Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Utrecht

Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 28 augustus 2018, nr. 81D85DCA, tot vaststelling van een Uitvoeringsverordening subsidie opruiming drugsafval provincie Utrecht 2018

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieUtrecht
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingBesluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 28 augustus 2018, nr. 81D85DCA, tot vaststelling van een Uitvoeringsverordening subsidie opruiming drugsafval provincie Utrecht 2018
CiteertitelUitvoeringsverordening subsidie opruiming drugsafval provincie Utrecht 2018
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpmilieu
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 4:25 van de Algemene wet bestuursrecht
  2. http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Utrecht/CVDR378390/CVDR378390_5.html
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

25-10-201801-09-2018Nieuwe regeling

28-08-2018

prb-2018-7827

81D85DCA

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 28 augustus 2018, nr. 81D85DCA, tot vaststelling van een Uitvoeringsverordening subsidie opruiming drugsafval provincie Utrecht 2018

Gedeputeerde Staten van Utrecht;

 

Gelet op art. 4:25 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 4, 6 en 36 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht;

Besluiten vast te stellen de volgende uitvoeringsverordening:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze uitvoeringsverordening wordt verstaan onder:

  • a.

    de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling aan aanmelding als opgenomen in:

    • 1.

      Verordening (EG) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb L352/1 van 24 december 2013; of,

    • 2.

      Verordening (EG) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector;

  • b.

    drugsafval: afval dat ontstaat bij de productie van synthetische drugs;

  • c.

    erkende verwijderaar: verwijderaar die over de benodigde milieuvergunningen beschikt om drugsafval volgens de juiste regelgeving te kunnen en mogen verwijderen;

  • d.

    synthetische drugs: uit chemische grondstoffen geproduceerde verdovende middelen;

  • e.

    zakelijk gerechtigden: personen met een zakelijk recht, als bedoeld in boek 3 en 5 van het Burgerlijk wetboek, op een zaak;

  • f.

    Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht.

Artikel 2 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door:

  • a.

    gemeenten;

  • b.

    zakelijk gerechtigden.

Artikel 3 Subsidievorm

Subsidies als bedoeld in deze uitvoeringsverordening worden door Gedeputeerde Staten verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op:

  • a.

    het opruimen van drugsafval; of

  • b.

    het opruimen van bodemverontreiniging, die voortvloeit uit achtergelaten drugsafval.

Artikel 5 Weigeringsgronden

  • a.

    Subsidie wordt geweigerd indien de aanvrager medeverantwoordelijk geacht kan worden voor de productie of het achtergelaten drugsafval waarop de aanvraag is gericht;

  • b.

    Een aanvraag op grond van deze uitvoeringsverordening na de uiterste indiendatum, bedoeld in artikel 10, tweede lid, wordt ontvangen.

Artikel 6 Subsidievereisten

  • 1.

    Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      er is sprake van achtergelaten drugsafval;

    • b.

      de locatie waar drugsafval is achtergelaten:

      • 1.

        is gelegen binnen de gemeentegrenzen; of

      • 2.

        behoort tot het zakelijk recht van de aanvrager;

    • c.

      van het achterlaten van drugsafval is aangifte gedaan bij de politie;

    • d.

      het drugsafval is opgeruimd in het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag;

    • e.

      aan het project liggen ten grondslag:

      • 1.

        een bewijs van aangifte van de politie met tenminste een kaart met de locatie waar het drugsafval is aangetroffen, foto’s van het achtergelaten drugsafval en een beschrijving van de aangetroffen drugsgerelateerde afvalstoffen;

      • 2.

        een bewijs van de gemaakte kosten voor verwijdering en afvoer van het drugsafval;

      • 3.

        een bewijs van verwijdering en afvoer van het drugsafval.

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid, wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 4, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:

    • 1.

      het aangetroffen drugsafval is verwijderd conform de daartoe geldende wet- en regelgeving;

    • 2.

      het aangetroffen drugsafval is verwijderd door een erkende verwijderaar.

  • 3.

