Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zwolle

Winkeltijdenverordening Zwolle 2016

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZwolle
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingWinkeltijdenverordening Zwolle 2016
CiteertitelWinkeltijdenverordening Zwolle 2016
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerpopenbare orde
Externe bijlageexb-2017-11839

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Welke regel gelden er met betrekking tot de openingstijden van winkels ?

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Winkeltijdenwet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-07-2016wijziging artikel 5 ,6, 7, 11 en de daarbij behorende toelichting

27-06-2016

Gemeenteblad 30-06-2016

gb 2016-06.27
26-01-201601-01-201601-07-2016nieuwe regeling

07-12-2015

Gemeenteblad 18-01-2016

gb 2015-12.07

Tekst van de regeling

Intitulé

Winkeltijdenverordening Zwolle 2016

 

 

Winkeltijdenverordening Zwolle 2016

Artikel 1 Begripsbepaling

  • a.

    de wet: de Winkeltijdenwet;

  • b.

    de winkel: hetgeen in artikel 1 van de wet daaronder verstaan wordt;

  • c.

    college: het college van burgemeester en wethouders van Zwolle;

  • d.

    de raad: de gemeenteraad van Zwolle;

  • e.

    feestdagen: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, eerste Kerstdag en tweede Kerstdag

  • f.

    19-uursdagen: op Goede Vrijdag, 4 mei en 24 december dienen winkels op grond van artikel 2, eerste lid onder b, van de winkeltijdenwet gesloten te zijn vanaf 19:00 uur. Deze dagen vallen niet onder het begrip feestdagen;

  • g.

    werkdagen: maandag tot en met zaterdag, voor zover dit geen feestdag is.

Artikel 2 Beslistermijn

  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag om een ontheffing binnen 8 weken.

  • 2.

    Het college kan de beslissing voor ten hoogste 6 weken verdagen.

  • 3.

    De aanvrager wordt schriftelijk van de verdaging op de hoogte gesteld voor afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn.

Artikel 3 Overdracht van de ontheffing

  • 1.

    Ontheffingen op grond van deze verordening zijn overdraagbaar na verkregen toestemming van het college.

  • 2.

    In geval van een voorgenomen overdracht van de in het eerste lid bedoelde ontheffing doet de houder van de ontheffing hiervan onmiddellijk schriftelijk mededeling aan het college onder vermelding van de naam en het adres van de voorgestelde rechtverkrijgende.

Artikel 4 Intrekken of wijzigen van de ontheffing

Het college kan een ontheffing intrekken of wijzigen indien:

  • a.

    ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  • b.

    veranderende omstandigheden of gewijzigde inzichten dit noodzakelijk maken in verband met het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;

  • c.

    het gebruik van de winkel of de uitoefening van een bedrijf anders dan in een winkel gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse;

  • d.

    de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

  • e.

    van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen 6 maanden na afgifte van de ontheffing;

  • f.

    van de ontheffing langer dan 6 maanden geen gebruik wordt gemaakt;

  • g.

    de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.

Artikel 5 Zon- en feestdagenregeling (koopzondagen)

 

  • 1.

    De verboden genoemd in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b van de wet, gelden niet op ten hoogste 15, door het college aan te wijzen zondagen of feestdagen per kalenderjaar.

  • 2.

    Het college kan bij de aanwijzing onderscheid maken in branches en gebieden waarvoor de vrijstelling geldt.

  • 3.

    De bevoegdheid zoals genoemd in het eerste lid geldt voor iedere branche of gebied afzonderlijk

Artikel 6 Procedure vaststelling koopzondagen

 

  • 1.

    Belanghebbenden worden verzocht uiterlijk voor 1 november schriftelijk voorstellen voor koopzondagen in het daarop volgende jaar te doen. Belanghebbenden zijn:

    • a.

       Plaatselijke winkeliers- en ondernemersverenigingen

    • b.

       Individuele ondernemingen

  • 2.

    Het college stelt, mede op basis van de ingekomen voorkeursdata, uiteindelijk de koopzondagen vast.

  • 3.

    Publicatie van het besluit vindt zo spoedig mogelijk daarna vast. 

  • 4.

    Indien niet voor het volledig aantal dagen per branche of gebied vrijstelling wordt verleend door het college zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, behoudt het college de mogelijkheid om op aanvraag of ambtshalve daartoe gedurende het kalenderjaar vrijstelling te verlenen.

Artikel 7 Openstelling van levensmiddelenwinkels op de avonden van zon- en feestdage

Voor de in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de wet vervatte verboden geldt, naast de mogelijkheid uit artikel 5, tussen 14.00 uur en 18.00 uur een vrijstelling voor winkels waar uitsluitend of in hoofdzaak eet- en drinkwaren plegen te worden verkocht met uitzondering van sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet.

