Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Veldhoven

Marktverordening 1987

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieVeldhoven
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingMarktverordening 1987
CiteertitelMarktverordening 1987
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Datum inwerkingtreding is datum bij benadering

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

08-02-1994Onbekend

08-02-1994

Onbekend

94.013

Tekst van de regeling

Intitulé

Marktverordening 1987

 

 

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen.

Artikel 1. Begripsomschrijving.

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    markt: de warenmarkt, welke krachtens besluit van de raad op de daarbij aangewezen plaats, dag en tijd wordt gehouden;

  • b.

    marktterrein: het gehele grondoppervlak, dat door de raad is aangewezen als plaats waar de markt gehouden wordt;

  • c.

    standplaats: de op en voor de duur van de markt op grond van artikel 4 aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel;

  • d.

    vaste standplaats: een standplaats, die tot wederopzegging wordt toegewezen;

  • e.

    losse standplaats: een standplaats die, in de gevallen bij deze verordening bepaald, per marktdag wordt uitgegeven:

  • f.

    standwerkerplaats: een standplaats, bestemd voor het uitoefenen van de markthandel op een wijze als bij standwerken gebruikelijk is;

  • g.

    standplaatshouder: degene aan wie het op grond van artikel 12 is toegestaan om gedurende de markt een standplaats in te nemen;

  • h.

    standwerker: een marktkoopman, die als zodanig publiek om zich verzamelt, een het publiek aansprekende uiteenzetting houdt over het door hem te verkopen marktartikel en ten slot te tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop daarvan te bewegen;

  • i.

    marktcommissie: de commissie bedoeld in artikel 2 van deze verordening;

  • j.

    kramenzetter: degene, aan wie op grond van artikel 6 vergunning is verleend:

  • k.

    marktartikelen: alle goederen, waren of zaken die -tenzij door burgemeester en wethouders niet toelaatbaar verklaard- object van markthandel kunnen zijn.

Artikel 2. Marktcommissie.

  • 1.

    Er is een commissie van advies aan burgemeester en wethouders, genaamd marktcommissie.

  • 2.

    De marktcommissie bestaat uit:

    • a.

      een ambtelijk voorzitter;

    • b.

      drie vertegenwoordigers van de kooplieden, zijnde vaste standplaatshouders, bij voorkeur uit verschillende branches;

    • c.

      twee vertegenwoordigers van de consumenten;

      die worden benoemd door burgemeester en wethouders.

  • 3.

    De zittingsduur van de leden van de marktcommissie is gelijk aan die van de leden van de raad.

  • 4.

    Een lid, dat de hoedanigheid verliest krachtens welke het zitting heeft, houdt op lid te zijn.

  • 5.

    De benoeming ter vervulling van plaatsen, die door ontslagname, overlijden of een andere oorzaak openvallen, geschiedt binnen drie maanden na dat openvallen. Hij die tussentijds tot lid van de marktcommissie is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.

  • 6.

    De marktcommissie heeft tot taak burgemeester en wethouders te adviseren:

    • a.

      in de gevallen in deze verordening genoemd;

    • b.

      op verzoek van burgemeester en wethouders inzake door hen te bepalen aangelegenheden, het marktwezen betreffende.

  • 7.

    De marktcommissie is bevoegd uit eigener beweging haar gevoelens inzake onderwerpen, het marktwezen betreffende, aan burgemeester en wethouders kenbaar te maken.

  • 8.

    Op de werkwijze van de marktcommissie is zo veel mogelijk van toepassing het reglement inzake de samenstelling en de werkwijze van werkgroepen van advies aan burgemeester en wethouders.

  • 9.

    De niet ambtelijke leden van de marktcommissie ontvangen voor het bijwonen van de vergaderingen van de marktcommissie een vergoeding.

Artikel 3. Tijdelijke wijziging dag en plaats.

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in de Winkelsluitingswet 1976 wordt op door burgemeester en wethouders op grond van bijzondere omstandigheden daartoe aangewezen dagen geen markt gehouden.

  • 2.

    Bij het samenvallen van een marktdag met een der in het vorige lid bedoelde dagen, kunnen burgemeester en wethouders voor het houden van de markt een andere dag aanwijzen.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen op grond van bijzondere omstandigheden tijdelijk een ander terrein voor het houden van de markt aanwijzen.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders brengen hun besluiten als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid tijdig ter openbare kennis.

Artikel 4. Omvang en indeling markt.

  • 1.

