Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zuidhorn

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zuidhorn houdende regels omtrent de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Gewijzigde Verordening Reinigingsrechten 2018

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZuidhorn
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Zuidhorn houdende regels omtrent de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Gewijzigde Verordening Reinigingsrechten 2018
CiteertitelGewijzigde Verordening reinigingsheffingen 2018
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Verordening Reinigingsheffingen 2018.

De datum van ingang van de heffing is 31 december 2018.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 15.33 van de Wet milieubeheer

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

31-12-2018nieuwe regeling

12-12-2018

gmb-2018-282020

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zuidhorn houdende regels omtrent de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Gewijzigde Verordening Reinigingsrechten 2018

De raad van de gemeente Westerkwartier;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 november 2018;

 

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

 

 

B E S L U I T:

 

 

vast te stellen de “Gewijzigde verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2018”.

 

Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1 Afvalstoffenheffing

Artikel 4. Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 5. Belastingplicht

  • 1.

    De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

  • 2.

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

    • a.

      degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;

    • b.

      in geval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan.

Artikel 6. Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing

  • 1.

    De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 1.1 en 1.2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel met inachtneming van het bepaalde in de overige leden van dit artikel.

  • 2.

    Het totale gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per perceel, dan wel groep van percelen wordt aangemerkt als maatstaf van de heffing van de in hoofdstuk 1.1, onderdelen 1.1.2.1 en 1.1.2.2 van de tarieventabel genoemde belasting.

  • 3.

    Voor de berekening van het gedeelte van de belasting als bedoeld in het tweede lid wordt uitgegaan van de gewichten die zijn vastgesteld met behulp van de weegapparatuur op de wegende inzamelauto.

  • 4.

    Voor de berekening van de in hoofdstuk 1.1, onderdelen 1.1.2.1 en 1.1.2.2 van de tarieventabel genoemde belasting worden de geregistreerde hoeveelheden van zowel groente- fruit- en tuinafval als van de overige afvalstoffen na de totaaltelling ten behoeve van de aanslag naar beneden op hele kilogrammen afgerond.

  • 5.

    De vaststelling van het totale gewicht van het in het belastingjaar ingezamelde groente , fruit en tuinafval van een perceel, dan wel groep van percelen vindt plaats door optelling van de gewichten van het periodiek ingezamelde groente , fruit en tuinafval van dit perceel, dan wel groep van percelen in het belastingjaar. Het gewicht van het periodiek ingezamelde groente-, fruit en tuinafval per inzamelbeurt per perceel, dan wel groep van percelen wordt vastgesteld als het verschil van het gewicht van de betreffende container vóór lediging en het gewicht na lediging.

  • 6.

    De vaststelling van het totale gewicht van de in het belastingjaar ingezamelde overige afvalstoffen van een perceel, dan wel groep van percelen vindt plaats door optelling van de gewichten van de periodiek ingezamelde overige afvalstoffen van dit perceel, dan wel groep van percelen in het belastingjaar. Het gewicht van de periodiek ingezamelde overige afvalstoffen per inzamelbeurt per perceel wordt vastgesteld als het verschil van het gewicht van de betreffende container vóór lediging en het gewicht na lediging.

  • 7.

    Indien tijdens enige inzamelbeurt door een calamiteit of door technische storing van de wegende inzamelauto, of van de op de inzamelauto geplaatste containerweeg of containerherkennings of containerregistratieapparatuur of van de middelen waarmee de gegevens van de geledigde containers worden opgeslagen, van een aangeboden container geen of een onjuiste automatische weging of herkenning of registratie of gegevensverwerking plaatsvindt, wordt, in afwijking van voorgaande leden van dit artikel, voor de betreffende inzamelbeurt van het desbetreffende perceel bij de berekening van het verschuldigde gedeelte van de belasting als bedoeld in de in hoofdstuk 1.1, de onderdelen1.1.2.1 en 1.1.2.2 van de bij de verordening behorende tarieventabel ervan uitgegaan dat geen kilogrammen zijn aangeboden.

Artikel 7. Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    In afwijking van lid 1 wordt de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.2 van bij de verordening behorende tarieventabel geheven bij wege van gedagtekende kennisgeving, waarop het verschuldigde bedrag is vermeld.

Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 en 1.2 bij de verordening behorende tarieventabel is ver-schuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een andere onroerende zaak in gebruik neemt.

Artikel 9. Tijdstip van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijnen telkens twee maanden later.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, dat aanslagen tot € 30,00, moeten worden betaald in één termijn. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van auto-matische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid geldt, dat aanslagen tot € 30,00 moeten worden betaald in twee gelijke termijnen. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

  • 5.

    In afwijking van het bepaalde in de vorige leden, worden de aanslagen minder dan € 5,00 niet gegeven .

  • 6.

    De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.2 van bij de verordening behorende tarieventabel dient te worden betaald:

    • a.

      in geval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van uitreiking;

    • b.

      in geval van toezending van de kennisgeving: binnen één maand na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 7.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Hoofdstuk 2 Reinigingsrechten

Artikel 10. Belastbaar feit

Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

Artikel 11. Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 12. Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Het totale gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen van een bedrijfspand wordt aangemerkt als maatstaf van de heffing van de in hoofdstuk 2, de onderdelen 2.1.2.1 en 2.1.2.2 van de tarieventabel genoemde rechten.

  • 3.

    Voor de berekening van het gedeelte van de rechten, als bedoeld in hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.2.1 en 2.1.2.2 van de tarieventabel wordt uitgegaan van de gewichten die zijn vastgesteld met behulp van de weegapparatuur op de wegende inzamelauto.

