EILANDSVERORDENING van de 18e december 1991, nr. 5 houdende regels betreffende de handel in dranken en spijzen alsmede het verschaffen van huisvesting voor korte duur tegen vergoeding (Drank- en horecaverordening Bonaire)

Geldend van 01-01-1997 t/m 09-10-2010

Intitulé

EILANDSVERORDENING van de 18e december 1991, nr. 5 houdende regels betreffende de handel in dranken en spijzen alsmede het verschaffen van huisvesting voor korte duur tegen vergoeding (Drank- en horecaverordening Bonaire)

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:

  • 1.

    sterke drank:

    • a.

      drank, die bij een temperatuur van vijftien graden van de honderddelige schaal meer dan eenentwintig volumenprocenten alcohol bevat;

    • b.

      onvermengde, door overhaling verkregen alcoholhoudende drank, alsmede likeur en bitter, voor zover niet reeds vallende onder de omschrijving van de onder a bedoelde drank;

  • 2.

    zwak-alcoholische drank:

    • a.

      bier;

    • b.

      wijn, waaronder wordt verstaan de gegiste drank, geheel of gedeeltelijk verkregen uit sap of het aftreksel van druiven, rozijnen of krenten, dan wel van andere verse of gedroogde vruchten of plantendelen, voor zover niet vallende onder de omschrijving van "sterke drank" onder a;

    • c.

      andere dan de onder b vermelde "sterke drank" en de onder a en b vermelde "zwak-alcoholische drank", die bij een temperatuur van vijftien graden van de honderddelige schaal eenentwintig of minder volumenprocenten alcohol bevat;

  • 3.

    verkoop in het klein: verkopen bij hoeveelheden van minder dan negen liter;

  • 4.

    logement: elke gelegenheid, waar aan vier of meer personen tot een maximum van negen, niet zijnde bloed- of aanverwanten van de houder, tot de derde graad inbegrepen of tot zijn huishouden behorende personen, en die niet in dienst van de houder zijn, tegen vergoeding huisvesting met bediening verleend wordt;

  • 5.

    hotel: elke gelegenheid, waar aan tien of meer personen, niet zijnde bloed- of aanverwanten van de vergunninghouder, tot de derde graad inbegrepen of tot zijn huishouden behorende personen, en die niet in dienst van de houder zijn, tegen vergoeding huisvesting met bediening verleend wordt;

  • 6.

    appartement: woonruimte die blijkens zijn indeling bestemd is om als afzonderlijke eenheid te worden verhuurd aan toeristen en onderdeel is van een gebouw, danwel deel uitmaakt van een gebouwencomplex of verspreid staand op het eiland door een rechtspersoon wordt verhuurd;

  • 7.

    lokaliteit: vertrek(ken) of ruimte(n), waarin met een vergunning ingevolge deze verordening een in artikel 3 bedoelde werkzaamheid wordt uitgeoefend, zomede de daarbij behorende vertrekken en ruimten met -voorzover zij te zamen daarmee tot dat doel in gebruik zijn- de open aangehorigheden daarvan en de in de onmiddellijke nabijheid daarvan gelegen gedeelten van de openbare weg, deze laatsten voor zover daarop bedoelde werkzaamheden niet bij enige wettelijke regeling is verboden;

  • 8.

    houder: hij aan wie een vergunning of toestemming ingevolge deze verordening is verleend, of indien deze niet optreedt als hoofd van het bedrijf, het hoofd van het bedrijf of degene die dit hoofd als zodanig vervangt;

  • 9.

    verkoop: het ten verkoop aanbieden, het kennelijk ten verkoop uitstallen en het kennelijk ten verkoop in voorraad hebben;

  • 10.

    verkoop voor gebruik ter plaatse: indien de verkochte waar zodanig is bereid, verpakt en/of aangeboden dat deze in de lokaliteit of de directe omgeving daarvan kan worden genuttigd of indien de verkoper voorzieningen aanbiedt waardoor het verkochte direct kan worden genuttigd, danwel indien de verkoper in redelijkheid kan verwachten dat de door hem verkochte waar in de directe omgeving van de verkoopplaats zal worden gebruikt;

  • 11.

    verkoopautomaat: ieder toestel waaruit daarin ten verkoop aanwezige spijzen, drank, voor consumptie bestemd ijs of soortgelijk artikel door inwerping van geldstukken of fiches kunnen worden betrokken, zonder dat daarbij onmiddellijke medewerking van andere personen dan de koper vereist is.

Artikel 2

  • 1. Een "hotelvergunning" geeft de houder recht tot:

    • a.

      het houden van een hotel;

    • b.

      de verkoop in het klein van sterke-, zwak-alcoholische- en alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs of soortgelijk artikel en of spijzen voor gebruik ter plaatse, voor welke de vergunning geldt.

