Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zutphen

Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over parkeerbelastingen 2019 (Verordening parkeerbelastingen gemeente Zutphen 2019)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZutphen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over parkeerbelastingen 2019 (Verordening parkeerbelastingen gemeente Zutphen 2019)
CiteertitelVerordening parkeerbelastingen gemeente Zutphen 2019
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze verordening vervangt de Verordening parkeerbelastingen gemeente Zutphen 2018.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 225 van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

28-12-2018Nieuwe regeling

17-12-2018

gmb-2018-275258

129427

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over parkeerbelastingen 2019 (Verordening parkeerbelastingen gemeente Zutphen 2019)

 

De raad van de gemeente Zutphen,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 november 2018 met nummer 129427;

 

gelet op artikel 225 van de Gemeentewet;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de:

 

Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over parkeerbelastingen 2019 (Verordening parkeerbelastingen gemeente Zutphen 2019)

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    centraal register: het register van het ServiceHuis Parkeer- en Verblijfsrechten bestemd voor de registratie van parkeerrechten;

  • b.

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • c.

    houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;

  • d.

    parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

  • e.

    parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.

 

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven:

  • a.

    een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

  • b.

    een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

  • c.

    een belasting ter zake van een van gemeentewege verstrekte bezoekersvergunning, voor de in onderdeel a van dit artikel aangegeven plaats en wijze, evenwel met uitzondering van invalidenparkeerplaatsen.

 

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a. wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  • 2.

    Als degene die het voertuig heeft geparkeerd, wordt mede aangemerkt:

    • a.

      degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

    • b.

      zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a. heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat:

      • 1.

        als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren op grond van deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd;

      • 2.

        als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a. wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b. als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

  • 4.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b. wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

 

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

 

Artikel 5 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a. is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b. is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak waarover de belasting wordt geheven.

  • 3.

    De belasting als bedoeld in onderdeel 2. en onderdeel 3. van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.

  • 4.

    Als een belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in onderdeel 2. en onderdeel 3. van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 5.

    Als de belastingplicht als bedoeld in onderdeel 2. en onderdeel 3. van de tarieventabel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

 

Artikel 6 Wijze van heffing en termijnen van betaling

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a. wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. In afwijking hiervan moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen twee maanden na het einde van het parkeren, als het parkeren aanvangt door middel van het aanmelden bij het centraal register.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b. wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

  • 3.

    Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

 

Artikel 7 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a. mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college bij openbaar te maken besluit.

 

Artikel 8 Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a. bedragen € 62,70.

 

Artikel 9 Overdracht van bevoegdheden

Het college kan deze verordening wijzigen als de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant;

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

 

Artikel 10 Nadere regels door het bestuur van de gemeenschappelijke regeling

Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking kan nadere regels geven over de heffing en de invordering van de parkeerbelastingen.

 

Artikel 11 Datum van ingang heffing

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

 

Artikel 12 Intrekking oude regeling

De Verordening Parkeerbelasting gemeente Zutphen 2018, zoals vastgesteld bij besluit van 18 december 2017, wordt ingetrokken met ingang 1 januari 2019, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.

 

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening parkeerbelastingen gemeente Zutphen 2019.

 

 

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente Zutphen,

gehouden op: 17 december 2018

De voorzitter, de griffier,

Tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen gemeente Zutphen 2019

 

De parkeerbelasting bedraagt voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a. op de onderstaande locaties:

plaats

per

tarief

Brasseroord

uur

€ 1,75

D. Evekinkplein

uur

€ 1,75

Dieserstraat

uur

€ 2,15

Donkeresteeg

uur

€ 2,15

‘s-Gravenhof

uur

€ 1,75

Groenmarkt

uur

€ 2,15

Hagepoortplein

uur

€ 2,15

Houtmarkt

uur

€ 2,15

Vispoortplein/Houtwal

uur

dagkaart

€ 1,35

€ 8,00

IJsselkade-west

uur

dagkaart

€ 1,35

€ 8,00

IJsselkade-oost

uur

€ 1,75

Isendoornstraat (Kohnstammschool)

uur

dagkaart

€ 1,35

€ 8,00

Laarstraat

uur

€ 2,15

Marspoortstraat

uur

€ 1,75

Martinetsingel

uur

€ 1,75

Molengracht-oost

uur

€ 1,75

Molengracht-west

uur

dagkaart

€ 1,35

€ 8,00

Nieuwstad

uur

€ 2,15

Rijkenhage

uur

€ 2,15

Roodsplein

uur

dagkaart

€ 1,35

€ 8,00

Rozengracht

uur

€ 1,75

Noorderhaven

uur

€ 1,75

Spittaalstraat

uur

€ 2,15

Stationsplein

uur

€ 2,15

Zaadmarkt

uur

€ 2,15

Houtwal, “achter politiebureau”

uur

dagkaart

€ 0,50

€ 2,05

 