  • 4.

    Voor de berekening van de in hoofdstuk 2.1, onderdelen 2.1.2.1 en 2.1.2.2 van de tarieventabel genoemde belasting worden de geregistreerde hoeveelheden van zowel groente- fruit- en tuinafval als van de overige afvalstoffen na de totaaltelling ten behoeve van de aanslag naar beneden op hele kilogrammen afgerond.

  • 5.

    De vaststelling van het totale gewicht van het in het belastingjaar ingezamelde groente , fruit en tuinafval van een perceel, dan wel groep van percelen vindt plaats door optelling van de gewichten van het periodiek ingezamelde groente , fruit en tuinafval van dit perceel, dan wel groep van percelen in het belastingjaar. Het gewicht van het periodiek ingezamelde groente-, fruit en tuinafval per inzamelbeurt per perceel, dan wel groep van percelen wordt vastgesteld als het verschil van het gewicht van de betreffende container vóór lediging en het gewicht na lediging.

  • 6.

    Indien tijdens enige inzamelbeurt door een calamiteit of door technische storing van de wegende inzamelauto, of van de op de inzamelauto geplaatste containerweeg-of container-herkennings- of containerregistratieapparatuur of van de middelen waarmee de gegevens van de geledigde containers worden opgeslagen, van een aangeboden container geen of een onjuiste automatische weging of herkenning of registratie of gegevensverwerking plaatsvindt, wordt, in afwijking van voorgaande leden van dit artikel, voor de betreffende inzamelbeurt van het desbetreffende perceel bij de berekening van het verschuldigde gedeelte van de belasting als bedoeld in de in hoofdstuk 2.1, de onderdelen2.1.2.1 en 2.1.2.2 van de bij de verordening behorende tarieventabel ervan uitgegaan dat geen kilogrammen zijn aangeboden.

Artikel 13. Wijze van heffing

De rechten worden bij wege van aanslag geheven.

Artikel 14. Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting als bedoeld in hoofdstuk 2 van bij deze verordening behorende tarieventabel, is ver-schuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een andere onroerende zaak in gebruik neemt.

Artikel 15. Tijdstip van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijnen telkens twee maanden later.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, dat aanslagen tot € 30,00, moeten worden betaald in één termijn. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van auto-matische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 4.

    In afwijking van het tweede lid geldt, dat aanslagen tot € 30,00 moeten worden betaald in één termijn. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

  • 5.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Hoofdstuk 3 Aanvullende bepalingen

Artikel 16. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten.

Artikel 17. Inwerkingtreding en citeerartikel

  • 1.

    De Verordening Reinigingsheffingen 2018 van 18 december 2017 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op 31 december 2018.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 31 december 2018.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als "Gewijzigde Verordening reinigingsheffingen 2018".

     

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Zuidhorn

in de openbare vergadering 12 december 2018

G. de Vries-Leggedoor, voorzitter

M.J. Slopsema-Terpstra, griffier

Bijlage 1: Tarieventabel

behorende bij de Gewijzigde Verordening reinigingsheffingen 2018

 

Algemeen

De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.

Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing

Hoofdstuk 1.1. Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing

 

1.1.1

De belasting bedraagt van het periodiek verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen per perceel, per belastingjaar

 € 122,00

1.1.2

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1.1 bedraagt de belasting voor:

1.1.2.1

de groente-, fruit- en tuinafval dat wekelijks c.q. tweewekelijks met behulp van een verzamel- of minicontainer wordt ingezameld, per kilogram

 € 0,35

1.1.2.2

de overige afvalstoffen die wekelijks c.q. tweewekelijks met behulp van een verzamel- of minicontainer worden ingezameld, per kilogram

 € 0,35

 

Hoofdstuk 1.2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing

1.2.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor het op aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats

 € 5,00

1.2.1.1

tot 1 kubieke meter, per ¼ kubieke meter

1.2.1.2

Vanaf 1 kubieke meter, per kubieke meter

 € 20,00

 

 

1.2.2

Het recht voor het achterlaten door een particulier van grof huishoudelijk

afval en van bouw- en sloopafval op de Milieustraat “De Tweemat” bedraagt per kofferbak of éénassige aanhanger of een gedeelte daarvan

€ 15,00

1.2.3

een extra bedrag voor een twee-assige aanhanger

 € 15,00

1.2.4

tot 250 kilo asbest, geleverd per kofferbak, een éénassige of twee-assige aanhanger

 € 15,00

1.2.5

van 250 tot 500 kilo asbest, geleverd per kofferbak, een éénassige of

twee-assige aanhanger

 € 30,00

 

Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven reinigingsrechten

 

Hoofdstuk 2.1 Maatstaven en tarieven reinigingsrechten

2.1

Het recht bedraagt per belastingjaar voor het:

2.1.1

periodiek verwijderen van bedrijfsafval qua aard, omvang en hoeveelheid overeenkomend met huishoudelijke afvalstoffen

 € 122,00

2.1.2

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.1.1 bedraagt het recht voor:

2.1.2.1

de groente-, fruit- en tuinafval dat wekelijks c.q. tweewekelijks met behulp van een verzamel- of minicontainer wordt ingezameld, per kilogram

 € 0,35

2.1.2.2

de overige afvalstoffen die wekelijks c.q. tweewekelijks met behulp van een verzamel- of minicontainer worden ingezameld, per kilogram

 € 0,35

 

Behorende bij het raadsbesluit van 12 december 2018.

 

De griffier van de gemeente Zuidhorn,

 

 

 

J. Slopsema-Terpstra