  • 2. Een "appartementvergunning" geeft de houder het recht appartementen te verhuren.

  • 3. Een "barvergunning" geeft de houder recht tot de verkoop in het klein van sterke drank zowel voor gebruik ter plaatse als voor gebruik elders en tot de verkoop van zwak-alcoholische- of alcoholvrije drank en voor consumptie bestemd ijs of soortgelijk artikel voor gebruik ter plaatse.

  • 4. Een "sociëteitvergunning" geeft de houder recht tot de verkoop in het klein van sterke-, zwak-alcoholische- en alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs of soortgelijk artikel en of spijzen uitsluitend aan leden van de sociëteit en hun geïntroduceerden voor gebruik ter plaatse, voor welke de vergunning geldt.

  • 5. Een "grossiersvergunning" geeft de houder recht tot de verkoop anders dan in het klein van sterke drank, uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse voor welke de vergunning geldt.

  • 6. Een "slijtvergunning" geeft de houder recht tot de verkoop in het klein van sterke drank uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse voor welke de vergunning geldt.

  • 7. Een "biervergunning" geeft de houder recht tot de verkoop in het klein van zwak-alcoholische- en alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs of soortgelijk artikel, voor gebruik ter plaatse.

  • 8. Een "logementvergunning" geeft de houder recht tot:

    • a.

      het houden van een logement;

    • b.

      de verkoop in het klein van zwak-alcoholische- en alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs of soortgelijk artikel en spijzen voor gebruik ter plaatse, uitsluitend aan logeergasten en gasten van dezen.

  • 9. Een "restaurantvergunning" geeft de houder recht tot de verkoop in het klein van alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs of soortgelijk artikel en spijzen, welke in een ter plaatse aanwezige keuken worden bereid, voor gebruik ter plaatse.

  • 10. Een "snackvergunning" geeft de houder recht tot de verkoop in het klein van zwak-alcoholische- of alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs of soortgelijk artikel en bepaalde, op eenvoudige wijze te bereiden spijzen voor gebruik ter plaatse.

  • 11. Een "meeneemvergunning" geeft de houder recht tot de verkoop van spijzen welke in een ter plaatse aanwezige keuken worden bereid, voor gebruik elders dan ter plaatse.

  • 12. Een "ijshuisvergunning" geeft de houder recht tot de verkoop in het klein van alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs of soortgelijk artikel, voor gebruik ter plaatse.

Artikel 3

  • 1. Het is verboden zonder vergunning:

    • a.

      sterke drank te verkopen;

    • b.

      spijzen, zwak-alcoholische drank, alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs of soortgelijk artikel, in het klein voor gebruik ter plaatse te verkopen;

    • c.

      warme spijzen voor gebruik elders dan ter plaatse te verkopen;

    • d.

      huisvesting met bediening tegen vergoeding in een hotel of logement te verlenen;

    • e.

      voor rechtspersonen huisvesting te verlenen in een appartement.

  • 2. Het verbod genoemd in het eerste lid, onder a en b geldt niet:

    • a.

      op of in aan het internationaal verkeer deelnemende openbare middelen van vervoer, die tijdelijk op doorreis in de Nederlandse Antillen verblijven, mits de verkoop alleen geschiedt voor gebruik op of in deze middelen van vervoer;

    • b.

      in legerplaatsen of in vertrekken of ruimten, aan het militair gezag onderworpen, door hen, aan wie, onder voorwaarden door het bestuurscollege te stellen, de verkoop door het militair gezag wordt toegestaan.

Artikel 4

  • 1. De verkoop van sterke-, zwak-alcoholische- of alcoholvrije drank in het klein voor gebruik elders dan ter plaatse van verkoop, geschiedt niet anders dan in gesloten flessen, blikken, kannen of kruiken.

  • 2. Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen kunnen voor de verkoop van sterke- en zwak-alcoholische drank in het klein en van etenswaren worden vastgesteld:

    • a.

      voorschriften, waaraan de sluiting van flessen, kannen of kruiken, waarin die drank wordt verkocht, moet voldoen;

    • b.

      voorschriften betreffende het aanbrengen van aanduidingen op flessen, blikken, kannen of kruiken, op hun omhulsels of op de plaatsen waar deze drank ten verkoop wordt uitgestald;

    • c.

      voorschriften betreffende de verpakking van consumpties bestemd voor gebruik ter plaatse.

Artikel 5

  • 1. De uitoefening van een bedrijf krachtens een vergunning mag slechts geschieden in een lokaliteit die aan redelijke eisen van hygiëne en veiligheid voldoet.