    Burgemeester en wethouders bepalen, de marktcommissie gehoord, ten aanzien van de markt:

    • a.

      het maximum aantal vaste standplaatsen per branche;

    • b.

      de opstelling en de indeling van de markt; .

    • c.

      welke plaatsen op net marktterrein uitsluitend bestemd zijn voor standwerken.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen, de marktcommissie gehoord, ten aanzien van de markt bepalen:

    • a.

      welke gedeelten van het marktterrein bestemd zijn voor het verhandelen van bepaalde artikelen;

    • b.

      welke gedeelten van de markt eventueel bestemd zijn voor het plaatsen van verkoopwagens.

Artikel 5. Wijze uitoefening markthandel.

  • 1.

    Het is verboden op de markt markthandel uit te oefenen anders dan vanuit een standplaats als bedoeld in artikel 12.

  • 2.

    Het is verboden een andere standplaats in te nemen dan de plaats, welke is toegewezen.

Artikel 6. Vergunning kramen plaatsen.

Het is verboden om zonder vergunning van burgemeester en wethouders kramen of andere voor verkoop van marktartikelen bestemde bedrijfsmiddelen op de markt te plaatsen en te verhuren.

Artikel 7. Gebruik materiaal kramenzetter.

  • 1.

    De standplaatshouder is, behoudens het bepaalde in het tweede lid en het derde lid van dit artikel, verplicht gebruik te maken van de door een kramenzetter beschikbaar gestelde kramen of andere voor verkoop van marktartikelen bestemde bedrijfsmiddelen.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen aan de standplaatshouder toestemming verlenen om gebruik te maken van kramen of andere voor de verkoop van marktartikelen bestemde bedrijfsmiddelen, als de standplaatshouder deze zelf bezit. De toestemming kan worden verleend als:

    • a.

      deze bedrijfsmiddelen naar hun oordeel voldoende solide van constructie zijn;

    • b.

      deze zich voorts in zindelijke staat bevinden;

    • c.

      de indeling van de markt het gebruik van deze bedrijfsmiddelen toelaat;

    • d.

      de aard van de te verkopen artikelen zulks toelaat.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen aan de standplaatshouder toestemming verlenen de te verkopen artikelen zonder gebruik te maken van een kraam of andere bedrijfsmiddelen ten verkoop aan te bieden, als de aard van de artikelen zulks toelaat.

Artikel 8. Verlichting.

  • 1.

    De standplaatshouder is verplicht zijn standplaats vanaf zonsondergang voorzien te hebben van een verlichting, waarmede de uitgestalde waren helder verlicht dienen te zijn.

  • 2.

    Het gebruik van andere dan van gemeentewege verstrekte of goedgekeurde verlichtingsmaterialen is niet toegestaan.

Artikel 9. Marktartikelen.

  • 1.

    Het is verboden artikelen, welke krachtens een besluit van burgemeester en wethouders niet op de markt verhandeld mogen worden, op de markt in voorraad te houden, uit te stallen, ten verkoop aan te bieden of te verkopen.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen, indien hun dit in het belang van de orde op de markt of van de volksgezondheid noodzakelijk voorkomt, de handel in bepaalde artikelen gedurende een bepaalde termijn verbieden.

Artikel 10. Delegatie uitoefening bevoegdheden.

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen de uitvoering van bepalingen van deze verordening, voor zover die uitvoering tot hun bevoegdheid behoort, overdragen aan door hen aan te wijzen gemeenteambtenaren.

  • 2.

    Bij burgemeester en wethouders ingekomen correspondentie wordt, voor zover nodig, geacht bij de betrokken ambtenaar ingekomen te zijn.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders brengen hun besluiten als bedoeld in het eerste lid tijdig ter openbare kennis.

  • 4.

    De belanghebbende kan tegen een beslissing van een ambtenaar genomen krachtens een overdracht bedoeld in het eerste lid, beroep instellen bij burgemeester en wethouders.

    Bij de beslissing wordt op deze beroepsmogelijkheid gewezen.

  • 5.

    Het horen kan worden opgedragen aan een adviescommissie. Het bepaalde in artikel 7:19 Awb is hierop van toepassing.

  • 6.

    Burgemeester en wethouders kunnen -al dan niet op verzoek van de belanghebbende- de beslissing van een ambtenaar, genomen krachtens een overdracht bedoeld in het eerste lid schorsen dan wel in verband met een zodanig beslissing een voorlopige voorziening treffen totdat op het beroep is beslist.

