Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Westerveld

handhavingsbeleid Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieWesterveld
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelinghandhavingsbeleid Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
Citeertitelhandhavingsbeleid Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

23-11-2011nieuwe regeling

01-11-2011

Da's Mooi, 22-11-2011

11/22715

Tekst van de regeling

Intitulé

handhavingsbeleid Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

 

 

 

Handhavingsbeleid Wet kinderopvang en kwaliteitseisen

peuterspeelzalen

Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

gemeente Westerveld september 2011

Afdeling: Dienstverlening

Team Maatschappelijk Welzijn

Vrouwk Weemstra-van Dorsten

In samenwerking met: Drentse gemeenten en GGD Drenthe

Status beleidsnotitie: Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op november 2011

 

 

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 2 Relevante wet- en regelgeving

  • 2.

    1 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen 5 2.2 Besluit registratie kinderopvang 5

  • 2.

    3 Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 6

    2.4 Toezicht 6

Hoofdstuk 3 Wettelijke taken en verantwoordelijkheden

  • 3.

    1 Procedure registratie 8

  • 3.

    2 Niet geregistreerde kinderopvang 9

  • 3.

    3 Toezicht en taken 9

    3.3.1. Gemeente 9

    3.3.2. GGD 9

    3.3.3. Ouders 10 3.3.4. Rechtsbescherming van de houder 10

  • 3.

    4 Afspraken GGD Drenthe en de Drentse gemeenten 10

    3.4.1 Taken GGD 10

    3.4.2. Taken gemeente 11

Hoofdstuk 4 Toezicht en handhaving

  • 4.

    1 Overleg en overreding 13

  • 4.

    2 Handhaving 14 4.3 Sanctieprotocol 15

Hoofdstuk 5 Handhaving in Westerveld

  • 5.

    1 Situatie in Westerveld 17

    5.1.1. Verantwoordelijkheden 17

    5.1.2. Geregistreerde locaties 17

    5.1.3. Uitgangspunt gebruik handhavinginstrumenten 18

  • 5.2.

    Voorstel 18

  • 5.

    3 Communicatie 18

  • 5.

    4 Evaluatie 19

  • 5.

    5 Inwerkingtreding 19

     

Bijlage 1 Handhavinginstrumenten volgens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

 

Bijlage IIAfwegingsmodel handhaving kinderopvang: handhaving- en sanctiebeleid gemeenten betreffende kwaliteit en handhaving kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

Hoofdstuk 1: Inleiding

Op 1 januari 2005 is de Wet Kinderopvang in werking getreden. Met ingang van 1 augustus 2010 is de naam van de wet gewijzigd in Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Dit is het gevolg van de inwerkingtreding van de wet OKE (Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie) per genoemde datum. Met dit wetsvoorstel zijn ook de peuterspeelzalen onder de werking gebracht van de Wet kinderopvang.

De kinderopvang is met de komst de wet in 2005 een marktsector geworden waarbij ouders en ondernemers vraag en aanbod bepalen.

De Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (nader genoemd `de Wet’ of ‘Wko’) bevat:

een regeling voor tegemoetkomingen in de kosten van de kinderopvang;

waarborging van de kwaliteit van kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang, gastouderbureaus en peuterspeelzalen;

een regeling voor het toezicht op en de handhaving van de kwaliteit van de kinderopvangvoorzieningen en peuterspeelzalen.

 

Een goede kwaliteit van de kinderopvang is belangrijk omdat kinderen een kwetsbare groep vormen. Daarnaast moeten ouders de zorg voor hun kinderen met een gerust hart kunnen uitbesteden.

Begin 2011 heeft het college van burgemeester en wethouders het Handhavingsbeleid Wet Kinderopvang vastgesteld. In deze beleidsnotitie is vastgelegd hoe de gemeente Westerveld toezicht houdt op de kwaliteit van de kinderopvang en omgaat met overtredingen van die kwaliteitsregels kinderopvang. Het toezicht en de handhaving hebben als doel te waarborgen dat er in de gemeente Westerveld verantwoorde kinderopvang wordt aangeboden.

De eerdere beleidsnotitie biedt de houders van kinderopvangorganisaties en gastouderbureaus de mogelijkheid vooraf in te zien op welke wijze de gemeente toezicht houdt. Daarbij wordt aangegeven op basis van welke criteria de gemeente handhavend optreedt en op welke wijze er opgetreden wordt.

De onderlegger van deze eerdere notitie vormt het Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Dit VNG-model is een handreiking die de gemeente kan hanteren bij het uitvoeren van handhavingsacties die nodig zijn als een houder van een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang, gastouderbureau of gastouder niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet Kinderopvang en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Deze beleidsregels zijn gebaseerd op de uitgangspunten van het convenant “Verantwoorde kinderopvang: Verdere stappen naar de toekomst”, opgesteld door de verschillende marktpartijen in de kinderopvang In het model zijn de algemene geldende regels opgenomen die de gemeente kan gebruiken bij het overtreden van de kwaliteitseisen. De gemeente heeft er voor gekozen om het VNG-model ongewijzigd over te nemen. Dit model is opgenomen in bijlage 2.

 

Na de invoering van de Wet Kinderopvang per 1 januari 2005 zijn er enkele wetswijzigingen doorgevoerd. Vanaf 1 januari 2010 gelden strengere kwaliteitseisen voor gastouderopvang en vallen gastouders onder direct toezicht van de GGD. Sinds 1 augustus 2010 zijn de peuterspeelzalen onder de werking gebracht van de Wko in een in een apart hoofdstuk 2. Naast de naam is ook de artikelnummering aangepast. Tevens zijn in 2010 de gemeentelijke registers kinderopvang vervallen en vervangen door het Landelijk Register Kinderopvang (nader genoemd “LRK”). Met name de ontwikkeling dat de peuterspeelzalen onder de werking is gebracht van de Wko, zorgt nu voor actualisering van het huidige handhavingsbeleid. In het reeds vastgestelde afwegingsmodel toezicht en handhaving is eerder hoofdstuk 4 toegevoegd waarin het handhaving- en sanctiebeleid ten aanzien van gastouders is vastgelegd. Het handhaving- en sanctiebeleid ten aanzien van peuterspeelzalen is vastgelegd in hoofdstuk 5.

(Zie bijlage 2.)

 

Kinderopvangorganisaties kennen vaak meerdere vestigingsplaatsen. Dit betekent dat de houder te maken heeft met verschillende toezichthoudende & handhavende gemeenten. Een eenduidig toezichts -en handhavingsbeleid in de provincie Drenthe zorgt voor gelijke behandeling van nieuwe en bestaande houders van kinderopvang. Binnen de provinciegrenzen vindt regelmatig ambtelijk overleg en afstemming plaats tussen de diverse Drentse gemeenten onder leiding van de GGD-Drenthe. Onderliggende beleidsnotitie is voortgekomen uit dit overleg en wordt Drenthebreed gedragen.

Hoofddoelstelling van de voorschoolse vorming in peuterspeelzalen en kinderopvang (wet OKE) is het stimuleren van de ontwikkeling van jonge kinderen in een gestructureerde ontwikkelingsgerichte omgeving en het vroegtijdig signaleren en terugdringen van taal- en ontwikkelingsgerichte omgeving in het vroegtijdig signaleren en terugdringen van taal- en ontwikkelingsachterstanden. Uit onderzoek is gebleken dat het vroegtijdig (vóór aanvang van de basisschoolperiode) signaleren en gericht aanpakken van de (taal)achterstanden de kansen op een succesvolle schoolloopbaan versterkt.

De basiskwaliteitseisen waaraan kindercentra respectievelijk peuterspeelzalen moeten voldoen staan in art. 1.50 respectievelijk art. 2.6 Wko. Verder stellen art. 1.50b respectievelijk art. 2.8 nadere eisen als op een kindercentrum respectievelijk peuterspeelzaal voorschoolse educatie gegeven wordt. In het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie zijn deze nadere eisen geconcretiseerd. Zowel de basiskwaliteitseisen als de mogelijke eisen aan de voorschoolse educatie worden door de GGD beoordeeld.

In de gemeente Westerveld zijn de doelgroepkinderen (zeer) beperkt. In onze gemeente zijn geen specifieke locaties waar groepen kinderen voorschoolse educatie ontvangen. Wel wordt op de bestaande voorschoolse voorzieningen aan doelgroepkinderen – gescreend op basis van objectieve criteria door de wijkverpleegkundige - een educatieprogramma aangeboden. Tutoren en meerdere leidsters hebben hiervoor een Piramidetraining gevolgd. Doelgroepkinderen wordt de mogelijkheid geboden op een viertal dagdelen op meerdere locaties een onderwijsprogramma te volgen..

 

In hoofdstuk 2 van de onderliggende Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gemeente Westerveld 2011 wordt ingegaan op de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, het Besluit registratie kinderopvang, de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen en het toezicht. Dit hoofdstuk wordt gevolgd door een hoofdstuk over de wettelijke taken en verantwoordelijkheden van gemeenten, GGD en houders. Hoofdstuk 4 gaat in op het toezicht en de handhaving en in hoofdstuk 5 wordt tenslotte de lokale situatie beschreven.

Hoofdstuk 2. : Relevante wet- en regelgeving

2.1. Wet kinderopvang

De Wet kinderopvang is op 1 januari 2005 in werking getreden en heeft een ingrijpende wijziging van de rol van de gemeenten tot gevolg gehad. De kinderopvang is met de komst van deze wet een marktgerichte sector geworden, waarin vraag en aanbod door de ouders en de ondernemers wordt bepaald. De verantwoordelijkheid voor het bieden van voldoende kwaliteit wordt bij de ondernemer neergelegd. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het handhaven van de kwaliteit in de kinderopvang.

Na de invoering van de Wet Kinderopvang per 1 januari 2005 zijn er verschillende wetswijzigingen doorgevoerd. Vanaf 1 januari 2010 gelden strengere kwaliteitseisen voor gastouderopvang en vallen gastouders ook direct onder het toezicht van de GGD. Sinds 1 augustus 2010 zijn de peuterspeelzalen onder de werking gebracht van de Wet Kinderopvang in een apart hoofdstuk 2. Per 1 augustus 2010 is dan ook de citeertitel van de wet gewijzigd in Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

De Wko bevat een regeling voor de tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang, eisen voor de kwaliteit van de kindercentra, gastouderbureaus, voorzieningen voor gastouderopvang en de peuterspeelzalen en een regeling voor het toezicht op en de handhaving van de kwaliteit van de kinderopvangvoorzieningen en peuterspeelzalen.

De Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen stelt aan instellingen voor kinderopvang en peuterspeelzalen de eis dat de houder zorg draagt voor het aanbieden van kinderopvang en peuterspeelzaalwerk welke bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van de kinderen in een veilige omgeving. Hiertoe zijn globale eisen (“verantwoorde kinderopvang en peuterspeelzaalwerk”) en concrete eisen (o.a. risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid, verplichte verklaring omtrent het gedrag) opgesteld.. De branche heeft deze globale en concrete eisen via zelfregulering vertaald in gedetailleerde kwaliteitsafspraken (zie ook & 2.3)

 

 

2.2 Besluit registratie kinderopvang

 

Op 1 januari 2010 is het Besluit registratie kinderopvang in werking getreden.

Het besluit bevat regels over de bij de aanvraag tot exploitatie voor kinderopvang te verstrekken gegevens en over het Landelijk register Kinderopvang (LRK).

In het LRK worden alle bestaande en nieuwe voorzieningen voor kinderopvang geregistreerd die aan de wettelijke eisen voldoen. Het gaat om kinderdagverblijven, buitenschoolse opvangvoorzieningen, gastouderbureaus en gastouders.

Het LRK is via internet openbaar toegankelijk (www.landelijkregisterkinderopvang.nl), zodat voor iedereen duidelijk is welke kinderdagvoorzieningen aan de wettelijk vastgestelde kwaliteitseisen voldoen. Alleen wanneer gebruik wordt gemaakt van zo’n geregistreerde voorziening, bestaat voor een ouder recht op een kinderopvangtoeslag.

 

De peuterspeelzalen staan niet in het LRK. Vanaf januari 2012 zal gestart worden met de implementatie van de opname van de peuterspeelzalen in het LRK. Tot dat moment worden en blijven de peuterspeelzalen opgenomen in het al bestaande gemeentelijk register voor peuterspeelzalen.

 

2.3. Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen

 

De brancheorganisatie voor Welzijn en maatschappelijk Dienstverlening, Jeugdzorg en Kinderopvang: de Maatschappelijk Ondernemers groep (MOgroep), de Belangenvereniging Ouders in de Kinderopvang (BoiNK) en de Branchevereniging Ondernemers in de Kinderopvang hebben in 2004 de gedetailleerde kwaliteitseisen vastgelegd in het convenant “Verantwoorde Kinderopvang: verdere stappen naar de toekomst”. Deze eisen waren het uitgangspunt voor de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang die op 10 november 2004 door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn vastgesteld.

Op 17 januari 2008 is een herziene versie van het convenant door de marktpartijen ondertekend.

De staatssecretaris van OCW (nu SZW) heeft de aangepaste kwaliteitseisen overgenomen in de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang. Deze zijn op 3 april 2008 in werking getreden.

In verband met de totstandkoming van het Convenant Kwaliteit Kinderopvang 2009 zijn de beleidsregels bij besluit van 16 oktober 2009 gewijzigd en op 1 januari 2010 in werking getreden.

Op 9 juli 2010 zijn na de totstandkoming van het Convenant Kwaliteit Peuterspeelzalen de beleidsregels wederom gewijzigd en op 1 augustus 2010 in werking getreden. Per 1 augustus 2010 is ook de citeertitel gewijzigd in Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen.

Op basis van deze Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen heeft de VNG ter ondersteuning een nieuw afwegingsmodel handhaving opgesteld. In dit model zijn de algemene stappen opgenomen die de gemeente kan hanteren bij het overtreden van de kwaliteitseisen. In het geldende afwegingsmodel zijn de peuterspeelzalen – hoofdstuk 5 – al meegenomen.

 

2.4 Toezicht

 

Het college is eveneens wettelijk verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de kwaliteitseisen. Dit (eerstelijns)toezicht wordt uitgevoerd door de GGD. Op grond van artikel 1.61 lid 1 en artikel 2.19 lid 1 Wko wijst het college van burgemeester en wethouders de directeur van de GGD aan als toezichthouder.

Ter uitvoering van het toezicht in de kinderopvang heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2004 de “Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang” vastgesteld. In 2008 en 2010 zijn de beleidsregels door de toenmalige staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (nu SZW) aangepast als gevolg van de wijzigingen in de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang.

Als bijlage bij de beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang zijn per opvangsoort toetsingskaders opgesteld door de GGD Nederland in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (nu SZW) en de VNG. In de beleidsregels met de toetsingskaders is vastgelegd naar welke kwaliteitsaspecten de toezichthouder kijkt

De volgende kwaliteitsaspecten worden, ingedeeld naar domeinen, door de toezichthouder beoordeeld:

Kinderdagopvang

1.Kinderopvang in de zin van de wet

2 Ouders

  • 3.

    Personeel

  • 4.

    Veiligheid en gezondheid

  • 5.

    Accommodatie en inrichting

  • 6.

    Groepsgrootte

  • 7.

    Pedagogisch beleid en praktijk

  • 8.

    Klachten

  • 9.

    Eventuele voorschoolse educatie

 

 

Buitenschoolse opvang

1. Kinderopvang in de zin van de wet

2.Ouders

3.Personeel

4.Veiligheid en gezondheid

5. Accommodatie en inrichting

6.Groepsgrootte

7. Pedagogisch beleid en praktijk

8. Klachten

Gastouderbureau

  • 1.

    Gastouderbureau in de zin van wet

  • 2.

    Ouders

  • 3.

    Personeel

  • 4.

    Pedagogisch beleid

  • 5.

    Klachten

  • 6.

    Veiligheid en gezondheid

  • 7.

    Kwaliteit Gastouderbureau

    Gastouderopvang

    1. Gastouderopvang in de zin van de wet

  • 2.

    Gastouder

  • 3.

    Accommodatie en inrichting

  • 4.

    Pedagogisch beleid

  • 5.

    Aantal kinderen

  • 6

    Veiligheid en gezondheid

 

Peuterspeelzalen

  • 1.

    Peuterspeelzaalwerk in de zin van de wet

  • 2.

    Ouders

  • 3.

    Personeel

  • 4.

    Veiligheid en gezondheid

  • 5.

    Groepsgrootte en beroepskracht/ vrijwilliger – kind - ratio

  • 6.

    Pedagogisch beleid

  • 7.

    Klachten

  • 8.

    Eventuele voorschoolse educatie.

     

3. Wettelijke taken en verantwoordelijkheden

3.1 Procedure registratie

Een aanvraag tot registratie van een kindercentrum (dagopvang/bso), gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang wordt gedaan door de houder die voornemens is de voorziening in de exploitatie te nemen. Deze houder moet zich wenden tot het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de voorziening is of zal worden gevestigd (artikel 1.45 lid 1 Wko) Een aanvraag voor opname in het LRK kan alleen worden gedaan met de hiertoe landelijk door de minister vastgestelde aanvraagformulieren.

Indien de aanvraag volledig is, geeft het college van burgemeester en wethouders de GGD opdracht voor het uitvoeren van een kwalitatief onderzoek op de documenten en voor een inspectie op de locatie.