  • 2. Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen worden met betrekking tot ruimte, licht, ramen, inrichting, brandveiligheid en luchtverversing eisen gesteld, waaraan een lokaliteit moet voldoen om voor een van de in artikel 2 genoemde vergunningen in aanmerking te kunnen komen.

Artikel 6

  • 1. De uitoefening van het bedrijf krachtens een vergunning moet uitsluitend geschieden op naam en voor rekening van de houder.

  • 2. Is de houder een natuurlijke persoon, dan moet de uitoefening van het bedrijf geschieden door de vergunninghouder, die zich daarin, met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid, slechts kan doen bijstaan door zijn echtgenoot, door zijn bloed- en aanverwanten in de rechte lijn tot de derde graad inbegrepen of tot zijn huishouden behorende personen, en door het personeel, dat bij hem in loondienst is.

  • 3. Is de houder een rechtspersoon, dan moet de uitoefening van het bedrijf geschieden door het bestuur van de rechtspersoon, dat zich daarin, met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid, slechts kan doen bijstaan door personeel, dat bij de rechtspersoon in loondienst is.

  • 4. De houder is verplicht desgevraagd aan het bestuurscollege alle inlichtingen te verschaffen ten aanzien van de schriftelijke dan wel mondelinge overeenkomsten die hij met personen werkzaam in of ten behoeve van zijn vergunningsinrichting, gesloten heeft. Blijft de houder geheel of gedeeltelijk in gebreke om aan een verzoek tot het verschaffen van de vereiste inlichtingen te voldoen binnen een door het bestuurscollege te bepalen termijn, dan wordt hij geacht aan het bepaalde in het eerste, tweede of derde lid niet te voldoen.

HOOFDSTUK 2 VERGUNNINGEN

VERLENING, WEIGERING EN INTREKKING VAN VERGUNNINGEN EN TOESTEMMINGEN

Artikel 7 Aanvraag vergunning of toestemming

Voor het verkrijgen van een vergunning of toestemming als bedoeld in deze verordening moet een schriftelijke aanvraag worden ingediend bij het bestuurscollege. Bij de aanvraag moeten zoveel mogelijk de ter beoordeling daarvan benodigde gegevens en bescheiden worden overlegd.

  • 2.

    De aanvraag moet in ieder geval vermelden naam, voornamen, geboortedatum, woonplaats en beroep van de aanvrager en zo het een rechtspersoon betreft moet de aanvraag vermelden de naam, datum en het nummer van de goedkeuring van de statuten, alsmede de plaats van domicilie.

  • 3.

    Bij de aanvraag om een sociëteitsvergunning worden overgelegd een afschrift of afdruk van de statuten en van het reglement, alsmede een opgave van de namen en woonplaatsen van de leden van de sociëteit.

  • 4.

    Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de inhoud, de inrichting, de uitvoering, de vorm, het aantal en de wijze van indiening van de aanvraag en de in het eerste lid bedoelde bescheiden.

Artikel 8 Ongenoegzaamheid van ingediende bescheiden

  • 1. Indien de aanvraag niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 7 gestelde eisen of nadere regels, stelt het bestuurscollege de aanvrager in de gelegenheid deze binnen een termijn van ten minste twee weken, nadat hem dit is medegedeeld, aan te vullen of te verbeteren.

  • 2. Indien de aanvrager van de in het eerste lid bedoelde gelegenheid onvoldoende of geen gebruik maakt, verklaart het bestuurscollege hem in zijn aanvraag niet ontvankelijk.

    Van deze beslissing doet het bestuurscollege zo spoedig mogelijk mededeling aan de aanvrager, onder terugzending van de ingediende bescheiden.

Artikel 9 Vorm van vergunning of toestemming

  • 1. Een krachtens deze verordening verleende vergunning of toestemming is slechts van kracht, indien zij schriftelijk is gegeven.

  • 2. De vergunning geldt uitsluitend:

    • a.

      voor de persoon aan wie zij is verleend;

    • b.

      voor de in de vergunning vermelde lokaliteit.

  • 3. In de vergunning wordt opgenomen een omschrijving van de lokaliteit waarvoor zij is verleend, met vermelding van de oppervlakte daarvan.

  • 4. In de vergunning wordt omschreven welk gebied buiten de lokaliteit, door de houder moet worden schoon gehouden. De omschrijving kan als de omstandigheden veranderd zijn tussentijds gewijzigd worden.

Artikel 10 Voorschriften en beperkingen

  • 1. Alle toestemmingen en vergunningen, krachtens deze verordening te verlenen, worden verleend voor een bepaalde tijd.