Hoofdstuk II. Toewijzing en bezetting van standplaatsen

Artikel 11. Vaste en losse standplaatsen.

  • 1.

    De standplaatsen op de markt worden als regel als vaste standplaatsen toegewezen.

  • 2.

    Een vrijgekomen vaste standplaats wordt als losse standplaats beschouwd en blijft als zodanig aangemerkt, zolang zij niet opnieuw als vaste standplaats is toegewezen.

Artikel 12. Bevoegdheid toewijzing standplaatsen.

De toewijzing van vaste en losse standplaatsen, alsmede van standwerkerplaatsen, geschiedt door burgemeester en wethouders.

Artikel 13. Legitimatieplicht.

Een ieder, die een standplaats op de markt bezet of wenst te bezetten, dient zich te kunnen legitimeren door middel van een door de overheid verstrekt bewijs, waaruit zijn identiteit blijkt en dat voorzien dient te zijn van een goedgelijkende foto. Hij moet dit identiteitsbewijs op eerste aanvraag kunnen tonen, als hem dat door of namens burgemeester en wethouders op de markt wordt verzocht.

Artikel 14. Bewijs toewijzing en anciënniteitlijst.

  • 1.

    Van de toewijzing van een vaste standplaats wordt door burgemeester en wethouders aan de standplaatshouder een schriftelijk bewijs afgegeven, waarop naast de personalia van de standplaatshouder in ieder geval worden vermeld:

    • a.

      een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste plaats;

    • b.

      de artikelen of de groep van artikelen, welke door de standplaatshouder op de hem toegewezen standplaats mogen worden verkocht.

  • 2.

    Houders van vaste standplaatsen worden met vermelding van en in volgorde van de datum, waarop aan hen voor het eerst een vaste plaats is toegewezen, op een door burgemeester en wethouders bij te houden anciënniteitlijst ingeschreven. Bij deze inschrijving worden tevens de artikelen of de groep van artikelen als bedoeld in het eerste lid, onder b, vermeld.

Artikel 15. Vereisten verkrijgen vaste standplaats.

  • 1.

    Alvorens een vaste standplaats mag worden aangenomen dient de aanvrager, die een natuurlijke persoon dient te zijn, aan te tonen:

    • a.

      handelingsbekwaam te zijn;

    • b.

      dat hij voldoet aan alle voorgeschreven publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie;

    • c.

      dat hij van het bedrijven van handel zijn hoofdberoep maakt;

    • d.

      dat hij genoegzaam verzekerd is tegen eisen tot het betalen van schadeloosstellingen, waartoe hij als gebruiker van een verkoopinrichting op de markt krachtens wettelijke aansprakelijkheidsbepalingen zou kunnen worden verplicht wegens aan derden toegebracht lichamelijk letsel en wegens beschadiging van eigendommen van derden.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het eerste lid, onder c en d, in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen.

  • 3.

    Een standplaatshouder wordt geacht aan het in het eerste lid, onder d, genoemde voorschrift te hebben voldaan, indien hij overlegt een geldig bewijs van lidmaatschap van een organisatie, welke voor al haar leden een collectieve verzekering als in het eerste lid, onder d, bedoeld, heeft afgesloten.

  • 4.

    Aanvrager behoort bovendien op de in artikel 24 bedoelde sollicitantenlijst te zijn ingeschreven. Burgemeester en wethouders kunnen van deze bepaling ontheffing verlenen.

  • 5.

    Burgemeester en wethouders verlenen ontheffing van het bepaalde in het eerste lid, onder b, c en d, indien aanvrager:

    • a.

      persoonlijk voldoet aan de bij de toepasselijke vestigingsregeling gestelde eisen ter verkrijging van een vestigingsvergunning als bedoeld in de Vestigingswet Bedrijven of de Vestigingswet Detailhandel;

    • b.

      op de markt in de uitoefening van de markthandel werkzaam zal zijn uit naam van een rechtspersoon, welke voldoet aan de in het eerste lid, onder b, c en d, gestelde eisen;

    • c.

      van het verkopen van marktartikelen zijn hoofdberoep maakt.

Artikel 16. Toewijzingsregels vaste standplaatsen.

  • 1.

    Wanneer op de markt een vaste standplaats vrijkomt, komen hiervoor allereerst in aanmerking de houders van een vaste standplaats op de markt, die zich schriftelijk voor verandering van standplaats hebben opgegeven. De volgorde van inschrijving op de in artikel 14, tweede lid, bedoelde anciënniteitlijst is bepalend, rekening houdend met de branche.