    Onverminderd het eerste lid, wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 4, onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de bodemverontreiniging is een gevolg van het achterlaten van drugsafval als bedoeld in het eerste lid, onder a;

    • b.

      de bodemverontreiniging is verwijderd conform artikel 6 tot en met artikel 13 van de Wet bodembescherming.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen voor subsidie in aanmerking de daadwerkelijk door onafhankelijke derden gemaakte kosten, voor zover deze niet op andere wijze voor vergoeding in aanmerking komen, met betrekking tot:

  • a.

    het opruimen van drugsafval; of,

  • b.

    het ongedaan maken van een bodemverontreiniging, voortvloeiend uit achterlating van drugsafval.

Artikel 8 Niet subsidiabele kosten

De volgende kosten komen in elk geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    BTW die op grond van de Wet op de Omzetbelasting 1968 verrekenbaar kan zijn;

  • b.

    BTW die op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds 2003 compensabel kan zijn.

Artikel 9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies, als bedoeld in artikel 4 voor in 2018 gemaakte opruimkosten vast op € 20.000,-.

Artikel 10 Vereisten subsidieaanvraag

  • 1.

    Een subsidieaanvraag voldoet aan de volgende vereisten:

    • a.

      een subsidieaanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe door Gedeputeerde Staten beschikbaar gestelde aanvraagformulier;

    • b.

      een subsidieaanvraag bevat ten minste het volledig ingevulde aanvraagformulier en de daarin voorgeschreven bijlagen;

  • 2.

    Subsidieaanvragen kunnen bij Gedeputeerde Staten worden ingediend in de periode van 1 februari t/m 30 juni 2019, volgend op het jaar waarin de opruimkosten zijn gemaakt.

  • 3.

    Een subsidieaanvraag is tijdig ingediend indien deze binnen de in lid 2 genoemde periode door Gedeputeerde Staten is ontvangen;

Artikel 11 Subsidiehoogte

  • 1.

    De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 4, bedraagt 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van het in artikel 9 aangehaalde subsidieplafond;

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid, wordt, indien sprake is van staatssteun, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat voor het totale bedrag aan subsidies over een periode van drie belastingjaren het maximumbedrag aan de-minimissteun niet wordt overschreden.

Artikel 12 Verdeelcriteria

  • 1.

    Indien de binnen de periode, bedoeld in artikel 10, tweede lid, ingediende volledige subsidieaanvragen het voor het betreffende jaar geldende subsidieplafond, genoemd in artikel 9, te boven gaan, verdelen Gedeputeerde Staten de subsidie naar evenredigheid onder de voornoemde subsidieaanvragen;

  • 2.

    In afwijking van artikel 11 wordt, indien de subsidie naar evenredigheid wordt verdeeld, het percentage van de subsidiehoogte bepaald door het aantal binnen de periode, bedoeld in artikel 10, tweede lid, ingediende volledige subsidieaanvragen.

Artikel 13 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden aan Provinciale Staten ter kennisneming een verslag toe over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk, e.e.a. als onderdeel van het in 2020 verschijnende Jaarverslag met uitvoeringsresultaten van het Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2019.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze uitvoeringsverordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 1 september 2018.

Artikel 15 Citeertitel

Deze uitvoeringsverordening wordt aangehaald als: Uitvoeringsverordening subsidie opruiming drugsafval provincie Utrecht 2018.

 

Utrecht,28 augustus 2018,

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Voorzitter,

Secretaris,

Toelichting, behorende bij Uitvoeringsverordening subsidie opruiming drugsafval provincie Utrecht 2018

Algemeen

De voorganger van de nu voorliggende uitvoeringsverordening (te weten de per 1 september 2018 vervallende 1e uitvoeringsverordening), vloeide voort uit het amendement Cegerek/Remco Dijkstra1 inzake de tegemoetkoming in kosten van het opruimen van drugsafvaldumpingen (inclusief de daaruit voortkomende bodemverontreiniging), en de indertijd gemaakte afspraken tussen de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (I&M) en de provincies over de wijze en voorwaarden waaronder provincies zorg zouden dragen voor de (toen nog) co-financiering tot max. 50% van kosten die gemeenten en andere grondeigenaren moesten maken voor het opruimen van drugsafvaldumpingen. Deze afspraken werden in 2014 vastgelegd in het Convenant ‘Uitwerking amendement co-financiering opruiming drugsdumpingen’.2

