Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Boxtel

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2020

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBoxtel
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van leges 2020
CiteertitelLegesverordening 2020
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpbelasting, leges

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de regeling 'Legesverordening 2019'

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet
  2. artikel 156, tweede lid, van de Gemeentewet
  3. artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet
  4. artikel 2, tweede lid, van de Paspoortwet
  5. artikel 7 van de Paspoortwet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-02-2020Tarieventabel (titel 1, hfst. 2)

14-01-2020

gmb-2020-14307

Onbekend
01-01-202001-02-2020Nieuwe regeling

10-12-2019

gmb-2019-317825

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2020

De raad van de gemeente Boxtel;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 november 2019;

 

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2020

Artikel 1 Belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam 'leges' worden rechten geheven voor:

    • a.

      het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

    • b.

      het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;

een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

  • 2.

    Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon.

Artikel 2 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

Artikel 3 Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor:

  • a.

    diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;

  • b.

    diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend;

  • c.

    het raadplegen van de bij de gemeente berustende registers, leggers en plankaarten van de dienst van het kadaster en de openbare registers door ambtenaren en woningbouwverenigingen, in de uitoefening van hun functie;

  • d.

    het in behandeling nemen van aanvragen van verklaringen omtrent inkomen en vermogen;

  • e.

    beschikkingen op een aanvraag om subsidie of een andere uitkering uit de gemeentekas;

  • f.

    stukken op grond waarvan een betaling aan de gemeente moet geschieden uit andere hoofde dan verschuldigde leges;

  • g.

    het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een beschikking die verband houdt met grootschalige tijdelijke activiteiten (evenementen) met niet commerciële doeleinden die een lokaal belang dienen en een duidelijk p.r.-element bevatten, voor wat betreft de leges zoals genoemd in de volgende onderdelen van de bij deze verordening behorende tarieventabel: 1.19.9.1, 1.15.1, 1.16.1, 1.18.3, 1.19.5, 1.19.6, 3.1.1, 3.1.2, 3.1.3, 3.2.1, 3.5.1.

Artikel 4 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet.

  • 3.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 5 Wijze van heffing

De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota, aanslag of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 6 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 5:

    • a.

      mondeling wordt gedaan: op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan: op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 7 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 8 Vermindering of teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 9 Overdracht van bevoegdheden

Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft:

    • 1.

      hoofdstuk 2 (reisdocumenten/identiteitskaart);

    • 2.

      hoofdstuk 3 (rijbewijzen);

    • 3.

      onderdeel 1.4.3 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen);

    • 4.

      onderdeel 1.9.1.1 (verklaring omtrent het gedrag);

    • 5.

      hoofdstuk16 (kansspelen);

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijzigingen van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 10 Overgangsrecht

  • 1.

    De ‘Legesverordening 2019’ van 11 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 11, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 11 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Legesverordening 2020’.

 

 

Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 10 december 2019.

De gemeenteraad van Boxtel,

de griffier,

mw. I.H.M. Smits

de voorzitter,

R.S. van Meygaarden

Tarieventabel 2020 leges

 

Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening 2020

 

Indeling tarieventabel

 

Titel 1 Algemene dienstverlening

Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister n.v.t.

Hoofdstuk 6 Vervallen (Verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens)

Hoofdstuk 7 Bestuursstukken

Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie

Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken

Hoofdstuk 10 Gemeentearchief

Hoofdstuk 11 Huisvestingswet 2014 n.v.t.

Hoofdstuk 12 Leegstandwet n.v.t.

Hoofdstuk 13 Gemeentegarantie n.v.t.

Hoofdstuk 14 Vervallen (Markten)

Hoofdstuk 15 Vervallen (Winkeltijdenwet)

Hoofdstuk 16 Kansspelen

Hoofdstuk 17 Kabels en leidingen

Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer

Hoofdstuk 19 Diversen

 

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen, berekening van bouwkosten en leges

Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

Hoofdstuk 4 Vermindering

Hoofdstuk 5 Teruggaaf

Hoofdstuk 6 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

Hoofdstuk 7 Bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan

Hoofdstuk 8 Verplicht advies agrarische commissie

Hoofdstuk 9 In deze titel niet benoemde beschikking

 

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2

Hoofdstuk 1 Horeca

Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen

Hoofdstuk 3 Seksbedrijven

Hoofdstuk 4 Huisvestingswet 2014 n.v.t.

Hoofdstuk 5 Marktstandplaatsen n.v.t.

Hoofdstuk 6 Winkeltijdenwet

Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

 

NB.

Tarieven gemerkt met * vallen onder de wijzigingsbevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 9 van de Legesverordening.

 

Titel 1 Algemene dienstverlening

 

Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

 

1.1.1

Voor het voltrekken van een huwelijk of de registratie van een partnerschap bedraagt het tarief op:

 

1.1.1.1

dinsdag om 9.00 uur en 9.30 uur, conform artikel 4 van de Wet rechten burgerlijke stand, in de burgerlijke stand kamer van het gemeentehuis in Boxtel

kosteloos

1.1.1.2

maandag, woensdag en donderdag van 9.00 uur tot 16.30 uur, op dinsdag van 10.00 uur tot 16.30 uur en op vrijdag van 9.00 uur tot 12.00 uur

€ 454,00

1.1.1.3

vrijdag van 12.30 uur tot 16.30 uur

€ 570,00

1.1.1.4

zaterdag van 9.00 uur tot 16.30 uur

€ 648,00

1.1.1.5

maandag, dinsdag, woensdag en donderdag van 17.00 uur tot 19.00 uur

€ 586,00

1.1.1.6

vrijdag van 17.00 uur tot 19.00 uur

€ 702,00

1.1.1.7

zaterdag van 17.00 uur tot 19.00 uur

€ 781,00

1.1.2

Het overeenkomstig onderdeel 1.1.1 berekende bedrag wordt als volgt verhoogd:

 

1.1.2.1

voor ieder kwartier, of een gedeelte daarvan, dat het voltrekken van een huwelijk of de registratie van een partnerschap langer duurt dan één uur (dat is de totaal gereserveerde tijd voor aankomst, ceremonie en vertrek)

€ 33,00

1.1.2.2

indien op verzoek van degenen wiens huwelijk voltrokken wordt of wiens partnerschap wordt geregistreerd een eenmalige benoeming moet plaatsvinden van een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (babs)

 

1.1.2.2.1

zonder beëdiging bij de rechtbank

€ 128,00

1.1.2.2.2

met beëdiging bij de rechtbank

€ 193,00

1.1.2.3

indien door de gemeente getuigen worden geleverd, per getuige

€ 33,00

1.1.2.4

indien de datum en/of het tijdstip van de huwelijksvoltrekking of de registratie van het partnerschap verzet wordt

 

1.1.2.4.1

tot 3 maanden vóór de oorspronkelijk geplande datum

€ 64,00

1.1.2.4.2

3 of meer maanden vóór de oorspronkelijk geplande datum

€ 33,00

1.1.2.5

indien de voltrekking van het huwelijk of de registratie van het partnerschap plaatsvindt op een andere locatie dan het gemeentehuis in Boxtel, het oude raadhuis in Liempde, het Protestants Kerkje in Boxtel of Kasteel Stapelen in Boxtel

€ 188,00

1.1.3

De bedragen genoemd in onderdeel 1.1.1 en 1.1.2 omvatten niet de kosten die door derden voor andere locaties dan het gemeentehuis of het oude raadhuis in Liempde in rekening worden gebracht. Deze kosten zijn geen gemeentelijke heffing maar ze worden wel, namens voornoemde derden, door de gemeente geïnd.

 

1.1.4

Voor het annuleren van (de datum en/of het tijdstip van) de huwelijksvoltrekking of de registratie van het partnerschap bedraagt het tarief:

 

1.1.4.1

tot 3 maanden vóór de geplande datum

€ 64,00

1.1.4.2

3 of meer maanden vóór de geplande datum

€ 33,00

1.1.5

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouwboekje of een duplicaat-trouwboekje

€ 40,00

1.1.6

Het tarief bedraagt voor het luiden van het geboorteklokje te Liempde

€ 15,00

1.1.7

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.