  • 2.

    Daarna komen in aanmerking degenen, die zijn ingeschreven op de voor de markt geldende sollicitantenlijst, als bedoeld in artikel 24. De volgorde van inschrijving op deze lijst is hierbij bepalend, rekening houdend met de branche.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het eerste en tweede lid bij gemotiveerd besluit afwijken, indien naar hun oordeel gewichtige redenen daartoe aanleiding geven.

  • 4.

    Over de toewijzing wordt de marktcommissie gehoord.

Artikel 17. Verlies recht op vaste standplaats.

  • 1.

    Het recht op een vaste standplaats vervalt:

    • a.

      op eigen verzoek van de standplaatshouder;

    • b.

      bij overlijden van de standplaatshouder;

    • c.

      wanneer niet langer wordt voldaan aan één of meer van de eisen, bedoeld in artikel 15, eerste lid;

    • d.

      indien de standplaatshouder binnen een periode van drie maanden driemaal zonder geldige reden niet op de markt verschijnt. Als geldige redenen worden beschouwd ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden.

  • 2.

    Indien het bepaalde in het voorgaande lid toepassing vindt, wordt de inschrijving op de in artikel 14, tweede lid, bedoelde anciënniteitlijst van houders van vaste plaatsen doorgehaald.

  • 3.
    • a.

      Bij overlijden van de standplaatshouder wordt het recht op de vaste standplaats overgeschreven op de overblijvende echtgenoot, mits daartoe binnen drie maanden na het overlijden van de standplaatshouder een schriftelijk verzoek is ingediend en betrokkene ten tijde van het indienen van dit verzoek voldoet aan de eisen, als bedoeld in artikel 15, eerste lid;

    • b.

      indien de aanvrager, als bedoeld onder a, reeds rechthebbende is op een andere standplaats op de markt, verliest hij het recht op die andere standplaats;

    • c.

      de inschrijving op de anciënniteitlijst, als bedoeld in artikel 14, tweede lid, wordt overeenkomstig gewijzigd;

    • d.

      in bijzondere omstandigheden kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het onder a bepaalde.

Artikel 18. Overschrijven recht op vaste standplaats.

  • 1.

    Het recht op een vaste standplaats kan op aanvraag van de standplaatshouder door burgemeester en wethouders op een kind van de standplaatshouder overgeschreven worden indien:

    • a.

      het kind zich ten minste drie jaar eerder bij burgemeester en wethouders heeft laten inschrijven als gegadigde voor overname van de desbetreffende standplaats;

    • b.

      het kind tevens voldoet aan de eisen als bedoeld in artikel 15, eerste lid.

  • 2.

    In bijzondere omstandigheden kunnen burgemeester en wethouders afwijken van net bepaalde in het eerste lid.

Artikel 19. Ziekte.

  • 1.

    Indien een standplaatshouder wegens ziekte verhinderd is de hem toegewezen standplaats in te nemen, dient hij hiervan burgemeester en wethouders in kennis te stellen.

  • 2.

    Bij langdurige afwezigheid van een standplaatshouder wegens ziekte dient ten bewijze van deze reden van verhindering iedere drie maanden een geneeskundige verklaring te worden overgelegd.

Artikel 20. Vakantie.

  • 1.

    Indien een standplaatshouder zijn standplaats wegens vakantie niet kan innemen, dient hij dat vooraf onder opgave van de duur van de vakantie, te melden bij burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Per kalenderjaar mag een standplaatshouder als regel ten hoogste vier marktdagen wegens vakantie afwezig zijn.

Artikel 21. Gebruik standplaats.

  • 1.

    Een standplaatshouder dient de aan hem toegewezen standplaats persoonlijk in te nemen.

  • 2.

    Een standplaatshouder mag zich doen bijstaan.

Artikel 22. Vervanging.

  • 1.

    In bijzondere omstandigheden kan door burgemeester en wethouders aan een standplaatshouder ontheffing worden verleend van de verplichting als bedoeld in artikel 21, eerste lid.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen in dat geval, of indien er sprake is van ziekte of vakantie en voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 19 of 20, de standplaatshouder toestemming verlenen zich te laten vervangen.

  • 3.

    Als vervanger mag alleen optreden de echtgeno(o)t(e) of een kind van de standplaatshouder, alsmede degene die reeds in loondienst van de standplaatshouder is, mits alleen voor rekening van de standplaatshouder wordt gehandeld.

  • 4.