  • 2. Aan de in het eerste lid bedoelde toestemmingen en vergunningen kunnen voorwaarden worden verbonden.

  • 3. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of toestemming is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel 11

  • 1. Een vergunning of toestemming wordt niet verleend dan nadat gebleken is dat aan de eisen, vastgesteld ingevolge artikel 5, is voldaan.

  • 2. Voor zover de in het eerste lid bedoelde eisen van hygiënische aard zijn, moet worden overgelegd een verklaring vanwege de gezondheidsdienst van het eilandgebied, inhoudende dat aan bedoelde eisen is voldaan.

Artikel 12

  • 1. De vergunning wordt geweigerd:

    • a.

      indien het belang van de openbare orde of -veiligheid, de goede zeden of de publieke rust zulks vergt;

    • b.

      indien de aanvrager in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Hiervan is mede sprake indien de aanvrager binnen de laatste vijf jaren onherroepelijk is veroordeeld tot vrijheidsstraf terzake van een opzettelijk gepleegd misdrijf;

    • c.

      indien de aanvrager binnen de laatste vijf jaren onherroepelijk is veroordeeld tot vrijheidsstraf van een maand of langer of geldboete van tweehonderdvijftig gulden of meer wegens overtreding van een van de wettelijke bepalingen ter verzekering van de accijns of het invoerrecht op gedistilleerd;

    • d.

      indien de aanvrager binnen de laatste vijf jaren twee keer onherroepelijk is veroordeeld wegens een der feiten als bedoeld in artikel 37 van deze verordening;

    • e.

      indien de aanvrager van een of meer rechten, vermeld in artikel 32 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen, bij rechterlijke uitspraak is ontzet, zolang het gemis van dat recht ten gevolge van die ontzetting voortduurt;

    • f.

      indien de aanvrager tot het plegen van ontucht gelegenheid biedt;

    • g.

      wanneer binnen de laatste vijf jaren een vroegere vergunning, welke aan de aanvrager verleend was, werd ingetrokken krachtens het bepaalde in artikel 14, eerste lid, sub a, c, d, en f;

    • h.

      wanneer een of meer leden van het bestuur van een rechtspersoon, aanvrager zijnde, zouden verkeren in een der gevallen vermeld onder a tot en met f van dit artikellid;

    • i.

      indien de aanvrager, behoudens de vergunning ingevolge deze verordening, nog op grond van enige andere wettelijke bepaling een vergunning of toestemming nodig heeft om een vergunningsinrichting, als in deze verordening bedoeld, te mogen drijven, terwijl vaststaat, dat die vergunning hem niet zal worden verleend;

    • j.

      indien de aanvrager handelingsonbekwaam is;

    • k.

      indien gegrond vermoeden bestaat, dat de verkoop van drank, voor consumptie bestemd ijs of soortgelijk artikel en/of spijzen niet op naam en voor rekening van de aanvrager zal plaats vinden;

    • l.

      indien gegrond vermoeden bestaat, dat de aanvrager niet de beschikking heeft over de lokaliteit waarvoor de vergunning wordt gevraagd.

  • 2. Een vergunning wordt tevens geweigerd indien bij verlenen in één lokaliteit:

    • a.

      een grossiers- of slijtvergunning tezamen met een andere vergunning krachtens deze verordening kan worden geëxploiteerd;

    • b.

      een barvergunning tezamen met een appartement-, snack- of meeneemvergunning kan worden geëxploiteerd;

  • 3. Een sociëteitvergunning wordt bovendien geweigerd:

    • a.

      wanneer de sociëteit geen rechtspersoon is;

    • b.

      wanneer de sociëteit niet te goeder trouw sociëteit kan worden geacht.

Artikel 13 Intrekking of wijziging van vergunning of toestemming

  • 1. De vergunning of toestemming kan worden ingetrokken of gewijzigd:

    • a.

      indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • b.

      indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of toestemming, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of toestemming is vereist;

    • c.

      indien de aan de vergunning of toestemming verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

    • d.

      indien van de vergunning of toestemming geen gebruik wordt genaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;

    • e.

      indien de houder niet beschikt over de krachtens andere verordeningen voor de lokaliteit voorgeschreven vergunningen.

  • 2.

    • a.

      Een besluit tot intrekking of wijziging van een vergunning of toestemming is met redenen omkleed.

    • b.

      Behalve in spoedeisende gevallen, wordt dit besluit niet genomen dan nadat de houder van de vergunning of toestemming in de gelegenheid is gesteld binnen een door het bestuurscollege te stellen termijn zijn oordeel kenbaar te maken omtrent het voornemen tot het nemen van dit besluit.

