Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zeist

Speelautomatenverordening

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZeist
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingSpeelautomatenverordening
CiteertitelSpeelautomatenverordening
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Wet op de Kansspelen, art 30c

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

29-06-1992Nieuwe regeling

29-06-1992

De Nieuwsbode, 29-09-2010

Nr. 389

Tekst van de regeling

Intitulé

Speelautomatenverordening

Nr.389

Speelautomatenverordening

 

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de Kansspelen;

  • b.

    laagdrempelige inrichting: alle inrichtingen waarvoor een vergunning ingevolge artikel 3, eerste lid, sub a of c, van de Drank- en Horecawet of een verlof ingevolge de Drank- en horecaverordening is verleend en nog van kracht is en:

    • 1.

      die zijn aan te merken als snackbar, broodjeszaak, cafetaria, shoarmazaak;

    • 2.

      die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportbeoefenaars, sportorganisaties of -instellingen;

    • 3.

      die of waarvan een onderdeel in gebruik is als wachtruimte voor passagiers van een openbaar vervoerbedrijf;

    • 4.

      die gelegen zijn op of behoren bij een kampeer- of caravanterrein;

    • 5.

      waarin onderwijs wordt gegeven;

    • 6.

      die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of -instellingen;

    • 7.

      die kunnen worden aangemerkt als dorpshuis, buurt- of wijkgebouw;

    • 8.

      overige inrichtingen, welke hiervoor niet met name zijn genoemd en waarvan - gelet op de aard ervan - door de burgemeester wordt vastgesteld, dat zij als laagdrempelig zijn aan te merken;

  • c.

    hoogdrempelige inrichting: alle inrichtingen, waarvoor op grond van artikel 3, lid 1, sub a of c, van de Drank- en Horecawet een vergunning is verleend en die niet zijn aan te merken als een inrichting als onder 1b omschreven.

Artikel 2
  • 1.

    De burgemeester kan voor een laagdrempelige inrichting uitsluitend vergunning verlenen voor het aanwezig hebben van ten hoogste twee behendigheidsautomaten.

  • 2.

    De burgemeester kan voor een hoogdrempelige inrichting uitsluitend vergunning verlenen voor het aanwezig hebben van ten hoogste twee speelautomaten, een en ander ongeacht of er sprake is van kansspel- dan wel behendigheidsautomaten.

Artikel 3
  • a.

    vergunningen voor het aanwezig hebben van speelautomaten, die zijn verleend vóór het inwerking treden van deze verordening blijven van kracht tot haar expiratiedatum dan wel - indien deze datum ligt na 1 januari 1993 of niet is bepaald - tot 1 januari 1993;

  • b.

    in afwijking daarvan geldt ten aanzien van vóór de inwerkingtreding van deze verordening verleende vergunningen, wanneer het aantal en de soort automaten passen binnen de in artikel 2 vastgelegde regels, dat zij haar geldigheid behouden.

Artikel 4

De aanvragen om vergunning moeten worden ingediend op een door de burgemeester vastgesteld modelaanvraagformulier.

Artikel 5

De bepalingen van deze verordening zijn niet van toepassing voor de speelautomatenhal.

Artikel 6

Deze verordening kan worden aangehaald als “Speelautomatenverordening”.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking direct na haar vaststelling door de gemeenteraad.