 

Artikel 8 Ontheffing voor bijzondere situaties

Het college kan ontheffing verlenen van de in artikel 2 van de wet vervatte verboden ten behoeve van bijzondere gevallen van tijdelijke aard.

Artikel 9 Openstelling winkels op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur (nachtwinkels)

  • ·

    Het college kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 2, eerste lid, onder c van de wet vervatte verbod.

  • ·

    De ontheffing kan worden geweigerd indien de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de openstelling van de winkel.

  • ·

    Het college kan nadere voorschriften verbinden aan het verlenen van de ontheffing.

Artikel 9a Vrijstelling bepaalde winkels

De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van:

  • a.

    musea;

  • b.

    winkels, waar uitsluitend maaltijden, voor directe consumptie geschikte eetwaren, alcoholvrije dranken en, door middel van een automaat, tabak en tabaksproducten, middelen ter voorkoming van zwangerschap en damesverband plegen te worden verkocht;

  • c.

    winkels waar de bedrijfsactiviteit hoofdzakelijk bestaat uit het verhuren van voorbespeelde videobanden en andere voorbespeelde beelddragers, mits in die winkel geen andere goederen worden te koop aangeboden of verkocht dan videobanden en andere beelddragers, alsmede tijdschriften en catalogi, die betrekking hebben op het te huur aangeboden assortiment.

Artikel 9b Vrijstelling openstelling anders dan voor verkoop

  • 1.

    De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van:

    • a.

      winkels, waarin zich een restaurant of lunchroom bevindt, voor zover het laten betreden van de winkel noodzakelijk is voor het bezoeken van het restaurant of de lunchroom;

    • b.

      winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk fietsen en bromfietsen plegen te worden verkocht, voor zover het laten betreden van de winkel noodzakelijk is voor het huren van fietsen en bromfietsen.

  • 2.

    De in het eerste lid vervatte vrijstellingen gelden niet ten aanzien van het verkopen van goederen.

Artikel 9c Vrijstelling straatverkoop van bepaalde goederen

De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van voor directe consumptie geschikte eetwaren en alcoholvrije dranken.

Artikel 9d Vrijstelling begraafplaatsen

  • 1.

    De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk bloemen en planten plegen te worden verkocht en die zijn gelegen op een afstand van ten hoogste 100 meter van de publieksingang van een begraafplaats, gedurende de openingstijden van die begraafplaats.

  • 2.

    De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van bloemen en planten op een begraafplaats dan wel op een afstand van ten hoogste 100 meter van de publieksingang daarvan, gedurende de openingstijden van die begraafplaats.

Artikel 9e Vrijstelling culturele evenementen

  • 1.

    De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van gebouwen, waar voorstellingen, uitvoeringen of evenementen van culturele aard plaatsvinden, en waar uitsluitend of hoofdzakelijk goederen die rechtstreeks verband houden met aldaar te houden voorstellingen, uitvoeringen en evenementen plegen te worden verkocht, vanaf een uur voor de aanvang van de voorstelling, de uitvoering of het evenement tot een uur na afloop daarvan.

  • 2.

    De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het ter gelegenheid van voorstellingen, uitvoeringen of evenementen van culturele aard te koop aanbieden en verkopen van goederen, die rechtstreeks verband houden met die voorstellingen, uitvoeringen of evenementen, vanaf een uur voor de aanvang van de voorstelling, de uitvoering of het evenement tot een uur na afloop daarvan.

Artikel 9f Vrijstelling sportcomplexen

  • 1.

    De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels in of op het terrein van sportcomplexen, waar uitsluitend of hoofdzakelijk goederen worden verkocht, die rechtstreeks verband houden met de aldaar beoefende sporten, gedurende de openstellingsuren van die sportcomplexen.

  • 2.

    De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het in of op het terrein van sportcomplexen te koop aanbieden en verkopen van goederen, die rechtstreeks verband houden met de aldaar beoefende sporten, gedurende de openstellingsuren van die sportcomplexen.

Artikel 9g Vrijstelling bejaardenoorden

  • 1.

    De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels in of op het terrein van bejaardenoorden, waar uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten, nieuwsbladen en tijdschriften alsmede bloemen en planten plegen te worden verkocht.

  • 2.

    .De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden in of op het terrein van bejaardenoorden niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten, nieuwsbladen en tijdschriften alsmede bloemen en planten.

Artikel 10 Toezicht

Met het toezicht en de handhaving op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het college aangewezen personen.

Artikel 11 Intrekking voorgaande regeling en overgangsrecht

  • a.

    De Verordening winkeltijden gemeente Zwolle 2015, vastgesteld op 15 december 2014, wordt ingetrokken;

  • b.

