot de door die voertuigen veroorzaakte milieuhinder;

i.Subsidieregeling Retrofit

Vrachtwagens en Bussen (SRV): een landelijke subsidieregeling, in de zin van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, waaruit de kosten die zijn gemoeid met het achteraf aanbrengen van een gecertificeerd roetfilter bij een vrachtauto (geheel dan wel ten dele) worden gecompenseerd;

j.Vrachtauto, dan wel in

meervoud: Vrachtauto’s: voertuig, aangedreven door een compressiemotor, niet ingericht voor het vervoer van personen, waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 3500 kilogram, zoals bedoeld in artikel 1, achter ao, van het Besluit van 26 juli 1990, houdende vaststelling van een nieuw Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens, Staatsblad 1990, 459, zoals laatstelijk gewijzigd bij Staatsblad 2005, 406 (RVV 1990);

Artikel 2 Criteria langdurige ontheffingen milieuzone vanaf 1 augustus 2009

In de Milieuzone worden vanaf 1 augustus 2009 tot 1 januari 2010 geen Vrachtauto’s toegelaten die niet voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 86d van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van de Vrachtauto’s:

  • a.

    waarvan de motor minimaal voldoet aan Euronorm 2 of 3, en

    • I.

      waarvoor geen Gecertificeerd Roetfilter beschikbaar is, of

    • II.

      waarvoor een Gecertificeerd Roetfilter beschikbaar is maar minder dan 5 maanden zijn verstreken sinds de afgifte van de typegoedkeuring voor dit type roetfilter, of

    • III.

      die als zodanig door de Stuurgroep Stimulering Schone Vrachtauto’s en Milieuzonering worden aangewezen, maar geen Bijzonder voertuig zijn in de zin van artikel 1.

  • b.

    die moeten worden aangemerkt als Bijzonder voertuig, niet zijnde een voertuig dat is bedoeld voor exceptioneel transport. Dit geldt niet voor Bijzondere voertuigen die ouder zijn dan dertien jaar, te rekenen vanaf de Datum van eerste toelating, zoals vastgelegd in het kentekenregister van de Dienst Wegverkeer (RDW).

Artikel 3 Criteria langdurige ontheffingen milieuzone vanaf 1 januari 2010

In de Milieuzone worden vanaf 1 januari 2010 geen Vrachtauto’s toegelaten die niet voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 86d van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van de Vrachtauto’s:

  • a.

    waarvan de motor minimaal voldoet aan Euronorm 3 en te rekenen vanaf de Datum van eerste toelating niet meer dan acht jaar zijn verstreken, en

    • I.

      waarvoor geen Gecertificeerd Roetfilter beschikbaar is, of

    • II.

      waarvoor een Gecertificeerd Roetfilter beschikbaar is maar minder dan vijf maanden zijn verstreken sinds de afgifte van de typegoedkeuring voor dit type roetfilter, of

    • III.

      die als zodanig door de Stuurgroep Stimulering Schone Vrachtauto’s en Milieuzonering worden aangewezen, maar geen Bijzonder voertuig zijn in de zin van artikel 1.

  • b.

    die moeten worden aangemerkt als Bijzonder voertuig, niet zijnde een voertuig dat is bedoeld voor exceptioneel transport. Dit geldt niet voor Bijzondere voertuigen die ouder zijn dan dertien jaar, te rekenen vanaf de Datum van eerste toelating, zoals vastgelegd in het kentekenregister van de Dienst Wegverkeer (RDW).

  • c.

    Voor de onder a genoemde Vrachtauto’s en onder b genoemde Bijzondere voertuigen geldt dat zij voor de periode van 1 januari 2010 tot 1 juli 2013 in de milieuzone worden toegelaten, met dien verstande dat voor de onder a genoemde Vrachtauto’s geen ontheffing wordt verleend voor de periode na het verstrijken van acht jaar na de Datum van eerste toelating en voor de onder b genoemde Bijzondere voertuigen geen ontheffing wordt verleend voor de periode na het verstrijken van dertien jaar na de Datum van eerste toelating.

