Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Veere

Verordening burgerparticipatie Wmo

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieVeere
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening burgerparticipatie Wmo
CiteertitelVerordening burgerparticipatie Wmo
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 11 Wet Maatschappelijke Ondersteuning

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-12-2011Nieuwe regeling

15-11-2011

De Faam, 5-12-2011

onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening burgerparticipatie Wmo

De raad van de gemeente Veere

gelezen het voorstel d.d. 10 april 2007 van het college van burgemeester en wethouders

gelet op artikel 11 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning

b e s l u i t

vast te stellen de Verordening Burgerparticipatie Wmo.

Artikel 1 Begrippen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. Integraal Wmo-beleid: Het beleid dat betrekking heeft op de negen prestatievelden van de Wmo, alsmede het beleid dat met die deelgebieden direct raakvlakken heeft.

b. Wmo-prestatievelden: Het geheel van maatschappelijke terreinen waarop de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders aan het begrip "maatschappelijke ondersteuning" vorm moeten geven.

c. Burgerparticipatie: De wijze waarop de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders uitvoering

geven aan de inspraak- en medezeggenschapsintentie van de Wmo.

d. Wmo-adviesraad: Het door de gemeenteraad ingesteld orgaan dat vorm geeft aan de door de gemeenteraad vastgestelde wijze van uitvoering van inspraak- en medezeggenschap binnen het kader van de Wmo.

e. De wet: De Wet maatschappelijke ondersteuning.

Artikel 2 Doel van de verordening

Deze verordening heeft als doel te bewerkstelligen dat burgers, die nu dan wel in de toekomst in het kader van de Wmo een beroep doen op de gemeente, de kans hebben optimaal betrokken te worden bij voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het beleid krachtens genoemde wet. Een beleid dat ertoe moet leiden dat burgers zo lang mogelijk de regie over hun leven behouden en blijven meedoen aan het maatschappelijk verkeer.

Artikel 3 Instellen Wmo-adviesraad

  • 1

    Het uitvoering geven aan de lokale medezeggenschap-Wmo wordt in handen gelegd van een Wmo-adviesraad, bestaande uit maximaal 12 personen die worden benoemd voor een periode van maximaal 4 jaar. Aftreden vindt plaats volgens een door de Wmo-adviesraad op te stellen rooster. Herbenoeming voor nog één periode van 4 jaar is mogelijk. Benoeming en herbenoeming van de leden vindt plaats door het college van burgemeester en wethouders.

  • 2

    De leden zijn aantoonbaar betrokken bij één of meer van de volgende doelgroepen:

    * jongeren; ouderen;

    * mensen met een lichamelijke, verstandelijke, psychische beperking;

    * mantelzorgers;

    * vrijwilligers.

  • 3

    De kandidaten worden geworven via de publieksinformatie (internet en lokale kranten).

  • 4

    Selectie en benoeming gebeuren op basis van een daartoe vastgesteld functieprofiel, door een op advies van de Wmo-adviesraad samengestelde selectiecommissie.

  • 5

    Bij tussentijdse vacatures geschiedt de benoeming voor de duur van de resterende zittingsperiode.

  • 6

    De Wmo-adviesraad kiest uit zijn midden een bestuur van drie personen te weten een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. Zij vormen tevens het dagelijks bestuur.

  • 7

    De leden van de Wmo-adviesraad hebben daarin zitting zonder last of ruggespraak. Zij dienen bij hun adviseringstaak het geheel van de onder het negende lid van dit artikel aangeduide en in artikel 6 nader ingevulde werkterrein voor ogen te houden

  • 8

    Een lid van de Wmo-adviesraad dat ontslag neemt, blijft zo mogelijk in functie totdat in zijn of haar vacature is voorzien. Het dagelijks bestuur zorgt op basis van het vigerende functieprofiel voor het voorzien in de vacature.

  • 9

    De Wmo-adviesraad heeft als werkterrein beleid, uitvoering en evaluatie van de Wmo.

     

Artikel 4 Overgangsartikel

In afwijking van het bepaalde in artikel 3 geschiedt de benoeming voor de eerste keer op voordracht van de Voorbereidingsgroep Cliëntenparticipatie Wmo in Veere na selectiegesprekken gehouden door een op advies van de Voorbereidings-groep Cliëntenparticipatie Wmo in Veere samengestelde selectiecommissie. De leden van de voorbereidingsgroep worden zonder sollicitatiegesprek benoemd in de Wmo-raad.