    Een krachtens de Verordening winkeltijden gemeente Zwolle 2015 verleende ontheffing of vrijstelling geldt als ontheffing of vrijstelling verleend krachtens deze verordening. Het college kan deze ambtshalve vervangen door een ontheffing of vrijstelling krachtens deze verordening. Ambtshalve vervanging kan gepaard gaan met een wijziging van beperkingen en voorschriften;

  • c.

    Aanvragen om ontheffing die zijn ingediend onder de Verordening winkeltijden gemeente Zwolle 2015 maar waarop nog niet is beschikt bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld overeenkomstig deze verordening.

  • d.

    Op verleende ontheffingen of een aanvraag om ontheffing, verleend of gedaan voor het tijdstip waarop een wijziging van deze verordening in werking treedt, alsmede met betrekking tot enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing omtrent een dergelijke ontheffing, blijven de bepalingen van toepassing die golden op het tijdstip waarop de ontheffing werd verleend of gedaan.

 

 

Artikel 12 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Winkeltijdenverordening Zwolle 2016."

Toelichting Winkeltijdenverordening Zwolle 2016

Algemene toelichting Winkeltijdenwet

Op 1 juni 1996 is de Winkeltijdenwet tezamen met het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet in werking getreden. Deze wet stelt ruimere regels voor de openingstijden van winkels dan zijn voorganger, de Winkelsluitingswet 1976. In deze verordening wordt regelmatig verwezen naar de Winkeltijdenwet. Op 28 mei 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met een initiatiefwet tot wijziging van de Winkeltijdenwet. Deze wetswijziging is op 1 juli 2013 in werking getreden. Op grond van de gewijzigde Winkeltijdenwet blijven de wettelijke verboden om winkels op zon-, feestdagen en op werkdagen voor 6.00 uur en na 22.00 uur open te stellen, op zichzelf bestaan. Gemeenten kunnen na de wetswijziging echter zelf bepalen of - en in hoeverre - zij vrijstelling of ontheffing verlenen van deze verboden. De uitzonderingsbepalingen daarvoor uit de voorheen geldende Winkeltijdenwet, zoals de toerismebepaling en de avondwinkelbepaling, zijn vervallen. In concreto komen de uitgangspunten van de Winkeltijdenwet op het volgende neer:

  • a.

    Op maandag tot en met zaterdag, de werkdagen, is openstelling van winkels toegestaan tussen 06.00 en 22.00 uur. Gemeenten mogen tijdens deze uren geen beperkingen opleggen aan de openstelling van winkels.

  • b.

    Aan het aantal openingsuren per winkel per week is geen maximum verbonden.

  • c.

    Tijdens de nachturen van 22.00 tot 06.00 uur is winkelopening op werkdagen niet toegestaan. Gemeenten kunnen echter vrijstellingen of ontheffingen van deze verplichte winkelsluiting verlenen. Op Goede Vrijdag, Kerstavond (24 december) en Dodenherdenking(4 mei) moeten de winkels vanaf 19.00 uur dicht zijn.

  • d.

    Op zon- en feestdagen is winkelopening niet toegestaan. De gemeente kan vrijstelling of ontheffing van deze verplichte sluiting verlenen. De gemeente is vrij in het bepalen van het maximum aantal te verlenen vrijstellingen of ontheffingen. Ook kan de gemeente onderscheidt maken tussen branches of gebieden waarvoor vrijstellingen of ontheffingen gelden.

De winkeltijdenwet merkt in dit verband als feestdagen aan: Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag en Eerste en Tweede Kerstdag.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

Begripsbepalingen

Voor de omschrijving van het begrip feestdagen is aansluiting gezocht bij artikel 2 van de wet. Koningsdag is in de wet niet meer aangemerkt als een feestdag en ook op 31 december na 19:00 uur is winkelopenstelling mogelijk gemaakt.

Artikel 3

Overdracht van de ontheffing

De bepaling bindt de overdracht van de ontheffing aan de toestemming van het college. Deze tussenkomst geeft het college de gelegenheid om inzicht te krijgen in de handel en wandel van de opvolger. Als het gaat om overdracht naar een ander rechthebbende, moet het college kunnen toetsen of de ontheffing in stand kan blijven of dat er eventueel andere voorschriften aan moeten worden verbonden.

Artikel 4

Dit artikel hoeft geen verdere toelichting

Artikel 5

Zon- en feestdagenregeling (koopzondagen)

Voor zon- en feestdagen geldt in principe een verplichte sluiting.