    In bijzondere omstandigheden kan door burgemeester en wethouders aan de standplaatshouder toestemming worden verleend om zich te laten vervangen door een ander persoon, dan bedoeld in het derde lid.

Artikel 23. Bezetting vaste standplaats.

  • 1.

    De houder van een vaste standplaats is verplicht deze uiterlijk één kwartier voor aanvang van de markt in te nemen. Indien de houder van een vaste standplaats op dat tijdstip niet aanwezig is, wordt de desbetreffende standplaats op die marktdag als een losse standplaats aangemerkt.

  • 2.

    Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing, indien de standplaatshouder tijdig heeft verzocht de vaste standplaats voor hem vrij te houden, zulks onder opgave van de reden, waarom hij redelijkerwijs niet tijdig op de markt aanwezig kan zijn en nadat hem door of namens burgemeester en wethouders toestemming is verleend de standplaats later in te nemen.

Artikel 24. Sollicitantenlijst.

  • 1.

    Door burgemeester en wethouders wordt ten behoeve van de toewijzing van vrijkomende vaste standplaatsen een sollicitantenlijst bijgehouden, waarop in volgorde van schriftelijke aanmelding de gegadigden voor een standplaats, onderverdeeld naar branche, zijn vermeld.

  • 2.

    Om voor inschrijving op de sollicitantenlijst in aanmerking te komen, dienen gegadigden te voldoen aan het bepaalde in artikel 15.

    In bijzondere omstandigheden kunnen burgemeester en wethouders toestaan dat de gegadigde niet voldoet aan het bepaalde in artikel 15.

Artikel 25. Doorhaling inschrijving sollicitantenlijst.

  • 1.

    De inschrijving op de sollicitantenlijst wordt doorgehaald:

    • a.

      op verzoek van de ingeschrevene;

    • b.

      bij het overlijden van de ingeschrevene, behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel;

    • c.

      wanneer de ingeschrevene een vaste standplaats krijgt toegewezen;

    • d.

      wanneer de ingeschrevene voor een vaste plaats in aanmerking komt, doch zonder geldige reden weigert een vaste plaats te aanvaarden;

    • e.

      wanneer niet langer wordt voldaan aan één of meer van de eisen, bedoeld in artikel 24, tweede lid.

  • 2.

    Bij overlijden van de ingeschrevene kunnen burgemeester en wethouders in de plaats van de ingeschrevene degene van de erfgenamen inschrijven, die daarvoor naar hun oordeel het meest in aanmerking komt, mits daartoe binnen drie maanden na het overlijden van de ingeschrevene door de erfgenamen een aanvraag is ingediend en de erfgenaam voldoet aan de eisen als bedoeld in artikel 15, eerste lid.

Artikel 26. Toewijzingsregels losse standplaatsen.

  • 1.

    Standplaatsen, als bedoeld in artikel 11, tweede lid, alsmede standplaatsen die een kwartier voor aanvang van de markt nog niet zijn ingenomen en waarvoor het bepaalde in artikel 23, tweede lid, niet van toepassing is, worden als losse standplaats toegewezen.

  • 2.

    Om voor een losse standplaats in aanmerking te komen, dient aanvrager aan te tonen te voldoen aan het bepaalde in artikel 15 en ingeschreven te zijn op de in artikel 24 bedoelde sollicitantenlijst.

  • 3.

    Bij de toewijzing van losse standplaatsen wordt het maximum aantal standplaatsen per branche, dat burgemeester en wethouders op grond van artikel 4 hebben vastgesteld, niet overschreden.

  • 4.

    Indien er meer gegadigden zijn, dan er losse standplaatsen beschikbaar zijn, worden de losse standplaatsen toegewezen aan de hand van de volgorde van plaatsing op de in artikel 24 bedoelde sollicitantenlijst.

  • 5.

    Losse standplaatsen die na toepassing van het vierde lid niet kunnen worden toegewezen, kunnen worden toegewezen aan de houder van de naastgelegen standplaats. Indien beide houders van de naastgelegen standplaats in aanmerking wensen te komen voor toewijzing van de losse standplaats, beslist het lot.

Artikel 27. Toewijzingsregels standwerkerplaatsen.

  • 1.

    Het is uitsluitend op de ingevolge het bepaalde in artikel 4 daartoe aangewezen standplaatsen toegestaan als standwerker op te treden.

  • 2.

    De toewijzing van standwerkerplaatsen geschiedt per marktdag bij loting ter bepaling van de volgorde, waarin gegadigden een plaats kiezen, zulks met inachtneming van de wijze van werken.