Artikel 4 Aanvraag en afgifte van de langlopende ontheffingen

  • a.

    Aan de Vrachtauto’s die zijn opgenomen in het kentekenregister van de Dienst Wegverkeer (RDW) en die voldoen aan het bepaalde in artikel 2a onder I en III en 2b, wordt ontheffing verleend tot 1 januari 2010.

  • b.

    Aan de Vrachtauto’s die zijn opgenomen in het kentekenregister van de Dienst Wegverkeer (RDW) en die voldoen aan het bepaalde in artikel 2a onder II, wordt ontheffing verleend voor de periode tot vijf maanden na de afgifte van de typegoedkeuring voor het betreffende type roetfilter. Wanneer de typegoedkeuring voor het filter is afgegeven na 31 juli 2009, wordt de ontheffing verleend tot 1 januari 2010.

  • c.

    Aan de Vrachtauto’s die zijn opgenomen in het kentekenregister van de Dienst Wegverkeer (RDW) en die voldoen aan het bepaalde in artikel 3a onder I en III wordt ontheffing verleend tot en met de dag voorafgaande aan de dag waarop na de Datum van eerste toelating, zoals vastgelegd in het kentekenregister van de Dienst Wegverkeer (RDW), acht jaar zijn verstreken en uiterlijk tot 1 juli 2013.

  • d.

    Aan de Vrachtauto’s die zijn opgenomen in het kentekenregister van de Dienst Wegverkeer (RDW) en die voldoen aan het bepaalde in artikel 3a onder II, wordt ontheffing verleend voor de periode uiterlijk tot vijf maanden na de afgifte van de typegoedkeuring voor het betreffende type roetfilter, met dien verstande dat geen ontheffing wordt verleend voor de periode na het verstrijken van acht jaar na de Datum van eerste toelating, zoals vastgelegd in het kentekenregister van de Dienst Wegverkeer (RDW). Wanneer de typegoedkeuring voor het filter is afgegeven na 31 januari 2013, wordt de ontheffing verleend uiterlijk tot 1 juli 2013, met dien verstande dat geen ontheffing wordt verleend voor de periode na het verstrijken van acht jaar na de Datum van eerste toelating, zoals vastgelegd in het kentekenregister van de Dienst Wegverkeer (RDW).

  • e.

    Aan de Vrachtauto’s die zijn opgenomen in het kentekenregister van de Dienst Wegverkeer (RDW) en die voldoen aan het bepaalde in artikel 3, onderdeel b, wordt ontheffing verleend uiterlijk tot 1 juli 2013, met dien verstande dat geen ontheffing wordt verleend voor de periode nadat het voertuig dertien jaar oud is geworden, te rekenen vanaf de Datum van eerste toelating, zoals vastgelegd in het kentekenregister van de Dienst Wegverkeer (RDW).

Artikel 5 Incidentele ontheffingen

  • 1.

    Vrachtauto’s die niet aan de in artikel 2 en artikel 3 opgenomen criteria voldoen, kunnen op aanvraag in aanmerking komen voor een dagontheffing. Deze dagontheffing wordt zonder verdere beperkingen verstrekt, na betaling van leges en na opgaaf van het kenteken van de betreffende vrachtauto.

  • 2.

    Aan Bijzondere voertuigen die zijn bedoeld voor exceptioneel transport en niet ouder zijn dan dertien jaar, te rekenen vanaf de Datum van eerste toelating, zoals vastgelegd in het kentekenregister van de Dienst Wegverkeer (RDW), zal deze dagontheffing standaard worden verleend, mits bij de aanvraag om ontheffing een bewijsstuk van de ontheffing van de RDW voor exceptioneel transport gevoegd is.

  • 3.