Het college van burgemeester en wethouders neemt binnen 10 weken na ontvangst van de aanvraag een besluit op de aanvraag. Het college laat zich hierbij adviseren door de GGD.

Als het college positief besluit wordt de voorziening opgenomen in het Landelijk register Kinderopvang en mag de opvang van start gaan. Het besluit wordt in de vorm van een beschikking toegestuurd. In het geval de houder het niet eens is met de beslissing, is het mogelijk hiertegen bezwaar aan te tekenen bij het college van burgemeester en wethouders.

Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor opname in het LRK. Ook een wijziging van bestaande gegevens moet door de houder meteen gemeld worden aan het college (artikel 1.47 lid 1 Wko). Het college zorgt dat de wijziging wordt verwerkt in het landelijk register.

Het LRK is via internet (www.landelijkregisterkinderopvang.nl) openbaar toegankelijk en kan op aanvraag kosteloos worden ingezien op het gemeentehuis

 

Peuterspeelzalen

Ook in 2011 ligt er reeds een wettelijke taak om toezicht en handhaving voor peuterspeelzalen in te stellen. Dit is sinds 1 augustus 2010 te vinden in de wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Wko), in artikel 2.19, op basis waarvan burgemeester en wethouders wordt aangewezen om toezicht te houden.

 

Artikel 2.19 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen bepaalt, dat het college van burgemeester en wethouders toeziet op de naleving van de regels die bij of krachtens artikel 2 aan peuterspeelzalen zijn gesteld en op de naleving van aanwijzingen of andere bevelen tot sluiting of uitgevaardigde verboden. Handhaving kan worden uitgevoerd op dezelfde wijze als dit bij de kinderopvang is geregeld. Dit is opgenomen in het afwegingsmodel.

 

De gemeente mag handhaven op basis van inspectierapporten die zijn opgesteld voordat artikel 2.20 van de Wko in werking is getreden. De artikelen 2.23 en 2.24 van de Wko regelen de mogelijkheid van het gemeentelijk ingrijpen bij het niet naleven van de voorschriften. Het is daarbij niet van belang op basis van welk onderzoek de toezichthouder dit heeft vastgesteld. Ook de handhavinginstrumenten uit de Awb kunnen worden toegepast. Dus de mogelijkheden zijn:

  • -

    schriftelijk bevel

  • -

    aanwijzing

  • -

    last onder bestuursdwang

  • -

    last onder dwangsom

  • -

    verbod tot instandhouding

  • -

    bestuurlijke boete of intrekking subsidie.

 

3.2 Niet geregistreerde kinderopvang

Het exploiteren van een kindercentrum (dagopvang/ bso), een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau zonder registratie in het LRK is een economisch delict. Bij een signaal kan de gemeente de GGD opdracht geven om te onderzoeken of er sprake is van opvang in de zin van de Wko. Weigert de houder mee te werken en bestaat een vermoeden van opvang in de zin van de Wko, dan kan aangifte worden gedaan bij het Openbaar Ministerie.

In overleg met het Openbaar Ministerie van het arrondissementsparket in Assen is besloten dat wanneer een zaak van niet geregistreerde kinderopvang zich voordoet er contact zal moeten worden opgenomen met het Openbaar Ministerie. Hiervoor is binnen het Openbaar Ministerie een contactpersoon aangewezen. In overleg met het Openbaar Ministerie zal dan de handhavingstrategie moeten worden bepaald.

 

3.3Toezicht en taken

3.3.1. Gemeente

Het college van burgemeester en wethouders ziet toe op de naleving van de kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang, de Regeling Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 1.61 lid 1 en artikel 2.19 lid Wko)

Het college wijst de directeur van de GGD aan als toezichthouder (artikel 1.61 lid 1 en artikel 2.19 lid 1 Wko).

De Minister van SZW houdt toezicht op de rechtmatigheid en doeltreffendheid van de uitvoering van de wettelijke taken door het college (art.1.68 Wko). Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks vóór 1 mei een verslag vast van alle toezicht en handhavingstaken die de gemeente in een kalenderjaar in het kader van de wet heeft verricht.

 

3.3.2. GGD

De GGD is verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit. Afhankelijk van de situatie kunnen er verschillende inspecties plaatsvinden:

Jaarlijkse inspectie

Inspectie na aanvraag (exploitatieonderzoek)

Incidentele inspectie

Nader onderzoek (herinspectie) deelaspecten

De toezichthouder legt zijn bevindingen vast in een inspectierapport. Een houder kan zijn zienswijze op het inspectierapport schriftelijk aan de GGD, voor definitieve vaststelling, kenbaar maken. De zienswijze van de houder wordt toegevoegd aan het rapport, dat door de GGD naar de gemeente wordt verzonden.

Binnen drie weken na vaststelling daarvan wordt het rapport openbaar gemaakt op de website van de GGD en een afschrift wordt voor ouders en personeel ter inzage gelegd.

De gemeente voegt de inspectierapporten van de kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang en gastouderbureaus toe in het LRK. Landelijk is afgesproken dat de inspectierapporten van de gastouders in ieder geval in 2010 en 2011 niet worden toegevoegd aan het LRK. Reden hiervoor is dat positieve rapporten weinig extra waarde hebben. In het rapport staat slechts het advies om te registreren. Negatieve rapporten kunnen niet worden toegevoegd, omdat toevoegen alleen mogelijk is bij geregistreerde gastouders in het LRK.

 

3.3.3 Ouders

In de wet is de rol van ouders vastgelegd (artikel 1.58 e.v. Eko) Bij elke vestiging hoort een oudercommissie. Deze heeft een adviserende taak en functioneert op basis van een reglement.

 

3.3.4 Rechtsbescherming van de houder

Zoals eerder aangeven, krijgt de houder de gelegenheid om een zienswijze op het concept- inspectierapport schriftelijk aan de GGD kenbaar te maken. Daarnaast heeft de houder in het geval van een handhavingactie op basis van een besluit ex artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht (Awb) de gebruikelijke mogelijkheden van bezwaar en beroep uit de Awb.

 

3.4 Afspraken GGD Drenthe en de Drentse gemeenten

Om de gemeentelijke verantwoordelijkheid waar te kunnen maken zijn er op regionaal niveau afspraken vastgelegd met de GGD over de uitvoering van het toezicht.

3.4.1. Taken GGD

De GGD verricht volgens de Wet kinderopvang en kwaliteitsregels peuterspeelzalen de volgende activiteiten:

  • 1.

    De GGD levert aan gemeenten aan het begin van het jaar een globale planning, en per kwartaal een overzicht van uitgevoerde inspecties. Aan het eind van het jaar vindt per gemeente een evaluatiegesprek plaats

  • 2.

    Binnen zes weken na de aanvraag tot registratie rondt de GGD de eerste inspectie van een nieuw kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang, gastouderbureau of peuterspeelzaal af, en beoordeelt of de houder redelijkerwijs in exploitatie mag gaan. Op basis van dit onderzoek besluit het college van burgemeester en wethouders binnen 10 weken na de aanvraag of de voorziening wel of niet wordt opgenomen in het landelijk Register Kinderopvang. Binnen drie maanden na exploitatie vindt er een reguliere inspectie plaats.

  • 3.

    De reguliere inspectie vindt in beginsel jaarlijks plaats. Op basis van landelijke afspraken worden jaarlijks Drenthe-breed afspraken gemaakt over de uitvoer van het toezicht.

  • 4.

    De GGD voert de inspecties uit via de landelijke uniforme procedure.

  • 5.

    De GGD maakt gebruik van landelijke inspectie-instrumenten (inclusief format rapportage), opgenomen in een “handboek kinderopvang” (in te zien via www.ggdkennisnet.nl)

6, De GGD heeft na afronding van een inspectie zes weken de tijd om een conceptrapport op te stellen. De GGD stuurt uiterlijk zes weken na de inspectie en conceptrapport naar de instelling. De ondernemer heeft twee weken de tijd (hoor en wederhoor) om op het conceptrapport te reageren en eventueel, indien er een blijvend verschil van mening blijft bestaan, zijn of haar zienswijze te formuleren en op te sturen naar de GGD.

De GGD inspecteur past eventueel het rapport aan en/of voegt -bij een verschil van mening- de zienswijze van de ondernemer als bijlage bij het rapport en stuurt het naar de gemeente en naar de instelling (de instelling moet de oudercommissie informeren).

7.De geconstateerde overtredingen welke in aanmerking komen voor overleg en overreding (zie verder & 4.1.) worden aan het einde van de inspectie dan wel zo spoedig mogelijk daarna aangegeven bij de houder. De houder heeft dan maximaal zes weken (=de tijd die de inspecteur nodig heeft om het conceptrapport op te stellen de tijd om de tekortkoming, de overtreding te verhelpen. Als de overtredingen binnen de gestelde termijn zijn opgelost, wordt dit in het definitieve rapport vermeld. Als binnen de gestelde termijn de overtreding niet is opgelost, wordt dit als een verzwarende omstandigheid in het rapport vermeld.

Gemeenten hebben hiertoe de overeenkomst “Overleg en Overreding” ondertekend.

  • 8.

    De inspecteur kinderopvang van de GGD adviseert de gemeente naar aanleiding van een inspectie om wel of niet te handhaven en om eventueel af te wijken van het handhavingsbeleid van de gemeente.

  • 9.

    De GGD voert herinspecties uit binnen de door de gemeente gestelde termijn en rapporteert de bevindingen aan de gemeente en de instelling (de instelling moet de oudercommissie informeren).

  • 10.

    De GGD inspecteur kan bij levensbedreigende situaties een schriftelijk bevel afgeven en informeert de gemeente bij voorkeur dezelfde dag of uiterlijk de dag na het afgeven van het bevel telefonisch, zo spoedig mogelijk gevolgd door een schriftelijke bevestiging.

  • 11.

    Indien de GGD signalen opvangt over slecht functionerende instellingen of niet geregistreerde kinderopvang, geeft zij deze door aan de gemeente.

 

3.4.2. Taken gemeente

De gemeente verricht volgens de Wet kinderopvang en kwaliteitsregels peuterspeelzalen de volgende activiteiten:

  • 1.

    De gemeente verwerkt de aanvragen tot registratie van kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, gastouderbureaus, voorzieningen voor gastouderopvang en peuterspeelzalen in het Landelijk register Kinderopvang (het Landelijk register voor peuterspeelzalen treedt in 2012 in werking).

  • 2.

    De gemeente stuurt de aanvraagformulieren zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 14 dagen na de datum van aanvraag voor advies door naar de GGD..

  • 3.

    De gemeente neemt binnen tien weken na ontvangst van de aanvraag op basis van het advies van de GGD een besluit op de aanvraag.

  • 4.

    De gemeente verwerkt de wijzigingen van de gegevens van de bestaande kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, gastouderbureaus, voorzieningen van gastouderopvang en peuterspeelzalen in het landelijk Register Kinderopvang.

  • 5.

    De gemeente bevestigt de wijzigingen met rechtsgevolgen (wijzigen van opvang locatie, naam houder, aantal kindplaatsen) met een beschikking. De overige wijzigingen worden bevestigd door middel van een bevestigingsbrief.

  • 6.

    De gemeente informeert de GGD over de gekozen niveaus en de prioritering van het handhavingsbeleid kinderopvang (afwegingsmodel).

  • 7.

    Als uit het inspectierapport van de GGD blijkt dat niet wordt voldaan aan één of meer kwaliteitseisen, besluit de gemeente in beginsel tot het starten van een handhavingactie. De gemeente maakt daarbij een keuze uit de wettelijke sanctiemogelijkheden (zie ook par. 4.2. en bijlage 1)

  • 8.

    De gemeente informeert de GGD over de genomen handhavingacties. Tevens stelt de gemeente de GGD op de hoogte als zij besluit het gegeven handhavingadvies niet op te volgen.

  • 9.

    De gemeente zorgt voor het uploaden van de inspectierapporten van de GGD in het landelijk Register Kinderopvang.

    Het rapport wordt niet openbaar gemaakt als de aard of de omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzetten. Denk hierbij aan onderzoek naar melding van seksueel misbruik.

  • 10.

    De gemeente geeft signalen over slecht functionerende instellingen door aan de GGD en geeft de GGD eventueel opdracht voor inspectie.

  • 11.

    De gemeente coördineert de samenwerking met andere lokale toezichthouders (brandweer-, bouw- en woningtoezicht etc.)

  • 12.

    Het opsporen van niet-geregistreerde kinderopvang valt onder verantwoordelijkheid van de gemeente. De gemeente hanteert geen actief opsporingsbeleid.

  • 13.

    De gemeente wijst een (bij voorkeur één) contactpersoon/ contactfunctionaris aan waar de GGD contact mee heeft betreffende het toezicht kinderopvang.

 

4. Toezicht en handhaving

Toezicht en handhaving kinderopvang valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente.

De wet bepaalt dat elk kindercentrum, elk gastouderbureau, elke voorziening voor gastouderopvang en elke peuterspeelzaal jaarlijks wordt gecontroleerd. In verband met de grote hoeveelheid gastouders die vanaf 2010 onder het directe toezicht van de GGD vallen, zijn er door OCW (nu SZW), VNG, GGD-Nederland en de Inspectie van het Onderwijs zogenaamde maatwerkafschriften gemaakt. Onderdeel hiervan is dat kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang die in 2009 na de jaarlijkse inspectie of nader onderzoek (herinspectie) een voldoende scoorden op de kernelementen uit het Model Risicogestuurd Toezicht in 2010, niet geïnspecteerd hoefden te worden. In 2011 vindt er bij deze opvangvoorzieningen wel weer een inspectie plaats. Een dergelijke afspraak is ook voor het jaar 2011 gemaakt.

Op dit moment is afdeling 2 paragraaf 1 en artikel 2.20 Wko nog niet in werking getreden. Het handhavingsbeleid voor peuterspeelzalen is nog niet (geheel) van toepassing. Hiervoor is nog tijd tot 31 december 2012. Gemeenten moeten echter vanaf heden de tijd benutten om toezicht en handhaving op de juiste wijze te organiseren. Reeds in 2011 kunnen inspecties op de peuterspeelzalen worden uitgevoerd. Op 31 december 2012 moeten alle peuterspeelzalen zijn geïnspecteerd en bij positief advies geregistreerd.

De toezichthouders maken gebruik van (landelijk) vastgestelde toetsingskaders. Uitkomsten van de getoetste onderdelen worden ingevuld in een afwegingsmodel (naar voorbeeld van de VNG; zie bijlage 2 afwegingsmodel handhaving kinderopvang). Dit model is gebaseerd op een risicoanalyse waarbij wordt beoordeeld in welke mate een negatief effect optreedt als niet wordt voldaan aan de kwaliteitseisen. Het belang van de verschillende onderdelen wordt uitgedrukt in een prioriteit hoog-gemiddeld-laag. De zwaarte van de prioriteit komt tot uiting in de hersteltermijn. Dit afwegingsmodel draagt bij aan transparantie en consistentie (zie bijlage 2)

 

4.1. Overleg en overreding

Naar aanleiding van het onderzoek naar overleg en overreding door de Inspectie van het Onderwijs heeft de VNG in overleg met GGD Nederland het besluit genomen om “overleg en overreding” in te zetten als middel om overtredingen op te lossen. De resultaten van het onderzoek laten zien dat bij inzet hiervan in veel gevallen geen of minder handhaving nodig is. Bij overleg en overreding moet gedacht worden aan een gesprek tussen de toezichthouder (GGD) en houder/ondernemer, alsmede het beïnvloeden van de houder door de toezichthouder om de geconstateerde overtreding op te lossen (mediation). Een dergelijk gesprek vindt plaats na afloop van de inspectie. De houder heeft gedurende de termijn die de toezichthouder heeft voor het opstellen van het conceptrapport (maximaal zes weken) de tijd om de overtreding op te lossen.

Overleg en overreding wordt binnen de toetsingskaders gebruikt en valt formeel niet onder handhaving, maar gaat er aan vooraf.

 

4.2Handhaving

Bij de inspectie wordt de kwaliteit van de onderdelen zoals vermeld in het afwegingsmodel (zie bijlage 2) beoordeeld en uitgedrukt in scores van voldoende en onvoldoende. Het belang en de score leiden vervolgens tot een bepaald eindoordeel waarvoor het sanctieprotocol gebruikt wordt (par. 4.3).

Indien uit het inspectierapport blijkt dat een houder van een kindercentrum (dagopvang en buitenschoolse opvang), gastouder(bureau) of peuterspeelzaal niet voldoet aan één of meer kwaliteitsvoorwaarden, moet de gemeente in beginsel een handhavingactie starten. Het college kan een keuze maken uit de volgende wettelijke sanctiemogelijkheden om naleving van de kwaliteitseisen af te dwingen:

Aanwijzing (door college) of bevel (door toezichthouder), artikel 1.65 en artikel 2.23 Wko;

Last onder bestuursdwang of last onder dwangsom. Artikel 125 gemeentewet j* artikel 5.21 Awb e.v.

Exploitatieverbod, artikel 1.66 en artikel 2.24 Wko;

Verwijdering uit het Landelijk register Kinderopvang, artikel 10 Besluit registratie Kinderopvang;

Bestuurlijke boete, artikel 1.72 en artikel 2.27 Wko.

