Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Leudal

Gemeenschappelijke Regeling Westrom

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieLeudal
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingGemeenschappelijke Regeling Westrom
CiteertitelGemeenschappelijke Regeling Westrom
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Wet gemeenschappelijke regelingen, art. 8

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

31-12-200927-06-200713-03-2018Nieuwe regeling

26-06-2007

Streekbode 30 december 2009

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Gemeenschappelijke Regeling Westrom

De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Roermond, ieder voor zover bevoegd,

overwegende dat een integrale aanpak van Wsw en de Wwb, voorzover het de arbeidsinschakeling betreft, gewenst is teneinde zoveel mogelijk werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt naar al of niet gesubsidieerde arbeid toe te leiden en overwegende dat het voor een optimale behartiging van de in deze regeling geformuleerde doelen en een optimale inzet van beschikbare middelen wenselijk is om een intergemeentelijke samenwerking aan te gaan;

gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen;

besluiten:

de Gemeenschappelijke Regeling Westrom als volgt vast te stellen:

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    De regeling : deze gemeenschappelijke regeling

  • 2.

    Het schap : het openbaar lichaam als bedoel in artikel 2 van de regeling

  • 3.

    De Wsw : de Wet sociale werkvoorziening

  • 4.

    De Wwb : de Wet werk en bijstand

  • 5.

    De Wiw : de Wet inschakeling werkzoekenden

  • 6.

    Gemeenten : de aan deze regeling deelnemende gemeenten

  • 7.

    Gemeentebesturen : de besturen van de deelnemende gemeenten

  • 8.

    Gedeputeerde Staten : Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg

Artikel 2 Openbaar lichaam

  • 1.

    Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam genaamd Gemeenschappelijke Regeling Westrom, hierna te noemen "het schap".

  • 2.

    Het schap is gevestigd te Roermond.

Artikel 3 Belangen

  • 1.

    Het belang ter behartiging waarvan de regeling is getroffen omvat:

    • a.

      De volledige uitvoering van de Wsw en de daaruit voortvloeiende en daarmee verband houdende voorschriften en regelingen, gericht op het realiseren van de doelstelling van deze wet;

    • b.

      De uitvoering van de Wwb, voor zover het de arbeidsinschakeling en activering betreft, tot minimaal een jaarlijks in overleg te bepalen bedrag.

    • c.

      Het bieden van passend werk, werkervaringsplaatsen en faciliteiten op het gebied van testen, trainen en begeleiden van personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt in het kader van andere (werkgelegenheids-)maatregelen in de meest brede zin van het woord voor zover gemeenten of andere instanties hiervoor een beroep doen op het schap.

  • 2.

    Alle in lid 1 vermelde activiteiten zijn zoveel als mogelijk gericht op de re-integratie van betrokken personen op de reguliere arbeidsmarkt dan wel op het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden.

Artikel 4 Bevoegdheden

  • 1.

    Ter uitvoering van de in artikel 3 lid 1 sub a van de regeling genoemde taak dragen de gemeentebesturen aan het schap alle bevoegdheden en verplichtingen over met betrekking tot de uitvoering van de Wsw, waaronder het aanbieden van een dienstbetrekking aan in de gemeenten woonachtige personen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van de Wsw.

  • 2.

    Ter uitvoering van de in artikel 3 lid 1 sub b van de regeling genoemde taak verstrekt het gemeentebestuur aan het schap, voor zover noodzakelijk, middels een mandaatbesluit de op deze taak betrekking hebbende bevoegdheden. In een uitvoeringsovereenkomst worden nadere afspraken gemaakt over de wijze van uitvoering van de aan het schap opgedragen taak.

  • 3.

    Indien en voor zover een gemeentebestuur de uitvoering van de in artikel 3 lid 1 sub c van deze regeling genoemde taken aan het schap opdraagt, verstrekt het gemeentebestuur aan het schap middels een mandaatbesluit de op deze taken betrekking hebbende bevoegdheden. In een uitvoeringsovereenkomst worden nadere afspraken gemaakt over de wijze van uitvoering van de aan het schap opgedragen taak.

Artikel 5 Het bestuur

  • 1.

    Het bestuur van het schap bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter.

  • 2.

    Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van het schap.

  • 3.

    De voorzitter is voorzitter van zowel het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur.

  • 4.

    De verdeling van taken en bevoegdheden tussen het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter komt overeen met die welke in de Gemeentewet is aangegeven voor respectievelijk de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, voor zover daarvan in deze regeling niet is afgeweken.

HOOFDSTUK II HET ALGEMEEN BESTUUR

Artikel 6 Samenstelling algemeen bestuur

De raden van de gemeenten benoemen ieder twee leden van het college van burgemeester en wethouders tot lid van het algemeen bestuur.

Artikel 7 Zittingsduur algemeen bestuur

  • 1.

    De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een periode gelijk aan die van de zittingsduur van de leden der gemeenteraden met dien verstande dat het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling voor de eerste vergadering bijeenkomt.

  • 2.

    De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur en hun plaatsvervangers vindt uiterlijk binnen drie maanden na de datum waarop gemeenteraadsverkiezingen zijn gehouden, plaats. Binnen een maand na de in lid 2 bedoelde aanwijzing vindt de eerste bijeenkomst van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling plaats.

  • 3.

    Het aanwijzen ter vervulling van plaatsen, die door ontslag, overlijden of om andere redenen openvallen, vindt uiterlijk binnen drie maanden na dat openvallen plaats.

  • 4.

    Het lid dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreden opengevallen plaats tot lid van het algemeen bestuur is aangewezen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.

Artikel 8 Ontslag

  • 1.

    De raad van een deelnemende gemeente kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen als deze het vertrouwen van de raad niet meer bezit.

  • 2.

    Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt het voornemen hiertoe mede aan de gemeenteraad die hem heeft benoemd en aan de voorzitter van het algemeen bestuur.

  • 3.

    Hij die ontslag heeft genomen, blijft in functie totdat zijn opvolger is aangewezen.

Artikel 9 Vergaderingen van het algemeen bestuur

  • 1.

    Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste twee keer en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt.

  • 2.

    Het algemeen bestuur vergadert tevens wanneer dit door ten minste vier leden van het algemeen bestuur schriftelijk en met opgave van redenen, aan de voorzitter wordt gevraagd. In dit geval wordt de vergadering binnen een maand gehouden.

  • 3.

    In de vergadering van het algemeen bestuur hebben alle leden ieder één stem.

  • 4.

    Besluiten van de vergadering van het algemeen bestuur vinden plaats op basis van volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

  • 5.

    Personen kunnen worden uitgenodigd als adviseur de vergaderingen van het algemeen bestuur bij te wonen.

Artikel 10 Bevoegdheden algemeen bestuur

Onverminderd het bepaalde in artikel 30 lid 1 sub a van de Wet gemeenschappelijke regelingen worden bij deze regeling aan het algemeen bestuur alle bevoegdheden toegekend die niet bij of krachtens deze regeling aan de voorzitter of het dagelijks bestuur worden toegekend.

Artikel 11 Verantwoording

  • 1.

    Een lid van het algemeen bestuur geeft aan de raad, welke hem heeft aangewezen, alle inlichtingen die door de raad worden verlangd op de in die gemeente gebruikelijke wijze.

  • 2.

    Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad die het lid heeft aangewezen, op de in die gemeente gebruikelijke wijze ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.

  • 3.

    Onder verwijzing naar artikel 17 van de Wet gemeenschappelijke regelingen verstrekt het bestuur van het schap aan de raden van de gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden worden gevraagd.

Artikel 12 Reglement van orde

Het algemeen bestuur stelt voor de wijze van vergaderen van het algemeen en het dagelijks bestuur en van de door het algemeen bestuur ingestelde commissies een reglement van ordevast.

Artikel 13 Openbaarheid van vergadering en sluiting van de deuren

  • 1.

    De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Het reglement van orde regelt met inachtneming van artikel 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen de wijze waarop met gesloten deuren kan worden vergaderd.

  • 2.

    In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd, noch een besluit waden genomen over:

    • a.

      het vaststellen of wijzigen van de begroting

    • b.

      het vaststellen van de rekening

    • e.

      het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen

    • d.

      het oprichten of opheffen van nieuwe en bestaande stichtingen of andere rechtspersonen.