  • 3.

    Tot de loting voor een standwerkerplaats kunnen slechts worden toegelaten marktkooplieden die voldoen aan de in artikel 15, eerste lid, onder a, b en d gestelde eisen met dien verstande, dat allereerst tot de loting worden toegelaten:

    • a.

      door het Centraal Registratiekantoor Detailhandel-Ambacht als standwerker geregistreerde personen, die in de uitoefening van de markthandel uitsluitend en daadwerkelijk als standwerker plegen op te treden

    • b.

      en vervolgens andere marktkooplieden, die door het Centraal Registratiekantoor Detailhandel-Ambacht als standwerker geregistreerd zijn of in het bezit zijn van een geldig voorlopig standwerkerbewijs en ten aanzien van wie niet gebleken is, dat zij op een standwerkerplaats niet daadwerkelijk actief zijn als standwerker.

  • 4.

    Indien blijkt, dat een marktkoopman niet bij voortduring als standwerker optreedt, zal hem schriftelijk door burgemeester en wethouders worden medegedeeld, dat hem in het vervolg geen standwerkerplaats meer zal worden toegewezen.

  • 5.

    Voor de artikelengroepen waarvoor de branche-indeling ingevolge het bepaalde in artikel 4 geldt, kan niet meer dan eenmaal per maand één standwerkerplaats voor elk van die artikelengroepen worden toegewezen.

Hoofdstuk III. Handhaving van de orde.

Artikel 28. Aan- en afvoer marktartikelen.

  • 1.

    Het aanvoeren van marktartikelen ter markt dient te geschieden in de twee uren voorafgaande aan het vastgestelde aanvangstijdstip van de markt. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders ontheffing van deze verplichting verlenen.

  • 2.

    Het afvoeren van marktartikelen dient te geschieden binnen een uur na het vastgestelde sluitingstijdstip van de markt.

  • 3.

    Het is niet toegestaan kramen of andere voor de verkoop van marktartikelen bestemde bedrijfsmiddelen voor of na de in het eerste en tweede lid genoemde tijden op net marktterrein te laten staan.

  • 4.

    Het bepaalde in het derde lid geldt niet voor de kramenzetter.

  • 5.

    Tot verwijdering van marktartikelen wordt van gemeentewege overgegaan, indien deze onbeheerd op het marktterrein staan en/of zonder voorkennis van burgemeester en wethouders aldaar zijn geplaatst.

Artikel 29. Algemene ordemaatregelen.

Het is de standplaatshouder niet toegestaan:

  • a.

    zijn standplaats voor het vastgestelde sluitingstijdstip van de markt te verlaten. Van dit verbod kan in bijzondere gevallen door burgemeester en wethouders ontheffing worden verleend;

  • b.

    voor het vastgestelde sluitingstijdstip van de markt niet verkochte marktartikelen van de standplaats te verwijderen;

  • c.

    andere marktartikelen te verkopen of ten verkoop aan te bieden, dan waarvoor in de in artikel 14, eerste lid, bedoelde toewijzing toestemming is verleend;

  • d.

    op het marktterrein op andere dan de voor de uitoefening van de markthandel vastgestelde tijden marktartikelen te verkopen of ten verkoop aan te bieden;

  • e.

    de aangewezen standplaats te ruilen of een andere standplaats in te nemen dan is aangewezen;

  • f.

    zich van zijn uitstalling langer dan 15 minuten te verwijderen en deze alsdan onbeheerd achter te laten of toe te vertrouwen aan een niet-rechthebbende op die plaats;

  • g.

    meer ruimte in te nemen dan hem is toegestaan;

  • h.

    zijn kraam of stand tijdens de markt af te breken of te verplaatsen;

  • i.

    de doorgang in de wandelgangen op en langs het marktterrein op enigerlei wijze te hinderen of te belemmeren;

  • j.

    aan de achterzijde van de kraam marktartikelen te verkopen of ten verkoop aan te bieden;

  • k.

    zich zonder noodzaak aan de voorzijde van de kraam op te houden bij het verkopen of ten verkoop aanbieden van marktartikelen;

  • l.

    marktartikelen, kisten of ander verpakkingsmateriaal buiten de aangewezen standplaats te plaatsen.

Artikel 30 Aanzien standplaats.

  • 1.

    De standplaatshouder is verplicht er voor zorg te dragen, dat zijn standplaats steeds een goed verzorgd aanzien biedt.