Artikel 14

De vergunning of toestemming wordt ingetrokken:

  • a.

    indien het belang van de openbare orde of veiligheid, de goede zeden of de publieke rust zulks vergt;

  • b.

    op schriftelijk verzoek van de persoon op wiens naam de vergunning is gesteld;

  • c.

    indien het geval, bedoeld in artikel 12, eerste lid, sub f zich voordoet;

  • d.

    indien gebleken is, dat de uitoefening van het bedrijf krachtens een vergunning niet uitsluitend op naam en voor rekening van de houder plaatsvindt;

  • e.

    bij feitelijke afwezigheid van de persoon op wiens naam de vergunning is gesteld, buiten het eilandgebied gedurende tenminste een jaar, al dan niet tussentijds onderbroken door een tijdelijk verblijf in het eilandgebied voor korter dan drie achtereenvolgende maanden tenzij hij ten genoegen van het bestuurscollege aantoont, dat hij door overmacht daartoe gedwongen was;

  • f.

    indien de persoon op wiens naam de vergunning is gesteld, de verkoop krachtens de vergunning in de lokaliteit waarvoor de vergunning is verleend, gedurende langer dan drie maanden achtereen heeft gestaakt of heeft doen staken, of heeft toegelaten, dat de verkoop langer dan drie maanden achtereen werd gestaakt;

  • g.

    indien de vergunningslokaliteit of haar aanhorigheden niet voldoen aan de eisen van hygiënische aard, en de houder er niet voor heeft gezorgd om na schriftelijke aanzegging van het bestuurscollege binnen zes maanden na ontvangst van de aanzegging de nodige verbeteringen aan te brengen;

  • h.

    wanneer een of meer leden van het bestuur van een rechtspersoon, vergunninghouder zijnde, zouden komen te verkeren in een van de gevallen vermeld in artikel 12, eerste lid, onder a tot en met f.

  • 2.

    Een sociëteitvergunning wordt bovendien ingetrokken wanneer blijkt, dat de sociëteit voor welke de vergunning werd verleend, niet meer te goeder trouw als een sociëteit kan worden aangemerkt.

Artikel 15 Beroep tegen beslissing bestuurscollege bij eilandsraad

  • 1. Tegen een afwijzing van een verzoek om een vergunning, tegen een of meer voorwaarden in een vergunning, en tegen intrekken of wijzigen van een vergunning kan de belanghebbende bezwaar aantekenen bij de eilandsraad.

  • 2. De eilandsraad beslist binnen 90 dagen na ontvangst daarvan, op het bezwaarschrift.

Artikel 16

  • 1. Alvorens een vergunning of toestemming te verlenen, te weigeren of in te trekken, wint het bestuurscollege schriftelijk advies in van het plaatselijk hoofd van politie, het hoofd van de hygiënische dienst en het hoofd van de brandweer.

  • 2. Binnen drie weken na ontvangst van het verzoek van het bestuurscollege, brengen het plaatselijk hoofd van politie, het hoofd van de hygiënische dienst en het hoofd van de brandweer, een met redenen omkleed schriftelijk advies uit aan het bestuurscollege.

Artikel 17

  • 1. Het bestuurscollege kan bij intrekking van de vergunning de houder schriftelijk toestemming verlenen het bedrijf voort te zetten gedurende een in deze toestemming te vermelden termijn, waarin de houder gelegenheid heef orde op zijn zaken te stellen.

  • 2. Aan de in het eerste lid bedoelde toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.

HOOFDSTUK 3 HET VERGUNNINGSRECHT

Artikel 18

  • 1. Van hem op wiens naam een vergunning is gesteld, wordt een vergunningsrecht geheven.

  • 2. Ten aanzien van de door het bestuurscollege verleende schriftelijke toestemmingen wordt een bijzonder vergunningsrecht geheven tot ten hoogste de helft van het vergunningsrecht als bedoeld in het eerste lid.

  • 3. De vergunningsrechten zijn maandelijks verschuldigd en dienen voor de aanvang van de termijn waarvoor het verschuldigd is, te zijn voldaan ten kantore van de eilandsontvanger.

  • 4. Indien niet voldaan is aan het bepaalde in het derde lid, dienen de vergunningsrechten, verhoogd met vijftig procent, te zijn voldaan ten kantore van de eilandsontvanger, uiterlijk op de laatste dag van de termijn waarvoor het verschuldigd is.

  • 5. Bij niet voldoen van de vergunningsrechten, is het bestuurscollege bevoegd na een schriftelijke aanmaning te bepalen dat de lokaliteit gedurende ten hoogste drie maanden gesloten wordt.

  • 6. De vergunning kan worden ingetrokken indien na het verstrijken van de in het vijfde lid bedoelde sluitingstermijn het vergunningsrecht niet is voldaan.