    • e.

      het toetreden tot, het uittreden van, het wijzigen en opheffen van deze regeling.

  • 3.

    Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming inzake een onderwerp als in lid 2 genoemd, is een meerderheid van twee derde van de stemmen vereist.

HOOFDSTUK III HET DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 14 Samenstelling dagelijks bestuur

  • 1.

    Het dagelijks bestuur bestaat uit de navolgende leden:

    • a.

      de voorzitter van het algemeen bestuur

    • b.

      vier leden door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen

    • c.

      drie leden aan te wijzen door het algemeen bestuur, op voordracht van de in dit artikel onder a. en b. genoemde personen, op basis van hun specifieke deskundigheid op sociaal, financieel of bedrijfskundig gebied.

  • 2.

    De leden van het dagelijks bestuur, genoemd in lid 1 onder a. en b., zijn allen afkomstig uit verschillende gemeenten.

Artikel 15 Zittingsduur dagelijks bestuur

  • 1.

    De leden van het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 14 lid 1 onder a. en b. van deze regeling worden aangewezen voor een periode gelijk aan die van de zittingsduur van de leden der gemeenteraden, met dien verstande dat het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt op de dag waarop het dagelijks bestuur in nieuwe samenstelling voor de eerste vergadering bijeenkomt.

  • 2.

    De aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 14 lid 1 onder a. en b. van deze regeling vindt uiterlijk binnen drie maanden na de datum waarop gemeenteraadsverkiezingen zijn gehouden plaats.

  • 3.

    De leden van het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 14 lid 1 onder e. van deze regeling worden aangewezen voor een periode van vier jaar. Deze leden kunnen maximaal eenmaal herbenoemd worden.

  • 4.

    Het aanwijzen ter vervulling van plaatsen, die door ontslag, overlijden of om andere redenen openvallen, vindt uiterlijk binnen drie maanden na dat openvallen plaats.

  • 5.

    Het lid dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreden opengevallen plaats tot lid van het dagelijks bestuur is aangewezen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.

Artikel 16 Ontslag

  • 1.

    De leden van het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 14 lid 1 onder a. en b. van deze regeling verliezen hun functie wanneer zij geen zitting meer hebben in het algemeen bestuur.

  • 2.

    Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer geniet.

  • 3.

    Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt het voornemen hiertoe mede aan het algemeen bestuur.

  • 4.

    Hij die ontslag heeft genomen, blijft zijn functie waarnemen totdat zijn opvolger is aangewezen.

Artikel 17 Vergaderingen van het dagelijks bestuur

  • 1.

    Het dagelijks bestuur vergadert tenminste acht maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of twee leden dit de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed verzoeken.

  • 2.

    leder lid van het dagelijks bestuur heeft in de vergadering van het dagelijks bestuur één stem.

  • 3.

    Personen kunnen worden uitgenodigd als adviseur de vergaderingen van het dagelijks bestuur bij te wonen.

Artikel 18 Bevoegdheden dagelijks bestuur

Het dagelijks bestuur is met name bevoegd om:

  • 1.

    al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd, voor te bereiden;

  • 2.

    besluiten van het algemeen bestuur uit te voeren;

  • 3.

    de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam te beheren;

  • 4.

    zowel in als buiten rechte conservatoire maatregelen te nemen en alles te doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit;

  • 5.

    arbeidsrechtelijke besluiten te nemen, behoudens ten aanzien van de directieleden genoemd in artikel 28 lid 1 van deze regeling en de secretaris genoemd in artikel 22 van deze regeling.

Artikel 19 Rapportage

Het dagelijks bestuur rapporteert per kwartaal aan de gemeenten over de sociale, financiële en bedrijfseconomische ontwikkeling en voortgang van het schap aan de hand van door het schap te hanteren kengetallen.

Artikel 20 Verantwoording

De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het dagelijks bestuur gevoerde beleid. Zij geven aan het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk alle inlichtingen die door het algemeen bestuur worden

verlangd.

HOOFDSTUK IV DE VOORZITTER, SECRETARIS, COMMISSIES

Artikel 21 De voorzitter

  • 1.

    De voorzitter van het schap wordt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode op voordracht van het dagelijks bestuur door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen.