 

 

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart*

 

1.2

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag (wettelijk maximum van toepassing):

 

1.2.1

van een nationaal paspoort:

 

1.2.1.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 73,20

1.2.1.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 55,35

1.2.2

van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel 1.2.1 (zakenpaspoort):

 

1.2.2.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 73,20

1.2.2.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 55,35

1.2.3

van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteiten paspoort):

 

1.2.3.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 73,20

1.2.3.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 55,35

1.2.4

van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen

€ 55,35

1.2.5

van een Nederlandse identiteitskaart:

 

1.2.5.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 58,30

1.2.5.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 30,70

1.2.6.

voor de versnelde uitreiking van een in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemd document, zijnde een toeslag op de in die onderdelen genoemde bedragen

€ 49,85

 

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen*

 

1.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs (wettelijk maximum van toepassing)

€ 40,65

1.3.2

Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 worden bij een spoedlevering vermeerderd met (betreft uitsluitend rijkskosten)

€ 34,10

 

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen*

 

1.4.1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

 

1.4.2

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot

 

1.4.2.1

het verstrekken van gegevens, per verstrekking

€ 12,00

1.4.2.2

het verstrekken van een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200)

€ 12,00

1.4.3

In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen (wettelijk maximum van toepassing)

€ 7,50*

1.4.4

Het tarief bedraagt ter zake van het op verzoek doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan besteed kwartier

€ 18,50

 

Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister

 

Dit hoofdstuk is niet van toepassing.

 

Hoofdstuk 6 Verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens

 

Dit hoofdstuk is vervallen op 1 januari 2019.

 

Hoofdstuk 7 Bestuursstukken

 

1.7.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.7.1.1

een exemplaar van de programmabegroting

€ 81,00

1.7.1.2

een exemplaar van de programmarekening

€ 81,00

1.7.1.3

een exemplaar van de nota grondkosten

€ 19,50

1.7.2

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.7.2.1

afschriften van raadsvoorstellen en raadsbesluiten, ingeval van een aanvraag betreffende alle raadsstukken gedurende een geheel kalenderjaar, een zgn. jaarabonnement, indien:

 

1.7.2.1.1

de stukken worden opgehaald op het gemeentehuis

€ 63,00

1.7.2.1.2

de stukken moeten worden toegezonden

€ 120,00

1.7.3

De stukken bedoeld onder 1.7.2 worden slechts verstrekt voor zover zij bestemd zijn voor de openbaarheid.

 

1.7.4

De stukken betreffende raadsbesluiten tot vaststelling van begrotingswijzigingen worden niet verstrekt.

 

1.7.5

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.7.5.1

een exemplaar van de Algemene plaatselijke verordening

€ 62,00

1.7.5.2

een exemplaar van de gemeentelijke bouwverordening met toelichting

€ 63,00

1.7.5.3

een verzameling nadere regelen: per regeling van een verzameling

€ 13,00

1.7.5.4

een besluit tot wijziging van de bouwverordening of de nadere regelen, per bladzijde

€ 13,00

1.7.5.5

Deze bepaling is vervallen op 1 januari 2019 (tekst tot 1 januari 2019: een exemplaar van de drank – en horecaverordening)

 

1.7.5.6

een exemplaar van de verordening onroerende-zaakbelastingen

€ 13,00

1.7.5.7

een exemplaar van de verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten

€ 13,00

1.7.5.8

een exemplaar van de verordening rioolheffing

€ 13,00

1.7.5.9

een exemplaar van de verordening begrafenisrechten

€ 13,00

1.7.5.10

een exemplaar van de beheersverordening begraafplaatsen

€ 13,00

1.7.5.11

een exemplaar van de legesverordening

€ 13,00

1.7.5.12

een exemplaar van de tarieventabel behorende bij de legesverordening

€ 13,00

1.7.5.13

een exemplaar van de marktgeldverordening

€ 13,00

1.7.5.14

een exemplaar van de verordening precariobelasting

€ 13,00

1.7.5.15

een exemplaar van de verordening reclamebelasting

€ 13,00

1.7.5.16

een exemplaar van de verordening parkeerbelastingen

€ 13,00

1.7.5.17

een exemplaar van de verordening rioolaansluitrechten

€ 13,00

1.7.5.18

een exemplaar van de verordening toeristenbelasting

€ 13,00

1.7.5.19

een exemplaar van de regeling tarieven inritten, herstraten en onderhoud objectbewegwijzering

 

€ 13,00

 

Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie

 

1.8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.8.1.1

een fotokopie van een plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in onderdeel 1.8.2.2, structuurplan of stadsvernieuwingsplan:

 

1.8.1.1.1

in formaat A4 of kleiner, per bladzijde

€ 3,10

1.8.1.1.2

in formaat A3, per bladzijde

€ 4,20

1.8.1.2

een plot/kopie (inclusief evt. scannen/snijden/vouwen) van een plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in onderdeel 1.8.2.2, structuurplan of stadvernieuwingsplan: een basistarief van € 19,70 per kwartier vermeerderd met het navolgende tarief (hoogte afhankelijk van al dan niet vlakgevuld en de grootte in mm):

 

 

niet vlakgevuld:

 

 

  • -

    A4-formaat (200 x 273)

€ 3,75

 

  • -

    A3-formaat (287 x 400)

€ 5,65

 

  • -

    A2-formaat (410 x 572)

€ 7,40

 

  • -

    A1-formaat (584 x 819)

€ 11,30

 

  • -

    A0-formaat (824 x 1170) en groter

€ 15,00

 

vlakgevuld:

 

 

  • -

    A4-formaat (200 x 273)

€ 7,40

 

  • -

    A3-formaat (287 x 400)

€ 11,30

 

  • -

    A2-formaat (410 x 572)

€ 14,90

 

  • -

    A1-formaat (584 x 819)

€ 22,45

 

  • -

    A0-formaat (824 x 1170) en groter

€ 30,00

1.8.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit:

 

1.8.2.1

de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, per bladzijde

€ 0,35

1.8.2.2

de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet

€ 0,35

1.8.2.3

een inschrijving in het rijksmonumentenregister die aan de gemeente verzonden is, als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet, per bladzijde

€ 0,35

1.8.2.4

het gemeentelijk erfgoedregister, bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet, per bladzijde

€ 0,35

1.8.2.5

het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a en b, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van die wet, per afschrift/uittreksel of verklaring

€ 13,00

1.8.2

Het tarief voor het verstrekken van informatie vanuit overige bij de gemeente berustende kadastrale stukken, bedraagt per verstrekte informatie

€ 12,00

 

Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken*

 

1.9.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.9.1.1

een verklaring omtrent het gedrag van personen, per stuk (wettelijk maximum van toepassing)

€ 41,35*

1.9.1.2

Deze bepaling is vervallen op 1 januari 2019 (tekst tot 1 januari 2019: een bewijs van in leven zijn)

 

1.9.1.3

een legalisatie van een handtekening

€ 12,00

1.9.1.4

Deze bepaling is vervallen op 1 januari 2019 (tekst tot 1 januari 2019: een uittreksel uit het persoonsregister of de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens)

 

1.9.1.5

Deze bepaling is vervallen op 1 januari 2019 (tekst tot 1 januari 2019: een bewijs van Nederlanderschap)

 

1.9.1.6

Deze bepaling is vervallen op 1 januari 2019 (tekst tot 1 januari 2019: overige verklaringen betreffende een persoon)

 

1.9.2

Deze bepaling is vervallen en overgebracht naar 1.1.7

 

 

Hoofdstuk 10 Gemeentearchief

 

1.10.1

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van nasporingen, ongeacht het resultaat, in de in het gemeentearchief berustende stukken, het statisch documentatiemateriaal inbegrepen, door een ambtenaar per kwartier

€ 18,50

1.10.2

Voor het door een ambtenaar zoeken van in het gemeentearchief berustende stukken (dossiers), het overhandigen van deze stukken en het toestaan van het zelfstandig door een burger doen van nasporingen zijn geen leges verschuldigd.

 

 

Hoofdstuk 11 Huisvestingswet 2014

 

Dit hoofdstuk is niet van toepassing.

 

Hoofdstuk 12 Leegstandswet

 

Dit hoofdstuk is niet van toepassing.

 

Hoofdstuk 13 Gemeentegarantie

 

Dit hoofdstuk is niet van toepassing.

 

Hoofstuk 14 Markten

 

Dit hoofdstuk is vervallen en overgebracht naar titel 3, hoofdstuk 5 (Marktstandplaatsen).

 

Hoofdstuk 15 Winkeltijdenwet

 

Dit hoofdstuk is vervallen en overgebracht naar titel 3, hoofdstuk 6 (Winkeltijdenwet).