  • 2.

    De standplaatshouder is verplicht tijdens de markturen het afval en verpakkingsmateriaal zelf in te zamelen.

  • 3.

    De standplaatshouder dient, alvorens hij het marktterrein na beëindiging van de markt verlaat, zijn standplaats en de onmiddellijke omgeving daarvan schoon op te leveren en het afval op de daartoe aangewezen plaatsen te deponeren, dan wel dit mede te nemen.

Artikel 31. Luidsprekers e.d.

  • 1.

    Het is verboden tijdens de markt op het marktterrein gebruik te maken van luidsprekers, versterkers en andere middelen ter versterking van het geluid.

  • 2.

    Het op de standplaats aanwezig hebben van radiotoestellen, grammofoons/ bandrecorders en dergelijke toestellen, anders dan ten verkoop, is evenmin toegestaan.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen; het in die leden bepaalde geldt voorts niet ten aanzien van één draagbare radio voor eigen gebruik van de standplaatshouder mits daardoor geen hinder wordt veroorzaakt voor andere standplaatshouders.

Artikel 32. Verwarmingstoestellen e.d.

  • 1.

    Het is de standplaatshouder verboden verwarmingstoestellen en/of bak- en kookinstallaties te gebruiken.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

Artikel 33. Verkoop eet- en drinkwaren.

De standplaatshouder, aan wie het is toegestaan eet- en drinkwaren te verkopen, is verplicht zijn waren op zodanige wijze uit te stallen, dat deze voldoende beschermd zijn tegen verontreiniging door stof, vuil of anderszins.

Artikel 34. Afvalbakken.

De standplaatshouder, aan wie het is toegestaan vanuit zijn standplaats geringe eet- en drinkwaren, bestemd voor directe consumptie, te verkopen, is verplicht aan de voorzijde van zijn kraam of andere verkoopinrichting, een tweetal afvalbakken van voldoende grootte te plaatsen.

Artikel 35. Naamsaanduiding.

De standplaatshouder is verplicht gedurende de tijd, dat hij marktartikelen ten verkoop aanbiedt, op een duidelijk zichtbare plaats aan zijn kraam of andere verkoopinrichting zijn naam aan te geven. Deze gegevens dienen duidelijk leesbaar te zijn.

Artikel 36. Priisaanduiding.

De standplaatshouder dient, indien de ten verkoop aangeboden marktartikelen geprijsd worden, er voor zorg te dragen dat de prijsaanduiding tot generlei misverstand aanleiding kan geven en voor het publiek duidelijk leesbaar is.

Artikel 37. Plaatsen motorvoertuigen en wagens.

De standplaatshouders zijn verplicht zich te gedragen naar de door of namens burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen ten aanzien van het plaatsen van motorvoertuigen en wagens op het marktterrein, zowel voor, tijdens als na de tijd, dat aldaar markthandel plaats mag vinden.

Artikel 38. Ventverbod.

  • 1.

    Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt met marktartikelen ten verkoop rond te lopen of te rijden.

  • 2.

    Van het bepaalde in het eerste lid kan door burgemeester en wethouders ontheffing worden verleend, voor zoveel het betreft de verkoop van alcoholvrije dranken en geringe eet- en drinkwaren ten behoeve van de standplaatshouders.

Artikel 39. Propaganda, geneesmiddelen.

  • 1.

    Het is verboden tijdens de duur van de markt op het marktterrein te venten met gedrukte of geschreven stukken of, afbeeldingen, of godsdienstige, politieke of andere propaganda te voeren.

  • 2.

    Onder het voeren van propaganda als in het eerste lid bedoeld wordt niet verstaan het aanprijzen van marktartikelen op de markt.

  • 3.

    Het is verboden op de markt een geneesmiddel, als bedoeld in de Wet op de geneesmiddelenvoorziening, te verkopen.

Artikel 40. Dieren.

De standplaatshouder, die op de markt levende dieren voor de verkoop in voorraad heeft, is verplicht ervoor zorg te dragen, dat deze dieren op een behoorlijke wijze worden bewaard, verzorgd en beschermd.

Artikel 41. Omvang aangevoerde marktartikelen.

De standplaatshouder is verplicht zijn marktartikelen tot een zodanig omvang ter markt aan te voeren, dat deze voldoende is om er, uitgaande van normale omstandigheden, gedurende de gehele duur van de markt handel mee te drijven.

Artikel 42.Meet- en weegwerktuigen.

  • 1.