  • 2.

    De voorzitter leidt de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur, conform het bepaalde daaromtrent in het reglement van orde bedoeld in artikel 13 van de regeling.

  • 3.

    Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit.

  • 4.

    De voorzitter ontvangt alle aan het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur gerichte stukken en brengt die zo spoedig mogelijk ter tafel in de vergadering waar zij behoren.

  • 5.

    De agenda met de bijbehorende stukken voor de vergadering van het algemeen bestuur wordt door of vanwege de voorzitter ter kennisneming toegezonden aan de raden der gemeenten.

  • 6.

    De voorzitter is in spoedeisende gevallen bevoegd een voorlopig onderzoek van stukken te doen plaatshebben en geeft daarvan kennis in de eerstvolgende vergadering van het dagelijks bestuur.

  • 7.

    De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte.

  • 8.

    De voorzitter is belast met de uitvoering van besluiten van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

  • 9.

    De voorzitter is belast met het ondertekenen van de stukken welke van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan.

  • 10.

    Bij afwezigheid van de voorzitter wordt de voorzitter vervangen door een hiertoe door het dagelijks bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid.

Artikel 22 De secretaris

  • 1.

    Het algemeen bestuur benoemt vanuit de uitvoeringsorganisatie zoals vermeld in artikel 25 van deze regeling een secretaris en een plaatsvervangend secretaris.

  • 2.

    De secretaris van het algemeen bestuur is tevens secretaris van het dagelijks bestuur.

  • 3.

    Het algemeen bestuur stelt voor de functie van secretaris een werkinstructie op.

  • 4.

    De secretaris is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter in alles wat hun opgedragen taak aangaat, behulpzaam.

  • 5.

    Door de secretaris worden alle stukken die van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur uitgaan, mede ondertekend.

Artikel 23 Commissies

  • 1.

    Het algemeen bestuur kan commissies van advies dan wel commissies met het oog op de behartiging van bepaalde belangen instellen.

  • 2.

    Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en de samenstelling van de door haar ingestelde commissies.

  • 3.

    De leden van een commissie worden aangewezen voor de periode gelijk aan die van de zittingsduur van de leden van het algemeen bestuur.

Artikel 24 Vergoedingen

  • 1.

    ingestelde commissies kunnen een vergoeding ontvangen voor: De leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur alsmede de leden van eventuele

    • a.

      het bijwonen van de vergaderingen, voor zover zij niet de functie van burgemeester of fulltime wethouder en

    • b.

      de reis- en onkosten in verband met het bijwonen van vergaderingen.

  • 2.

    Het algemeen bestuur stelt regels vast omtrent de hoogte en de wijze van toekenning van de in lid 1 genoemde vergoedingen.

HOOFDSTUK V UITVOERINGSORGANISATIE EN RECHTSPERSONEN

Artikel 25 Uitvoeringsorganisatie

Ter uitvoering van de belangen zoals genoemd in artikel 3 van deze regeling stelt het algemeen bestuur een professionele uitvoeringsorganisatie in.

Artikel 26 Oprichten rechtspersonen

  • 1.

    Het algemeen bestuur kan ter uitvoering van de belangen zoals genoemd in artikel 3 van deze regeling rechtspersonen oprichten of aanwijzen, onder door het algemeen bestuur te bepalen voorwaarden.

  • 2.

    Tot oprichting van een rechtspersoon kan het algemeen bestuur eerst over gaan nadat alle deelnemende gemeenten hiermee hebben ingestemd en nadat hiertoe goedkeuring van gedeputeerde staten is verkregen.

HOOFDSTUK VI PERSONEEL

Artikel 27 Werknemers

  • 1.

    Indienstneming en ontslag van werknemers geschiedt door het dagelijks bestuur.

  • 2.

    Het schap kent:

    • a.

      werknemers met een dienstbetrekking op grond van de Wsw;

    • b.

      werknemers met een dienstbetrekking op grond van de Wiw;

    • c.

      werknemers met een dienstbetrekking op grond van de Wwb;

    • d.

      werknemers met een ambtelijke aanstelling;

    • e.

      werknemers met een dienstbetrekking op grond van het burgerlijk wetboek

  • 3.