 

Hoofdstuk 16 Kansspelen*

 

1.16.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:

 

1.16.1.1

voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat

€ 56,50

1.16.1.2

voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten

 

1.16.1.2.1

voor de eerste kansspelautomaat

€ 56,50

1.16.1.2.2

voor iedere volgende kansspelautomaat

€ 34,00

1.16.1.3

voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd

€ 226,50

1.16.1.4

voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd

 

1.16.1.4.1

voor de eerste kansspelautomaat

€ 226,50

1.16.1.4.2

voor iedere volgende kansspelautomaat

€ 136,00

1.16.2

De onderdelen 1.16.1.1 en 1.16.1.2 zijn van overeenkomstige toepassing, indien de vergunning geldt voor een tijdvak, korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd onderscheidenlijk verhoogd worden.

 

 

Hoofdstuk 17 Kabels en leidingen

 

1.17.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag in verband met het verkrijgen van een instemmingsbesluit of vergunning, als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden:

 

1.17.1.1

indien het betreft tracés tot 500 m1

€ 360,00

1.17.1.2

indien het betreft tracés vanaf 501 m1 tot 2.000 m1

€ 723,00

1.17.1.3

indien het betreft tracés vanaf 2.001m1 tot 3.000 m1

€ 1.177,00

1.17.1.4

voor een tracé met een lengte van meer dan 3.000 m1 of meer blijkt het bedrag, van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de netbeheerder meegedeelde kosten, uit een begroting die ter zake door of vanwege het college van burgemeester en wethouders is opgesteld

 

1.17.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden voor tracés tot 25 m1

€ 80,00

1.17.3

Indien met betrekking tot een aanvraag overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente, andere beheerders van openbare grond en de netbeheerder van het netwerk en/of andere netbeheerders of belanghebbenden, wordt het in 1.17.1 genoemde bedrag per overleg verhoogd met

€ 373,00

1.17.4

Indien met betrekking tot een aanvraag onderzoek naar de status van de kabel plaatsvindt, blijkt het bedrag, van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de netbeheerder meegedeelde kosten, uit een begroting die ter zake door of vanwege het college van burgemeester en wethouders is opgesteld

 

1.17.5

indien een begroting als bedoeld in 1.17.1.4 of 1.17.4. is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan netbeheerder ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer

 

1.18.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot:

 

1.18.1.1

het verkrijgen of het verlengen van een gehandicaptenparkeerkaart (bestuurders- of passagierskaart)

€ 28,70

1.18.1.2

het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerplaats

€ 14,00

1.18.2.

Het legesbedrag als bedoeld in 1.18.1 wordt verhoogd met het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager mede te delen bedrag van de kosten van medische keuring, blijkende uit een begroting die terzake door of vanwege het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Voor de toepassing van deze tabel wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting van de kosten van medische keuring aan de aanvrager ter kennis is gebracht.

 

1.18.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 148 van de Wegenverkeerswet voor het houden van een wedstrijd met voertuigen op de weg

€ 103,00

1.18.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van de resultaten van gehouden verkeersmetingen op locaties binnen de gemeente Boxtel, per locatie

€ 34,00

1.18.5

Het tarief bedraagt voor in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

€ 31,00

 

Hoofdstuk 19 Diversen

 

1.19.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.19.1.1

gewaarmerkte afdrukken van documenten, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, op 80 grams wit papier van A4-formaat en in zwart/wit , per:

 

 

enkelzijdige afdruk

€ 0,15

 

dubbelzijdige afdruk

€ 0,25

1.19.1.2

afdrukken van documenten, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

 

 

Afdrukken van documenten

 

 

Zwart/wit afdrukken

 

1.19.1.2.1

in zwart/wit, op papier van A4-formaat:

 

1.19.1.2.1.1

wit papier, 80 grams:

 

 

voor de eerste 5 afdrukken, per afdruk

Gratis

 

voor elke volgende afdruk, per:

 

 

enkelzijdige afdruk

€ 0,15

 

dubbelzijdig afdruk

€ 0,25

1.19.1.2.1.2

gekleurd papier, 80 grams, per:

 

 

enkelzijdige afdruk

€ 0,20

 

dubbelzijdige afdruk

€ 0,30

1.19.1.2.1.3

wit papier, 170 grams, per:

 

 

enkelzijdige afdruk

€ 0,30

 

dubbelzijdige afdruk

€ 0,35

1.19.1.2.1.4

gekleurd papier, 170 grams, per:

 

 

enkelzijdige afdruk

€ 0,40

 

dubbelzijdige afdruk

€ 0,45

1.19.1.2.2

in zwart/wit, op wit papier:

 

1.19.1.2.2.1

A0-formaat, per enkelzijdige afdruk

€ 8,00

1.19.1.2.2.2

A1-formaat, per enkelzijdige afdruk

€ 6,50

1.19.1.2.2.3

A2-formaat, per enkelzijdige afdruk

€ 6,25

1.19.1.2.2.4

914 mm, per m1

€ 6,20

1.19.1.2.2.5

A3-formaat, 80 grams, per:

 

 

enkelzijdige afdruk

€ 0,25

 

dubbelzijdige afdruk

€ 0,30

 

Kleuren afdrukken

 

1.19.1.2.3

in kleur, op wit papier:

 

1.19.1.2.3.1

A4-formaat, 80 grams, per:

 

 

enkelzijdige afdruk

€ 1,70

 

dubbelzijdige afdruk

€ 3,25

1.19.1.2.3.2

A4-formaat, 170 grams, per:

 

 

enkelzijdige afdruk

€ 1,75

 

dubbelzijdige afdruk

€ 3,35

1.19.1.2.3.3

A3-formaat, 80 grams, per:

 

 

enkelzijdige afdruk

€ 1,85

 

dubbelzijdige afdruk

€ 3,60

 

Scans

 

1.19.1.2.4

scan, A0-formaat, per scan

€ 5,90

 

Afdrukken van kaarten en tekeningen

 

1.19.1.3

afdrukken van kaarten en tekeningen, al dan niet behorend bij de in de onderdelen 1.19.1.1 en 1.19.1.2 genoemde stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

 

1.19.1.3.1

op wit papier van A2-formaat, per afdruk in zwart/wit

€ 6,35

1.19.1.3.2

op wit papier van A1-formaat, per afdruk in zwart/wit

€ 6,50

1.19.1.3.3

op wit papier van A0-formaat, per afdruk in zwart/wit

€ 8,15

1.19.1.4

afdrukken van kaarten en tekeningen van landmeten en vastgoedinformatie:

 

1.19.1.4.1

op wit papier van A4-formaat, per afdruk

€ 13,00

1.19.1.4.2

op wit papier van A3-formaat, per afdruk

€ 13,65

1.19.1.4.3

op wit papier van A2, A1 of A0-formaat, per afdruk

€ 20,85

1.19.1.5

de gemeentelijke basiskaart G.B.K. in digitale vorm uit een geautomatiseerd kaartbestand, per H.A.

 

1.19.1.5.1

voor landelijk gebied

 

 

open bebouwing

€ 3,00

 

gesloten bebouwing

€ 10,40

 

gesloten bebouwing incl. straatmeubilair

€ 13,35

1.19.1.5.2

voor bebouwde kom

 

 

open bebouwing

€ 37,55

 

gesloten bebouwing

€ 46,50

 

gesloten bebouwing incl. straatmeubilair

€ 55,10

1.19.1.6

de gemeentelijke basiskaart G.B.K. op diskette

 

1.19.1.6.1

per kaartblad

€ 42,30

1.19.1.6.2

per willekeurige uitsnede

€ 84,65

1.19.1.6.3

bij het omzetten in DXF, het onder 1.19.1.6.1 en/of 1.19.1.6.2 genoemd tarief verhoogd met een tarief per bestand van

€ 42,30

1.19.1.7

kaarten en tekeningen, vervaardigd via een plot en afgedrukt op papier, per H.A. voor

 

1.19.1.7.1

landelijk gebied

€ 0,70

1.19.1.7.2

bebouwde kom

€ 8,35

1.19.1.7.3

bebouwde kom incl. straatmeubilair

€ 12,35

1.19.2

De onder 1.19.1.7 genoemde tarieven worden verhoogd met een tarief per aangemaakt bestand van

 

€ 20,65

1.19.3

Onder het begrip “afdruk”, zoals genoemd in dit hoofdstuk, wordt verstaan: de neerslag op papier in de vorm van een tekst of afbeelding, verkregen door middel van printen, kopiëren, plotten, lichtdrukken, dan wel middels iedere andere techniek.

 

1.19.4

Tenzij in dit hoofdstuk anders staat vermeld, wordt onder het begrip “per afdruk” verstaan: een afdruk per bladzijde.

