Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Winterswijk

Referendumverordening gemeente Winterswijk 2008

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieWinterswijk
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingReferendumverordening gemeente Winterswijk 2008
Citeertitel
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 149

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

20-10-201714-09-2017Wijziging art. 9, lid 2

14-09-2017

gmb-2017-182732

nr. 140622
27-02-200820-10-2017Nieuwe regeling

31-01-2008

Winterwijkse Weekkrant, 19-02-2008

2008, nr. I-5

Tekst van de regeling

Intitulé

Referendumverordening gemeente Winterswijk 2008

2008, nr. I-5.

 

De raad van de gemeente Winterswijk;

 

overwegende dat:

de burgers de mogelijkheid moeten krijgen zich uit te spreken over belangrijke besluiten van de raad;

 

gelezen het voorstel van van 21 januari 2008, nr. I-5;

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de

Referendumverordening gemeente Winterswijk 2008

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    raad: de gemeenteraad van Winterswijk;

  • b.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Winterswijk;

  • c.

    referendum: een correctief raadgevend, niet-correctief raadgevend, dan wel raadplegend referendum;

  • d.

    correctief raadgevend referendum: een op initiatief van kiesgerechtigden gehouden volksstemming over een door de raad genomen maar nog niet in werking getreden besluit;

  • e.

    niet-correctief raadgevend referendum: een op initiatief van kiesgerechtigden gehouden volksstemming over een door de raad te nemen besluit;

  • f.

    raadplegend referendum: een op initiatief van de raad gehouden volksstemming over een mogelijk door de raad te nemen besluit of over meerdere door de raad geformuleerde alternatieven voor een eventueel te nemen besluit;

  • g.

    besluit: een schriftelijke beslissing van de raad;

  • h.

    kiesgerechtigden: diegenen die op de drieënveertigste dag voorafgaande aan de dag waarop het referendum wordt gehouden overeenkomstig artikel B3 jo. J1 van de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Winterswijk;

  • i.

    icommissie: de referendumcommissie als bedoeld in artikel 9 van deze verordening;

  • j.

    vakantieperiode: de periode waarin in Winterswijk geen basisonderwijs wordt gegeven.

Artikel 2 Toepassingsgebied
  • 1.

    Een referendum wordt alleen gehouden over een besluit dat naar het oordeel van de raad ingrijpende gevolgen kan hebben voor de bevolking.

  • 2.

    De raad kan bij het nemen van een besluit bepalen dat over dat besluit geen referendum kan worden gehouden.

  • 3.

    Een referendum wordt in ieder geval niet gehouden over:

    • a.

      een besluit in bezwaar of in administratief beroep;

    • b.

      een besluit over individuele kwesties;

    • c.

      een besluit over arbeidsrechtelijke of ambtenarenrechtelijke zaken;

    • d.

      een besluit met betrekking tot de begroting en de rekening;

    • e.

      een besluit met betrekking tot gemeentelijke tarieven en belastingen;

    • f.

      een besluit in het kader van deze verordening;

    • g.

      een besluit ter uitvoering van een gebonden bevoegdheid;

    • h.

      een besluit dat naar het oordeel van de raad zijn grondslag vindt in een eerder genomen beslissing waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden;

    • i.

      een besluit waarvan de inwerkingtreding of uitvoering naar het oordeel van de raad niet kan worden uitgesteld vanwege de daarmee gemoeide spoedeisende gemeentelijke belangen.

  • 4.

    Een referendum wordt gehouden onder de kiesgerechtigden van het hele grondgebied van de gemeente.

Artikel 3 Inleidend verzoek niet-correctief raadgevend referendum
  • 1.

    Over een door de raad te nemen besluit dat, gelet op artikel 2, tweede en derde lid, in beginsel voor een referendum in aanmerking komt, kunnen kiesgerechtigden, in aantal tenminste 225, bij de raad schriftelijk een inleidend verzoek voor het houden van een raadgevend referendum indienen.

  • 2.

    Van een door de raad te nemen besluit is sprake indien uit de agenda van de raad of een raadscommissie, dan wel uit een door het college openbaar gemaakte besluitenlijst blijkt dat een daartoe strekkend voorstel aan de raad is of zal worden gedaan.

  • 3.

    Het verzoek dient uiterlijk drie werkdagen vóór de besluitvorming in de raad bij het presidium van de raad te worden ingediend.