    De rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van de werknemers als bedoeld in lid 2 sub c van dit artikel, worden door het algemeen bestuur vastgesteld conform de voor de sector Gemeenten geldende rechtspositieregeling.

  • 4.

    De rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van de in lid 2 genoemde werknemers welke op 31 december 2000 in dienst zijn van de Bestuurscommissie Sociale Werkvoorziening Gewest Midden-Limburg, wijzigt niet door opheffing van het Gewest Midden-Limburg per 1 januari 2001 en instelling van deze regeling per gelijke datum.

Artikel 28 Directie

  • 1.

    Benoeming en ontslag van de directie van de uitvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 25 van deze regeling geschiedt door het algemeen bestuur.

  • 2.

    De bevoegdheden van de directie worden nader geregeld in een door het algemeen bestuur vast te stellen mandaatregeling.

HOOFDSTUK VII JAARVERSLAG

Artikel 29
  • 1.

    Het dagelijks bestuur rapporteert jaarlijks voor 1 mei aan het algemeen bestuur over de in het voorgaande dienstjaar behaalde sociale resultaten van het schap.

  • 2.

    Het algemeen bestuur stelt het jaarverslag als bedoeld in lid 1 van dit artikel voor 1 juni vast.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur zendt het jaarverslag meteen na vaststelling ter kennisname aan de gemeenten.

HOOFDSTUK VIII FINANCIËN

Artikel 30 Financieel beheer

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt een regeling vast betreffende het financieel en administratief beheer van het schap.

  • 2.

    In de regeling als bedoeld in lid 1 van dit artikel wordt aangegeven welke ambtenaar belast wordt met het geldelijk beheer en de zorg voor de financiële administratie van het schap.

  • 3.

    De regeling als bedoeld in lid 1 van dit artikel geeft aan op welke wijze de controle op het financiële en administratieve beheer van het schap wordt uitgeoefend en tevens op welke wijze de uitkomsten van die controle worden medegedeeld.

  • 4.

    Een exemplaar van de regeling als bedoeld in lid 1 van dit artikel, alsmede eventuele wijzigingen daarin, wordt door het algemeen bestuur aan de gemeentebesturen en aan gedeputeerde staten toegezonden.

Artikel 31 Begroting

  • 1.

    Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks voor 15 april een ontwerpbegroting voor het komend dienstjaar, voorzien van een memorie van toelichting aan de raden van de gemeenten. De raden van de gemeenten kunnen binnen acht weken na ontvangst daarvan het dagelijks bestuur schriftelijk van hun gevoelens doen blijken.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur dient jaarlijks voor 1 juni bij het algemeen bestuur de ontwerpbegroting voor het komende dienstjaar in, voorzien van een memorie van toelichting. Bij deze zijn gevoegd de reacties van de raden van de gemeenten op de toegezonden stukken als omschreven in het eerste lid.

  • 3.

    Het algemeen bestuur stelt vervolgens voor 1 juli de begroting vast.

  • 4.

    Het algemeen bestuur deelt de vaststelling zo spoedig mogelijk mee aan de raden der gemeenten.

  • 5.

    Het algemeen bestuur zendt de begroting vóór 15 juli van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan gedeputeerde staten.

  • 6.

    Op wijzigingen van de begroting zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing.

  • 7.

    In de begroting wordt een raming gemaakt voor de door elke gemeente verschuldigde bijdrage voor de uitvoering van de regeling.

Artikel 32 Rekening

  • 1.

    Van de inkomsten en uitgaven van het schap wordt door het dagelijks bestuur over elk dienstjaar vóór 1 mei verantwoording gedaan aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de rekening met daarbij behorende bescheiden. Bij de rekening wordt gevoegd een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de op grond van artikel 213 van de Gemeentewet aangewezen deskundige.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur zendt de rekening met het bijbehorend verslag eveneens aan de raden der gemeenten. De raden van de gemeenten kunnen daaromtrent binnen acht weken na ontvangst het dagelijks bestuur van hun gevoelen doen blijken.

  • 3.

    Het algemeen bestuur stelt uiterlijk 1 juli volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft de rekening alsmede de berekening van de door de gemeenten te betalen bijdrage vast. Het dagelijks bestuur informeert de gemeenten over de vaststelling

  • 4.