 

In bijlage 1 is een beschrijving opgenomen van de verschillende sanctiemogelijkheden.

Het college zal in de meeste gevallen eerst een aanwijzing opleggen alvorens tot een zwaarder handhavingsmiddel over te gaan. De zwaarte van de prioriteit komt tot uiting in de hersteltermijn van de aanwijzing. De gemeente kan echter ook, voordat de eerste juridische stap van aanwijzing wordt gezet, eerst een waarschuwing geven.

 

 

4.3. Sanctieprotocol

Het college gebruikt het afwegingsmodel (bijlage 2) om te bepalen welke sanctie-instrumenten ingezet gaan worden en welke hersteltermijn de houder krijgt om de tekortkoming op te lossen. Binnen de handhaving kunnen twee typen sancties onderscheiden worden, te weten herstellende sancties en bestraffende sancties. Deze typen bestaan naast elkaar en kunnen sancties van een verschillend type tegelijkertijd worden opgelegd.

Binnen dit handhavingsbeleid kunnen we bij de herstellende sancties de volgende stappen onderscheiden:

Stap 1: Bevel of aanwijzing

Stap 2: Last onder dwangsom of last onder bestuursdwang

Stap 3: Exploitatieverbod

Stap 4: Verwijdering uit landelijk register

 

Een bestraffende sanctie onder de Wko is de bestuurlijke boete.

Ingevolge artikel 1.72 en 2.27 Wko is het college van burgemeester en wethouders bevoegd ter zake van een aantal overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. In het afwegingsmodel (bijlage 2) is aangegeven voor welke overtredingen het college een boete oplegt alsmede de hoogte van de boetes. De bestuurlijke boete wordt nader uitgelegd in bijlage 1.

Een bestuurlijke boete kan apart maar ook gelijktijdig met een herstellend handhavingtraject worden opgelegd.

Om de sanctiestrategie te kunnen bepalen is een sanctieprotocol opgesteld

 

Tabel 1: Sanctieprotocol

 

koptekst laatste twee kolommen- herinspectie en Boete (bestraffende sanctie)

 

 

Sanctie-instrument

(Herstellende sanctie)

Hersteltermijn

Prioriteit hoog

&

Onvoldoende score

Stap 1

Bevel GGD

(Bij direct gevaar)

aanwijzing

Maximaal 14 dagen

Ja

Zie de genoemde bedragen in het afwegingsmodel

(bijlage 2)

Stap 2

Last onder dwangsom

Last onder bestuursdwang

 

 

Stap 3

Exploitatieverbod

Stap 4

Verwijdering uit landelijk register

Prioriteit gemiddeld

&

Onvoldoende score

Stap 1

Aanwijzing

Maximaal 2 maanden

Ja

Zie de genoemde bedragen in het afwegingsmodel

(bijlage 2)

Stap 2

Last onder dwangsom

Last onder bestuursdwang

 

 

Stap 3

Exploitatieverbod

Stap 4

Verwijdering uit landelijk register

Prioriteit laag

&

Onvoldoende score

Stap 1

Aanwijzing

Maximaal 6 maanden

Ja

Zie de genoemde bedragen in het afwegingsmodel

(bijlage 2)

Stap 2

Last onder dwangsom

Last onder bestuursdwang

 

 

Stap 3

Exploitatieverbod

 

Verwijdering uit landelijk register

 

 

Voorschoolse educatie

Met betrekking tot de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van voorschoolse educatie en de handhaving daarvan hanteert het college een sanctieprotocol

(zie tabel 2 en het afwegingsmodel in bijlage 2).

Handhaving zal in beginsel plaatsvinden in 3 stappen:

Stap 1: aanwijzing

Stap 2: verlaging van de subsidie

Stap 3: stopzetten van de subsidie

 

Tabel 2: sanctie protocol voorschoolse educatie

 

koptekst laatste twee kolommen- herinspectie en Boete 

 

 

Sanctie-instrument

Prioriteit hoog

&

Onvoldoende score

Stap 1

Aanwijzing

Maximaal 14 dagen

Ja

Stap 2

Verlaging subsidie

 

 

Stap 3

Stopzetting subsidie

Prioriteit gemiddeld &

Onvoldoende score

Stap 1

Aanwijzing

Maximaal 2 maanden

Ja

Stap 2

Verlaging subsidie

 

 

Stap 3

Stopzetting subsidie

5. Handhaving in Westerveld

In dit hoofdstuk zal nader worden ingegaan op de handhaving in de gemeente Westerveld

5.1. Situatie in Westerveld

5.1.1.Verantwoordelijkheden

Eén van de belangrijkste verantwoordelijkheden uit de Wet voor de gemeente is het toezicht en de handhaving op de kwaliteit van de kinderopvang en de peuterspeelzalen in de gemeente. Zoals in hoofdstuk 2 en 3 reeds is aangegeven geschiedt het toezicht op de kinderopvang en de peuterspeelzalen door de GGD. De gemeente is verantwoordelijk voor dit toezicht en voor de handhaving op de kinderopvang en de peuterspeelzalen.

Binnen de gemeente Westerveld vindt toezicht en handhaving op twee afdelingen plaats.

De behandeling van de aanvragen tot registratie, de toetsing, de opdracht aan de GGD tot inspectie, de contacten met de GGD, de verwerking van de rapportages en ook de registratie van de kinderopvangvoorzieningen in het landelijk register Kinderopvang (LRK), vindt plaats door (medewerkers van) het team Maatschappelijk Welzijn van de afdeling Dienstverlening.

Het eerste gedeelte van de handhavingstaak geschiedt ook door dit team Maatschappelijk Welzijn, Bedoeld worden hier de aanschrijvingen c.q. aanwijzingen als er tekortkomingen zijn geconstateerd.

Mocht dit niet het gewenste effect hebben dan zal moeten worden overgegaan tot een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom. Daarnaast is er de bestuurlijke boete. Voor deze (herstellende en bestraffende) sancties is de Handhavingdienst Zuidwest-Drenthe verantwoordelijk.

 

5.1.2.Geregistreerde locaties

Per 1 januari 2011 waren per opvangsoort het volgende aantal locaties in het LRK geregistreerd:

Soort Aantal locaties

Kinderdagopvang 11

Buitenschoolse opvang 12

Gastouderbureaus 0

Gastouders 60

Er zijn acht gesubsidieerde peuterspeelzalen.

 

5.1.3.Uitgangspunt gebruik handhavingsinstrumenten

De gemeente staan verschillende handhavingsinstrumenten ter beschikking. Enkele van deze instrumenten staan in de Wet genoemd en enkele vloeien voort uit de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht. In § 4.2. en in bijlage 1 staan de verschillende handhavingsinstrumenten beschreven.

De eerste juridische stap zal meestal het opleggen van een aanwijzing zijn. De toezichthouder kan in spoedeisende gevallen ook een schriftelijk bevel geven. De gemeente kan in bijzondere gevallen, voordat deze eerste juridische stap wordt gezet overwegen eerst een waarschuwing te geven. Ook kan worden overwogen eerst op basis van mondelinge overreding de houder te bewegen de overtreding te herstellen. Zowel de waarschuwing als de overreding hebben geen juridische status en betekenen daardoor uitstel van het handhavingstraject.

De tweede stap zal veelal het opleggen van een last onder dwangsom of eventueel een last onder bestuursdwang zijn.

Mochten voorstaande instrumenten niet leiden tot beëindiging van de overtreding(en), dan zal gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om een exploitatieverbod of een bestuurlijke boete op te leggen. De verwijdering uit het landelijk register op basis van artikel 10 lid 1 sub c Besluit registratie kinderopvang is een uiterste middel; hierdoor verliezen de ouders namelijk het recht op een tegemoetkoming voor de opvang.

Een herstellend handhavingtraject verloopt in beginsel volgens de hierboven beschreven stappen. Er kunnen zich echter situaties voordoen, waarin het naar beoordeling van het college gerechtvaardigd is om, gezien de aard en/of ernst van de overtreding, bepaalde stappen te herhalen of over te slaan en direct over te gaan tot inzet van een zwaardere sanctie. Eén van de situaties waarin het zich kan voordoen dat direct wordt overgegaan tot inzet van een zwaardere sanctie is in het geval er sprake is van recidive.

Voor wat betreft de voorschoolse educatie verloopt het handhavingtraject volgens het sanctieprotocol zoals is beschreven in tabel 2.

 

5.2. Voorstel

Wij stellen voor om de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gemeente Westerveld 2011, het daarbij behorende afwegingsmodel en de sanctieprotocollen vast te stellen en te gebruiken bij het bepalen van de sanctiestrategie die moet worden gehanteerd bij overtredingen door kinderopvangorganisaties, gastouderbureaus, voorzieningen voor gastouderopvang en peuterspeelzalen in de gemeente Westerveld.

De combinatie van het afwegingsmodel en de sanctieprotocollen zorgt voor transparantie, consistentie en rechtszekerheid. Het maakt niet uit wie een bepaalde overtreding maakt, maar de overtreding zelf en de omstandigheden waaronder deze is gepleegd bepaalt de aanpak.

 

5.3. Communicatie

De onderliggende beleidsregels en de uitvoering daarvan zal voor de houders van de kinderopvangcentra ten opzichte van het begin dit jaar vastgestelde handhavingsbeleid weinig tot geen veranderingen met zich mee brengen.

De beleidsregels hebben ter inzage gelegen bij de publieksbalie van het gemeentehuis. Ze zijn ook te raadplegen op www.gemeentewesterveld.nl en/of www.overheid.nl. Daarnaast is er in een regionale bijeenkomst een nadere toelichting gegeven op het beleid. Aangezien de huidige actualisering van het handhavingsbeleid en het bijbehorende afwegingsmodel zich voornamelijk richt op de peuterspeelzalen, en voor de kindercentra geen noemenswaardige veranderingen met zich mee brengt, zal in eerste instantie worden volstaan met het toesturen van het beleid aan de houder van de peuterspeelzalen, stichting Speelpeuter Westerveld. In het geval er vanuit de kindercentra toch behoefte bestaat aan een nadere toelichting op het beleid, zullen de houders hiervoor worden uitgenodigd. In januari 2010 zijn de gastouderbureaus tijdens een door de Drentse gemeenten en de GGD georganiseerde bijeenkomst al voorgelicht over de strengere kwaliteitseisen voor gastouderopvang en de invoering van het Landelijke Register Kinderopvang.

Stichting Speelpeuter Westerveld krijgt een exemplaar van het handhavingsbeleid toegestuurd en zal zo nodig worden uitgenodigd voor een toelichting op het beleid. De aankondiging van de inspecties is geschied en de nieuwe toezicht- en handhavingstaak is inmiddels uitgedragen. Stichting Speelpeuter zal naast een inspectie op de reguliere kwaliteitseisen ook worden gecontroleerd op de kwaliteitseisen die zijn gesteld aan voorschoolse educatie. Dit geldt ook voor de kinderopvanglocaties waar mogelijk voorschoolse educatie wordt aangeboden.

Na vaststelling van de beleidsregels worden deze bekendgemaakt in Da’s Mooi, het voorlichtingsblad van de gemeente.

De beleidsregels zullen op internet worden gepubliceerd bij de overige gemeentelijke regelgeving

De voorlichting op internet is inmiddels aangepast aan de in 2010 doorgevoerde wetswijzigingen.

 

5.4. Evaluatie

De beleidsregels en de afspraken met de GGD zullen periodiek worden geëvalueerd. De evaluatie vindt in ieder geval jaarlijks plaats of na wijziging van wet- en/of regelgeving. Op basis van de evaluatie wordt bekeken of de beleidsregels bijgesteld moeten worden.

 

5.5. Intrekking voorgaande regeling en inwerkingtreding

  • -

    Het Handhavingsbeleid Wet Kinderopvang gemeente Westerveld 2010 wordt ingetrokken.

  • -

    De Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen 2011 treden in werking op de dag volgend op de bekendmaking.

 

BIJLAGE 1.

 

Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

 

Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

Het college van burgemeester en wethouders kan op basis van de bevindingen van de toezichthouder ingrijpen. Hiertoe heeft het college op grond van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (nader genoemd Wko of de Wet) en de Algemene wet bestuursrecht (nader genoemd Awb) een aantal instrumenten tot zijn beschikking. In deze bijlage worden de volgende sanctie-instrumenten besproken:

  • ·

    Bevel (door toezichthouder) of aanwijzing, artikel 1.65 en artikel 2.23Wko;

  • ·

    Last onder bestuursdwang of last onder dwangsom. Artikel 125 gemeentewet jo artikel 5:21 Awb e.v.

  • ·

    Exploitatieverbod, artikel 1.66 en artikel 2.24 Wko;

  • ·

    Uitschrijving uit het Landelijk Register Kinderopvang, artikel 10 Besluit registratie kinderopvang;

  • ·

    Bestuurlijke boete, 1.72 Wko en 2.27 Wko.

Binnen de handhaving kunnen 2 typen sancties onderscheiden worden, te weten herstellende sancties en bestraffende sancties. Deze typen sancties bestaan naast elkaar en derhalve kunnen sancties van een verschillend type tegelijkertijd worden opgelegd.

Herstellende sancties

In artikel 5:2 Awb wordt bepaald wat onder een herstellende sanctie wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding.

Hieruit volgt dat het doel van de herstellende sanctie dus ook met name gelegen is in het voorkomen van voortduren van de overtreding en/of herhaling in de toekomst. Bestraffing van reeds begane overtredingen kan via de bestraffende sanctie.

Binnen dit handhavingsbeleid worden de volgende herstellende sancties onderscheiden:

Stap 1

Of Bevel

Dit is een handhavingmiddel dat in spoedeisende gevallen door de GGD-inspecteur direct tijdens een inspectie ingezet kan worden. Omdat het middel door de GGD-inspecteur wordt ingezet en niet door het college wordt dit bevel in het Afwegingsmodel (zie bijlage 1) niet nader genoemd. Inzet van dit middel wordt door de GGD-inspecteur bepaald. De GGD geeft alleen een bevel indien hij van mening is dat de kwaliteit bij een kindercentrum of peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden. Ingeval van overtredingen met een lage of gemiddelde prioritering zal hier niet snel sprake van zijn.

Of Aanwijzing

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin zich een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau of een peuterspeelzaal bevindt dat de bij of krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3, of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragrafen 2 en 3 gegeven voorschriften (de ‘kwaliteitseisen”) niet of in onvoldoende mate naleeft, kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven.

In een aanwijzing wordt met redenen omkleed aangegeven op welke punten de bedoelde voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd. Ook wordt aangegeven welke maatregelen door de houder genomen dienen te worden.

 

Hersteltermijn

Bij een aanwijzing wordt de houder een hersteltermijn gegeven. De hersteltermijn wordt bepaald door de zwaarte van de prioritering. De hersteltermijn in dit model wordt aangegeven in een bandbreedte. De handhaver geeft per concreet geval de exacte hersteltermijn aan. Na het verstrijken van een hersteltermijn dient de overtreding beëindigd te zijn. Ter controle hiervan kan de handhaver schriftelijke bewijsstukken opvragen dan wel de GGD de opdracht geven voor een herinspectie. Is de overtreding niet beëindigd, dan zal een volgende stap worden ingezet.

 

Stap 2.

Last onder dwangsom

Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:

  • o

    a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en

  • o

    b. de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

De stap last onder dwangsom kan meerdere keren worden genomen voor een geconstateerde overtreding. Indien een eerste last onder dwangsom geen resultaat heeft gehad, kan worden overwogen een nieuwe, hogere last onder dwangsom op te leggen. Dit vereist dan wel een nieuw besluit.

 

Of eventueelLast onder bestuursdwang

 

Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:

  • o

    a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en

  • o

    b. de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

In gevallen waarin het bestuursorgaan de mogelijkheid heeft om zelf de overtreding op te lossen (op kosten van de overtreder) kan een last onder bestuursdwang opgelegd worden. Omdat in het kader van handhaving kinderopvang de overtredingen zich maar in zeer beperkte mate lenen voor toepassing van bestuursdwang, is de optie last onder bestuursdwang op een enkele overtreding na niet opgenomen in het afwegingsmodel. Echter, op grond van het bestuursrecht geldt dat in die gevallen waarin last onder dwangsom mogelijk is, ook bestuursdwang kan worden toegepast indien de gemeente de overtreding daardoor zelf kan doen beëindigen.

 

Stap 3

 

exploitatieverbod

Het college van burgemeester en wethouders kan de houder verbieden de exploitatie van een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau of de instandhouding van een peuterspeelzaal voort te zetten, zolang hij een bevel of aanwijzing niet opvolgt en het opleggen van een last onder bestuursdwang niet mogelijk is.

Ook kan het college van burgemeester en wethouders de houder verbieden dat kindercentrum, die voorziening voor gastouderopvang, dat gastouderbureau of die peuterspeelzaal in exploitatie te nemen, zolang niet of niet langer aan de kwaliteitseisen uit hoofdstuk 1, afdeling 3, paragraaf 2 of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragraaf 2 is voldaan.