 

1.19.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning of ontheffing op grond van de Algemene plaatselijke verordening, voor zover in dit hoofdstuk niet apart genoemd, per beschikking

€ 32,00

1.19.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:

 

1.19.6.1

een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2.6.2 van de Algemene plaatselijke verordening voor het afleveren van consumentenvuurwerk

€ 104,00

1.19.6.2

een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 5.2.6. van de Algemene plaatselijke verordening (snuffelmarkt)

€ 70,00

1.19.6.3

een aanvraag tot het verkrijgen van een exploitatievergunning als bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening

€ 145,00

1.19.7

Het tarief voor het verstrekken van een nachtregister als bedoeld in artikel 2.3.2.3. van de Algemene plaatselijke verordening bedraagt per register

€ 15,50

1.19.8

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een duplicaat van een aanslagbiljet

€ 13,50

1.19.9

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.19.9.1

een beschikking, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen

€ 13,50

1.19.9.2

stukken of uittreksels, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

€ 13,50

1.19.10

Indien de ingevolge deze tarieventabel berekende leges worden geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving welke op verzoek van de belastingplichtige moet worden toegezonden, wordt het ingevolge deze tarieventabel verschuldigde bedrag verhoogd met

€ 33,00

1.19.11

Onverminderd het bepaalde onder 1.19.10 wordt, indien de in deze tarieventabel genoemde afdrukken en/of bescheiden op verzoek van de belastingplichtige moeten worden toegezonden, het ingevolge deze tarieventabel verschuldigde bedrag verhoogd met

€ 15,50

 

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

 

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen, berekening van bouwkosten en leges

 

2.1.1

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

 

2.1.1.1

bouwkosten:

 

2.1.1.1.1

de kosten, exclusief omzetbelasting, berekend volgens het bij deze tarieventabel behorende “Overzicht bouwkosten ten behoeve van berekeningen voor de bouwleges-toets, vastgesteld in ROEB-overleg 10 september 2019”.

 

2.1.1.1.2

als de bouwkosten niet volgens het in 2.1.1.1.1 genoemde overzicht berekend kunnen worden, het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, de omzetbelasting daarin niet inbegrepen, en indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt of indien nog geen sprake is van een aangegane verplichting, de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen.

 

2.1.1.2

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

 

2.1.1.3

Gebruiksoppervlakte: de gebruiksoppervlakte als bedoeld in het Bouwbesluit 2012.

 

2.1.2

In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

 

2.1.3

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

 

2.1.4

Voor de berekening van de leges worden de bouwkosten naar boven afgerond op een duizendvoud.

 

2.1.5

Het ingevolge 2.3.1 berekende bedrag aan leges wordt naar beneden afgerond op hele euro’s.

 

2.1.6

Voor de berekening van de leges als bedoeld in 2.3.5 wordt de gebruiksoppervlakte naar boven afgerond op hele m².

 

 

Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag

 

2.2

Voor zover een conceptaanvraag, schetsplan of principeverzoek, waarbij slechts medewerking kan worden verleend indien een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, een wijzigings- of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening wordt vastgesteld of een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt verleend, op verzoek van de aanvrager na het nemen van een principebesluit door het college van burgemeester en wethouders verder beoordeeld moet worden, is voor het in behandeling nemen daarvan - ongeacht het resultaat van de beoordeling - een bedrag verschuldigd ter hoogte van:

 

 

  • -

    indien sprake is van een klein initiatief:

€ 572,00

 

  • -

    indien sprake is van een groot initiatief:

€ 2.879,00

 

  • -

    indien sprake is van een projectinitiatief:

€ 5.762,00

 

  • -

    in andere gevallen:

€ 572,00

 

Of sprake is van een klein initiatief, groot initiatief of projectinitiatief wordt bepaald overeenkomstig titel 2, hoofdstuk 3, onderdeel 3.

 

 

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

 

2.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

2.3.1

Bouwactiviteiten

 

2.3.1.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief bij een bedrag aan bouwkosten van:

 

2.3.1.1.1

€ 5.000,00 of minder 51,8 ‰ van die bouwkosten met een minimum van

€ 200,00

2.3.1.1.2

meer dan € 5.000,00 doch niet meer dan € 25.000,00

vermeerderd met 45,0 ‰ van het bedrag waarmede die bouwkosten € 5.000,00 te boven gaan;

€ 259,00

2.3.1.1.3

meer dan € 25.000,00 doch niet meer dan € 50.000,00

vermeerderd met 36,6 ‰ van het bedrag waarmede die bouwkosten € 25.000,00 te boven gaan;

€ 1.159,00

2.3.1.1.4

meer dan € 50.000,00 doch niet meer dan € 250.000,00

vermeerderd met 34,8 ‰ van het bedrag waarmede die bouwkosten € 50.000,00 te boven gaan;

€ 2.074,00

2.3.1.1.5

meer dan € 250.000,00 doch niet meer dan € 500.000,00

vermeerderd met 26,1 ‰ van het bedrag waarmede die bouwkosten € 250.000,00 te boven gaan;

€ 9.034,00

2.3.1.1.6

meer dan € 500.000,00

vermeerderd met 19,9 ‰ van het bedrag waarmede die bouwkosten € 500.000,00 te boven gaan;

€ 15.559,00

2.3.1.2

Achteraf ingediende aanvraag

 

 

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1 bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit:

50%

 

van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges, met een maximum van

€ 2.500,00

2.3.2

Aanlegactiviteiten

 

2.3.2.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief per te onderscheiden werk of werkzaamheid:

 

 

voor het eerste werk

€ 109,00

 

voor elk volgend werk

€ 235,00

 

met een maximum van

€ 1.527,00

 

Met onderscheiden werken of werkzaamheden worden bedoeld de in het bestemmingsplan apart benoemde uit te voeren werken en/of werkzaamheden die tezamen moeten worden uitgevoerd om het doel van de gevraagde vergunning te bereiken.

 

2.3.2.2

Het verschuldigde bedrag op grond van onderdeel 2.3.2.1 wordt, indien de aanvraag slechts kan worden afgehandeld op basis van een advies door een externe instantie (bijv. Werkgroep Uitvoering Bestemmingsplannen Buitengebied), verhoogd met

€ 68,00

2.3.3

Planologisch strijdig gebruik

 

2.3.3.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk:

 

2.3.3.1.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo (binnenplanse afwijking) of artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking):

20%

 

van het op grond van onderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag,

 

 

met een minimum van

€ 572,00

 

en een maximum van

€ 1.149,00

 

indien de aanvraag betrekking heeft op een klein initiatief.

 

 

Onder klein initiatief wordt verstaan

  • -

    het uitbreiden en verbouwen van woningen;

  • -

    het uitbreiden van gebouwen, niet zijnde woningen, met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 500 m2;

  • -

    het verbouwen van gebouwen, niet zijnde woningen, voor zover genoemd in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht;

  • -

    het bouwen, uitbreiden en verbouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, voor zover genoemd in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht;

  • -

    het wijzigen van het gebruik als bedoeld in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 500 m2;

  • -

    het realiseren van mantelzorg door het verbouwen van de woning, het bouwen of verbouwen van een bijgebouw;

  • -

    het toevoegen van een woning door splitsing van een bestaande woning;

  • -

    het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan.

 

2.3.3.1.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo (binnenplanse afwijking) of artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking):

20%

 

van het op grond van onderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag,

 

 

met een minimum van

€ 2.879,00

 

en een maximum van

€ 5.762,00

 

indien de aanvraag betrekking heeft op een groot initiatief.

 

 

Onder groot initiatief wordt verstaan

  • -

    het bouwen van maximaal 3 woningen;

  • -

    het bouwen van een nieuw hoofdgebouw, niet zijnde een woning, met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 500 m2;

  • -

    het uitbreiden van gebouwen, niet zijnde woningen, met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m2 doch niet meer dan 2.500 m2;

  • -

    het verbouwen van gebouwen, niet zijnde woningen, voor zover niet genoemd in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht;

  • -

    het bouwen, uitbreiden en verbouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, voor zover niet genoemd in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht;

  • -

    het wijzigen van het gebruik als bedoeld in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m2.

 

2.3.3.1.3

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo (binnenplanse afwijking) of artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking):

20%

 

van het op grond van onderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag,

 

 

met een minimum van

€ 5.762,00

 

en een maximum van

€ 11.528,00

 

indien de aanvraag betrekking heeft op een projectinitiatief.