Artikel 5 Lidmaatschapsbeëindiging

  • 1

    Het lidmaatschap van de Wmo-raad eindigt:

    a. door het aflopen van de zittingsperiode;

    b. door overlijden;

    c. door het nemen van ontslag;

    d. door verlies van de hoedanigheid waarin werd benoemd.

  • 2

    In tussentijdse vacatures wordt zo mogelijk binnen drie maanden voorzien.

Artikel 6 Nadere invulling werkterrein van de Wmo-adviesraad

  • 1

    Het in artikel 3 negende lid aangeduide werkterrein betreft de negen prestatievelden van de Wmo

    zoals deze zijn neergelegd in:

    * de Kadernota Wmo;

    * de beleidsnota Wmo gemeente Veere;

    * de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Veere 2007;

    * het Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Veere;

    * het verstrekkingenboek Gemeente Veere en

    * de beleidsregels.

  • 2

    De Wmo-adviesraad brengt tevens advies uit over onderdelen van het overige gemeentelijke beleid, voor zover dat direct raakvlakken heeft met het Wmo-beleid.

  • 3

    Daarnaast wijst de Wmo-adviesraad belanghebbenden op het bestaan van inspraakmogelijkheden.

     

Artikel 7 Taken Wmo-adviesraad

  • 1

    Het gevraagd en ongevraagd geven van advies over onderwerpen van het in artikel 3, negende lid en artikel 6 genoemde werkterrein.

  • 2

    Het opstellen van een huishoudelijk reglement dat de interne werkwijze van de raad regelt.

  • 3

    Het verantwoording afleggen aan de achterban over het gevoerde beleid en het bieden van gelegenheid voorstellen te doen ten aanzien van het te voeren beleid.

  • 4

    Het op een actieve wijze verzamelen van zoveel mogelijk relevantie informatie omtrent maatschappelijke ondersteuning en de vragers naar maatschappelijke ondersteuning om genoemde adviesfunctie zo goed mogelijk uit te kunnen voeren

  • 5

    Het bevorderen van overleg en samenwerking tussen organisaties, instellingen, groeperingen en personen die in of door de gemeente te maken krijgen of willen krijgen met maatschappelijke ondersteuning.

Artikel 8 De relatie college van burgemeester en wethouders en Wmo-adviesraad

  • 1

    De Wmo-adviesraad adviseert het college van burgemeester en wethouders inzake beleidsvoornemens in de ruimste zin van het woord. De Wmo-adviesraad kan aan de gemeenteraad rechtstreeks advies uitbrengen.

  • 2

    Het dagelijks bestuur van de Wmo-adviesraad ziet erop toe dat het college van burgemeester en wethouders tijdig advies vraagt over zaken die aan de gemeenteraad worden voorgelegd. De Wmo-adviesraad wordt vier weken in de gelegenheid gesteld om een advies uit te brengen.

  • 3

    Zonodig vindt bij de aanbieding van een advies overleg plaats tussen het dagelijks bestuur van de Wmo-adviesraad en het college van burgemeester en wethouders.

  • 4

    Wijkt het college van burgemeester en wethouders af van een door de Wmo-adviesraad gegeven advies, dan wordt deze afwijking beargumenteerd

  • 5

    de Wmo-adviesraad en het college van burgemeester en wethouders maken jaarlijks afspraken over:

    a. De onderwerpen waarover de Wmo-adviesraad in ieder geval geconsulteerd wordt;

    b. De wijze en het moment waarop de Wmo-adviesraad betrokken wordt in het beleidsvormingsproces;

    c. De door de Wmo-adviesraad op basis van zijn werkplan opgestelde begroting

  • 6

    Het college van burgemeester en wethouders wijst een vaste contactambtenaar aan als aanspreekpunt voor de Wmo-adviesraad. Tussen deze contactambtenaar en (het dagelijks bestuur van) de Wmo-adviesraad vindt overleg plaats wanneer dit door beide partijen wenselijk wordt geacht.