Stap 4

verwijdering uit landelijk register

Er zijn verschillende gronden waarop het college een voorziening uit het register kinderopvang kan verwijderen:

  • ·

    indien is gebleken dat de houder niet langer de organisatie voor kinderopvang exploiteert

  • ·

    indien uit een GGD-inspectie is gebleken dat de houder naar verwachting niet dan wel niet langer voldoet aan de bij en krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3 of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragrafen 2 en 3 van de Wko gegeven voorschriften

  • ·

    indien drie maanden na de registratie de exploitatie van de organisatie voor kinderopvang niet daadwerkelijk is aangevangen

Vanaf het moment dat een kindercentrum (dagopvang of BSO), een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau of een peuterspeelzaal is verwijderd uit het register, is er geen sprake meer van kinderopvang in de zin van de wet. Voortzetten van exploitatie leidt tot illegale kinderopvang en tot een boete op basis van overtreding van de Wet Economische Delicten.

Doordat een kindercentrum (dagopvang of BSO), een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau uit het register is verwijderd, wordt ook het recht op kinderopvangtoeslag voor vraagouders beëindigd.

Verloop herstellend handhavingtraject

Een herstellend handhavingtraject verloopt in beginsel volgens de hierboven beschreven stappen. Er kunnen zich echter situaties voordoen, waarin het naar beoordeling van het college gerechtvaardigd is om, gezien de aard en/of ernst van de overtreding, bepaalde stappen te herhalen of ‘over te slaan’ en direct over te gaan tot inzet van een zwaardere sanctie. Eén van de situaties waarin het zich kan voordoen dat direct wordt overgegaan tot het inzetten van een zwaardere sanctie is in het geval er sprake is van recidive.

 

Bestraffende sancties.

In artikel 5:2 Awb wordt bepaald wat onder een bestraffende sanctie wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie voor zover deze beoogt de overtreder leed toe te voegen.

Een bestraffende sanctie bestraft een overtreding die ’in het verleden’ begaan is. Er is dus een overtreding geconstateerde en dat feit wordt bestraft. De vorm van een bestraffende sanctie onder de Wet kinderopvang is de bestuurlijke boete.

Een bestuurlijke boete kan apart maar ook gelijktijdig met een herstellend handhavingtraject worden opgelegd.

Grondslag bestuurlijke boete

Bij kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureaus

Op grond van artikel 1.72 Wko is het college bevoegd terzake een aantal overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete mag ten hoogste € 45.000,-- bedragen. Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder geval aangewezen in de volgende situaties:

  • ·

    In geval van overtreding van een of meer van de bepalingen bij of krachtens de artikelen 1.45 tot en met 1.60a Wko (hoofdstuk 1 afdeling 3 Kwaliteit kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureau’s);

  • ·

    In geval de houder een opgelegde aanwijzing of bevel (art 1.65 WKo) niet nakomt;

  • ·

    In geval de houder een kinderopvangcentrum blijft exploiteren terwijl op grond van artikel 1.66 Wko aan hem een exploitatieverbod is opgelegd;

  • ·

    In geval de houder weigert zijn medewerking te verlenen aan een toezichthouder (5:20 Awb).

  • ·

    In geval een houder niet onverwijld melding doet van wijzigingen op grond van artikel 1.47 lid 1 Wko.

  • ·

    In geval een houder een afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet op het primair onderwijs niet nakomt.

 

Gastouders

Gastouders vallen ook volledig onder het regime van toezicht en handhaving en daarbij is ook de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen van toepassing. Omdat echter een gastouder toch een bijzondere vorm van opvang is, is ervoor gekozen niet vooraf in het afwegingsmodel boetebedragen te noemen in het domein ‘gastouderopvang’. Indien een gemeente een overtreding van een gastouder wil sanctioneren met een bestuurlijke boete, zal in dat geval het boetebedrag bepaald worden, met inachtneming van de algemene bepalingen hieromtrent in dit handhavingsbeleid. Daarbij kan bijvoorbeeld een relatie worden gelegd met de boetebedragen zoals die zijn bepaald binnen de kinderopvang.

 

Bij peuterspeelzalen

Voor peuterspeelzalen geldt dat de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen, is bepaald in artikel 2.27 Wko. Dit artikel bepaalt dat een bestuurlijke boete alleen opgelegd kan worden aan niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen. Dit betekent dat het onderdeel ‘bestraffende sanctie’ in dit Afwegingsmodel alleen van toepassing is op niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen.

Op grond van artikel 2.28 Wko is het college bevoegd terzake een aantal overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete mag ten hoogste € 45.000 bedragen.

Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder geval aangewezen in de volgende situaties:

  • ·

    In geval van overtreding van een of meer van de bepalingen bij of krachtens de artikelen 2.2 tot en met 2.13 Wko (hoofdstuk 2 afdeling 2 Kwaliteit peuterspeelzalen);

  • ·

    In geval de houder een opgelegde aanwijzing of bevel (art 2.23 WKo) niet nakomt;

  • ·

    In geval de houder een peuterspeelzaal in stand blijft houden terwijl op grond van artikel 2.24 Wko de voortzetting van de instandhouding is verboden;

  • ·

    In geval de houder weigert zijn medewerking te verlenen aan een toezichthouder (5:20 Awb).

  • ·

    In geval een houder niet onverwijld melding doet van wijzigingen op grond van artikel 2.4 lid 1 Wko.

  • ·

    In geval een houder een afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet op het primair onderwijs niet nakomt

 

Opleggen bestuurlijke boete

Wanneer wordt een boete opgelegd?

Bij een overtreding van de prioriteit ‘hoog’ zal in beginsel een boete ter hoogte van het in het Afwegingsmodel genoemde bedrag worden opgelegd.

Bij overtredingen met een prioriteit ‘gemiddeld’ of ‘laag’ kan het college besluiten een boete op te leggen.

 

Wanneer geen bestuurlijke boete?

Het college legt geen boete op indien:

  • ·

    de overtreder aannemelijk maakt dat elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt

  • ·

    de houder, zijnde een natuurlijk persoon (en geen rechtspersoon), is overleden.

  • ·

    het gaat om een opzettelijke of bewust roekeloze overtreding die een direct gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van personen tot gevolg heeft.

 

Hoogte bestuurlijke boete

De in het Afwegingsmodel genoemde boetebedragen zijn richtlijnen. Per geconstateerde overtreding zal bepaald moeten worden of het genoemde boetebedrag proportioneel is. Het college stemt de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het college houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.

Als boeteverhogende of boeteverlagende omstandigheden kunnen onder meer in aanmerking worden genomen:

  • ·

    De omstandigheid dat de houder al eerder eenzelfde type overtreding heeft gepleegd. Daaronder wordt ook een overtreding in een ander kindercentrum, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal van dezelfde houder begrepen (recidive, boeteverhogend)

  • ·

    De omstandigheid dat de overtreding betrekking heeft op een kleine onderneming (boeteverlagend)

  • ·

    De omstandigheid dat de overtreder door de verboden gedraging een aanzienlijk voordeel heeft verkregen (boeteverhogend)

  • ·

    De omstandigheid dat de overtreder uit eigen beweging derden, aan wie direct of indirect door de overtreding schade is berokkend, schadeloos heeft gesteld (boeteverlagend)

  • ·

    Een andere omstandigheid die naar het oordeel van het college aanleiding geeft tot verhoging/verlaging van de boete.

 

Het traject dat uiteindelijk kan leiden tot het opleggen van een boete

Het is geenszins de bedoeling heel snel over te gaan tot het opleggen van een boete. De bestuurlijke boete is een sluitstuk van een handhavingproces en is één van de uiterste middelen die ingezet zullen worden. Voordat een boete wordt opgelegd heeft er veelal een lang traject van handhaving plaatsgevonden, helaas zonder dat het gewenste resultaat is bereikt. In dat geval kan door het college worden besloten een boete op te leggen.

Mogelijke stappen die voorafgaand aan een boetebesluit kunnen zijn gezet zijn:

  • ·

    Een inspectie door de GGD-inspecteur.

  • ·

    Overleg over het inspectierapport met de houder door de GGD-inspecteur.

  • ·

    Aanwijzing of bevel met hersteltermijn.

  • ·

    Herinspectie naar aanleiding van de aanwijzing of het bevel met hersteltermijn.

  • ·

    Toepassing handhavinginstrument anders dan een bestuurlijke boete naar aanleiding niet nakomen aanwijzing of bevel.

  • ·

    Herinspectie

  • ·

    Voornemen om bestuurlijke boete op te leggen.

Bovenstaande opsomming is niet voorgeschreven of uitputtend, maar geeft weer dat er al vele momenten zijn geweest waarop de houder op een overtreding is gewezen en de houder ook vele mogelijkheden heeft gehad de overtreding te beëindigen. Als dit alles niet tot een oplossing heeft geleid kan dat reden zijn voor het college om te besluiten een bestuurlijke boete op te leggen met als overweging de houder voor het niet nakomen te bestraffen.

Bezwaar

Het inzetten van een sanctie-instrument is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De belanghebbende kan hiertegen bezwaar aantekenen.

 

 

Bijlage II

 

AFWEGINGSMODEL HANDHAVING KINDEROPVANG

Gemeente Westerveld

 

 

Handhaving- en sanctiebeleid gemeenten betreffende kwaliteit en handhaving kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

  • 1.

    Dagopvang

  • 2.

    Buitenschoolse opvang (BSO)

  • 3.

    Gastouderbureau

  • 4.

    Gastouders

  • 5.

    Peuterspeelzalen

  • 6.

    Overige overtredingen

 

 

Toelichting

Paragraaf 1 Algemeen

De gemeente hanteert het Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang bij het uitvoeren van de handhavingacties die nodig zijn als een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of een peuterspeelzaal niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (kortweg aangeduid als Wet kinderopvang) en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (verder: Beleidsregels kwaliteit) van de staatssecretaris van OCW. In het model zijn de algemene stappen opgenomen die de gemeente kan hanteren bij het overtreden van de kwaliteitseisen.

Handhaving is maatwerk en zal in elke situatie apart afgewogen moeten worden. Proportionaliteit is daarbij van belang. Daardoor zijn niet automatisch alle genoemde stappen onverkort van toepassing op een geconstateerde overtreding, maar zal telkens afgewogen worden of toepassing onder meer proportioneel is.

Dit Afwegingsmodel heeft als basis de model(inspectie)rapporten van de GGD. De tekst van het rapport en het Afwegingsmodel is gelijk. Voor de leesbaarheid van het Afwegingsmodel zijn de meeste voetnoten die in het modelrapport zijn opgenomen ten behoeve van de inspectie in het Afwegingsmodel verwijderd. Dit betekent echter niet dat de toelichtingen in de voetnoten niet van overeenkomstige toepassing zijn op de bepalingen van het Afwegingsmodel.

 

Start handhavingstraject

Het gemeentelijke handhavingtraject begint direct na ontvangst van het inspectierapport van de GGD. De GGD geeft in het rapport een handhavingadvies aan de gemeente. In het rapport is het ‘Overzicht bevindingen toezichthouder per inspectiedomein’ de basis voor het afwegen van de te ondernemen handhavingactie. In dit overzicht beschrijft de toezichthouder per domein de context van de voorwaarden waar de houder niet aan voldoet. Ook de resultaten van eventueel door de inspecteur toegepast overleg en overreding worden hierin genoemd. De gemeente kan de aangegeven verzwarende of verzachtende omstandigheden, de inspanning van de houder etc. mee laten wegen bij het beoordelen van de te nemen handhavingactie.

De gemeente kan in bijzondere gevallen, voordat de eerste juridische stap van aanwijzing wordt gezet, overwegen eerst een schriftelijke waarschuwing te geven. Ook kan overwogen worden eerst op basis van mondelinge overreding de houder te bewegen de overtreding te herstellen. Zowel de waarschuwing als de overreding hebben geen juridische status en betekenen daarom een uitstel van het handhavingtraject.

 

Handhaving peuterspeelzalen

Zolang afdeling 2.2 en art 2.20 Wko niet in werking zijn getreden, is het handhavingsbeleid voor peuterspeelzalen (hoofdstuk 5 van dit Afwegingsmodel) nog niet van toepassing. Zodra deze artikelen wel in werking treden, treedt op datzelfde moment ook het handhavingsbeleid peuterspeelzalen inwerking.

Paragraaf 2 Verschillende soorten sancties

Binnen de handhaving kunnen 2 typen sancties onderscheiden worden, te weten herstellende sancties en bestraffende sancties. Deze typen sancties bestaan naast elkaar en derhalve kunnen sancties van een verschillend type tegelijkertijd worden opgelegd.

 

A. Herstellende sancties

In artikel 5:2 Awb wordt bepaald wat onder een herstellende sanctie wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding.

Hieruit volgt dat het doel van de herstellende sanctie dus ook met name gelegen is in het voorkomen van voortduren van de overtreding en/of herhaling in de toekomst. Bestraffing van reeds begane overtredingen kan via de bestraffende sanctie (zie hieronder)

Welke herstellende sancties worden er onderscheiden binnen dit handhavingsbeleid?

 

Stap 1

OF Bevel.

Dit is een handhavingsmiddel dat in spoedeisende gevallen door de GGD-inspecteur direct tijdens een inspectie ingezet kan worden. Omdat het middel door de GGD-inspecteur wordt ingezet en niet door het college wordt dit bevel in onderhavig Afwegingsmodel niet nader genoemd. Inzet van dit middel wordt door de GGD-inspecteur bepaald. De GGD geeft alleen een bevel indien hij van mening is dat de kwaliteit bij een kindercentrum of peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden. Ingeval van overtredingen met een lage of gemiddelde prioritering zal hier niet snel sprake van zijn.

 

OF Aanwijzing

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin zich een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau of een peuterspeelzaal bevindt dat de bij of krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3, of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragrafen 2 en 3 gegeven voorschriften (de ‘kwaliteitseisen”) niet of in onvoldoende mate naleeft, kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven.

In een aanwijzing wordt met redenen omkleed aangegeven op welke punten de bedoelde voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd. Ook wordt aangegeven welke maatregelen door de houder genomen dienen te worden.

 

Hersteltermijn

Bij een aanwijzing wordt de houder een hersteltermijn gegeven. De hersteltermijn wordt bepaald door de zwaarte van de prioritering. De hersteltermijn in dit model wordt aangegeven in een bandbreedte. De handhaver geeft per concreet geval de exacte hersteltermijn aan. Na het verstrijken van een hersteltermijn dient de overtreding beëindigd te zijn. Ter controle hiervan kan de handhaver schriftelijke bewijsstukken opvragen dan wel de GGD de opdracht geven voor een herinspectie. Is de overtreding niet beëindigd, dan zal een volgende stap worden ingezet.

 

Stap 2. Last onder dwangsom

Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:

  • o

    a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en

  • o

    b. de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

De stap last onder dwangsom kan meerdere keren worden genomen voor een geconstateerde overtreding. Indien een eerste last onder dwangsom geen resultaat heeft gehad, kan worden overwogen een nieuwe, hogere last onder dwangsom op te leggen. Dit vereist dan wel een nieuw besluit.

 

Of eventueel Last onder bestuursdwang

Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:

  • o

    a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en

  • o

    b. de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

In gevallen waarin het bestuursorgaan de mogelijkheid heeft om zelf de overtreding op te lossen (op kosten van de overtreder) kan een last onder bestuursdwang opgelegd worden. Omdat in het kader van handhaving kinderopvang de overtredingen zich maar in zeer beperkte mate lenen voor toepassing van bestuursdwang, is de optie last onder bestuursdwang op een enkele overtreding na niet opgenomen. Echter, op grond van het bestuursrecht geldt dat in die gevallen waarin last onder dwangsom mogelijk is, ook bestuursdwang kan worden toegepast indien de gemeente de overtreding daardoor zelf kan doen beëindigen.

 

Stap 3. exploitatieverbod

Het college van burgemeester en wethouders kan de houder verbieden de exploitatie van een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau of de instandhouding van een peuterspeelzaal voort te zetten, zolang hij een bevel of aanwijzing niet opvolgt en het opleggen van een last onder bestuursdwang niet mogelijk is.

Ook kan het college van burgemeester en wethouders de houder verbieden dat kindercentrum, die voorziening voor gastouderopvang, dat gastouderbureau of die peuterspeelzaal in exploitatie te nemen, zolang niet of niet langer aan de kwaliteitseisen uit hoofdstuk 1, afdeling 3, paragraaf 2 of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragraaf 2 is voldaan.

 

Stap 4 verwijdering uit landelijk register

Er zijn verschillende gronden waarop het college een voorziening uit het register kinderopvang kan verwijderen:

  • ·

    indien is gebleken dat de houder niet langer de organisatie voor kinderopvang exploiteert

  • ·

    indien uit een GGD-inspectie is gebleken dat de houder naar verwachting niet dan wel niet langer voldoet aan de bij en krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3 of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragrafen 2 en 3 van de Wko gegeven voorschriften

  • ·

    indien drie maanden na de registratie de exploitatie van de organisatie voor kinderopvang niet daadwerkelijk is aangevangen

Vanaf het moment dat een kindercentrum (dagopvang of BSO), een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau of een peuterspeelzaal is verwijderd uit het register, is er geen sprake meer van kinderopvang in de zin van de wet. Voortzetten van exploitatie leidt tot illegale kinderopvang en tot een boete op basis van overtreding van de Wet Economische Delicten.

Doordat een kindercentrum (dagopvang of BSO), een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau uit het register is verwijderd, wordt ook grond voor het recht op kinderopvangtoeslag voor vraagouders beëindigd.