  • 7. De hoogte van de vergunningsrechten wordt vastgesteld bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen.

HOOFDSTUK 4 BIJZONDERE BEPALINGEN

Artikel 19

  • 1. In een lokaliteit moet de vergunning of een door de secretaris van het eilandgebied gewaarmerkt afschrift daarvan duidelijk zichtbaar en op een hoogte van twee meter boven de vloer zijn opgehangen.

  • 2. Boven of terzijde van een der buitendeuren die als hoofdingang toegang geven tot de lokaliteit, moeten aan de buitenzijde van de lokaliteit met duidelijk leesbare letters zijn aangebracht:

    • a.

      de naam van hem aan wie de vergunning is verleend;

    • b.

      de soort vergunning welke is verleend;

    • c.

      de vermelding dat toelating van personen beneden de leeftijd van zestien jaar is verboden. Dit verbod is niet van toepassing op die lokaliteiten waarvoor een hotel-, sociëteits-, appartement- of logementvergunning is verleend.

  • 3. Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen kunnen nadere voorschriften worden gegeven ten aanzien van het bepaalde in de vorige leden.

Artikel 20

  • 1. Alvorens tot verbouwing of herbouw van een lokaliteit over te gaan, geeft de houder van de voorgenomen verbouwing of herbouw schriftelijk kennis aan het bestuurscollege. De lokaliteit wordt voor het publiek gesloten, indien en zolang tijdens en na de verbouwing of herbouw de lokaliteit niet voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 5.

  • 2. Indien een lokaliteit ten gevolge van verwaarlozing of een andere dan de in het eerste lid van dit artikel genoemde oorzaak niet aan de bij of krachtens artikel 5 gestelde eisen voldoet, kan het bestuurscollege de lokaliteit doen sluiten voor de duur dat zij niet deze eisen voldoet.

  • 3. De in artikel 19, eerste lid bedoelde vergunning of afschrift daarvan wordt zo nodig na verbouwing of herbouw voorzien van een vermelding van deze verbouwing of herbouw.

Artikel 21

Het bestuur van de sociëteit waarvoor een sociëteitvergunning is verleend, is gehouden op verzoek van het bestuurscollege een schriftelijke opgave in te dienen van de namen en woonplaatsen van de leden van de sociëteit.

Artikel 22

  • 1. De houder van een logement- of hotelvergunning, is verplicht alvorens enig persoon huisvesting te verlenen, overeenkomstig de gegevens uit diens paspoort of nader identiteits-bewijs volledig en duidelijk naar waarheid in te vullen het register volgens het model bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen vast te stellen.

  • 2. Hij is bovendien verplicht een afschrift van de aantekeningen, gemaakt in het register als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, door of namens hem ondertekend elke maandag uiterlijk om 10.00 uur in te leveren of te doen inleveren op het politiebureau te Kralendijk.

Artikel 23

  • 1. Voor de verkoop in het klein door middel van automaten, van spijzen, alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs of soortgelijk artikel op of aan de openbare weg of op een voor het publiek toegankelijke plaats, voor gebruik ter plaatse, is toestemming van het bestuurscollege vereist.

  • 2. Geen toestemming wordt verleend voor de verkoop van sterke-, of zwak-alcoholische drank door middel van automaten.

Artikel 24

Bij een tijdelijke, al of niet zich herhalende gelegenheid ter beoefening van sport of in andere bijzondere gevallen kan het bestuurscollege, het plaatselijk hoofd van politie, het hoofd van de hygiënische dienst en het hoofd van de brandweer gehoord, toestaan dat, hetzij in een lokaliteit, hetzij in een voor die gelegenheid opgerichte tent of op een daarvoor in gebruik genomen terrein, op door het bestuurscollege aangewezen dagen of uren in het klein sterke-, zwak-alcoholische- of alcoholvrije drank, voor. consumptie bestemd ijs of soortelijk artikel en of spijzen zonder een van de in artikel 2 genoemde vergunningen worden verkocht voor gebruik in zodanige lokaliteit of tent of op zodanig terrein.

Artikel 25

  • 1. Een lokaliteit waarvoor een grossiers- of slijtvergunning is verleend, moet gesloten zijn van 18.30 tot 08.00 uur.

  • 2. Een lokaliteit waarvoor een bier- of snackvergunning is verleend, moet van zondag tot en met donderdag gesloten zijn van 24.00 tot 06.30 uur, en van vrijdag tot en met zaterdag van 03.00 tot 06.30 uur.