  • 7

    Tussen de eerst aanspreekbare wethouder en (het dagelijks bestuur van) de Wmo-adviesraad vindt, over de door beide partijen aan te dragen onderwerpen en onder voorzitterschap van de Wmo-adviesraad, overleg plaats zo vaak als nodig is.

  • 8

    Van het overleg en gemaakte afspraken tussen de Wmo-adviesraad en het college van burgemeester en wethouders of de eerst aanspreekbare wethouders wordt binnen 14 dagen een schriftelijk verslag gemaakt.

  • 9

    Het college van burgemeester en wethouders verstrekt aan de Wmo-adviesraad informatie over voornemens, beleid of activiteiten op de terreinen genoemd in artikel 6. Het betreft hier alle informatie die noodzakelijk is om beleid van de gemeente en uitvoering te begrijpen en ontwikkelingen en wijzigingen te kunnen volgen. De informatie wordt desgevraagd in speciale leesvorm aangeleverd, tenzij het verstrekken van de informatie in die vorm redelijkerwijs niet gevergd kan worden of de informatie reeds in een andere, voor de Wmo-adviesraad gemakkelijk toegankelijke vorm beschikbaar is.

  • 10

    Het functioneren van de samenwerking tussen de Wmo-adviesraad en het college van burgemeester en wethouders wordt jaarlijks geëvalueerd, mede aan de hand van het door de Wmo-adviesraad opgestelde jaarverslag.

     

Artikel 9 Facilitering van de Wmo-adviesraad

  • 1

    De gemeenteraad stelt aan de Wmo-adviesraad zodanige middelen ter beschikking dat hij redelijkerwijze in staat kan worden geacht namens de achterban gemeenschappelijke belangen te behartigen.

  • 2

    De faciliteiten worden jaarlijks toegekend op basis van een door de Wmo-adviesraad in te dienen begroting.

     

Artikel 10 Slotbepalingen

  • 1

    Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening burgerparticipatie Wmo".

  • 2

    Deze verordening treedt per 1 december 2012 in werking.

     

Aldus vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 15 november 2012.

Toelichting 1 Toelichting Verordening Burgerparticipatie Wmo

Artikel 7, lid 3 Taken Wmo-adviesraad

Toelichting begrippen “verantwoording afleggen” en “achterban”

Verantwoording afleggen: Het onderhouden van gestructureerde contacten met de achterban. De Wmo-adviesraad inventariseert de wensen en ideeën en adviseert aan de gemeente op basis van de verkregen kennis uit het werkveld.

Achterban: instellingen en organisaties die zich bewegen op één of meer terreinen van de Wmo-prestatievelden, groeperingen en personen (doelgroepen) die in de gemeente te maken krijgen of willen krijgen met maatschappelijke ondersteuning.

Artikel 7, lid 5 Taken Wmo-adviesraad

Toelichting begrip “bevorderen van overleg”

Bevorderen van overleg: Inzicht hebben (en/of verkrijgen) in de overleg- en samenwerkingsrelaties, bestaande tussen de onder de in lid 3 bedoelde organisaties, groeperingen en personen(doelgroepen) en het zonodig adviseren daarover indien daartoe aanleiding is.

Artikel 8, lid 1 De relatie belangenorganisaties en Wmo-adviesraad

Toelichting begrip “afleggen van verantwoording en instemming over het te voeren beleid”

De Wmo-raad stelt instellingen en organisaties die zich bewegen op één of meer terreinen van de Wmo-prestatievelden in kennis van het jaarverslag van de Wmo-adviesraad en geeft daarbij aan welke inspanningen de Wmo-adviesraad het komende jaar gaat verrichten.

Artikel 8, lid 2 De relatie belangenorganisaties en Wmo-adviesraad

Toelichting begrip achterban: zie toelichting artikel 7 lid 3.

Artikel 9, lid 2 De relatie burgemeester en wethouders en Wmo adviesraad

Nadere toelichting artikel:

Dit artikel is als een bescherming voor de Wmo-adviesraad opgenomen. Het is bedoeld om de Wmo-adviesraad zekerheid gegeven dat het college advies vraagt over zaken die aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Praktisch wordt hier vorm aan gegeven door de agendastukken van de Commissie MO aan de Wmo-adviesraad te zenden.

Artikel 10 Facilitering van de Wmo-adviesraad

Toelichting begrip “achterban”: zie toelichting artikel 7 lid 3.