Voor maximaal 15 zon- en feestdagen per jaar in de winkelgebieden kan afgeweken worden van het sluitingsverbod door deze dagen aan te wijzen als zogenaamde koopzondagen. Daarbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen de koopzondagen geldend voor de binnenstad en de koopzondagen voor de wijken buiten de binnenstad. Met deze verdeling van aan te wijzen koopzondagen wordt tegemoet gekomen aan de volstrekt verschillende voorkeuren van de binnenstad ondernemers enerzijds en de ondernemers in de wijken en op bedrijventerreinen anderzijds voor zover het koopzondagen betreft. Bij het aanwijzen van de koopzondagen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de volgende uitgangspunten:

  • -

    zoveel mogelijk rekening houdend met de verschillende wensen van de ondernemers.

  • -

    zorgen voor eenduidigheid naar de consument, bijvoorbeeld; elke eerste zondag van de maand is koopzondag;

Door inwerkingtreding van de nieuwe verordening op 1 juli 2016 is het mogelijk om in 2016 15 koopzondagen aan te wijzen. Voor 2016 zijn reeds 12 koopzondagen aangewezen. Het is voor 2016 dus mogelijk 3 extra koopzondagen aan te wijzen.

Artikel 6

Procedure vaststelling koopzondagen

Per kalenderjaar stellen burgemeester en wethouders de koopzondagen vast volgens de volgende procedure:

 

  • 1.

    uiterlijk 15 september worden plaatselijke winkeliers- en ondernemersverenigingen, alsmede ondernemingen die in het voorafgaande jaar een schriftelijk voorstel voor een koopzondag hebben ingediend per brief gevraagd schriftelijk voor 1 november voorstellen te doen voor koopzondagen.

  • 2.

    Mede op basis van de ingekomen voorstellen verleent het college vrijstelling voor ten hoogste vijftien zon- of feestdagen per gebied, wijk of branche.

  • 3.

    Nadat de koopzondagen door het college zijn vastgesteld wordt belanghebbenden de vrijstelling toegezonden en vindt publicatie plaats op de wettelijk voorgeschreven wijze.

  • 4.

    Uit de voorgenoemde inventarisatie kan blijken dat er voor een bepaald gebied niet voor het maximaal aantal zon- en feestdagen vrijstelling wordt verleend op basis van de vrijstelling bedoeld in lid 2 van dit artikel. Het college kan op aanvraag van een vertegenwoordiging van ondernemers in een gebied of ambtshalve gedurende het kalenderjaar alsnog vrijstelling verlenen voor de resterende dagen voor dat gebied.

Artikel 7

Openstelling van levensmiddelenwinkels op zon- en feestdagen

Een levensmiddelenwinkel kan op zondagen en  feestdagen geopend zijn tussen 14.00 uur en 18.00 uur.

Artikel 8

Ontheffing zon- en feestdagenregeling voor bijzondere situaties

Artikel 8 is gebaseerd op artikel 4 van de wet die geldig was tot 1 juli 2013.Dit artikel geeft het college de bevoegdheid bij bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard ontheffing te verlenen van het verbod op een zondag of een feestdag geopend te zijn. Het stellen van voorschriften en/of beperkingen is mogelijk. Het betreffen hier dus aanvragen voor ontheffing bovenop of naast de maximaal twaalf toegestane koopzondagen. Het college kan deze zon- en/of feestdagen toekennen per ondernemer of per gebied.

Artikel 9

Artikel 3, lid 2 van de wet geeft de mogelijkheid om op aanvraag ontheffing te verlenen van het verbod om op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur de winkel open te hebben. Per geval is een afweging te maken of de gewenste openstelling zich verhoudt met de belangen van de woon- en leefomgeving en de openbare orde. De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen en voorschriften worden verleend. Zo worden ontheffingen voor bepaalde tijd verleend. In het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet is voor een aantal overige vormen van detailhandel afwijkende openstellingsuren geregeld.

Artikel 9a t/m 9g

Deze artikelen betreffen diverse vrijstellingen uit het, per 1 juli 2013, deels vervallen Vrijstellingenbesluit behorende bij de Winkeltijdenwet.

Artikel 10

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 11

Lid d introduceert overgangsrecht die van belang zijn voor wijzigingen van de bestaande verordening. Dit lid is van specifiek belang voor de verleende ontheffingen voor levensmiddelenwinkels voor het jaar 2016. Om deze ontheffingen niet aan te tasten blijven die ontheffingen tot 1 februari 2017 van kracht, dezelfde termijn als waarvoor zij verleend zijn. Levensmiddelenwinkels met deze ontheffing kunnen gebruik maken van de verleende ontheffing en de nieuwe algemene vrijstelling uit artikel 7. Een reden om het overgangsrecht zo op te nemen is dat de verleende ontheffingen in stand blijven en levensmiddelenwinkels dan de keuze hebben hun openingstijden aan te passen maar dit niet hoeven. Na 1 februari 2017 zijn er geen ontheffingen meer van verleend voor levensmiddelenwinkels en gelden voor alle levensmiddelenwinkels dezelfde regels uit artikel 7.

 

[Klik hier om het document te downloaden]