 

Verloop herstellend handhavingstraject

Een herstellend handhavingstraject verloopt in beginsel volgens de hierboven beschreven stappen. Er kunnen zich echter situaties voordoen, waarin het naar beoordeling van het college gerechtvaardigd is om, gezien de aard en/of ernst van de overtreding, bepaalde stappen ‘over te slaan’ en direct over te gaan tot inzet van een zwaardere sanctie. Eén van de situaties waarin dit zich kan voordoen is recidive.

 

B. Bestraffende sancties

In artikel 5:2 Awb wordt bepaald wat onder een bestraffende sanctie wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie voor zover deze beoogt de overtreder leed toe te voegen.

Een bestraffende sanctie bestraft een overtreding die ‘in het verleden’ begaan is. Er is dus een overtreding geconstateerd en dat feit wordt bestraft. De vorm van een bestraffende sanctie onder de Wet kinderopvang is de bestuurlijke boete.

Een bestuurlijke boete kan apart maar ook gelijktijdig met een herstellend handhavingstraject worden opgelegd.

 

Grondslag bestuurlijke boete

 

Bij kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureau’s

Op grond van artikel 1.72 Wko is het college bevoegd terzake een aantal overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete mag ten hoogste € 45.000 bedragen.

Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder geval aangewezen in de volgende situaties:

  • ·

    In geval van overtreding van een of meer van de bepalingen bij of krachtens de artikelen 1.45 tot en met 1.60a Wko (hoofdstuk 1 afdeling 3 Kwaliteit kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureau’s);

  • ·

    In geval de houder een opgelegde aanwijzing of bevel (art 1.65 WKo) niet nakomt;

  • ·

    In geval de houder een kinderopvangcentrum blijft exploiteren terwijl op grond van artikel 1.66 Wko aan hem een exploitatieverbod is opgelegd;

  • ·

    In geval de houder weigert zijn medewerking te verlenen aan een toezichthouder (5:20 Awb).

  • ·

    In geval een houder een afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet op het primair onderwijs niet nakomt

 

Gastouders

Gastouders vallen ook volledig onder het regime van toezicht en handhaving en daarbij is ook de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen van toepassing. Omdat echter een gastouder toch een bijzondere vorm van opvang is, is ervoor gekozen niet vooraf in dit model boetebedragen te noemen in het domein ‘gastouderopvang’. Indien een gemeente een overtreding van een gastouder wil sanctioneren met een bestuurlijke boete, zal in dat geval het boetebedrag bepaald worden, met inachtneming van de algemene bepalingen hieromtrent in dit handhavingsbeleid. Daarbij kan bijvoorbeeld een relatie worden gelegd met de boetebedragen zoals die zijn bepaald binnen de kinderopvang.

 

Bij peuterspeelzalen

Voor peuterspeelzalen geldt dat de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen, is bepaald in artikel 2.27 Wko. Dit artikel bepaalt dat een bestuurlijke boete alleen opgelegd kan worden aan niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen. Dit betekent dat het onderdeel ‘bestraffende sanctie’ in dit Afwegingsmodel alleen van toepassing is op niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen.

Op grond van artikel 2.28 Wko is het college bevoegd terzake een aantal overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete mag ten hoogste € 45.000 bedragen.

Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder geval aangewezen in de volgende situaties:

  • ·

    In geval van overtreding van een of meer van de bepalingen bij of krachtens de artikelen 2.2 tot en met 2.13 Wko (hoofdstuk 2 afdeling 2 Kwaliteit peuterspeelzalen);

  • ·

    In geval de houder een opgelegde aanwijzing of bevel (art 2.23 WKo) niet nakomt;

  • ·

    In geval de houder een peuterspeelzaal in stand blijft houden terwijl op grond van artikel 2.24 Wko de voortzetting van de instandhouding is verboden;

  • ·

    In geval de houder weigert zijn medewerking te verlenen aan een toezichthouder (5:20 Awb).

  • ·

    In geval een houder een afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet op het primair onderwijs niet nakomt

 

Opleggen bestuurlijke boete

 

Wanneer wordt een boete opgelegd?

Bij een overtreding van de prioriteit ‘hoog’ zal in beginsel een boete ter hoogte van het in het Afwegingsmodel genoemde bedrag worden opgelegd.

Bij overtredingen met een prioriteit ‘gemiddeld’ of ‘laag’ kan het college besluiten een boete op te leggen.

 

Wanneer geen bestuurlijke boete?

Het college legt geen boete op indien:

  • ·

    de overtreder aannemelijk maakt dat elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt

  • ·

    indien de houder, zijnde een natuurlijk persoon (en geen rechtspersoon), is overleden.

  • ·

    bij opzet of bewuste roekeloosheid en een direct gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van personen tot gevolg heeft

 

Hoogte bestuurlijke boete

 

De in dit Afwegingsmodel genoemde boetebedragen zijn richtlijnen. Per geconstateerde overtreding zal bepaald moeten worden of het genoemde boetebedrag proportioneel is. Het college stemt de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het college houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.

 

Boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden

In het geval de overtreder in de afgelopen drie jaar al eerder is beboet voor eenzelfde type overtreding kan het college de boete verhogen. Daarbij is irrelevant of de in het verleden gepleegde overtreding(en) al dan niet betrekking hadden op hetzelfde kindercentrum, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal waarvoor de nieuwe boete wordt opgelegd. Bepalend is of de overtreder als houder al eerder een boete is opgelegd.

Ook kan sprake zijn van boeteverlagende omstandigheden.

Als boeteverhogende of boeteverlagende omstandigheden kunnen onder meer in aanmerking worden genomen:

  • ·

    De omstandigheid dat de houder al eerder eenzelfde type overtreding heeft gepleegd. Daaronder wordt ook een overtreding in een ander kindercentrum, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal van dezelfde houder begrepen (recidive, boeteverhogend)

  • ·

    De omstandigheid dat de overtreding betrekking heeft op een kleine onderneming (boeteverlagend)

  • ·

    De omstandigheid dat de overtreder door de verboden gedraging een aanzienlijk voordeel heeft verkregen (boeteverhogend)

  • ·

    De omstandigheid dat de overtreder uit eigen beweging derden, aan wie direct of indirect door de overtreding schade is berokkend, schadeloos heeft gesteld (boeteverlagend)

  • ·

    Een andere omstandigheid die naar het oordeel van het college aanleiding geeft tot verhoging/verlaging van de boete.

Paragraaf 3 Begripsomschrijvingen

In dit Afwegingsmodel wordt verstaan onder:

beroepskracht:de persoon van 18 jaar of ouder die werkzaam is bij een kindercentrum en is belast met de verzorging en opvoeding van kinderen; of de persoon van 18 jaar of ouder die werkzaam is bij een gastouderbureau en is belast met het tot stand brengen en begeleiden van gastouderopvang;

beroepskracht in opleiding: degene die de beroepsbegeleidende leerweg volgt, bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, en ten behoeve van beroepspraktijkvorming is belast met de verzorging en opvoeding van kinderen bij een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang;

gastouder: de natuurlijke persoon van 18 jaar of ouder die gastouderopvang biedt, met uitzondering van natuurlijke personen van wie een of meer kinderen op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gronden onderworpen zijn aan ondertoezichtstelling of voorlopige ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 254, onderscheidenlijk artikel 255, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, en met uitzondering van de persoon die op hetzelfde woonadres als de ouder of diens partner staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;

gastouderbureau: een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt en begeleidt en door tussenkomst van wie de betaling van ouders aan gastouders geschiedt;

houder: de rechtspersoon of natuurlijke persoon van 18 jaar of ouder die een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau exploiteert;

kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang;

kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen en opvoeden van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint;

ouder: de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft, met dien verstande dat bij de beoordeling of sprake is van pleegouderschap een subsidie op grond van de Wet op de jeugdzorg buiten beschouwing blijft;

oudercommissie: de commissie, bedoeld in artikel 1.58 Wet kinderopvang;

dagopvang: kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs volgen;

buitenschoolse opvang: kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen in de leeftijd dat zij naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd, evenals gedurende vrije dagen of middagen en in de schoolvakanties;

stamgroep: een vaste groep kinderen in de dagopvang in een passend ingerichte vaste groepsruimte;

stamgroepruimte: de ruimte waarin de kinderen in de dagopvang het grootste deel van de dag aanwezig zijn;

basisgroep: een vaste groep kinderen in de buitenschoolse opvang in een passend ingerichte ruimte;

risico-inventarisatie: de risico-inventarisatie, bedoeld in artikel 1.51 Wet kinderopvang;

bemiddelingsmedewerker: de medewerker die zich bezighoudt met de taken, bedoeld in de artikelen 12, 15 en 15e Beleidsregels kwaliteit kinderopvang.

 

Voor eventuele overige begrippen is artikel 1.1 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en artikel 1 Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen van toepassing.

Deze begripsbepalingen zijn opgenomen ter bevordering van de leesbaarheid van dit Afwegingsmodel en zijn overeenkomstig de begripsbepalingen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen. Mochten in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen of de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen deze begripsbepalingen worden aangepast dan geldt ook voor dit Afwegingsmodel vanaf dat moment de omschrijving zoals die dan geldt volgens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en/of de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen.

Paragraaf 4 Gebruikte afkortingen

Art

: artikel

Artt

: artikelen

Beleidsregels kwaliteit: Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen

BSO: buitenschoolse opvang

GOB: gastouderbureau

Jo: juncto (in samenhang met)

Kdv: kinderdagverblijf

Psz: peuterspeelzaal

Wkcz: Wet klachtrecht cliënten zorgsector

Wko: Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

 

 

 

1. Afwegingsmodel handhaving dagopvang

De kwaliteitsaspecten voor dagopvang, zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

  • 0.

    Kinderopvang in de zin van de wet

  • 1.

    Ouders

  • 2.

    Personeel

  • 3.

    Veiligheid en gezondheid

  • 4.

    Accommodatie en inrichting

  • 5.

    Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio

  • 6.

    Pedagogisch beleid

  • 7.

    Klachten

  • 8.

    Voorschoolse educatie

     

     

    0.Kinderopvang in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

    0.1 Kinderopvang in de zin van de wet

    Wet kinderopvang (artikel 1.1, eerste lid)

    Beleidsregels werkwijze toezichthouder (artikel 4, eerste lid)

     

    constatering

    gevolg

    verdere sancties mogelijk?

    1De opvang vindt bedrijfsmatig of anders dan om niet plaats (art 1.1 lid 1 Wko en art 4 Beleidsregels werkwijze toezichthouder)

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    2Gedurende de opvang wordt verzorging en opvoeding geboden (art 1.1 lid 1 Wko en art 4 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    3De opvang is gericht op kinderen in de leeftijd van 0 jaar tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint (art 1.1 lid 1 Wko en art 4 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    1. Ouders

    1.1 Reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.59)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld (art 1.59 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

     

    1.1.1 Inhoud reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.59)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Het reglement omvat regels omtrent het aantal leden (art 1.59 lid 2 sub a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2Het reglement omvat regels omtrent de wijze van kiezen van de leden (art 1.59 lid 2 sub b Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3Het reglement omvat regels omtrent de zittingsduur van de leden (art 1.59 lid 2 sub c Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4Het reglement omvat geen regels omtrent werkwijze van de oudercommissie (art 1.59 lid 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5De houder wijzigt het reglement na instemming van de oudercommissie (art 1.59 lid 5 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    1.2 Instellen oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.58)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een oudercommissie ingesteld (art 1.58 lid 1 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    1.2.1 Voorwaarden oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.58)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder is geen lid (art 1.58 lid 2 en 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2Het personeel is geen lid (art 1.58 lid 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3De leden worden gekozen uit en door de ouders (art 1.58 lid 2 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4De houder stelt de oudercommissie in de gelegenheid haar eigen werkwijze te bepalen (art 1.58 lid 4 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    1.2.2 Adviesrecht oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.60)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft (art 1.60 lid 4 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3Van een gevraagd advies van deoudercommissie wijkt de houder alleen af indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (art 1.60 lid 2 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4De houder geeft de oudercommissie gelegenheid ook ongevraagd te adviseren over de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 3 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    1.3 Informatie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.54 en 1.63, vierde lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 3, tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder informeert de ouders over het te voeren beleid (art 1.54 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2De houder informeert de ouders en de kinderen in welke stamgroep het kind verblijft en welke beroepskrachten op welke dag bij welke groep horen (art 1.54 Wko jo art 3 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3De houder legt een afschrift van het inspectierapport op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats (art 1.63 lid 4 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4De informatie is gedetailleerd genoeg om ouders een adequaat beeld van de praktijk te geven (art 1.54 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5De praktijk sluit aan bij de aan de ouders verstrekte informatie (art 1.54 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2. Personeel

    2.1 Verklaring omtrent het gedrag

    Wet kinderopvang (artikel 1.50, derde, vierde en vijfde lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Personen werkzaam bij het kindercentrum zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.50 lid 3 Wko en art 10 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende VOG

    2De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het kindercentrum overlegd (art 1.50 lid 4 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende of te laat overlegde VOG

    3De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden (art 1.50 lid 4 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per te oude VOG

    2.2 Passende beroepskwalificatie

    Wet kinderopvang (artikel 1.50, eerste lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 9, eerste lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Alle beroepskrachten beschikken over de voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals in de CAO kinderopvang is opgenomen (art 1.50 lid 1 Wko jo art 9 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per beroeps-kracht die niet voldoet

    2.3 Voorwaarden en inzet van pedagogisch medewerkers in ontwikkeling (PMIO)

    Wet kinderopvang (artikel 1.50, eerste lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 9, tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1a Alle PMIO’ers beschikken over een diploma op minimaal MBO-3 niveau;

    OF

    1b Een HAVO of VWO diploma;

    OF

    1c Een voor de kinderopvang relevant, maar nog niet gelijkgesteld buitenlands diploma én relevante werkervaring.

    (art 1.50 lid 1 Wko jo art 9 lid 2 Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per PMIO-er die niet voldoet

    2Voor alle PMIO’ers is binnen 2 maanden na aanvang van de arbeidsovereenkomst een persoonlijk ontwikkelplan opgesteld (art 9 lid 2 Beleidsregels kwaliteit jo art 1.50 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per PMIO-er die niet voldoet

    3Alle PMIO’ers worden ingezet conform een actueel persoonlijk ontwikkelplan (art 1.50 lid 1 Wko jo art 9 lid 2Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per PMIO-er die niet voldoet

    2.4 Gebruik van de voorgeschreven voertaal

    Wet kinderopvang (artikel 1.55)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1a De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt (art 1.55 lid 1 Wko)

    OF

    1b Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, omdat de herkomst van de kinderen in deze specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode (art 1.55 lid 2 Wko)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    3.Veiligheid en gezondheid

    3.1 Risico-inventarisatie veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid van maximaal een jaar oud (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

    2De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid betreffende de actuele situatie (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    3.1.1 Beleid veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De risico-inventarisatie beschrijft de veiligheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, (verstikking), verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    2Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3Er is een registratie van ongevallen, waarbij per ongeval de aard en plaats van het ongeval, de leeftijd van het kind, de datum van het ongeval en een overzicht van te treffen maatregelen worden vermeld (art 1.51 Wko jo art 8 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3.1.2 Uitvoering beleid veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De houder draagt zorg voor uitvoering van het plan van aanpak (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (art 1.51 Wko jo art 8 lid 5 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.2 Risico-inventarisatie gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid van maximaal een jaar oud (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

    2De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid betreffende de actuele situatie (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    3.2.1 Beleid gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Derisico-inventarisatie beschrijft de gezondheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: ziektekiemen, binnenmilieu, buitenmilieu en medisch handelen (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 en 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    2Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3.2.2 Uitvoering beleid gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De houder draagt zorg voor uitvoering van plan van aanpak (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (art 1.51 Wko jo art 8 lid 5 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.3 Protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49, 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een protocol kindermishandeling welke voldoet aan de beschreven eisen (art 1.49 lid 1 Wko jo art 10a lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000

    3.3.1 Beleid protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49, 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder draagt er zorg voor dat beroepskrachten op de hoogte zijn van de inhoud van het protocol kindermishandeling (art 1.49 lid 1 Wko jo art 10a lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    3.3.2 Uitvoering beleid protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (art 1.49, 1.51 Wko)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De beroepskrachten kennen de inhoud van het protocol (art 1.49 lid 1 Wko jo art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2De beroepskrachten handelen aantoonbaar naar het protocol kindermishandeling (art 1.49 lid 1 Wko jo art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

     

    4. Accommodatie en inrichting

    4.1 Binnenspeelruimte

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 5)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Elke stamgroep beschikt over een afzonderlijke vaste groepsruimte (art 1.50 Wko jo art 5 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000 (per ontbrekende ruimte)

    2Er is ten minste 3,5 m2 bruto oppervlakte in de groepsruimte beschikbaar per kind, waaronder mede begrepen passend voor spelactiviteiten ingerichte ruimtes buiten de groepsruimte (art 1.50 Wko jo art 5 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3.0-3.5 m2: 2000

    < 3.0 m2: 4000

    3De binnenspeelruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal op te vangen kinderen (art 1.50 Wko jo art 5 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    4De binnenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 Wko jo art 5 lid 1 en 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom (evt bestuursdwang)

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    4.2 Slaapruimte

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 6)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Er is een afzonderlijke slaapruimte voor in ieder geval kinderen tot anderhalf jaar (art 1.50 Wko jo art 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    2De slaapruimte is afgestemd op het aantal op te vangen kinderen (art 1.50 Wko jo art 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    4.3 Buitenspeelruimte

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 7, eerste lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Er is ten minste 3 m2bruto buitenspeelruimte beschikbaar per aanwezig kind (art 1.50 Wko jo art 7 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2.5-3.0 m2: 1000

    < 2.5 m2: 2000

    2De buitenspeelruimte is voor kinderen toegankelijk (art 1.50 Wko jo art 7 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De buitenspeelruimte is aangrenzend aan het kindercentrum (art 1.50 Wko jo art 7 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4De buitenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 Wko jo art 7 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

     

    5. Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio

    5.1 Opvang in groepen

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 3, eerste en vierde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De opvang vindt plaats in stamgroepen (art 1.50 Wko jo art 3 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    2a De stamgroep bestaat uit maximaal 12 kinderen tot 1 jaar (art 1.50 Wko jo art 3 lid 1 sub a beleidsregels kwaliteit).