    De standplaatshouder die zijn artikelen per maat of gewicht verkoopt, is verplicht te zorgen dat zijn meet- of weegwerktuigen in deugdelijke staat verkeren.

  • 2.

    Het weegwerktuig moet zodanig aan de naar het publiek gekeerde zijde van de standplaats zijn geplaatst of aangebracht, dat het daarop bij de weging aangegeven gewicht steeds voor het publiek duidelijk zichtbaar en leesbaar is.

Artikel 43.Verkoop bij opbod.

Het bij opbod verkopen van enig artikel is verboden.

Hoofdstuk IV. Straf-, overgangs- en slotbepalingen.

Artikel 44. Opsporing, toezicht.

Onverminderd het bepaalde in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, zijn met de opsporing van bij of krachtens deze verordening strafbaar gestelde feiten en met het toezicht op de naleving en de handhaving van de bepalingen van deze verordening belast de door burgemeester en wethouders aan te wijzen ambtenaren.

Artikel 45. Ontzegging recht op standplaats.

  • 1.

    De standplaatshouder, die door de wijze waarop hij zijn marktartikelen ten verkoop aanbiedt of aanprijst, of door overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften, of anderszins door zijn gedragingen de orde op de markt verstoort of in gevaar brengt, kan door burgemeester en wethouders, zo dit naar hun oordeel noodzakelijk is en de zaak geen uitstel lijdt, het recht op zijn standplaats voor de verdere duur van de dag, waarop de markt wordt gehouden, worden ontzegd.

  • 2.

    Aan het in het eerste lid genoemde ontzeggingbevel dient onmiddellijk gevolg te worden gegeven. Indien dit niet geschiedt, wordt de hulp van de politie en, indien noodzakelijk, die van de dienst gemeentewerken en -bedrijven ingeroepen.

  • 3.

    Zolang de door de gemeente op grond van het tweede lid gemaakte kosten van ontruiming van de standplaats door betrokkene niet zijn vergoed, komt degene, die tot het maken der kosten aanleiding heeft gegeven niet meer voor een standplaats op de markt in aanmerking.

  • 4.

    Door burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in het derde lid worden afgeweken, mits betrokkene bereid is de voorwaarden die daarbij worden gesteld te aanvaarden en na te leven.

  • 5.

    In de gevallen, bedoeld in het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders bovendien het recht op een standplaats op een of meer volgende marktdagen gedurende ten hoogste drie weken ontzeggen.

Artikel 46. lntrekking recht op vaste standplaats.

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen het recht tot het innemen van een vaste standplaats intrekken of de inschrijving op de sollicitantenlijst doorhalen indien:

    • a.

      de door de standplaatshouder ten verkoop aangeboden marktartikelen naar het oordeel van de Keuringsdienst van Waren ondeugdelijk van samenstelling en/of ondeugdelijk van toestand zijn;

    • b.

      de standplaatshouder handelt in strijd met de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften;

    • c.

      de standplaatshouder direct of indirect de orde, de rust of de goede gang van zaken voor, tijdens of na de markturen verstoort of in gevaar brengt;

    • d.

      de standplaatshouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet.

  • 2.

    Indien burgemeester en wethouders het voornemen hebben een van de maatregelen, als in het eerste lid bedoeld, toe te passen, gaan zij tot het uitvoeren daarvan niet over dan nadat betrokkene in de gelegenheid is gesteld zich te rechtvaardigen.

Artikel 47. Gevolgen wanbetaling.

Ieder, die wegens wanbetaling het recht op zijn vaste plaats heeft verloren, of wiens inschrijving op de in artikel 24 bedoelde lijst om deze reden is doorgehaald, wordt niet opnieuw als gegadigde voor een standplaats ingeschreven, zolang het verschuldigde marktgeld niet is voldaan.

Artikel 48. Strafsancties.

Overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of met een geldboete van de tweede categorie.

Artikel 49. Overgangsbepaling.

  • 1.

    Een recht op een vaste standplaats, verleend op grond van het Marktreglement gemeente Veldhoven, wordt geacht te zijn verleend op grond van deze verordening.

  • 2.

    De sollicitantenlijst, die op grond van het Marktreglement gemeente Veldhoven is samengesteld, wordt geacht te zijn samengesteld op grond van deze verordening.

Artikel 50. Beslissingsbevoegdheid onvoorziene gevallen.

In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders.

Artikel 51. Slotbepaling.

  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als “Marktverordening 1987”.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag waarop zij is bekendgemaakt.