 

 

Onder projectinitiatief wordt verstaan

  • -

    het bouwen van 4 of meer woningen;

  • -

    het bouwen van een nieuw hoofdgebouw, niet zijnde een woning, met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m2;

  • -

    het uitbreiden van gebouwen, niet zijnde woningen, met een gebruiksoppervlakte van meer dan 2.500 m2;

  • -

    het bouwen, uitbreiden en verbouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, in de vorm van een civieltechnisch werk (kunstwerk), zoals een brug, tunnel, viaduct en daarmee vergelijkbare bouwwerken.

 

2.3.3.1.4

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo (binnenplanse afwijking) of artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking): het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld, voor zover de aanvraag geen betrekking heeft op een klein initiatief, groot initiatief of projectinitiatief, als bedoeld in de onderdelen 2.3.3.1.1, 2.3.3.1.2 en 2.3.3.1.3. Indien voornoemde begroting is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

2.3.3.2

Indien bij de toepassing van de artikelen 2.3.3.1.1, 2.3.3.1.2, 2.3.3.1.3 en 2.3.3.1.4 niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a. van de Wabo is het tarief gelijk aan het minimumtarief als genoemd in de voornoemde onderdelen.

 

2.3.3.3

Indien bij de toepassing van de artikelen 2.3.3.1.1, 2.3.3.1.2, 2.3.3.1.3 en 2.3.3.1.4 de aanvraag betrekking heeft op een initiatief waarvoor beleidsregels als bedoeld in Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn en voor de motivering van de beslissing op de aanvraag kan worden volstaan met een verwijzing naar die beleidsregel, vindt vermindering plaats van het volgens artikel 2.3.3.1.1, 2.3.3.1.2, 2.3.3.1.3, 2.3.3.1.4 bepaalde tarief met:

50%

2.3.3.4

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk:

 

2.3.3.4.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking):

€ 4.610,00

 

indien de aanvraag betrekking heeft op een klein initiatief.

 

 

Onder klein initiatief wordt verstaan

  • -

    het uitbreiden en verbouwen van woningen

  • -

    het uitbreiden van gebouwen, niet zijnde woningen, met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 500 m2;

  • -

    het verbouwen van gebouwen, niet zijnde woningen, voor zover niet genoemd in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht;

  • -

    het bouwen, uitbreiden en verbouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, voor zover niet genoemd in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.

  • -

    het wijzigen van het gebruik als bedoeld in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht met een gebruiksoppervlakte van meer dan 1.500 m2;

  • -

    het realiseren van mantelzorg door het verbouwen van de woning, het bouwen of verbouwen van een bijgebouw;

  • -

    het toevoegen van een woning door splitsing van een bestaande woning;

  • -

    het wijzigen van het gebruik van gronden buiten de bebouwde kom met een perceelsoppervlakte van niet meer dan 5.000 m2.

Onder bebouwde kom wordt verstaan de bebouwde kom als bedoeld in artikel 1.3 van de bouwverordening.

 

2.3.3.4.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking):

 

 

per eenheid,

€ 6.915,00

 

met een minimum van

€ 13.834,00

 

en een maximum van

€ 20.754,00

 

indien de aanvraag betrekking heeft op een groot initiatief.

 

 

Onder groot initiatief wordt verstaan

  • -

    het bouwen van maximaal 3 woningen;

  • -

    het bouwen van een nieuw hoofdgebouw, niet zijnde een woning, met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 500 m2;

  • -

    het uitbreiden van gebouwen, niet zijnde woningen, met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m2 doch niet meer dan 1.500 m2;

  • -

    het verbouwen van gebouwen, niet zijnde woningen, voor zover niet genoemd in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht;

  • -

    het bouwen, uitbreiden en verbouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, voor zover niet genoemd in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht;

  • -

    het wijzigen van het gebruik van gronden binnen de bebouwde kom met een perceelsoppervlakte van niet meer dan 1.500 m2;

  • -

    het wijzigen van het gebruik van gronden buiten de bebouwde kom met een perceelsoppervlakte van meer dan 5.000 m2 maar niet meer dan 15.000 m2.

Onder eenheid wordt verstaan een woning bij het bouwen van woningen. In andere gevallen geldt iedere 500 m2 gebruiksoppervlakte, 500 m2 perceelsoppervlakte binnen de bebouwde kom of 5.000 m2 perceelsoppervlakte buiten de bebouwde kom als eenheid. De gebruiksoppervlakte of perceelsoppervlakte wordt hiertoe naar boven afgerond in veelvouden van 500 m2 resp. 5.000 m2. Onder bebouwde kom wordt verstaan de bebouwde kom als bedoeld in artikel 1.3 van de bouwverordening.

 

2.3.3.4.3

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking):

 

 

per eenheid,

€ 5.186,00

 

met een minimum van

€ 20.754,00

 

en een maximum van

€ 69.186,00

 

indien de aanvraag betrekking heeft op een projectinitiatief.

 

 

Onder projectinitiatief wordt verstaan

  • -

    het bouwen van 4 maar niet meer dan 20 woningen;

  • -

    het bouwen van een nieuw hoofdgebouw, niet zijnde een woning, met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m2 maar niet meer dan 5.000 m2;

  • -

    het uitbreiden van gebouwen, niet zijnde woningen, met een gebruiksoppervlakte van meer dan 1.500 m2 maar niet meer dan 5.000 m2;

  • -

    het bouwen, uitbreiden en verbouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, in de vorm van een civieltechnisch werk (kunstwerk), zoals een brug, tunnel, viaduct en daarmee vergelijkbare bouwwerken;

  • -

    het wijzigen van het gebruik van gronden binnen de bebouwde kom met een perceelsoppervlakte van meer dan 1.500 m2 maar niet meer dan 5.000 m2;

  • -

    het wijzigen van het gebruik van gronden buiten de bebouwde kom met een perceelsoppervlakte van meer dan 15.000 m2.

Onder eenheid wordt verstaan een woning bij het bouwen van woningen. In andere gevallen geldt iedere 500 m2 gebruiksoppervlakte, 500 m2 perceelsoppervlakte binnen de bebouwde kom of 5.000 m2 perceelsoppervlakte buiten de bebouwde kom als eenheid. De gebruiksoppervlakte of perceelsoppervlakte wordt hiertoe naar boven afgerond in veelvouden van 500 m2 resp. 5.000 m2.

Onder bebouwde kom wordt verstaan de bebouwde kom als bedoeld in artikel 1.3 van de bouwverordening.

 

2.3.3.5

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo en indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk, het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld, voor zover de aanvraag geen betrekking heeft op een klein initiatief, groot initiatief of projectinitiatief, als bedoeld in de onderdelen 2.3.3.4.1, 2.3.3.4.2 en 2.3.3.4.3. Indien voornoemde begroting is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

2.3.3.6

Indien de goede ruimtelijke onderbouwing als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo door of vanwege het gemeentebestuur wordt opgesteld, wordt het tarief als bedoeld in artikel 2.3.3.4 en 2.3.3.5 verhoogd met aan de aanvrager meegedeelde kosten van het opstellen, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien voornoemde begroting is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

2.3.3.7.

Indien een aanvraag om een omgevingsvergunning waarbij artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast wordt ingetrokken binnen een termijn van 8 weken na het in behandeling nemen ervan, vindt vermindering plaats tot het volgens artikel 2.3.3.4.1. bepaalde tarief.

 

2.3.3.8

Indien een aanvraag om een omgevingsvergunning waarbij artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast, wordt ingetrokken op een later tijdstip dan binnen een termijn van 8 weken na het in behandeling nemen ervan maar op een tijdstip voordat het ontwerp van het te nemen besluit als bedoeld in artikel 3:11 van de Algemene wet bestuursrecht, ter inzage is gelegd, vindt vermindering plaats van het volgens artikel 2.3.3.4.2, 2.3.3.4.3, 2.3.3.5 bepaalde tarief met:

25%

 

met dien verstande dat minimaal verschuldigd is het volgens artikel 2.3.3.4.1 bepaalde tarief.

 

2.3.3.9

Indien de omgevingsvergunning waarbij artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast, wordt geweigerd, waarbij tevens het ontwerp van het te nemen besluit als bedoeld in artikel 3:11 van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd waarvan de strekking luidde de omgevingsvergunning te weigeren, vindt vermindering plaats tot het volgens artikel 2.3.3.4.1 bepaalde tarief.

 

2.3.3.10

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk, indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit).