  • 3. Een lokaliteit waarvoor een hotel-, bar-, sociëteit-, logement-, restaurant-, meeneem- of ijshuisvergunning is verleend, moet gesloten zijn van 03.00 tot 06.30 uur.

  • 4. Om bijzondere redenen of op aanvrage van de houder kan het bestuurscollege een later sluitingsuur of een afwijkende regeling ten aanzien van het sluitingsuur vaststellen.

Artikel 26

  • 1. Het is de houder verboden gedurende de tijd dat de lokaliteit ingevolge deze verordening gesloten moet zijn, daarin bezoekers aanwezig te hebben.

  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van appartementen, hotels en logementen voor zover het betreft personen die daar hun nachtverblijf hebben.

Artikel 27

Het is de bezoeker, na door of namens de houder gewaarschuwd te zijn, verboden zich te bevinden in een lokaliteit nadat deze ingevolge de artikelen 25 of 35 gesloten dient te zijn.

Artikel 28

  • 1. Het is de houder verboden in een lokaliteit tot de verkoop van sterke- en/of zwak-alcoholische drank voor gebruik ter plaatse, personen in kennelijke staat van dronkenschap of personen beneden de leeftijd van zestien jaar anders dan in gezelschap van hun ouders of voogden toe te laten.

  • 2. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op personen beneden de leeftijd van zestien jaar, indien deze personen in het hotel of logement gehuisvest zijn.

  • 3. Het in het eerste lid bepaalde is evenmin van toepassing op leden van sociëteiten en gasten, die in hotels of logementen hun nachtverblijf hebben.

  • 4. Het is de houder alsmede de verkoper, niet vergunninghouder, verboden aan personen beneden de leeftijd van zestien jaar alcoholische drank te verkopen of te verstrekken.

Artikel 29

  • 1. Het is de houder verboden, in een voor het publiek toegankelijke lokaliteit waarvoor ingevolge deze verordening een vergunning tot de verkoop van sterkeen/of zwak-alcoholische drank is verleend, arbeidslonen uit te betalen of toe te laten dat arbeidslonen in zodanige lokaliteit uitbetaald worden, met uitzondering van arbeidslonen verschuldigd voor werkzaamheden die zijn verricht in de lokaliteit of terzake van het bedrijf dat daarin wordt uitgeoefend.

  • 2. Voor de toepassing van het in het vorige lid bepaalde wordt met een lokaliteit gelijkgesteld het erf, waarop een lokaliteit als in dat lid bedoeld zich bevindt.

Artikel 30

Het is de houder verboden in een voor het publiek toegankelijke lokaliteit, zonder toestemming van het bestuurscollege, het plaatselijk hoofd van politie gehoord, muziek, vertoningen of andere verrichtingen ten vermake van het publiek te maken, te geven of toe te laten, of gelegenheid tot dansen te geven

Artikel 31

Het is zonder toestemming van het bestuurscollege, het plaatselijk hoofd van politie gehoord, aan de houder verboden in een lokaliteit personen beneden de leeftijd van achttien jaar te laten bedienen.

Artikel 32

De houder van een hotel-, appartement-, bar-, bier-, restaurant-, snack-, logement-, of ijshuisvergunning is verplicht zorg te dragen, dat in de lokaliteit:

  • a.

    geen onregelmatigheden of hazardspelen plaatsvinden;

  • b.

    geen nevenbedrijf wordt uitgeoefend, met uitzondering van het bedrijf of de bedrijven, tot de uitoefening waarvan het bestuurscollege toestemming heeft verleend.

Artikel 33

Het is verboden in een lokaliteit waarvoor een vergunning, niet zijnde een grossiersvergunning, is verleend, sterke- en/of zwak-alcoholische drank te mengen of te bottelen.

Artikel 34

Het is de verkoper van spijzen, sterke-, zwak-alcoholische-of alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs of soortgelijk artikel, voor gebruik elders dan ter plaatse, verboden gelegenheid te geven tot gebruik van het gekochte in de onmiddellijke nabijheid van de verkoopplaats.

Artikel 35

  • 1. Op grond van buitengewone omstandigheden, welke gevaar kunnen opleveren voor de openbare orde en rust en de goede zeden kan bij besluit van het bestuurscollege, het plaatselijk hoofd van politie gehoord, voor een bepaalde tijd voor het gehele eilandgebied of voor een gedeelte daarvan, de verkoop, de aflevering en de verstrekking van sterke- of zwak-alcoholische drank in lokaliteiten worden verboden, dan wel sluiting van alle genoemde of een of meer bij deze beschikking te noemen lokaliteiten, worden bevolen.

  • 2. De beschikking bevat de gronden waarop zij berust. Vooruitlopend op de totstandkoming van de beschikking kan het bestuurscollege het verbod of bevel mondeling ter kennis van de houder brengen of laten brengen.