De parkeerbelasting bedraagt voor vergunninghouders voor het parkeren op de daarvoor aangewezen parkeerplaatsen:

2.1

Met een bewonersparkeervergunning met kentekennummer per jaar

€ 134,40

2.2

Met een tweede bewonersparkeervergunning met kenteken per vergunning per jaar

€ 225,60

2.3

Met een zakelijke parkeervergunning zonder kentekennummer per jaar

€ 450,00

2.4

Met een parkeervergunning met kenteken t.b.v. autodate per jaar

€ 67,20

 

De parkeerbelasting voor ontheffingshouders, als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Parkeerverordening Zutphen 1991 bedraagt voor het parkeren bij parkeerapparatuur van een bij wege van abonnement verleende ontheffing voor de parkeerlocatie, per jaar:

Vispoortplein/Houtwal

€ 274,80

Vispoortplein/Houtwal voor marktkooplieden met standplaats-vergunning voor de weekmarkt op donderdag en/of zaterdag

€ 55,20

‘s-Gravenhof

€ 550,20

Martinetsingel

€ 550,20

Walstraat

€ 550,20

Tadamasingel

€ 550,20

Spittaalstraat

€ 825,60

Roodsplein

€ 274,80

Laarstraat

€ 825,60

Donkere Steeg

€ 825,60

D. Evekinkplein

€ 550,20

D. Evekinkplein voor marktkooplieden met standplaatsvergunning voor de weekmarkt op donderdag en/of zaterdag

€ 109,80

Rijkenhage/Hagepoortplein

€ 825,60

Isendoornstraat (Kohnstammschool)

€ 274,80

Nieuwstad

€ 825,60

Basseroord

€ 550,20

Molengracht

€ 550,20

Rozengracht

€ 550,20

IJsselkade

€ 274,80

Marspoortstraat

€ 550,20

Houtwal, “achter politiebureau”

€ 162,00

Houtwal, “achter politiebureau” voor marktkooplieden met standplaatsvergunning voor de weekmarkt op donderdag en/of zaterdag

 

€ 32,40

Noorderhaven

€ 550,20

 

Bezoekersregeling:

Het tarief voor een bezoekersvergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel c. van de verordening parkeerbelasting gemeente Zutphen 2019, bedraagt per bezoek (geldend voor maximaal 30 uur per maand) € 30,00

 

Restitutie:

  • 1.

    Als voor een parkeervergunning parkeerbelasting is voldaan voor het gehele jaar en die parkeervergunning in de loop van het jaar wordt ingetrokken, wordt over het aantal maanden ontheffing verleend als er na de datum van intrekking nog volle kalendermaanden overblijven. De in de vorige volzin bedoelde ontheffing wordt niet eerder verleend dan nadat de beschikking van burgemeester en wethouders, waarbij de parkeervergunning wordt ingetrokken, onherroepelijk is komen vast te staan.

  • 2.

    Bij intrekking van het abonnement door het college, wordt ontheffing van de geheven parkeerbelasting verleend over het aantal nog niet ingetreden volle kalendermaanden, waarvoor betaling heeft plaatsgehad.

  • 3.

    Indien als gevolg van maatregelen getroffen door of met instemming van het gemeentebestuur de abonnementhouder voor een belastingtijdvak, waarvoor reeds betaling heeft plaatsgevonden, geen gebruik kan maken van het abonnement, wordt ontheffing van de geheven parkeerbelasting verleend over het aantal volle kalendermaanden gedurende welke dat gebruik niet mogelijk is geweest.

Gedeelten van de onder 1 genoemde eenheden van tijdsduur worden voor volle eenheden gerekend.

 

Behoort bij besluit van de gemeenteraad van Zutphen van 17 december 2018.

De griffier,