€ 572,00

2.3.4

vervallen

 

2.3.5

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk, bij een gebruiksoppervlakte van

 

 

100 m² of minder

€ 472,00

 

meer dan 100 m² doch niet meer dan 500 m²

€ 953,00

 

meer dan 500 m²

€ 1.431,00

2.3.6

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

 

2.3.6.1

Indien en voor zover de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, of artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo met betrekking tot een krachtens de gemeentelijke erfgoedverordening aangewezen monument of object, waarvoor op grond van die verordening een vergunning is vereist, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk:

 

2.3.6.1.1

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument:

€ 13,00

2.3.6.1.2

voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

€ 13,00

2.3.6.2

Indien en voor zover de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de Wabo, op het slopen van een bouwwerk in een krachtens de gemeentelijke erfgoedverordening aangewezen stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder c, van de Wabo, waarvoor op grond van die gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk:

€ 13,00

2.3.7

Wet geluidhinder

 

2.3.7.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het starten van een procedure ter vaststelling van een hogere grenswaarde als bedoeld in de Wet geluidhinder, bedraagt

€ 922,00

2.3.7.2

Indien een verzoek als bedoeld in 2.3.7.1 betrekking heeft op meer dan één geluidsgevoelige bestemming, dan wordt het tarief verhoogd met € 84,50 per geluidsgevoelige bestemming waarmee het verzoek het aantal van één geluidsgevoelige bestemming te boven gaat.

 

2.3.8

Kappen

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo in samenhang met artikel 4.3.2 van de Algemene plaatselijke verordening, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk:

€ 32,00

2.3.9

Andere activiteiten

 

 

Indien en voor zover de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien voornoemde begroting is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

2.3.10

Omgevingsvergunning in twee fasen

 

 

Deze bepaling is vervallen op 1 januari 2019.

 

2.3.10.1

Deze bepaling is vervallen op 1 januari 2019.

 

2.3.10.2

Deze bepaling is vervallen op 1 januari 2019.

 

2.3.11

Beoordeling bodemrapport

 

 

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld:

 

2.3.11.1

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport

€ 78,00

2.3.11.2

voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport

€ 425,00

2.3.12

Toetsing zorgvuldige veehouderij

 

 

Indien krachtens wettelijk voorschrift voor een in deze titel genoemde aanvraag getoetst dient te worden aan de regels met betrekking tot een zorgvuldige veehouderij, zoals opgenomen in een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 resp. een verordening als bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt het ingevolge deze titel verschuldigde bedrag verhoogd met

€ 1.645,00

2.3.13

Advies

 

2.3.13.1

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.3.13.2

Indien een begroting als bedoeld in 2.3.13.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

2.3.14

Verklaring van geen bedenkingen

 

2.3.14.1

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.3.14.2

Indien een begroting als bedoeld in 2.3.14.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

Hoofdstuk 4 Vermindering

 

2.4.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om beoordeling van een conceptaanvraag als bedoeld in hoofdstuk 2, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van het vooroverleg of de beoordeling van de conceptaanvraag geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning bedoeld in hoofdstuk 3.

 

2.4.2

Deze bepaling is vervallen op 1 januari 2019 (tekst tot 1 januari 2019: indien een of meer aanvragen om een omgevingsvergunning gecoördineerd worden voorbereid overeenkomstig afdeling 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, met een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, een wijzigings- of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt het totaalbedrag aan leges verminderd met …)

 

 

Hoofdstuk 5 Teruggaaf

 

2.5.1

Teruggaaf als gevolg van het verder buiten behandeling laten van een aanvraag omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten

Als de gemeente een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouwactiviteiten, als bedoeld in onderdeel 2.3.1, overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet verder behandelt, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt 80% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges, met dien verstande dat minimaal verschuldigd is het minimumbedrag dat resulteert uit de toepassing van de voornoemde onderdelen.

 

2.5.2

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouwactiviteiten, als bedoeld in de onderdeel 2.3.1, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente maar nog niet is afgehandeld, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

 

2.5.2.1

indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van 4 weken na het in behandeling nemen ervan

50%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges, met dien verstande dat minimaal verschuldigd is het minimumbedrag dat resulteert uit de toepassing van de voornoemde onderdelen;

 

2.5.2.2

indien de aanvraag wordt ingetrokken op een later tijdstip dan binnen een termijn van 4 weken na het in behandeling nemen ervan

25%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges, met dien verstande dat minimaal verschuldigd is het minimumbedrag dat resulteert uit de toepassing van de voornoemde onderdelen;

 

2.5.3

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouwactiviteiten, als bedoeld in onderdeel 2.3.1, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt.

 

 

De teruggaaf bedraagt:

25%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges, met dien verstande dat minimaal verschuldigd is het minimumbedrag dat resulteert uit de toepassing van de voornoemde onderdelen.

 

2.5.4

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten

 

2.5.4.1

Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouwactiviteiten, als bedoeld in onderdeel 2.3.1 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges.

 

 

De teruggaaf bedraagt:

25%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges, met dien verstande dat minimaal verschuldigd is het minimumbedrag dat resulteert uit de toepassing van de voornoemde onderdelen.

 

2.5.4.2

Onder een weigering bedoeld in onderdeel 2.5.4.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

 

2.5.5

Geen teruggaaf legesdeel toetsing zorgvuldige veehouderij,advies of verklaring van geen bedenkingen

Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.12, 2.3.13 en 2.3.14. wordt geen teruggaaf verleend.

 

 

Hoofdstuk 6 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

 

2.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project: het bedrag dat resulteert uit de toepassing van hoofdstuk 3, onder verrekening met de voor de oorspronkelijke vergunningaanvraag geheven leges, met dien verstande dat minimaal verschuldigd is het minimumbedrag dat resulteert uit de toepassing van de in hoofdstuk 3 genoemde onderdelen.

 

 

Hoofdstuk 7 Bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan

 

2.7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening:

2/3 deel

 

van het tarief bepaald door toepassing van de artikelen 2.3.3.4 en 2.3.3.5.

 

2.7.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen of uitwerken van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening:

1/3 deel

 

van het tarief bepaald door toepassing van de artikelen 2.3.3.4 en 2.3.3.5.

 

2.7.3

Indien de aanvraag als bedoeld in dit hoofdstuk is voorafgegaan door een aanvraag om beoordeling van een conceptaanvraag als bedoeld in hoofdstuk 2, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van het vooroverleg of de beoordeling van de conceptaanvraag geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag als bedoeld in dit hoofdstuk.

 

2.7.4

Indien het bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 2.7.1 of 2.7.2 door of vanwege het gemeentebestuur wordt opgesteld wordt het tarief als bedoeld in artikel 2.7.1. of 2.7.2. verhoogd met de aan de aanvrager meegedeelde kosten van het opstellen, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien voornoemde begroting is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

Hoofdstuk 8 Verplicht advies agrarische commissie

 

2.8

Indien krachtens wettelijk voorschrift voor een in deze titel genoemde aanvraag een advies van de agrarische commissie nodig is en wordt beoordeeld, wordt het ingevolge deze titel verschuldigde bedrag verhoogd met:

€ 750,00

 

Hoofdstuk 9 In deze titel niet benoemde beschikking

 

2.9

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde beschikking: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien voornoemde begroting is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2

 

Hoofdstuk 1 Horeca

 

3.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet

€ 295,00

3.1.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een reeds verleende vergunning ingevolge artikel 3 van de Drank- en Horecawet in verband met:

 

 

  • -

    wijziging van tenaamstelling van de onderneming, wijziging leidinggevenden

€ 70,50

 

  • -

    het aanbrengen van een wijziging in de omschrijving van een lokaliteit

€ 33,00

3.1.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet

€ 70,50

 

Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen

 

3.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2.2.2 van de Algemene plaatselijke verordening voor het organiseren van een evenement, indien het betreft:

 

3.2.1.1

een regulier evenement (A-evenement)

€ 100,00

3.2.1.2

een evenement met een verhoogd risico (B-evenement)

€ 1.000,00

3.2.1.3

een risico evenement (C-evenement)

€ 8.000,00

 

Hoofdstuk 3 Seksbedrijven

 

3.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag c.q. melding tot:

 

3.3.1.1

het verkrijgen van een vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting of een escortbedrijf als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening

€ 2.004,00

3.3.1.2

het verkrijgen van een vergunning voor het wijzigen van een seksinrichting of een escortbedrijf als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening

€ 1.002,00

3.3.1.3

wijziging van beheer, uitsluitend in de persoon van de beheerder (melding ingevolge artikel 3.4.2, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening)

€ 70,50

 

Hoofdstuk 4 Huisvestingswet 2014

 

Dit hoofdstuk is niet van toepassing.

 

Hoofdstuk 5 Marktstandplaatsen

 

Dit hoofdstuk is niet van toepassing.