HOOFDSTUK 5 STRAF- EN AANVERWANTE BEPALINGEN

Artikel 36

Overtreding van hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden.

Artikel 37

Indien door de werking van enige bepaling van deze verordening een verplichting wordt opgelegd of een bevoegdheid gegeven aan een rechtspersoon, rust de verplichting tevens op, respectievelijk komt de bevoegdheid tevens toe aan de bestuurders van de rechtspersoon.

Artikel 38

Al hetgeen gediend heeft of bestemd geweest is tot het plegen van een overtreding van deze verordening, alsmede al hetgeen voorwerp van het strafbare feit heeft uitgemaakt, kan verbeurd worden verklaard. De vernietiging of onbruikbaarmaking daarvan kan worden bevolen.

Artikel 39

  • 1. Met het toezicht op de naleving van deze verordening is belast het hoofd van de hygiënische dienst.

  • 2. Met het opsporen van de overtredingen van deze verordening zijn belast, de in artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering van de Nederlandse Antillen aangewezen personen.

  • 3. De in het tweede lid genoemde personen zijn te allen tijde bevoegd ter inbeslagneming de uitlevering te vorderen van alle voor inbeslagneming vatbare voorwerpen.

  • 4. De in het eerste en tweede lid genoemde ambtenaren hebben te allen tijde vrije toegang tot alle lokaliteiten waar verkoop van sterke drank, van zwak-alcoholische drank, van alcoholvrije drank, van voor consumptie bestemd ijs of soortelijk artikel en/of spijzen voor gebruik ter plaatse geschiedt, of waar redelijkerwijs vermoed kan worden dat die verkoop plaatsvindt. Zij hebben mede vrije toegang tot alle lokaliteiten en aanhorigheden van lokaliteiten waar redelijkerwijs vermoed kan worden dat overtreding van deze verordening plaatsvindt. Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschaffen zij zich die desnoods met inroeping van de sterke arm.

  • 5. Is de lokaliteit tevens een woning of alleen door een woning toegankelijk, dan treden zij deze tegen de wil van de bewoner niet binnen dan op algemene of bijzondere schriftelijke last van de officier van justitie of een hulpofficier van justitie, dan wel in tegenwoordigheid van een van deze ambtenaren.

  • 6. Van dit binnentreden wordt door de opsporingsambtenaren binnen tweemaal vierentwintig uren procesverbaal opgemaakt, dat aan hem wiens woning is binnengetreden, in afschrift wordt uitgereikt.

Artikel 40

De feiten, bij deze verordening strafbaar gesteld, worden beschouwd als overtredingen.

HOOFDSTUK 6 SLOT-EN OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 41

  • 1. De ingevolge de Vergunningslandsverordening (P.B. 1963, no.28) verleende vergunningen blijven van kracht onder de bepaling van die verordening, tot het tijdstip waarop aan de houders nieuwe vergunningen krachtens de Dranken horecaverordening zijn uitgereikt, met dien verstande dat voor deze vergunninghouders wel de nieuwe voorschriften inzake de vergunningsrechten als bedoeld in hoofdstuk 3 van deze verordening gelden.

  • 2. De eigenaar van een lokaliteit waarvoor krachtens de bepalingen van deze verordening een vergunning is vereist, doch die deze bij inwerkingtreding van deze verordening niet heeft, dient binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze verordening een vergunning aan te vragen.

  • 3. De verzoeker krijgt een vergunning voor de duur van negen maanden, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening, aan welke vergunning beperkte voorwaarden, net name van hygiënische aard, kunnen worden verbonden.

  • 4. Binnen de in het vorige lid bedoelde vergunningsperiode dient de vergunninghouder zijn lokaliteit in overeenstemming te brengen met de vereisten van deze verordening.

  • 5. Kan in redelijkheid niet gevergd worden dat de aanpassingen van de lokaliteit binnen de in het derde lid bedoelde vergunningsperiode plaatsvinden, dan kan eenmaal de vergunning met zes maanden verlengd worden.

Artikel 42

  • 1. Met de inwerkingtreding van deze eilandsverordening worden ingetrokken:

    • a.

      de Vergunningslandsverordening (P.B. 1963, no.28), zoals gewijzigd;

    • b.

      de Uitvoeringsverordening Bonaire van de Vergunningslandsverordening (A.B. 1977, no.14);

    • c.

      de Vergunningsrechtverordening Bonaire (A.B. 1977, no.15).

  • 2. Deze eilandsverordening treedt in werking op een bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen te bepalen datum en kan worden aangehaald als "Drank- en horecaverordening".