    Dagontheffingen beslaan een periode van één kalenderdag, die begint om 00.00 uur en eindigt om 06.00 uur de volgende dag (30 uur). Iedere eigenaar of houder van een vrachtauto komt in aanmerking voor maximaal twaalf dagontheffingen per kenteken per jaar.

  • 4.

    Het beslissen op ontheffingsaanvragen zoals genoemd in dit artikel is gemandateerd aan de directeur van Stadswerken.

Artikel 6 Randvoorwaarden ontheffing

  • 1.

    De ontheffing geldt alleen ten aanzien van verkeersbord C22a van Bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) dat ziet op het instellen van de milieuzone.

  • 2.

    De ontheffing kan worden ingetrokken indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt.

Artikel 7 Hardheidsclausule

  • 1.

    Ons college kan, in afwijking van het gestelde in voorgaande regels, aan een vrachtauto een langdurige ontheffing verlenen indien de eigenaar of houder van de vrachtauto aantoont dat specifieke omstandigheden dit noodzakelijk maken. Dergelijke ontheffingen worden alleen bij uitzondering verleend en worden verleend voor de duur van maximaal één jaar.

  • 2.

    Bij de afweging tot het verlenen van een dergelijke langdurige ontheffing spelen onder meer een rol:

    • -

      de noodzaak voor de ondernemer om met het betreffende voertuig in de zone te moeten zijn,

    • -

      de voorhanden zijnde alternatieven, binnen en buiten het eigen bedrijf

    • -

      of het gaat om goederen die niet via een aanbieder van Stadsdistributie kunnen worden vervoerd, conform de Nadere Regels Ontheffingen Binnenstad (2005) (Gemeenteblad van Utrecht 2005, nr. 75),

    • -

      de financiële mogelijkheden van de ondernemer, en

    • -

      de te verwachten duur en frequentie van het binnentreden van de milieuzone.

Voorbeelden zijn:

  • -

    niet-frequent gebruikte “niet-commerciele voertuigen”,

  • -

    ondernemers die financieel geen mogelijkheden hebben om aan de vereisten van de milieuzone te voldoen en (andere) schrijnende gevallen. De ondernemer dient dat aan te tonen, bijvoorbeeld door middel van een recente accountantsverklaring.

  • -

    vrachtauto’s die vervangen worden door een nieuwe vrachtauto die wel aan de toegangseisen voldoet, maar nog niet geleverd zijn. Daartoe dient een bewijs van aankoop van de verkoper te worden overlegd. Als er binnen het bedrijf onvoldoende andere voertuigen beschikbaar zijn die wel aan de eisen voldoen, dan is een ontheffing mogelijk tot het moment van levering, met een maximum looptijd van een jaar.

    • 3.

      Op een verzoek om een langdurige ontheffing zal binnen drie werkdagen na inlevering van de gevraagde bescheiden worden beschikt. Voor deze langdurige ontheffing zijn leges verschuldigd.

    • 4.

      Het beslissen op ontheffingsaanvragen zoals genoemd in dit artikel is gemandateerd aan de directeur van Stadswerken.

Artikel 8 Inwerkingtreding

 

Artikel 8 Inwerkingtreding

  • 1.

    Dit Reglement treedt in werking op 1 augustus 2009.

  • 2.

    Met de inwerkingtreding van deze beleisdsregels komen de Beleidsregels ten behoeve van de beoordeling van aanvragen voor ontheffingen van de Milieuzone (Gemeenteblad van Utrecht 2008, nr. 41), zoals vastgesteld door burgemeester en wethouders van Utrecht op 15 juli 2008, te vervallen.

Artikel 9 Citeertitel

Dit besluit kan worden aangehaald als: Reglement ontheffingen milieuzone 2009.

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht op 14 juli 2009.

De secretaris, De burgemeester,

Drs. J. Schuilenburg Mr. A. Wolfsen

Bekendmaking is geschied op 29 juli 2009.

Deze beleidsregel treedt in werking op 1 augustus 2009.