    Het dagelijks bestuur zendt de rekening met de daarbij behorende stukken vóór 15 juli volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft ter kennisname aan gedeputeerde staten.

  • 5.

    De vaststelling van de rekening door gedeputeerde staten strekt, voor zover het de daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft, het dagelijks bestuur en de in artikel 30 lid 2 van deze regeling genoemde functionaris van het schap tot décharge behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.

Artikel 33 Financiering

Het algemeen bestuur stelt nadere regels vast met betrekking tot het aangaan van geldleningen, het uitlenen van gelden, het aangaan van rekening-courant overeenkomsten en hetgeen verder de geldmiddelen van het schap aangaat.

Artikel 34 Verdeling baten en lasten

  • 1.

    De gemeenten verbinden zich jaarlijks eventuele nadelige exploitatiesaldi en bestuurs- en secretariaatskosten van het schap te betalen.

  • 2.

    De verrekening van baten en lasten verbonden aan de uitvoering van deze regeling vindt plaats overeenkomstig de ter zake door het algemeen bestuur vast te stellen regeling.

Artikel 35 Egalisatiefonds

  • 1.

    Ter voorkoming van grote wijzigingen in de jaarlijkse gemeentelijke bijdragen wordt door het algemeen bestuur een egalisatiefonds ingesteld.

  • 2.

    Het algemeen bestuur stelt nadere regels met betrekking tot dit fonds vast.

HOOFDSTUK IX WIJZIGING, TOETREDING, UITTREDING EN OPHEFFING

Artikel 36 Wijziging regeling

  • 1.

    De regeling wordt gewijzigd op grond van een door de deelnemende gemeenten daartoe met tweederde meerderheid genomen besluit.

  • 2.

    Voorstellen tot wijziging van de regeling kunnen uitgaan van het algemeen bestuur, of een of meer gemeentebesturen.

  • 3.

    Indien het voorstel uitgaat van het algemeen bestuur zendt dit bestuur het voorstel aan de gemeentebesturen die binnen drie maanden na ontvangst van dit voorstel een besluit nemen en dit terstond aan het algemeen bestuur mededelen.

  • 4.

    Indien het voorstel uitgaat van een of meer gemeentebesturen wordt het voorstel aan het algemeen bestuur gezonden.

  • 5.

    Het algemeen bestuur doet het voorstel, zoals omschreven in lid 4 van dit artikel, met zijn beschouwingen ter zake, binnen drie maanden aan de gemeentebesturen toekomen, waarna deze besturen en het algemeen bestuur verder handelen als voor het geval bepaald in lid 3 van dit artikel.

  • 6.

    Het algemeen bestuur geeft de gemeentebesturen kennis van het aanvaarden, verwerpen, goedkeuren of niet goedkeuren van de in dit artikel bedoelde voorstellen, respectievelijk besluiten.

  • 7.

    De wijziging treedt in werking met ingang van de dag volgend op die waarop het besluit daartoe, na de verkregen goedkeuring van gedeputeerde staten, is opgenomen in het register als bedoeld in artikel 27 lid 2 Wet gemeenschappelijke regelingen. De inschrijving door de gemeenten dient te geschieden binnen een maand na een in het wijzigingsbesluit bepaalde datum.

Artikel 37 Toetreding

  • 1.

    Toetreding tot de regeling door andere gemeenten vindt plaats op voorstel van het algemeen bestuur en met instemming van twee derde van de gemeentebesturen van de reeds aan de regeling deelnemende gemeenten. Het algemeen bestuur kan aan de toetreding voorwaarden verbinden.

  • 2.

    De toetreding gaat in op een in overleg met de toetredende gemeente te bepalen datum, doch niet eerder dan nadat het besluit tot toetreding is opgenomen in het register als bedoeld in artikel 27 lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De inschrijving door de gemeenten dient te geschieden binnen een maand na een in het instemmingsbesluit bepaalde termijn.

  • 3.

    Het algemeen bestuur regelt de financiële gevolgen alsmede de overige gevolgen van een toetreding.

Artikel 38 Uittreding

  • 1.