  • 4.

    Het inleidend verzoek vermeldt het mogelijk te nemen besluit waar het betrekking op heeft en gaat vergezeld van de handtekeningen van de in het eerste lid bedoelde kiezers, met opgave van naam, adres, woonplaats en geboortedatum, bij voorkeur op door de gemeente verstrekte lijsten.

  • 5.

    De raad onderzoekt of het inleidend verzoek tijdig is ingediend, of het verzoek door voldoende kiesgerechtigden wordt ondersteund en of het verzoek geen besluit betreft als bedoeld in artikel 2, tweede of derde lid.

  • 6.

    Indien de raad oordeelt dat het inleidende verzoek niet aan één van de in het vorige lid genoemde vereisten voldoet, besluit hij het verzoek niet in behandeling te nemen.

  • 7.

    Indien het vorige lid niet van toepassing is neemt de raad in de betreffende raadsvergadering eerst een besluit over het raadsvoorstel en vervolgens over het inleidende verzoek. Indien het concept-besluit als gevolg van een amendement wordt gewijzigd, wordt het inleidend verzoek geacht te zijn ingediend over het gewijzigde concept-besluit.

  • 8.

    Indien de raad het inleidend verzoek inwilligt wordt de behandeling van het te nemen besluit opgeschort totdat de raad óf een definitief besluit als bedoeld in artikel 14 neemt, óf heeft besloten dat het definitieve verzoek als bedoeld in artikel 4 moet worden afgewezen, óf overeenkomstig artikel 12, negende lid heeft besloten het referendum niet te laten plaatsvinden.

  • 9.

    De raad maakt het naar aanleiding van het inleidende verzoek genomen besluit zo spoedig mogelijk algemeen bekend op de in de gemeente gebruikelijke wijze.

Artikel 4 Definitief verzoek niet-correctief raadgevend referendum
  • 1.

    Binnen zes weken nadat overeenkomstig artikel 3, negende lid, is bekendgemaakt dat het inleidend verzoek is ingewilligd, kunnen kiesgerechtigden, in aantal tenminste 2250, bij de raad een definitief verzoek tot het houden van een raadgevend referendum indienen, waarbij zij aangeven dat zij het verzoek om een referendum te houden ondersteunen.

  • 2.

    De verklaring tot ondersteuning dient vergezeld te gaan van handtekeningen van de in het eerste lid bedoelde kiezers, met opgave van naam, adres, geboortedatum en woonplaats, alsmede van een vermelding van het desbetreffende te nemen besluit.

  • 3.

    De in het tweede lid bedoelde gegevens dienen te worden geplaatst op daartoe van gemeentewege verstrekte lijsten.

  • 4.

    Deze lijsten kunnen worden getekend bij het loket van Burgerzaken en eventuele andere in de gemeente door het college aangewezen plaatsen.

  • 5.

    Indien en zodra het vereiste aantal handtekeningen zijn uitgebracht, kan de raad besluiten de loketten voor het uitbrengen van de handtekeningen na bekendmaking hiervan te sluiten.

Artikel 5 Inleidend verzoek correctief raadgevend referendum
  • 1.

    Over een door de raad genomen besluit dat, gelet op artikel 2, tweede en derde lid, in beginsel voor een referendum in aanmerking komt, kunnen kiesgerechtigden, in aantal tenminste 225, bij de raad schriftelijk een inleidend verzoek voor het houden van een raadgevend referendum indienen.

  • 2.

    Het verzoek dient uiterlijk twee weken nadat het besluit is genomen bij de raad te worden ingediend.

  • 3.

    Het inleidend verzoek vermeldt het besluit waar het betrekking op heeft en gaat vergezeld van de handtekeningen van de in het eerste lid bedoelde kiezers, met opgave van naam, adres, woonplaats en geboortedatum, bij voorkeur op door de gemeente verstrekte lijsten.

  • 4.

    Na afloop van de in het tweede lid gestelde termijn onderzoekt de raad binnen twee weken of het inleidend verzoek binnen de termijn is ingediend, of het verzoek door voldoende kiesgerechtigden wordt ondersteund en of het verzoek geen onderwerp betreft als bedoeld in artikel 2, tweede of derde lid.

  • 5.

    Indien de raad oordeelt dat het inleidende verzoek niet aan de in het vorige lid genoemde vereisten voldoet, besluit hij het verzoek niet in behandeling te nemen.