 

Hoofdstuk 6 Winkeltijdenwet

 

3.6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing of vrijstelling in het kader van de Winkeltijdenwet

€ 55,50

 

Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

 

3.7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

€ 32,00

 

 

Behoort bij raadsbesluit van 10 december 2019.

 

 

Mij bekend,

 

de griffier,

 

mw. I.H.M. Smits

Bijlage - Overzicht als bedoeld in onderdeel 2.1.1.1.1 van de tarieventabel, behorende bij de Legesverordening 2020

 

R

egionaal

 

 

 

O

verleg

 

 

 

E

indhoven

 

 

 

B

ouwtoezicht

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overzicht bouwkosten ten behoeve van berekeningen voor de bouwleges-toets

 

Vastgesteld in ROEB-overleg 10 september 2019.

 

 

 

2020

2020

 

 

De vermelde prijzen gelden per eenheid zoals vermeld

excl. BTW

incl. 21% BTW

eenheid

 

 

 

(euro)

(euro)

(bruto)

1.

WONINGEN

 

 

 

 

1.1

Rijtjeswoningen

211,00

255,31

per m3

 

1.2

Halfvrijstaande woningen

255,00

308,55

per m3

 

1.3

Vrijstaande woningen / appartementen

285,00

344,85

per m3

 

1.4

Bungalows

304,00

367,84

per m3

 

1.5

Woonwagens (nieuw en verplaatst)

192,00

232,32

per m3

 

1.6

(Tijdelijke) woonunit

192,00

232,32

per m3

 

1.7

Recreatiewoning

192,00

232,32

per m3

 

 

 

 

 

 

2.

WONINGUITBREIDINGEN EN VERBOUWINGEN

 

 

 

 

2.1

Uitbreiding woonruimte / dakopbouw

289,00

349,69

per m3

 

2.2

Uitbreiding bergruimte / garage

128,00

154,88

per m3

 

2.3

Kelder

265,00

320,65

per m3

 

2.4

Serre

574,00

694,54

per m2

 

2.5

Verandering woonruimte (inpandig)

133,00

160,93

per m3

 

2.6

Dakkapel

1.098,00

1.328,58

per m1

 

2.7

Gevelwijziging

593,00

717,53

per m2

 

2.8

Nieuw dak

118,00

142,78

per m2

 

 

 

 

 

 

3.

BIJGEBOUWEN

 

 

 

 

3.1

Berging/garage met plat dak

133,00

160,93

per m3

 

3.2

Berging/garage met kapconstructie

123,00

148,83

per m3

 

3.3

Carport / Overkapping

157,00

189,97

per m2

 

3.4

Tuinhuisje (prefab)

147,00

177,87

per m2

 

3.5

Zwembad

196,00

237,16

per m3

 

 

 

 

 

 

4.

TUIN en STRAATMEUBILAIR

 

 

 

 

4.1

Houten schutting/pergola

69,00

83,49

per m1

 

4.2

Gemetselde tuinmuur

123,00

148,83

per m1

 

4.3

Schotelantenne

990,00

1.197,90

per st.

 

4.4

Hout + metselwerk tuinmuur

94,00

113,74

per m1

 

4.5

Gaashekwerk

49,00

59,29

per m1

 

 

 

 

 

 

5.

BEDRIJFSHALLEN

 

 

 

 

- Gemetselde wandconstructie:

 

 

 

 

geldt voor gehele pand (geen opsplitsing)

 

 

 

 

5.1

Bedrijfshal hoogte tot en met 3 m

98,00

118,58

per m3

 

5.2

Bedrijfshal hoogte tussen 3 en 6 m

59,00

71,39

per m3

 

5.3

Tussenvloer in de hal extra

133,00

160,93

per m2

 

5.4

Bedrijfskantoor in de hal

201,00

243,21

per m3

 

 

 

 

 

 

 

 

- Systeembouw:

 

 

 

 

geldt voor gehele pand (geen opsplitsing)

 

 

 

 

5.5

Hal hoogte tot en met 6 m

59,00

71,39

per m3

 

5.6

Hal hoogte tussen 6 tot en met 9 m

49,00

58,29

per m3

 

5.7

Hal hoger dan 9 m, opp. kleiner dan 5.000 m2

45,00

54,45

per m3

 

5.8

Hal hoger dan 9 m, opp. tussen 5.000 en 10.000 m2

45,00

54,45

per m3

 

5.9

Hal hoger dan 9 m, opp. tussen 10.000 en 20.000 m2

40,00

48,40

per m3

 

5.10

Hal hoger dan 9 m, opp. Groter dan 20.000 m2

40,00

48,40

per m3

 

5.11

Tussenvloer in de hal extra

84,00

101,64

per m2

 

5.12

Kantoorvloer in de hal extra

128,00

154,88

per m2

 

5.13

Open loods

128,00

154,88

per m2

 

5.14

Semi-permanente unit

201,00

243,21

per m3

 

5.15

Romneyloods

28,00

33,88

per m3

 

 

 

 

 

 

6.

OVERIGE GEBOUWEN

 

 

 

 

6.1

Kantoor

285,00

344,85

per m3

 

6.2

Showroom

167,00

202,07

per m3

 

6.3

Winkel

285,00

344,85

per m3

 

6.4

Bouwmarkt

128,00

154,88

per m3

 

6.5

Horeca

260,00

314,60

per m3

 

6.6

Sporthal

255,00

308,55

per m3

 

6.7

Kleedgebouwen

236,00

285,56

per m3

 

6.8

Scholen / kinderdagverblijven

226,00

273,46

per m3

 

6.9

Noodscholen

187,00

226,27

per m3

 

6.10

Zorgfunctie (kleinschalig)

338,00

408,98

per m3

 

6.11

Interne wijzigingen overige gebouwen

98,00

118,58

per m3

 

6.12

Gevelwijzigingen overige gebouwen

598,00

723,58

per m2

 

 

 

 

 

 

7.

TUINBOUWKAS

 

 

 

 

7.1

Verwarmde kas

45,00

54,45

per m2

 

7.2

Onverwarmde kas

30,00

36,30

per m2

 

 

 

 

 

 

8.

VARKENSSTAL

 

 

 

 

8.1

Stal fokzeugen en biggen (traditioneel metselwerk)

392,00

474,32

per m2

 

8.2

Stal voor vleesvarkens ( traditioneel metselwerk)

363,00

439,23

per m2

 

8.3

Stal voor fokzeugen (groepshuisvesting op stro)

255,00

308,55

per m2

 

 

 

 

 

 

 

 

* Voor systeembouw zoals beton en staalwanden geldt een tariefreductie van

60,00

72,60

per m2

 

 

 

 

 

 

9.

KOEIENSTAL

 

 

 

 

9.1

Stal voor vleeskalveren (traditioneel metselwerk)

353,00

427,13

per m2

 

9.2

Grupstal (traditioneel metselwerk)

285,00

344,85

per m2

 

9.3

Ligboxenstal (traditioneel metselwerk)

304,00

367,84

per m2

 

 

 

 

 

 

 

 

* Voor systeembouw zoals beton en staalwanden geldt een tariefreductie van

60,00

72,60

per m2

 

 

 

 

 

 

 

9.4

Gedeelte voor melkinrichting, installatie en tank

603,00

729,63

per m2

 

 

 

 

 

 

10.

KIPPENSTAL

 

 

 

 

10.1

Vleeskuikens (traditioneel metselwerk)

294,00

355,74

per m2

 

10.2

Legkippen (traditioneel metselwerk)

314,00

379,94

per m2

 

 

 

 

 

 

 

 

* Voor systeembouw zoals beton en staalwanden geldt een tariefreductie van

60,00

72,60

per m2

 

 

 

 

 

 

 

10.3

Extra kosten legbatterijen/mestverwijdering

94,00

113,74

per m2

 

 

 

 

 

 

11.

PAARDENSTAL

 

 

 

 

11.1

Paardenstal (traditioneel metselwerk)

593,00

717,53

per m2

 

11.2

Manege (rijhal) (traditioneel metselwerk)

289,00

349,69

per m2

 

 

 

 

 

 

 

 

* Voor systeembouw zoals beton en staalwanden geldt een tariefreductie van

60,00

72,60

per m2

 

 

 

 

 

 

12.

