Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zeewolde

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zeewolde houdende regels omtrent de heffing en invordering van havengeld Verordening havengeld 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZeewolde
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Zeewolde houdende regels omtrent de heffing en invordering van havengeld Verordening havengeld 2019
CiteertitelVerordening havengeld 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De datum van ingang van de heffing is 11 april 2019.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

13-04-2019bijlage 1

28-03-2019

gmb-2019-81923

V224
01-01-201913-04-2019nieuwe regeling

20-12-2018

gmb-2018-279557

V128

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zeewolde houdende regels omtrent de heffing en invordering van havengeld Verordening havengeld 2019

De raad van de gemeente Zeewolde,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 november 2018;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet;

gehoord het Beraad d.d. 4 december 2018;

 

Besluit

 

 

vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van havengeld 2019

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    vaartuigen: alle soorten van drijvende lichamen, die om hun drijf-vermogen worden gebezigd, bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen en/of goederen, drijvende werktuigen zoals een werkvlot, ponton, elevator, drijvende kraan, sleep- of duwboot, bok, zandzuiger, baggermolen e.d. en balken, stammen, palen, vlotten e.d. die in het water worden vervoerd.

  • b.

    meren: het vastmaken van vaartuigen aan de daartoe bestemde middelen, ongeacht of die middelen eigendom van de gemeente of van derden zijn, of aan vaartuigen welke aan zodanige middelen zijn vastgemaakt.

  • c.

    gemeentewater: de Aanloophaven.

  • d.

    beroepsvaartuigen:

    • 1.

      vrachtschepen: vaartuigen, die uitsluitend of in hoofdzaak, gebezigd worden voor het vervoer anders dan van personen, welke conform de Rijksverkeersinspectie daartoe een vergunning hebben;

    • 2.

      passagiers- en charterschepen: alle vaartuigen, die een openbaar middel van vervoer zijn, of dit niet zijnde, uitsluitend of in hoofdzaak worden gebezigd voor het vervoer van personen tegen betaling;

    • 3.

      andere vaartuigen: vaartuigen niet vallende onder 1. en 2.

  • e.

    recreatievaartuigen: vaartuigen die hoofdzakelijk worden gebruikt als recreatievaartuig, maar niet zijnde een passagiersschip.

  • f.

    een dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als gehele dag wordt aangemerkt.

  • g.

    een week: een aaneengesloten periode van 7 dagen.

  • h.

    een maand: het tijdvak dat loopt vanaf de eerste dag in een kalendermaand tot en met de laatste dag van die kalendermaand.

  • i.

    een kwartaal: drie achtereenvolgende kalendermaanden, respectievelijk beginnende op 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober.

  • j.

    een halfjaar: zes achtereenvolgende kalendermaanden, respectievelijk beginnende op 1 januari of 1juli.

  • k.

    een jaar: een kalenderjaar, de periode van 1 januari tot en met 31 december.

  • l.

    zomerseizoen: de periode van 1 juni tot en met 30 september.

  • m.

    winterseizoen: de periode van 1 oktober tot met 31 mei.

Artikel 2. Belastbaar feit

Onder de naam 'havengeld' wordt een recht geheven voor het liggen en/of meren van vaartuigen in gemeentewater.

Artikel 3. Belastingplicht

Het recht wordt geheven van de schipper, de gezagvoerder, de eigenaar of reder, de gebruiker of beheerder van het vaartuig.

Artikel 4. Maatstaf van heffing

Voor de berekening van het havengeld wordt:

  • a.

    het laadvermogen van het vaartuig uitgedrukt in het aantal tonnen, zoals blijkt uit een bij het vaartuig behorende geldige meetbrief.

  • b.

    als aantal m² aangemerkt, de hoeveelheid ingenomen wateroppervlakte, zijnde de grootste lengte x de grootste breedte over alles.

  • c.

    de lengte van het vaartuig, uitgedrukt in het aantal meters, zoals blijkt uit een bij het vaartuig behorende geldige meetbrief.

  • d.

    als het vaartuig kennelijk niet meer overeenkomstig de oorspronkelijke bestemming wordt gebruikt of van soort is veranderd, voor de toepassing van de tabel uitgegaan van de feitelijke omstandigheden.

  • e.

    een gedeelte van een in de tabel genoemde eenheid als een volle eenheid gerekend, tenzij anders is aangegeven.

Artikel 5. Tarieven

  • a.

    Het havengeld wordt geheven naar de tarieven uit de bijbehorende tabel.

  • b.

    In de tarieven is, in de gevallen waarbij de heffing ingevolge de Wet op de omzetbelasting plaatsvindt, de omzetbelasting inbegrepen.

Artikel 6. Wijze van heffing

De rechten worden geven bij wege van aanslag of bij wijze van een gedag-tekende schriftelijke kennisgeving, waaronder wordt begrepen een bon, nota of andere schriftuur, waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

Artikel 7. Termijnen van betaling

  • a.

    Het havengeld moet worden betaald op het tijdstip waarop de kennis-geving als bedoeld in artikel 6 wordt uitgereikt.

  • b.

    Het havengeld, geheven bij wege van aanslag, moet worden betaald binnen één maand na dagtekening van het aanslagbiljet.

  • c.

    De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8. Vrijstellingen

Het havengeld wordt niet geheven voor:

  • a.

    vaartuigen in gebruik van gemeente, provinciale en rijksdienst.

  • b.

    baggermachines en vaartuigen die daarbij gebezigd worden voor het vervoer van baggerspecie voor de tijd dat zij binnen het gebied van de gemeente werken.

  • c.

    hospitaalschepen en reddingsvaartuigen.

  • d.

    boten en sloepen die bij een ander vaartuig horen en daaraan zijn verbonden.

  • e.

    pleziervaartuigen die zich tussen 10.00 en 17.00 in de haven bevinden.

  • f.

    traditionele zeilvaartuigen zoals Tjalken, Klippers, Schoeners, Aken en Botters die behoren tot de zogenoemde bruine vloot of traditionele chartervloot gedurende de periode van 1 oktober tot en met 31 maart.

Artikel 9. Kwijtschelding

Voor havengeld wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van havengeld.

Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De 'Verordening op de heffing en invordering van havengelden 2018’, vastgesteld bij raadsbesluit van 2 november 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    De ‘Verordening havengeld 2019’ treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als de 'Verordening havengeld 2019’.

     

Aldus besloten door de raad van de gemeente Zeewolde in zijn openbare vergadering van 20 december 2018.

de griffier,

L. van Heezik

de voorzitter,

G.J. Gorter

Bijlage 1: Tarieventabel bij de Verordening havengeld 2019

 

 

Omschrijving

Berekeningsgrondslag

Tarief

1

vaartuigen ten behoeve van en in gebruik als beroeps-vaartuig

Per ton laadvermogen voor elk verblijf van ten hoogste 7 dagen

€ 0,33

1.1

vaartuigen ten behoeve van en in gebruik als beroeps-vaartuig

Per ton laadvermogen voor elk volgend tijdvak van 7 dagen

€ 0,33

2

vaartuigen ten behoeve van en in gebruik als beroeps-vaartuig

Per ton laadvermogen voor een winterseizoen

€ 1,51

3

Recreatievaartuigen

per dag, per m1, met een mini-mum van € 4,00 per vaartuig per dag

€ 1,50

 

Behoort bij het raadsbesluit van 20 december 2018.

 

de griffier,

L. van Heezik

 

de voorzitter,

G.J. Gorter