    OF

    2b De stamgroep bestaat uit maximaal 16 kinderen van 0 tot 4 jaar waarvan maximaal 8 kinderen tot 1 jaar (art 1.50 Wko jo art 3 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000 per kind teveel

    5.2 Vaste beroepskrachten en vaste ruimtes

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 3, derde en vierde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Ieder kind heeft maximaal drie vaste beroepskrachten (art 1.50 Wko jo art 3 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2Dagelijks is minimaal één van de vaste beroepskrachten werkzaam op de groep van het kind (art 1.50 Wko jo art 3 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3Ieder kind maakt van maximaal twee stamgroepruimtes gebruik gedurende een week (art 1.50 Wko jo art 3 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5.3 Beroepskracht-kind-ratio

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 3, tweede, derde, zevende en achtste en twaalfde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal feitelijk gelijktijdig aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste:

    -1 beroepskracht per 4 aanwezige kinderen tot 1 jaar;

    -1 beroepskracht per 5 aanwezige kinderen van 1 tot 2 jaar;

    -1 beroepskracht per 6 aanwezige kinderen van 2 tot 3 jaar;

    -1 beroepskracht per 8 aanwezige kinderen van 3 tot 4 jaar.

    (art 1.50 Wko jo art 3 lid 7 Beleidsregels kwaliteit)

    Bij kinderen van verschillende leeftijden in één groep wordt het rekenkundig gemiddelde berekend

    (art 1.50 Wko jo art 3 lid 8 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    5000 per ontbrekende beroepskracht

    2Indien conform de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum aanwezig is, dan is ondersteuning van deze beroepskracht door een andere volwassene in geval van calamiteiten geregeld (art 1.50 Wko jo art 3 lid 12 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    5.4 Inzet beroepskrachten in afwijking van de beroepskracht-kind-ratio bij openingstijden van 10 uur of langer

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 3, tiende, elfde en twaalfde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Gedurende de genoemde openingstijden kunnen ten hoogste drie uur per dag, niet aaneengesloten, minder beroepskrachten ingezet worden dan volgens de beroepskracht-kind-ratio vereist is (art 1.50 Wko jo art 3 lid 10 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    2De drie uur afwijkende inzet betreft uitsluitend de tijd voor 9.30 en na 16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze (art 1.50 Wko jo art 3 lid 10 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    3De afwijking betreft maximaal anderhalf aaneengesloten uren voor 9.30 en na 16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze gedurende maximaal twee uur aaneengesloten (art 1.50 Wko jo art 3 lid 10 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    4Minstens de helft van het aantal vereiste beroepskrachten wordt ingezet wanneer er tijdelijk wordt afgeweken van de beroepskracht-kind-ratio (art 1.50 Wko jo art 3 lid 10 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    5Indien als gevolg van het afwijken van de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum ingezet wordt, dan is er ten minste één andere volwassene in het kindercentrum aanwezig (art 1.50 Wko jo art 3 lid 11 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

     

    6. Pedagogisch beleid

    6.1 Pedagogisch beleidsplan

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een pedagogisch beleidsplan waarin de voor dat kindercentrum kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven (art 1.50 lid 1Wko jo art 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000

    6.1.1 Inhoud pedagogisch beleidsplan

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    Herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1In het pedagogisch beleidsplan staat in duidelijke en observeerbare termen het volgende beschreven: de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke- en sociale competentie, en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt (art 1.50 lid 1 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de werkwijze, de maximale omvang en de leeftijdsopbouw van de stamgroep (art 1.50 lid 1 Wko jo art 2 lid 2 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen bij welke (spel)activiteiten kinderen hun stamgroep verlaten (art 1.50 lid 1 Wko jo art 2 lid 2 sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen hoe beroepskrachten bij hun werkzaamheden worden ondersteund door andere volwassenen (art 1.50 lid 1 Wko jo art 2 lid 2 sub d Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    6.1.2 Pedagogische praktijk

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De beroepskrachten kennen de inhoud van het pedagogisch beleidsplan (art 1.50 lid 1 Wko en art 2 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2De beroepskrachten handelen conform het pedagogisch beleidsplan (art 1.50 lid 1 Wko jo art 2 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.2 Emotionele veiligheid

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De beroepskracht communiceert met de kinderen (artt 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2De beroepskracht heeft een respectvolle houding naar de kinderen (artt 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3Er heerst een ontspannen, open sfeer in de groep (artt 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4De kinderen worden uitgenodigd tot participatie (artt 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5Kinderen hebben vaste beroepskrachten en bekende leeftijdsgenootjes om zich heen(artt 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6Er is informatieoverdracht tussen ouders en beroepskracht (artt 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.3 Persoonlijke competentie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De beroepskracht ondersteunt en stimuleert individuele kinderen (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2Er is een goede interactie tussen beroepskracht en individuele kinderen (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3Kinderen hebben de mogelijkheid om eigen ervaringen op te doen middels spelmateriaal, activiteitenaanbod en inrichting (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4Er is aandacht voor leermomenten. Hierbij is taal en motorisch spel van jonge kinderen belangrijk (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.4 Sociale competentie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De beroepskracht ondersteunt de kinderen in de interactie tussen kinderen onderling (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2De beroepskracht ondersteunt de kinderen in het voorkómen en oplossen van conflicten (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De kinderen maken deel uit van het groepsgebeuren (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.5 Overdracht van normen en waarden

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Afspraken, regels en omgangsvormen zijn aanwezig (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2Afspraken, regels en omgangsvormen zijn duidelijk (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3Afspraken, regels en omgangsvormen worden aan de kinderen uitgelegd (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4Beroepskrachten geven zelf in hun spreken en handelen het goede voorbeeld (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    7 Klachten

    7.1 Wet klachtrecht cliënten zorgsector

    Wet klachtrecht cliënten zorgsector (artikelen 1, 2, 2a, 3c en 4)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1. De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten die voldoet aan de beschreven eisen (art 2 lid 1 Wkcz)

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 indien regeling geheel ontbreekt, 500 indien regeling niet aan de eisen voldoet

    2. De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van ouders (art 2 lid 1 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3. De houder ziet erop toe dat de klachtencommissie werkt met een reglement (art 2 lid 3 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4. De houder hanteert de termijn waarbinnen schriftelijk wordt gereageerd naar aanleiding van een oordeel van de klachtencommissie (art 2 lid 5 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5. De houder leeft geheimhoudingsplicht na (art 4 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    6. De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin ten minste een aantal vaste onderdelen worden aangegeven (art 2 lid 7 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    7. De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 2 lid 9 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    7.2 Klachtenregeling oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.60a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten van de oudercommissie over een door hem genomen besluit als bedoeld in artikel 60, eerste lid die voldoet aan de beschreven eisen (art 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 indien regeling geheel ontbreekt, 500 indien regeling niet aan de eisen voldoet

    2De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van oudercommissie (art 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3De houder zorgt voor naleving van de regeling (art 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin ten minste een aantal vaste onderdelen worden aangegeven (art 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2. Afwegingsmodel handhaving BSO

    De kwaliteitsaspecten voor BSO zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

    • 0.

      Kinderopvang in de zin van de wet kinderopvang

    • 1.

      Ouders

    • 2.

      Personeel

    • 3.

      Veiligheid en gezondheid

    • 4.

      Accommodatie en inrichting

    • 5.

      Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio

    • 6.

      Pedagogisch beleid

    • 7.

      Klachten

    • 0.

      Kinderopvang in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

    0.1 Kinderopvang in de zin van de wet

    Wet kinderopvang (artikel 1.1, eerste lid)

    Beleidsregels werkwijze toezichthouder (artikel 4, eerste lid)

     

    constatering

    gevolg

    Verdere sancties mogelijk?

    1.De opvang vindt bedrijfsmatig of anders dan om niet plaats (art 1.1 lid 1 Wko en art 4 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    2.Gedurende de opvang wordt verzorging en opvoeding geboden (art 1.1 lid 1 Wko en art 4 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    3.De opvang is gericht op kinderen in de leeftijd van 0 jaar tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint (art 1.1 lid 1 Wko en art 4 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    1. Ouders

    1.1 Reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.59)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld (art 1.59 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    1.1.1 Inhoud reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.59)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.Het reglement omvat regels omtrent het aantal leden (art 1.59 lid 2 sub a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.Het reglement omvat regels omtrent de wijze van kiezen van de leden (art 1.59 lid 2 sub b Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.Het reglement omvat regels omtrent de zittingsduur van de leden (art 1.59 lid 2 sub c Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.Het reglement omvat geen regels omtrent werkwijze van de oudercommissie (art 1.59 lid 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.De houder wijzigt het reglement na instemming van de oudercommissie (art 1.59 lid 5 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    1.2 Instellen oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.58)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een oudercommissie ingesteld (art 1.58 lid 1 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    1.2.1 Voorwaarden oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.58)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder is geen lid (art 1.58 lid 2 en 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.Het personeel is geen lid (art 1.58 lid 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De leden worden gekozen uit en door de ouders (art 1.58 lid 2 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De houder stelt de oudercommissie in de gelegenheid haar eigen werkwijze te bepalen (art 1.58 lid 4 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    1.2.2 Adviesrecht oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.60)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2.De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft (art 1.60 lid 4 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3.Van een gevraagd advies van de oudercommissie wijkt de houder alleen af indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (art 1.60 lid 2 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4.De houder geeft de oudercommissie gelegenheid ook ongevraagd te adviseren over de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 3 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    1.3 Informatie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.54 en 1.63 vierde lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 3, tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder informeert de ouders over het te voeren beleid (art 1.54 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.De houder informeert de ouders en de kinderen in welke basisgroep het kind verblijft en welke beroepskrachten op welke dag bij welke groep horen (art 3 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De houder legt een afschrift van het inspectierapport op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats (art 1.63 lid 4 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De informatie is gedetailleerd genoeg om ouders een adequaat beeld van de praktijk te geven (art 1.54 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.De praktijk sluit aan bij de aan de ouders verstrekte informatie (art 1.54 WKo).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2. Personeel

    2.1 Verklaring omtrent het gedrag

    Wet kinderopvang (artikel 1.50 derde, vierde en vijfde lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.Personen werkzaam bij het kindercentrum zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.50 lid 3 en art 10 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende VOG

    2.De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het kindercentrum overlegd (art 1.50 lid 4 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende of t elaat overlegde VOG

    3.De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden (art 1.50 lid 4 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per te oude VOG

    2.2 Passende beroepskwalificatie

    Wet kinderopvang (artikel 1.50 eerste lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 9, eerste lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.Alle beroepskrachten beschikken over de voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals in de CAO kinderopvang is opgenomen (art 1.50 lid 1 WKo jo art 9 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per beroeps-kracht die niet voldoet

    2.3 Voorwaarden en inzet van pedagogisch medewerkers in ontwikkeling (PMIO)

    Wet kinderopvang (artikel 1.50 eerste lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 9, tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1a Alle PMIO’ers beschikken over een diploma op minimaal MBO-3 niveau;

    OF

    1b Een HAVO of VWO diploma;

    OF

    1c Een voor de kinderopvang relevant, maar nog niet gelijkgesteld buitenlands diploma én relevante werkervaring.

    (art 9 lid 2 Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per PMIO-er die niet voldoet

    2.Voor alle PMIO’ers is binnen 2 maanden na aanvang van de arbeidsovereenkomst een persoonlijk ontwikkelplan opgesteld (art 9 lid 2 Beleidsregels kwaliteit jo art 1.50 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per PMIO-er die niet voldoet

    3.Alle PMIO’ers worden ingezet conform een actueel persoonlijk ontwikkelplan (art 9 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per PMIO-er die niet voldoet

    2.4 Gebruik van de voorgeschreven voertaal

    Wet kinderopvang (artikel 1.55)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1a De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt (art 1.55 lid 1 WKo).

    OF

    1b Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, omdat de herkomst van de kinderen in deze specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode (art 1.55 lid 2 WKo).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    3. Veiligheid en gezondheid

    3.1 Risico-inventarisatie veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid van maximaal een jaar oud (art 1.51 WKo jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

    2.De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid betreffende de actuele situatie (art 1.51 WKo jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    3.1.1 Beleid veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De risico-inventarisatie beschrijft de veiligheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, (verstikking), verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    2.Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3.Er is een registratie van ongevallen, waarbij per ongeval de aard en plaats van het ongeval, de leeftijd van het kind, de datum van het ongeval en een overzicht van te treffen maatregelen worden vermeld (art 1.51 WKo en art 8 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3.1.2 Uitvoering beleid veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 1.51 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.De houder draagt zorg voor uitvoering van het plan van aanpak art 1.51 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (art 1.51 WKo en art 8 lid 5 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5.Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (art 1.51 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.2 Risico-inventarisatie gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid van maximaal een jaar oud (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

    2.De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid betreffende de actuele situatie (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    3.2.1 Beleid gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.Derisico-inventarisatie beschrijft de gezondheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: ziektekiemen, binnenmilieu, buitenmilieu en medisch handelen (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 en 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    2.Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3.2.2 Uitvoering beleid gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 1.51 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.De houder draagt zorg voor uitvoering van plan van aanpak (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (art 1.51 WKo en art 8 lid 5 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5.Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (art 1.51 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.3 Protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49, 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een protocol kindermishandeling welke voldoet aan de beschreven eisen (art 1.51 WKo en art 10a lid 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000

    3.3.1 Beleid protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder draagt er zorg voor dat beroepskrachten op de hoogte zijn van de inhoud van het protocol kindermishandeling (art 1.49 lid 1 WKo en art 10a lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    3.3.2 Uitvoering beleid protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De beroepskrachten kennen de inhoud van het protocol (art 1.49 lid 1 WKo en art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.De beroepskrachten handelen aantoonbaar naar het protocol kindermishandeling (art 1.49 lid 1 WKo en art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4. Accommodatie en inrichting

    4.1 Binnenspeelruimte

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 5)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Er is ten minste 3,5 m2 bruto oppervlakte voor spelactiviteiten ingerichte ruimtes beschikbaar per kind (art 1.50 WKo en art 5 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3.0-3.5 m2: 2000

    < 3.0 m2: 4000

    2De binnenspeelruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal op te vangen kinderen (art 1.50 WKo en art 5 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    3De binnenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 WKo en art 5 lid 2 en 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom (evt bestuursdwang)

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    4.2 Buitenspeelruimte

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 7, tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Er is ten minste 3 m2bruto buitenspeelruimte beschikbaar per aanwezig kind (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2.5-3.0 m2: 1000

    < 2.5 m2: 2000

    2De buitenspeelruimte is voor kinderen toegankelijk (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De buitenspeelruimte is vast beschikbaar voor de buitenschoolse opvang (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4De buitenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom (evt bestuursdwang)

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.3 Aanvullende eisen indien de buitenspeelruimte niet-aangrenzend is

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 7, tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De niet-aangrenzende buitenspeelruimte is in de directe nabijheid van het kindercentrum (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2De niet-aangrenzende buitenspeelruimte is voor kinderen goed bereikbaar (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De niet-aangrenzende buitenspeelruimte is voor kinderen veilig bereikbaar (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5. Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio

    5.1 Opvang in groepen

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 4, eerste, tweede, vijfde en zesde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Ieder kind behoort bij een basisgroep (art 1.50 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    2a De basisgroep bestaat uit maximaal twintig kinderen in de leeftijd van 4 jaar tot de leeftijd waarop het basisonderwijs voor die kinderen eindigt (art 1.50 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    OF

    2b De basisgroep bestaat uit maximaal dertig kinderen in de leeftijd van 8 jaar tot de leeftijd waarop het basisonderwijs voor die kinderen eindigt (art 1.50 Wko jo art 4 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000 per kind teveel

    5.2 Beroepskracht-kind-ratio

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 4, derde, vierde, en negende lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal feitelijk gelijktijdig aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste:

    1a - 1 beroepskracht per 10 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 4 jaar

    - 1 beroepskracht per 10 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 8 jaar (art 1.50 Wko jo art 4 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    .