    Het gemeentebestuur van een gemeente kan, met inachtneming van een opzegtermijn van 2 kalenderjaren, besluiten uit de regeling te treden.

  • 2.

    Het algemeen bestuur regelt de financiële alsmede de overige gevolgen van een eventuele uittreding.

  • 3.

    Het algemeen bestuur verbindt aan uittreding de voorwaarde dat de uittredende gemeente een door het algemeen bestuur vast te stellen uittreedbedrag aan het schap betaalt.

  • 4.

    De in lid 1 van dit artikel genoemde termijn vangt aan op de dag volgend op die waarop het besluit tot uittreding is opgenomen in het register als bedoeld in artikel 27 lid 2 Wet gemeenschappelijke regelingen. De inschrijving door de gemeenten dient te geschieden binnen een maand na een in het uittredingsbesluit bepaalde datum.

Artikel 39 Opheffing en liquidatie

  • 1.

    De regeling wordt opgeheven indien ten minste twee derde van de deelnemende gemeenten daartoe besluit.

  • 2.

    Indien de regeling wordt opgeheven, geschiedt de liquidatie door het algemeen bestuur.

  • 3.

    Uiterlijk 6 maanden voor het tijdstip waarop de regeling ophoudt te bestaan, stelt het algemeen bestuur een liquidatieplan op dat aan de raden van de deelnemende gemeenten wordt voorgelegd. In het liquidatieplan regelt het algemeen bestuur de financiële gevolgen van de opheffing.

  • 4.

    De raden van de deelnemende gemeenten kunnen hun bedenkingen over het Liquidatieplan binnen twee maanden na ontvangst daarvan aan het algemeen bestuur meedelen. Het algemeen bestuur stelt het liquidatieplan vervolgens vast.

  • 5.

    Zo nodig blijft het algemeen bestuur ook na het tijdstip der opheffing voortbestaan ten behoeve van de liquidatie.

HOOFDSTUK X OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 40

De Gemeenschappelijke Regeling Westrom treedt in alle rechten en verplichtingen van de Gemeenschappelijke Regeling Gewest Midden-Limburg voor zover het de tak van dienst "sociale werkvoorziening" betreft.

Artikel 41

Geldende algemene voorschriften van het Gewest Midden-Limburg en de Bestuurscommissie Sociale Werkvoorziening Gewest Midden-Limburg behouden hun rechtskracht totdat daarin door de bevoegde bestuursorganen van het schap opnieuw is voorzien.

Artikel 42

De op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze regeling in functie zijnde bestuursorganen van het Gewest Midden-Limburg blijven belast met en bevoegd tot de afhandeling van lopende zaken tot de datum waarop het algemeen bestuur van het schap voor de eerste maal bijeenkomt.

Artikel 43
  • 1.

    De eerste bijeenkomst van het algemeen bestuur vindt uiterlijk binnen een maand na de inwerkingtreding van deze regeling plaats.

  • 2.

    De eerste bijeenkomst van het algemeen bestuur wordt bijeengeroepen en voorgezeten door de burgemeester van de in artikel 2 lid 2 van deze regeling genoemde gemeente van vestiging.

  • 3.

    In de eerste bijeenkomst benoemt het algemeen bestuur de voorzitter, de overige leden van het dagelijks bestuur en de secretaris, zulks met in achtneming van de artikelen 14, 15 en 22 van deze regeling.

HOOFDSTUK XI SLOTBEPALINGEN

Artikel 44 Archief

  • 1.

    Ten aanzien van de zorg en het beheer van de archiefbescheiden van organen van deze regeling alsmede ten aanzien van het toezicht op het beheer zijn de voorschriften van de gemeente Roermond terzake van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    De aan de uitvoering van het eerste lid verbonden kosten komen ten laste van deze regeling.

Artikel 45 Inzending regeling naar Gedeputeerde Staten van Limburg

Burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond dragen zorg voor het ter goedkeuring inzenden van de regeling

Artikel 46 Citeertitel en duur van de regeling

  • 1.

    De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

  • 2.

    De regeling treedt in werking op 1 januari 2003.

  • 3.

    De regeling kan worden aangehaald onder de titel Gemeenschappelijke Regeling Westrom.

Roermond, 26 maart 2007.