 

In genoemd amendement was tevens opgenomen dat er naar een duurzame financieringsoplossing van provincies en gemeenten moest worden gezocht. Tot op heden is de jaarbijdrage van het Ministerie van I&M van € 1.000.000,- over de jaren 2015, 2016 en 2017 naar het provinciefonds overgemaakt. Het is nog niet tot een duurzame financieringsoplossing van provincies en gemeenten gekomen. Omdat de geldingsduur van de 1e uitvoeringsverordening per 1 september 2018 stopt en wij gedupeerden over 2018 niet in de kou willen laten staan, hebben wij besloten om een eigen provinciale uitvoeringsverordening in het leven te roepen.

 

Het doel van deze 2e uitvoeringsverordening is niet anders als die van haar voorganger: het verstrekken van subsidies tot een maximum van 50% van de kosten wegens het opruimen van achtergelaten drugsafval. Er wordt ook in de provincie Utrecht regelmatig afval, afkomstig van de productie van synthetische drugs, achtergelaten/gedumpt door drugscriminelen. Dit afval kan leiden tot gevaren voor het milieu en de volksgezondheid. De kosten van het opruimen komen nu voor rekening van betrokken decentrale overheden (voornamelijk gemeenten), andere grondeigenaren of degene die het grootste zakelijk recht op de grond heeft. Deze uitvoeringsverordening maakt het mogelijk dat niet alleen aan decentrale overheden (vooral gemeenten), subsidie kan worden verleend, maar ook rechtstreeks aan grondeigenaren. Omdat vooral in buitengebieden niet alleen sprake is van vol eigendom van grond, maar ook van zakelijke rechten (zoals erfpacht en opstal, waarbij bepaalde eigendomsbevoegdheden of verplichtingen bij de erfpachter of de houder van het recht van opstal berusten), is in de uitvoeringsverordening de term zakelijk gerechtigden gebruikt in plaats van eigenaren.

 

Voor het opruimen van drugsafval bestaan in iedere regio protocollen vanwege de mogelijkheid van milieu- en gezondheidsschade. Deze protocollen schrijven, voor zover dit niet uit de Wet bodembescherming of uit de Wet milieubeheer voortvloeit, voor op welke wijze drugsafval verwijderd dient te worden, wie hierbij geraadpleegd moet worden en door wie het uitgevoerd moet worden.

Juridisch kader

De inhoud van de uitvoeringsverordening komt grotendeels overeen met de indertijd met de 12 provincies samen opgestelde uitvoeringsverordening. Bepalingen / essentialia uit de eerste uitvoeringsverordening komen ook in deze 2e uitvoeringsverordening weer terug, waar het betreft:

  • -

    doelgroep

  • -

    subsidievorm

  • -

    activiteiten die voor een subsidie in aanmerking komen

  • -

    weigeringsgronden

  • -

    vereisten aanvraag

  • -

    kosten die voor vergoeding in aanmerking komen

  • -

    periode indienen aanvraag

  • -

    plafond subsidiebijdrage

  • -

    verdeelcriteria

De regeling past binnen de kaders van de provinciale Algemene subsidieverordening. Relevante aspecten die daarin al zijn geregeld, zijn niet opnieuw in deze uitvoeringsverordening vastgelegd.

Staatssteun

Mogelijk is subsidie voor het opruimen van drugsafval aan te merken als staatssteun, uitgaande van het volgende:

  • -

    de ontvanger is een onderneming in de zin van Europees recht;

  • -

    het voordeel dat met de subsidie wordt verkregen, zou niet op de markt verkregen zijn;

  • -

    de subsidie geldt voor specifieke sectoren;

  • -

    de maatregel vervalst in potentie de mededinging of concurrentiepositie omdat de ontvanger in staat wordt gesteld investeringen te doen.

Indien hiervan in het concrete geval sprake blijkt te zijn, wordt gebruik gemaakt van de ruimte die de de-minimisverordening biedt, in algemene zin en specifiek voor de landbouwsector.