    OF

    1b - 2 beroepskrachten en een extra volwassene per 30 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 8 jaar (art 1.50 Wko jo art 4 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    5000 per ontbrekende beroepskracht

    2Indien conform de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum aanwezig is, dan is ondersteuning van deze beroepskracht door een andere volwassene in geval van calamiteiten geregeld

    (art 1.50 Wko jo art 4 lid 9 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    5.3 Inzet beroepskrachten in afwijking van de beroepskracht-kind-ratio

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 4, derde, vierde, zevende en achtste lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Bij buitenschoolse opvang gedurende schooldagen, kunnen ten hoogste een half uur per dag minder beroepskrachten ingezet worden dan volgens de beroepskracht-kind-ratio vereist is

    (art 1.50 Wko jo art 4 lid 7 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    2Bij buitenschoolse opvang gedurende vrije dagen, kunnen ten hoogste drie uur per dag minder beroepskrachten ingezet worden dan volgens de beroepskracht-kind-ratio vereist is. Deze inzet betreft de tijd voor 9.30 en na 16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze

    (art 1.50 Wko jo art 4 lid 7 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    3De afwijking betreft maximaal anderhalf aaneengesloten uren voor 9.30 en na 16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze gedurende maximaal twee uur aaneengesloten

    (art 1.50 Wko jo art 4 lid 7 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    4Minstens de helft van het aantal vereiste beroepskrachten wordt ingezet wanneer er tijdelijk wordt afgeweken van de beroepskracht-kind-ratio.

    (art 1.50 Wko jo art 4 lid 7 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    5Indien als gevolg van het afwijken van de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum ingezet wordt, dan is er ten minste één andere volwassene in het kindercentrum aanwezig

    (art 1.50 Wko jo art 4 lid 8 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    6. Pedagogisch beleid

    6.1 Pedagogisch beleidsplan

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een pedagogisch beleidsplan waarin de voor dat kindercentrum kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven (art 1.50 Wko jo art 2 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000

    6.1.1 Inhoud pedagogisch beleidsplan

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 2 en 4)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.In het pedagogisch beleidsplan staat in duidelijke en observeerbare termen het volgende beschreven: de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke- en sociale competentie, en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt (art 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2.Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de werkwijze, de maximale omvang en de leeftijdsopbouw van de basisgroep (art 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3.Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen bij welke (spel)activiteiten kinderen hun basisgroep verlaten (art 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4. Bij activiteiten in groepen groter dan dertig kinderen besteedt de houder in het pedagogisch beleidsplan aantoonbaar extra aandacht aan de omgang met de basisgroep (art 1.50 Wko jo art 4 lid 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    5. Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen hoe beroepskrachten bij hun werkzaamheden worden ondersteund door andere volwassenen (art 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    6.1.2 Pedagogische praktijk

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De beroepskrachten kennen de inhoud van het pedagogisch beleidsplan (art 1.50 Wko jo art 2 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.De beroepskrachten handelen conform het pedagogisch beleidsplan (art 1.50 Wko jo art 2 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.2 Emotionele veiligheid

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De beroepskracht communiceert met de kinderen (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.De beroepskracht heeft een respectvolle houding naar de kinderen (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.Er heerst een ontspannen, open sfeer in de groep(art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.De kinderen worden uitgenodigd tot participatie (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5.Kinderen hebben vaste beroepskrachten en bekende leeftijdsgenootjes om zich heen (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.Er is informatieoverdracht tussen ouders en beroepskracht (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.3 Persoonlijke competentie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De beroepskracht ondersteunt en stimuleert individuele kinderen (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.Er is een goede interactie tussen beroepskracht en individuele kinderen (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.Kinderen hebben de mogelijkheid om eigen ervaringen op te doen middels spelmateriaal, activiteitenaanbod en inrichting (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.Er is aandacht voor leermomenten. Hierbij is taal en motorisch spel van jonge kinderen belangrijk (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.4 Sociale competentie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De beroepskracht ondersteunt de kinderen in de interactie tussen kinderen onderling (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.De beroepskracht ondersteunt de kinderen in het voorkómen en oplossen van conflicten (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.De kinderen maken deel uit van het groepsgebeuren (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.5 Overdracht van normen en waarden

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.Afspraken, regels en omgangsvormen zijn aanwezig (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.Afspraken, regels en omgangsvormen zijn duidelijk (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.Afspraken, regels en omgangsvormen worden aan de kinderen uitgelegd (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.Beroepskrachten geven zelf in hun spreken en handelen het goede voorbeeld (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

     

    7. Klachten

    7.1 Wet klachtrecht cliënten zorgsector

    Wet klachtrecht cliënten zorgsector (artikelen 1, 2, 2a, 3c en 4)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten die voldoet aan de beschreven eisen (art 2 lid 1 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 indien regeling geheel ontbreekt, 500 indien regeling niet aan de eisen voldoet

    2.De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van ouders (art 2 lid 1 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De houder ziet erop toe dat de klachtencommissie werkt met een reglement (art 2 lid 3 Wkcz)

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De houder hanteert de termijn waarbinnen schriftelijk wordt gereageerd naar aanleiding van een oordeel van de klachtencommissie (art 2 lid 5 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.De houder leeft geheimhoudingsplicht na (art 4 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    6.De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin ten minste een aantal vaste onderdelen worden aangegeven (art 2 lid 7 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    7.De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 2 lid 9 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    7.2 Klachtenregeling oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.60a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten van de oudercommissie over een door hem genomen besluit als bedoeld in artikel 60, eerste lid die voldoet aan de beschreven eisen (artikel 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 indien regeling geheel ontbreekt, 500 indien regeling niet aan de eisen voldoet

    2.De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van oudercommissie (artikel 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De houder zorgt voor naleving van de regeling (artikel 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin ten minste een aantal vaste onderdelen worden aangegeven (artikel 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (artikel 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3. Afwegingsmodel handhaving Gastouderbureau

    De kwaliteitsaspecten voor Gastouderbureau’s zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

    • 1

      Gastouderbureau in de zin van de wet

    • 2

      Ouders

    • 3

      Personeel

    • 4

      Pedagogisch beleid

    • 5

      Klachten

    • 6

      Veiligheid en gezondheid

    • 7

      Kwaliteit gastouderbureau

     

    1.Gastouderbureau in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

    1.0Gastouderbureau en handhaving

    Wet kinderopvang (Verzamelwet, wordt in de loop van 2011 vastgesteld), wordt later aan Handhavingsbeleid toegevoegd

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    1Er loopt geen handhaving in het kader van de Wet kinderopvang tegen de onderneming(en) van de houder.

     

     

     

     

     

     

     

    2De houder treft maatregelen om recidive van eerder geconstateerde tekortkomingen in zijn onderneming(en) te voorkomen.

     

     

     

     

     

     

     

    1.1 Gastouderbureau in de zin van de wet

    Wet kinderopvang (artikelen 1.1 en 1.49 derde lid)

     

    constatering

    gevolg

    Verdere sancties mogelijk?

    1a.Het gastouderbureau is een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt en begeleidt en door tussenkomst van wie de betaling van ouders aan gastouders geschiedt (art 1.1 jo 1.49 lid 2 Wko).

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    1.2 Administratie gastouderbureau

    Wet kinderopvang (artikelen 1.1, 1.50 en 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 12)

    Regeling Wet kinderopvang (artikel 11 tm 11 e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De administratie van het gastouderbureau bevat een contract per vraagouder (art 1.56 Wko jo art 11 lid 3 Regeling Wko).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000 per ontbrekende overeenkomst

    2De administratie van het gastouderbureau bevat kopieën van de verklaringen omtrent gedrag van de gastouders en volwassen huisgenoten (art 1.56 Wko jo art 11 lid 3 Regeling Wko).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 per ontbrekende VOG

    3De administratie van het gastouderbureau bevat kopieën van de getuigschriften en/of EVC-bewijsstukken en certificaten Eerste Hulp aan kinderen van de gastouders (art 1.56 Wko jo art 11 lid 3 Regeling Wko).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 per ontbrekend stuk

    4In de administratie van het gastouderbureau is de betaling van de vraagouders aan het gastouderbureau inzichtelijk (art 1.56 Wko jo art 11 lid 3 Regeling Wko).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 per vraagouder waarbij dit ontbreekt

    5In de administratie van het gastouderbureau is de betaling van het gastouderbureau aan de gastouder inzichtelijk (art 1.56 Wko jo art 11 lid 3 Regeling Wko).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 per gastouder waarbij dit ontbreekt

    6De administratie van het gastouderbureau bevat een origineel van de door de gastouder en bemiddelingsmedewerker ondertekende versie van iedere risico-inventarisatie en bijbehorende plan van aanpak (art 1.56 Wko jo art 12 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000 per ontbrekend stuk

     

    2.Ouders

    2.1 Informatie voor vraagouders

    Wet kinderopvang (artikel 1.56 lid 4 en 1.63 lid 4)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikelen 11 en 13)

    Regeling Wet kinderopvang (artikel 11)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1Het gastouderbureau laat in de schriftelijke overeenkomst met de vraagouder duidelijk zien welk deel van het betaalde bedrag naar het gastouderbureau gaat (uitvoeringskosten) en welk deel van het betaalde bedrag naar de gastouder gaat (art 1.56 lid 4 Wko jo art 11b Regeling Wko)

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000 per onjuiste overeenkomst

    2De houder informeert de vraagouders over het te voeren beleid (art 1.56 Wko)

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3Het gastouderbureau draagt zorg voor een goede bereikbaarheid van het gastouderbureau voor de vraagouder en informeert de vraagouders hierover (art 1.56 Wko jo art 13 lid 4 Beleidsregels kwaliteit)

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4De informatie is gedetailleerd genoeg om vraagouders een adequaat beeld van de praktijk te geven (art 1.56 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5De praktijk sluit aan bij de aan de vraagouders verstrekte informatie (art 1.56 Wko)

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    6De houder legt een afschrift van het inspectierapport op een voor vraagouders, gastouders en personeel toegankelijke plaats (artikel 1.63 lid 4 Wko)

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.2 Reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.59)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld (art 1.59 Wko).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    2.2.1 Inhoud reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.59)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    Het reglement omvat regels omtrent het aantal leden (art 1.59 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    Het reglement omvat regels omtrent de wijze van kiezen van de leden (art 1.59 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    Het reglement omvat regels omtrent de zittingsduur van de leden (art 1.59 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    Het reglement omvat geen regels omtrent werkwijze van de oudercommissie (art 1.59 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    De houder wijzigt het reglement na instemming van de oudercommissie (art 1.59 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.3 Instellen oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.58)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder heeft een oudercommissie ingesteld (art 1.58 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.3.1 Voorwaarden oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.58)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder is geen lid (art 1.58 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2Het personeel is geen lid (art 1.58 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3De leden worden gekozen uit en door de vraagouders (art 1.58 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4De houder stelt de oudercommissie in de gelegenheid haar eigen werkwijze te bepalen (art 1.58 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.3.2 Adviesrecht oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.60)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de genoemde onderwerpen (art 1.60 Wko).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft (art 1.60 Wko)

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    Van een gevraagd advies van de oudercommissie wijkt de houder alleen af indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (art 1.60 Wko)

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    De houder geeft de oudercommissie gelegenheid ook ongevraagd te adviseren over de genoemde onderwerpen (art 1.60 Wko)

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

     

    3. Personeel

    3.1 Verklaring omtrent het gedrag

    Wet kinderopvang (artikelen 1.56 derde lid en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 13)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1.Personen werkzaam bij het gastouderbureau zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.56 lid 3 jo 1.50 Wko).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende VOG

    2.De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het gastouderbureau overlegd (art 1.56 lid 3 jo 1.50 Wko).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende of te laat overlegde VOG

    3a De verklaring omtrent het gedrag is bij aanvraag om opname in het landelijk register niet ouder dan twee maanden.

    OF

    3b De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden

    (art 1.56 lid 3 jo 1.50 Wko).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per te oude VOG

    3.2 Beroepskwalificatie bemiddelingsmedewerkers

    Wet kinderopvang (artikel 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikelen 13 en 14)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1Alle bemiddelingsmedewerkers werkzaam bij het gastouderbureau beschikken over relevante pedagogische opleiding op MBO-niveau (art 1.56 Wko jo art 13 lid 2 en 14 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per bemiddelingsmedewerker die niet voldoet

    3.3 Personeelsformatie per gastouder

    Wet kinderopvang (artikel 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 13)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat er per aangesloten gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling (art 1.56 Wko jo artikel 13 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per gastouder met < 16 uur

    4. Pedagogisch beleid

    4.1 Pedagogisch beleidsplan

    Wet kinderopvang (artikel 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 11)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder heeft een pedagogisch beleidsplan waarin de voor dat gastouderbureau kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven (art 1.56 Wko jo art 11 lid 1 beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000

    4.1.1 Inhoud pedagogisch beleidsplan

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikelen 11, 15c en 15d)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1In het pedagogisch beleidsplan staat in duidelijke en observeerbare termen het volgende beschreven: de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke- en sociale competentie, en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt (art 1.56 Wko jo art 11 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de leeftijdsopbouw en aantallen van de kinderen die door een gastouder worden opgevangen (art 1.56 Wko jo art 11 lid 2 beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3Het pedagogisch plan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de eisen die aan het opvangadres worden gesteld (art 1.56 Wko jo art 11 lid 1 beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4.1.2 Pedagogische praktijk

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 11 en art 15b sub c)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder informeert de gastouders over de inhoud van het pedagogisch beleidsplan waardoor zij ernaar kunnen handelen (art 1.49 en 1.56 Wko jo art 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2De houder ziet er op toe dat gastouders handelen conform het pedagogisch beleidsplan (art 1.49 en 1.56 Wko jo art 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De houder begeleidt gastouders, zodat zij handelen conform het pedagogisch beleidsplan (art 1.49 en 1.56 Wko jo art 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

     

    5. Klachten

    5.1 Wet klachtrecht cliënten zorgsector

    Wet klachtrecht cliënten zorgsector (artikelen 1, 2, 2a, 3c en 4)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1.De regeling voor de behandeling van klachten voorziet erin dat er wordt voldaan aan de beschreven eisen (art 2 lid 1 Wkcz).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 indien deze ontbreekt; 500 indien deze niet voldoet

    2.De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van vraagouders (art 2 lid 1 Wkcz).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.Een houder ziet erop toe dat de klachtencommissie werkt met een reglement (art 2 lid 3 Wkcz)

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De houder hanteert de termijn waarbinnen schriftelijk wordt gereageerd naar aanleiding van een oordeel van de klachtencommissie (art 2 lid 5 Wkcz).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.De houder leeft geheimhoudingsplicht na (art 4 Wkcz).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    6.De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin een minimaal aantal zaken wordt aangegeven (art 2 lid 7 Wkcz).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    7.De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 2 lid 9 Wkcz).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.2 Klachtenregeling oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.60a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1.De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten van de oudercommissie over een door hem genomen besluit als bedoeld in artikel 60, eerste lid die voldoet aan de beschreven eisen (art 1.60a Wko)

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 indien deze ontbreekt;

    500 indien deze niet voldoet aan de eisen

    2.De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van oudercommissie (art 1.60a Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De houder zorgt voor naleving van de regeling (art 1.60a Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin een minimaal aantal zaken wordt aangegeven (art 1.60a Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 1.60a Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

     

    6. Veiligheid en gezondheid

    6.1 Risico-inventarisatie veiligheid

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 tweede lid en 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8 en 12)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1.De houder draagt er zorg voor dat samen met de gastouder door een bemiddelingsmedewerker van het bureau op het opvangadres in elke voor de op te vangen kinderen toegankelijke ruimte de veiligheidsrisico’s in een risico-inventarisatie vastgelegd worden (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 2 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 indien deze ontbreekt

    2.De houder draagt zorg voor een inventarisatie van de veiligheidsrisico’s door een bemiddelingsmedewerker van het bureau vóór aanvang van de opvang en daarna jaarlijks voor elke woning waar gastouderopvang plaatsvindt (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 2 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    3.De houder draagt er zorg voor dat de risico-inventarisatie de veiligheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, verstikking, verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden beschrijft (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 6 jo art 8 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    4.De houder draagt er zorg voor dat de gastouder en huisgenoten op de hoogte zijn van de uitkomsten van de risico-inventarisatie veiligheid en het daaruit voortvloeiende plan van aanpak (art 1.49 lid 2 Wko)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    5.De houder draagt er zorg voor dat de veiligheidsrisico’s worden gereduceerd door in het plan van aanpak preventieve maatregelen te beschrijven die effectief en adequaat zijn (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 4 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    6.2 Risico-inventarisatie gezondheid

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 tweede lid en 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8 en 12)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    De houder draagt er zorg voor dat samen met de gastouder door een bemiddelingsmedewerker van het bureau op het opvangadres in elke voor de op te vangen kinderen toegankelijke ruimte de gezondheidsrisico’s in een risico-inventarisatie vastgelegd worden (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 2 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 indien deze ontbreekt

    De houder draagt zorg voor een inventarisatie van de gezondheidsrisico’s door een bemiddelingsmedewerker van het bureau vóór aanvang van de opvang en daarna jaarlijks voor elke woning waar gastouderopvang plaatsvindt (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    3De houder draagt er zorg voor dat de risico-inventarisatie de gezondheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: ziektekiemen, binnenmilieu, buitenmilieu en medisch handelen beschrijft (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 2 jo art 8 lid 3 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    4De houder draagt er zorg voor dat de gastouder en huisgenoten op de hoogte zijn van de uitkomsten van de risico-inventarisatie gezondheid en het daaruit voortvloeiende plan van aanpak (art 1.49 lid 2 Wko)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    5De houder draagt er zorg voor dat de gezondheidsrisico’s worden gereduceerd door in het plan van aanpak preventieve maatregelen te beschrijven die effectief en adequaat zijn. (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 4 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    6.3 Protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a en 15a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder heeft een protocol kindermishandeling welke voldoet aan de beschreven eisen (art 1.56 Wko en art 10a en 15a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000

    6.3.1 Beleid protocol kindermishandeling

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder draagt er zorg voor dat de gastouder op de hoogte is van de inhoud van het protocol kindermishandeling(art 1.56 Wko en art 10a en 15a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

     

    7. Kwaliteit gastouderbureau

    7.1 Kwaliteitscriteria

    Wet kinderopvang (artikelen 1.1 lid 1 en 1.56 eerste lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikelen 13, 14, 15 en 15d)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    De houder draagt er zorg voor dat per gastouder beoordeeld wordt hoeveel kinderen bij de betreffende gastouder verantwoord opgevangen kunnen worden (art 1.56 Wko jo art 13 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000 per kind teveel

    De houder draagt zorg voor een intakegesprek met de gastouder (art 1.56 Wko jo art 15 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1250

    De houder draagt zorg voor een intakegesprek met de vraagouder (art 1.56 Wko jo art 15 lid 5 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1250

    De houder draagt zorg voor een koppelingsgesprek voor elke nieuwe koppeling tussen vraag- en gastouder in de woning waar de opvang plaats vindt (art 1.56 Wko jo art 15 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1250

    De houder draagt er zorg voor dat ieder opvangadres minstens twee maal per jaar wordt bezocht, waarbij het jaarlijkse voortgangsgesprek met de gastouder een onderdeel is van één van deze bezoeken (art 1.56 Wko jo art 15 lid 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1250 per ontbrekend bezoek

    De houder evalueert jaarlijks mondeling de gastouderopvang met de vraagouders en legt deze schriftelijk vast (art 1.56 Wko jo art 15 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1250

    Een ondertekend origineel verslag van het evaluatiegesprek is aanwezig in het dossier op het gastouderbureau en een kopie is verstrekt aan de vraagouder.