OVERIGE ARGRARISCHE BEDRIJFSGEBOUWEN

 

 

 

 

12.1

Opslagloods agrarische (spouwmuur traditioneel)

211,00

255,31

per m2

 

12.2

Opslagloods (houten gevels)

113,00

136,73

per m2

 

12.3

Opslagloods (beton gevels)

113,00

136,73

per m2

 

12.4

Prefab werktuigen/opslagloods (stalen gevels)

94,00

113,74

per m2

 

12.5

Prefab veldschuur open (stalen gevels)

54,00

65,34

per m2

 

12.6

Aardappelloods (incl. kelderventilatie + inrichting)

324,00

392,04

per m2

 

12.7

Champignonkwekerij (incl. basisinrichting)

583,00

705,43

per m2

 

12.8

Nertsen

143,00

173,03

per m1

 

 

 

 

 

 

13.

MEST SILO / KELDER

 

 

 

 

13.1

Bovengronds van staal en/of hout systeembouw

39,00

47,19

per m3

 

13.2

Mest kelder (losse kelder)

133,00

160,93

per m2

 

13.3

Sleufsilo

241,00

291,61

per m1

 

 

 

 

 

 

14.

(PARKEER)KELDER

 

 

 

 

14.1

Gedeeltelijk boven- of ondergronds

172,00

208,12

per m3

 

14.2

Geheel ondergronds

231,00

279,51

per m3

 

14.3

Geheel bovengronds

108,00

130,68

per m3

 

14.4

(Parkeer)kelder onder gebouw

113,00

136,73

per m3

 

 

Behoort bij raadsbesluit van 10 december 2019.

 

Mij bekend,

 

de griffier,

 

mw. I.H.M. Smits

Toelichting wijzigingen

 

Toelichting wijzigingen, behorende bij de Legesverordening 2020.

 

Verordening

 

De verordening is aangepast conform de wijzigingen die onlangs in de modelverordening van de VNG zijn aangebracht. De (belangrijkste) wijzigingen worden hierna toegelicht.

 

Het artikel is geschrapt waarin is opgenomen dat het college van burgemeester en wethouders nadere regels kan geven met betrekking tot de heffing en de invordering van leges. Dit is conform de huidige modelverordening waarin de betreffende bepaling ook is geschrapt. De aanduiding 'nadere regels' heeft een andere kwalificatie (delegatie) dan met de bepaling beoogd werd. Bij invoering van de Derde tranche Algemene wet bestuursrecht is een aantal regelgevende bevoegdheden van de raad overgegaan op het college. De VNG heeft toen de bepaling over het geven van nadere regels door het college in de modelverordeningen gemeentelijke belastingen opgenomen. Dit is gebeurd om duidelijk te maken dat er naast de belastingverordening nog andere regels over de heffing en de invordering van gemeentelijke belastingen (kunnen) gelden. Het ging daarbij niet om de gedelegeerde bevoegdheid om nadere regels te stellen, maar om bevoegdheden die het college ook zonder deze bepaling heeft. Gelet op de kwalificatie van 'nadere regels' en het gegeven dat er ook nog uitvoerings- en beleidsregels over de heffing en de invordering bestaan, is de bepaling over het geven van nadere regels door het college, opgenomen in artikel 10, geschrapt. In verband hiermee zijn de artikelen 11, 12 en 13 vernummerd in respectievelijk 10, 11 en 12.

 

Tarieventabel

 

Titel 1 Algemene dienstverlening

 

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

De tarieven met een wettelijk maximum zijn reeds in overeenstemming met de thans geldende bedragen. Voor 2020 zijn (nog) geen definitieve wijzigingen bekendgemaakt.

 

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen

Het tarief voor een rijbewijs is aangepast aan het wettelijk maximum dat met ingang van 2020 van toepassing is. Het tarief wordt dan € 40,65 (was € 39,45).

 

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

Onder 1.4.2.2 is een tariefbepaling opgenomen voor het verstrekken van een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats. Het tarief is gelijk gesteld aan het standaardtarief voor en verstrekking uit de basisregistratie personen (€ 12,00).

Sinds 16 februari 2019 zijn er meertalige modelformulieren met betrekking tot geboorte, overlijden, huwelijk, geregistreerd partnerschap, woon- en/of verblijfplaats. Hiermee kunnen kosten voor vertaling worden bespaard. In het Legesbesluit akten burgerlijke stand zijn voor de meertalige modelformulieren betreffende de burgerlijke stand tarieven vastgesteld. Voor het meertalige modelformulier woon- en/of verblijfplaats is geen wettelijke tarief vastgesteld. Gemeenten kunnen hiervoor dus zelf een tarief vaststellen. Met het toevoegen van voornoemde tariefbepaling kunnen in deze leges worden berekend.

 

Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer

In dit hoofdstuk zijn onder meer de leges voor een gehandicaptenparkeerkaart opgenomen. Hierbij worden ook de kosten van de medische keuring doorberekend. Aangezien deze (externe) kosten in de loop van het jaar kunnen wijzigen, is het praktisch om in deze de zogenaamde begrotingsconstructie te hanteren. In de tarieventabel worden dan niet langer concrete tarieven genoemd. De aanvrager wordt op de hoogte gesteld van de kosten voordat de aanvraag in behandeling wordt. De betreffende tariefbepaling is hierop aangepast (zie onderdeel 1.18.2). Verder is ook het gemeentelijk tarief aangepast van € 0,00 naar € 28,70 (zie onderdeel 1.18.1.1). Dit bedrag strookt met de gemeentelijke kosten in deze. Sinds lange tijd werd voor een gehandicaptenparkeerkaart € 0,00 aan gemeentelijke leges berekend (exclusief keuringskosten). Hiervoor bestaat geen objectieve rechtvaardigingsgrond.

 

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning

 

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning (bouwkosten)

De hoogte van de (basis)leges wordt bepaald door de bouwkosten en de bijbehorende tarieven (2.3.1.1). De bouwkosten worden gebaseerd op normbedragen die als bijlage bij de tarieventabel door de raad zijn vastgesteld. Deze bedragen worden jaarlijks geactualiseerd. Hierbij wordt uitgegaan van de bedragen die jaarlijks worden vastgesteld door het Regionaal Overleg Eindhoven Bouwtoezicht (ROEB).

Uitgangspunt is om de tarieven trendmatig met 2,9% te verhogen.

De normbedragen die gebruikt worden om de bouwkosten te bepalen, liggen in 2020 5,4% hoger dan die van 2019. Daarom zijn de tarieven dusdanig aangepast dat gemiddeld genomen in 2020 een opbrengst wordt verkregen die 2,9% hoger ligt dan in 2019.

 

Hoofdstuk 8 Verplicht advies agrarische commissie

De Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen heeft het tarief voor 2020 verhoogd naar € 750,00 exclusief BTW. Het legestarief zoals opgenomen in 2.8 is dienovereenkomstig aangepast.

 

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2

 

Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen

Tot nu toe wordt de hoogte van de leges voor evenementen afhankelijk gesteld van het aantal bezoekers. Bij minder dan 1.000 bezoekers wordt € 68,50 berekend en bij 1.000 of meer bezoekers € 103,50. Genoemde bedragen zijn bij lange na niet kostendekkend. Zeker als het gaat om de zogenaamde B (verhoogd risico) en C evenementen (risico). In de nieuwe tariefbepaling wordt een onderscheid gemaakt tussen A (regulier), B en C evenementen. De tarieven worden respectievelijk € 100, € 1.000 en € 8.000. Deze bedragen zijn gerelateerd aan de werkzaamheden per categorie (zie hierna) en de bijbehorende kosten. Ook is rekening gehouden met de tarieven en de werkwijze bij evenementen in omliggende gemeenten.

 

Toelichting werkzaamheden evenementen

Er worden in de gemeente Boxtel regelmatig zogenaamde B en C evenementen georganiseerd. Deze kwalificatie wordt bepaald door het toepassen van de risicoscan van de Veiligheidsregio.

Deze evenementen kosten uiteraard meer tijd om een zorgvuldige vergunning te kunnen verlenen dan een zogenaamd A Evenement.

Voor de B evenementen is er extra advies van politie en risicobeheersing nodig, moet een schouw door onze handhaving plaatsvinden en kunnen geluidsmetingen worden gedaan.

Voor de C evenementen is ook nog een advies van de Veiligheidsregio nodig, diverse multi-overleggen, met de organisatoren en onze adviesorganen. Is een uitgebreide schouw nodig en worden tijdens het evenement zogenaamde cmt overleggen gevoerd waarbij ook de medewerkers van Intergrale Veiligheid aanwezig zijn. Deze evenement vragen dan ook veel van de ambtelijke organisatie.

 

 

Behoort bij raadsbesluit van 10 december 2019.

 

Mij bekend,

 

de griffier,

 

mw. I.H.M. Smits