Artikelsgewijs

Artikel 1 Begripsbepalingen

Ook voor de begripsbepalingen is aangesloten bij de omschrijving, zoals gehanteerd in de voorganger van de nu voorliggende uitvoeringsverordening.

Onder b. drugsafval

Het afval kan verpakt zijn, bijvoorbeeld in plastic tanks, jerrycans of gascilinders.

Onder c. erkende verwijderaar

Omdat het verwijderen van drugsafval, voor zover dit niet onder verplichtingen uit de Wet bodembescherming of de Wet milieubeheer valt, gereguleerd wordt door protocollen die regionaal verschillend kunnen zijn, maar in alle gevallen eisen stellen aan de wijze waarop en de persoon die het afval verwijdert, is met het begrip erkende verwijderaar beoogd de persoon te benoemen die in de protocollen of regelgeving is aangewezen om te mogen verwijderen.

Onder e. zakelijk gerechtigden

Met dit begrip wordt aangesloten bij de beperkte rechten die op een eigendom gevestigd kunnen worden, conform boek 3 en 5 van het Burgerlijk wetboek, en het volle eigendom uithollen. Te denken valt aan recht van vruchtgebruik, erfpacht en recht van opstal. Deze rechthebbenden zijn vaak ook degenen die zeggenschap hebben over het eigendom wanneer het opruimen van bijvoorbeeld drugsafval betreft.

Artikel 2 Doelgroep

Het begrip grondeigenaar is opgevat als zakelijk gerechtigde op de grond. Van belang bij de afbakening van de doelgroep is, dat er alleen een verwijderingsplicht bestaat voor de veroorzaker (zie artikel 10.2 van de Wet milieubeheer of artikel 13 van de Wet bodembescherming).

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Op grond van de formulering wordt ook voor het opruimen van bodemverontreiniging door het achterlaten van drugsafval, subsidie verstrekt. Dit kan gelijktijdig met het opruimen van het drugsafval plaatsvinden, maar het kan ook zijn dat er alleen sprake is van bodemverontreiniging als gevolg van het achterlaten van drugsafval. Overigens is het ook mogelijk dat er géén sprake is van bodemverontreiniging in situaties waarbij drugsafval is achtergelaten.

Artikel 5 Weigeringsgronden

Ook een zeer lichte betrokkenheid, zoals verhuur van een loods voor productie, wijst op betrokkenheid en leidt tot weigering van de aanvraag. Het al dan niet ontvangen van een tegemoetkoming in de kosten op andere wijze is geen reden tot weigering, mogelijk wel tot matiging van de subsidiehoogte. Sinds 2013 is de reikwijdte van de Wet Bibob aangepast en kan deze rechtstreeks op iedere bijdrageregeling worden toegepast zonder dat dit specifiek is bepaald in de regeling. Wel geldt als reden tot weigering het te laat indienen van een aanvraag om subsidie.

Artikel 6 Subsidievereisten

Onder d

In de regeling is bepaald dat na afloop van het kalenderjaar subsidie kan worden verstrekt over opruiming van achtergelaten drugsafval in dat (voorafgaande) kalenderjaar. Het gaat hierbij om het jaar 2018.

Onder e

De gevraagde bijlagen ter onderbouwing van de vereisten zijn beperkt omdat de subsidie achteraf wordt verstrekt. Een begroting of een activiteitenplan is dan niet meer aan de orde.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

De kosten die voor vergoeding in aanmerking komen, omvatten alleen de kosten van derden, nu dit alleen kosten zijn die daadwerkelijk zijn gemaakt. Deze kosten zijn op een factuur aantoonbaar.

Onder b

In de geest van de 1e uitvoeringsverordening is, dat de tegemoetkoming die gemeenten krijgen in de kosten van de opruiming van drugsafval, inclusief de BTW-compensatie, procentueel gelijk is aan de tegemoetkoming die grondeigenaren, niet zijnde gemeenten, ontvangen voor de door hen gemaakte kosten. Daarom is bij het bepalen van de te verstrekken subsidie rekening gehouden met de BTW-compensatie.


1

Amendement van de leden Cegerek en Remco Dijkstra, Kamerstukken II 2014/15, 34000 XII, nr. 49.

2

Staatscourant 28 april 2016, nr. 21103