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1250

     

     

    4. Afwegingsmodel handhaving gastouderopvang

    De kwaliteitsaspecten voor voorzieningen voor gastouderopvang zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

    • 1.

      Gastouderopvang in de zin van de wet

    • 2.

      Gastouder

    • 3.

      Accommodatie en inrichting

    • 4.

      Pedagogisch beleid

    • 5.

      Aantal kinderen

    • 6.

      Veiligheid en gezondheid

       

       

      1Gastouderopvang in de zin van de wet

       

    1.0 Gastouderopvang en handhaving

    Wet kinderopvang (Verzamelwet, wordt in de loop van 2011 vastgesteld), wordt later aan Handhavingsbeleid toegevoegd

     

     

     

    1 Er loopt geen handhaving in het kader van de Wet kinderopvang tegen de gastouder.

     

     

    2 De gastouder treft maatregelen om recidive van eerder geconstateerde tekortkomingen in de opvangsituatie te voorkomen.

     

     

    1.1 Gastouderopvang in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

    Wet kinderopvang (artikel 1.1 eerste lid)

    Beleidsregels werkwijze toezichthouder (art 4 eerste lid)

     

    Constatering

    gevolg

    1 De opvang vindt plaats door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau (art 1.1 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels werkwijze).

    Indien niet voldaan: geen gastouderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    2 De opvang vindt plaats door een gastouder welke niet de ouder van de op te vangen kinderen is noch de partner van de vraagouder (art 1.1 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels werkwijze).

    Indien niet voldaan: geen gastouderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    3 De gastouder exploiteert maximaal één voorziening voor gastouderopvang (art 1.1 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels werkwijze).

    Indien niet voldaan: geen gastoudervang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    4 De opvang vindt plaats op het woonadres van de gastouder of van één van de vraagouders (art 1.1 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels werkwijze).

    Indien niet voldaan: geen gastouderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    5 De gastouder is niet inwonend bij de vraagouder (art 1.1 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels werkwijze).

    Indien niet voldaan: geen gastouderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 Gastouder

     

    2.1 Verklaring omtrent het gedrag

    Wet kinderopvang (artikel 1.56b, derde, vierde en vijfde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder is in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.56b lid 3 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 Bij opvang in de woning van de gastouder zijn alle huisgenoten vanaf 18 jaar in het bezit zijn van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.56b lid 3 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het gastouderbureau overlegd (art 1.56b lid 4 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4 De verklaring omtrent het gedrag is bij aanvraag om opname in het landelijk register niet ouder dan twee maanden.

    OF

    De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden

    (art 1.56b lid 4 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2.2 Onder toezicht

    Wet kinderopvang (artikel 1.1 eerste lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder heeft geen kinderen die (tijdelijk) onder toezicht staan (art 1.1 lid 1 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder is niet (tijdelijk) ontheven of ontzet uit het ouderlijke gezag (art 1.1 lid 1 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2.3 Deskundigheidseisen

    Wet kinderopvang (artikel 1.56b, eerste lid)

    Besluit deskundigheidseisen gastouders kinderopvang (artikel 3 en 4)

    Regeling Wet kinderopvang (art 10 t/m 10c)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder beschikt over een getuigschrift conform de ministeriële regeling.

    OF

    De gastouder beschikt over een EVC-bewijsstuk waaruit blijkt dat de gastouder voldoet aan alle competenties van de bij ministeriële regeling aangewezen MBO-2 opleiding(en).

    (art 1.56b Wko jo art 10-10b Regeling Wko)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 (deze formulering is aangepast aan de laatste toevoegingen en wijkt daarmee af van letterlijke tekst modelrapport)

    De gastouder beschikt over:

    ·* een geregistreerd certificaat Eerste Hulp aan kinderen van het Oranje Kruis;

    ·OF

    ·* een geregistreerd certificaat Spoedeisende Hulpverlening bij Slachtoffers (SEHSO) of Spoedeisende Hulpverlening bij Kinderen (SEHBK) van NedCert;

    ·OF

    ·* een geregistreerd certificaat Acute Zorg bij kinderen van Nikta;

    ·OF

    ·* een geregistreerd certificaat Acute Zorgverlener Module Kind en Omgeving van Nikta

    ·OF

    ·* een geregistreerd certificaat Eerstehulpverlener van Nikta.

    (art 1.56b Wko jo art 10c Regeling Wko)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2.4 Overige eisen

    Wet kinderopvang (artikel 1.1 eerste lid en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15a onder a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder is 18 jaar of ouder (artikel 1.1 lid 1 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder is telefonisch bereikbaar (artikel 1.56b Wko jo 15a sub a Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2.5 Gebruik van de voorgeschreven voertaal

    Wet kinderopvang (artikel 1.55)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt (art 1.55 Wko).

    OF

    Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, daar de herkomst van de kinderen in deze specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode (art 1.55 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3. Accomodatie en inrichting

     

    3.1 Woning

    Wet kinderopvang (art 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15c)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De woning waar gastouderopvang plaats vindt is te allen tijde rookvrij (art 1.56b Wko en art 15c lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De woning waar gastouderopvang plaats vindt beschikt over voldoende binnenspeelruimte voor kinderen, afgestemd op het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen (art 1.56b Wko en art 15c lid 1 sub 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 De woning waar gastouderopvang plaats vindt beschikt over voldoende buitenspeelmogelijkheden voor kinderen, afgestemd op het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen (art 1.56b Wko en art 15c lid 1 onder 2 Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4 De woning waar gastouderopvang plaats vindt dient voorzien te zijn van voldoende en werkende rookmelders (art 1.56b Wko en art 15c lid 1 onder 3 Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3.2 Slaapruimte

    Wet kinderopvang (art 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15c)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Er is een afzonderlijke slaapruimte voor in ieder geval kinderen tot anderhalf jaar (art 1.56b Wko en art 15c lid 1 onder 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De slaapruimte is afgestemd op het aantal op te vangen kinderen (art 1.56b Wko en art 15c lid 1 onder 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4 Pedagogisch beleid

     

    4.1 Pedagogische praktijk

    Wet kinderopvang (artikel 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15b)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder kent de inhoud van het pedagogisch beleidsplan (art 1.56b Wko en art 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder handelt conform het pedagogisch beleidsplan(artikel 1.56b en art 15b onder c Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4.2 Emotionele en sociale veiligheid, persoonlijke competenties, overdracht normen en waarden

    Wet kinderopvang (artikel 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 11 en 15b onder c)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder draagt zorg voor het waarborgen van sociaal emotionele veiligheid (art 1.56b Wko en art 11 en 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder biedt de opvangkinderen de mogelijkheid om tot ontwikkeling van persoonlijke competentie te komen (art 1.56b Wko en art 11 en 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 De gastouder biedt de opvangkinderen de mogelijkheid om tot ontwikkeling van sociale competentie te komen (art 1.56b Wko en art 11 en 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4 De gastouder draagt zorg voor de overdracht van normen en waarden (art 1.56b Wko en art 11 en 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    5 Aantal kinderen

     

    5.1 Aantal kinderen

    Wet kinderopvang (artikel 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15d)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Bij een gastouder worden maximaal twee kinderen van 0 jaar gelijktijdig opgevangen (art 1.56b Wko en art 15d lid 3)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 Bij een gastouder worden maximaal vier kinderen van 0 en 1 jaar gelijktijdig opgevangen (art 1.56b Wko en art 15d lid 3)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 Bij een gastouder worden maximaal vijf kinderen gelijktijdig opgevangen, als de kinderen (op te vangen én eigen kinderen) allemaal jonger zijn dan 4 jaar (art 1.56b Wko en art 15d lid 3)

    OF

    Bij een gastouder worden maximaal zes kinderen gelijktijdig opgevangen, als de op te vangen kinderen in de leeftijd van 0 tot 13 jaar zijn. Eigen kinderen tot 10 jaar worden meegerekend (art 1.56b Wko en art 15d lid 3)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    5.2 Achterwacht

    Wet kinderopvang (artikel 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15b onder b)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Indien er drie of meer kinderen op het opvangadres aanwezig zijn, dan is ondersteuning van de gastouder door een andere volwassene in geval van calamiteiten geregeld (artikel 1.56b Wko en art 15b onder b).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De achterwacht is telefonisch bereikbaar tijdens de opvangtijden (artikel 1.56b Wko en art 15b onder b).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 De achterwacht is in geval van calamiteiten binnen 15 minuten op het opvangadres aanwezig (artikel 1.56b Wko en art 15b onder b).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6 Veiligheid en gezondheid

     

    6.1 Risico-inventarisatie veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 12 en 15e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder heeft op het opvangadres een risico-inventarisatie veiligheid van maximaal een jaar oud (art 1.56b Wko en art 15e lid 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder heeft een risico-inventarisatie veiligheid betreffende de actuele situatie (art 1.56b Wko en art 15e lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.1.1 Beleid veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8, 12 en 15e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen ((art 1.56b Wko en art 15e lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 Er is een registratie van ongevallen, waarbij per ongeval de aard en plaats van het ongeval, de leeftijd van het kind, de datum van het ongeval en een overzicht van te treffen maatregelen worden vermeld (art 1.56b Wko en art 15e lid 5 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.1.2 Uitvoering beleid veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 12 en 15e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 1.56b Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 1.56b Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 De gastouder is op de hoogte van de risico’s en handelt conform het plan van aanpak (art 1.56b Wko en art 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4 De gastouder informeert de volwassen huisgenoten over de risico’s en de daarbij behorende maatregelen uit het plan van aanpak (art 1.56b Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.2 Risico-inventarisatie gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 12 en 15e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder heeft op het opvangadres een risico-inventarisatie gezondheid van maximaal een jaar oud (art 1.56b Wko en art 15e lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder heeft een risico-inventarisatie gezondheid betreffende de actuele situatie (art 1.56b Wko en art 15e lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.2.1 Beleid gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 12 en 15e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (art 1.56b Wko en art 15e lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.2.2 Uitvoering beleid gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 12, 15 b en 15e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 1.56b Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 1.56b Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 De gastouder is op de hoogte van de risico’s en handelt conform het plan van aanpak (art 1.56b Wko en art 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4 De gastouder informeert de volwassen huisgenoten over de risico’s en de daarbij behorende maatregelen uit het plan van aanpak (art 1.56b Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.3 Protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Op het opvangadres is een protocol kindermishandeling van het gastouderbureau aanwezig (art 1.49 Wko en art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.3.1 Uitvoering beleid protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder kent de inhoud van het protocol (art 1.49 en 1.56b Wko en art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder handelt aantoonbaar naar het protocol (art 1.49 en 1.56b Wko en art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    5. Afwegingsmodel handhaving peuterspeelzaal

    De kwaliteitsaspecten voor de peuterspeelzaal zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

    • 1.

      Peuterspeelzaalwerk in de zin van de wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

    • 2.

      Ouders

    • 3.

      Personeel

    • 4.

      Veiligheid en gezondheid

    • 5.

      Groepsgrootte en beroepskracht/vrijwilliger-kind-ratio

    • 6.

      Pedagogisch beleid

    • 7.

      Klachten

    • 8.

      Voorschoolse educatie

    Voor het boetebeleid (de bestraffende sanctie) geldt dat dit alleen van toepassing is op niet-gesubsidieerde instellingen (art 2.27 Wko). 1 Peuterspeelzaalwerk in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

    1.1Peuterspeelzaalwerk in de zin van de wet

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.1)

    Beleidsregels werkwijze toezichthouder (artikel 4, eerste lid)

     

    Constatering

    gevolg

    1Gedurende het verblijf in de peuterspeelzaal wordt verzorging en opvoeding geboden en wordt een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van kinderen.

    Indien niet voldaan: geen peuterspeelzaal in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    2Het verblijf in de peuterspeelzaal is uitsluitend bestemd voor kinderen in de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs.

    Indien niet voldaan: geen peuterspeelzaal in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    2 Ouders

    2.1Informatie

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikelen 2.11 en 2.21 vierde lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikelen 19 en 20 tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder informeert de ouders over het te voeren beleid (art. 2.11 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.De houder informeert de ouders en de kinderen tot welke peuterspeelzaalgroep het kind behoort en welke beroepskrachten op welke dag voor welke groep verantwoordelijk zijn en welke vrijwilligers op deze dag aanwezig zijn (art 2.11 Wko en art 19 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De houder legt een afschrift van het inspectierapport op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats (art 2.21 lid 4 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De informatie is gedetailleerd genoeg om ouders een adequaat beeld van de praktijk te geven (art 2.11 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5. De praktijk sluit aan bij de aan de ouders verstrekte informatie.

    (art 2.11 Wko)

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    Items 2.2 t/m 2.3.2 zijn alléén van toepassing op niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen

    2.2 Reglement oudercommissie,

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.16 en 2.17)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld (art 2.16 lid 1 Wko)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    2.1.1 Inhoud reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.16)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Het reglement omvat regels omtrent het aantal leden (art 2.16 lid 2 sub a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.Het reglement omvat regels omtrent de wijze van kiezen van de leden (art 2.16 lid 2 sub b Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.Het reglement omvat regels omtrent de zittingsduur van de leden (art 2.16 lid 2 sub c Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4. Het reglement omvat geen regels omtrent werkwijze van de oudercommissie (art 2.16 lid 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5 De houder wijzigt het reglement na instemming van de oudercommissie (art 2.16 lid 5 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.3 Instellen oudercommissie

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.15 eerste lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een oudercommissie ingesteld (art. 2.15 lid 1 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.3.1 Voorwaarden oudercommissie

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.15, tweede, derde en vierde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder is geen lid (art 2.15 lid 2 en 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.Het personeel is geen lid (art 2.15 lid 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De leden worden gekozen uit en door de ouders (art 2.15 lid 2 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De houder stelt de oudercommissie in de gelegenheid haar eigen werkwijze te bepalen (art 2.15 lid 4 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.3.2 Adviesrecht oudercommissie

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.17)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de genoemde onderwerpen (art. 2.17 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2.De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft (art. 2.17 lid 4 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3.Van een gevraagd advies van de oudercommissie wijkt de houder alleen af indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (art. 2.17 lid 2 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4.De houder geeft de oudercommissie gelegenheid ook ongevraagd te adviseren over de genoemde onderwerpen(art. 2.17 lid 3 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3 Personeel

    3.1 Verklaring omtrent het gedrag

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.6, derde, vierde en vijfde lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 21)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.Personen werkzaam bij de peuterspeelzaal zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 2.6 lid 3 Wko en art 21 lid 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende VOG

    2.De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij de peuterspeelzaal overlegd (art 2.6 lid 4 Wko)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende of te laat overlegde VOG

    3.De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden (art 2.6 lid 4 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per te oude VOG

    3.2 Passende beroepskwalificatie

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.6 eerste lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 9 eerste lid en artikel 24)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Alle beroepskrachten beschikken over een voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie overeenkomstig de CAO Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening (art 2.6 lid 1 Wko en art 20 lid 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per beroeps-kracht die niet voldoet

    3.3 Gebruik van de voorgeschreven voertaal

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.12)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1a De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt (art 2.12 lid 1 Wko).

    OF

    1b Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, omdat de herkomst van de kinderen in deze specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode (art 2.12 lid 2 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    3.4 Vrijwilligersbeleid

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (art 2.6)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 23)