  • 6.

    Indien de raad het verzoek inwilligt, wordt de inwerkingtreding van het besluit waarover het referendum wordt gehouden opgeschort totdat de raad óf een definitief besluit als bedoeld in artikel 14 neemt, óf heeft besloten dat het definitieve verzoek als bedoeld in artikel 6 moet worden afgewezen, óf overeenkomstig artikel 12, negende lid heeft besloten het referendum niet te laten plaatsvinden.

  • 7.

    De raad maakt het naar aanleiding van het inleidende verzoek genomen besluit zo spoedig mogelijk algemeen bekend op de in de gemeente gebruikelijke wijze.

Artikel 6 Definitief verzoek correctief raadgevend referendum
  • 1.

    Binnen zes weken nadat overeenkomstig artikel 5, zevende lid, is bekendgemaakt dat het inleidend verzoek is ingewilligd, kunnen kiesgerechtigden, in aantal tenminste 2250, bij de raad een definitief verzoek tot het houden van een raadgevend referendum indienen, waarbij zij aangeven dat zij het verzoek om een referendum te houden ondersteunen.

  • 2.

    De leden 2 tot en met 5 van artikel 4 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7 Besluit raadgevend referendum

  • 1.

    Indien de raad vaststelt dat het definitieve verzoek als bedoeld in de artikelen 4 of 6 voldoende is ondersteund en ook overigens voldoet aan de in deze verordening gestelde eisen, besluit hij tot het houden van het raadgevend referendum.

  • 2.

    De raad maakt het in het eerste lid bedoelde besluit zo spoedig mogelijk algemeen bekend op de in de gemeente gebruikelijke wijze.

Artikel 8 Raadplegend referendum

  • 1.

    De raad kan besluiten tot het houden van een raadplegend referendum over een mogelijk te nemen besluit óf over meerdere door de raad geformuleerde alternatieven voor een eventueel te nemen besluit.

  • 2.

    De raad maakt het in het eerste lid bedoelde besluit zo spoedig mogelijk algemeen bekend op de in de gemeente gebruikelijke wijze.

Artikel 9 De referendumcommissie

  • 1.

    De raad stelt een permanente onafhankelijke commissie in ter uitvoering van de in artikel 10 genoemde taken, genaamd de referendumcommissie.

  • 2.

    De raad benoemt de leden van de commissie voor een periode van vier jaar, waarna verlenging met een periode van vier jaar telkens mogelijk is.

  • 3.

    De commissie bestaat uit drie deskundigen.

  • 4.

    Het lidmaatschap van de commissie is onverenigbaar met het lidmaatschap van de raad, met het ambt van burgemeester of wethouder van Winterswijk en met een dienstverband bij de gemeente Winterswijk.

  • 5.

    De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en bepaalt haar eigen werkwijze.

  • 6.

    De raad benoemt op voordracht van het college een ambtelijk secretaris.

Artikel 10 Taken van de commissie

  • 1.

    De commissie heeft tot taak:

    • a.

      de raad en het college van advies te dienen als bedoeld in artikel 11;

    • b.

      toe te zien op een goede begeleiding en organisatie van het referendum;

    • c.

      toe te zien op een neutrale informatievoorziening;

    • d.

      klachten over de gemeentelijke voorlichting en de wijze waarop campagne wordt gevoerd in het kader van het referendum te behandelen. De commissie toetst daarbij de gemeentelijke voorlichting aan de eisen van objectiviteit en de campagnevoering aan de eisen van fair play;

    • e.

      subsidies te verstrekken aan initiatiefnemers en maatschappelijke organisaties voor het voeren van campagne om het eigen standpunt uit te dragen.

  • 2.

    De commissie is bevoegd tot het raadplegen van deskundigen. Als dit kosten met zich mee brengt en deze kosten het bedrag van € 5000,- te boven gaan, is vooraf machtiging van het college vereist.

  • 3.

    Ten aanzien van de behandeling van en advisering over klachten als bedoeld in het eerste lid onder c is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De interne Klachtenregeling van de gemeente Winterswijk is niet van toepassing.

  • 4.

    Nadat de klacht door de commissie is ontvangen, brengt zij zo mogelijk binnen vijf werkdagen haar rapport van bevindingen, vergezeld van het advies en eventuele aanbevelingen, uit. Bij klachten over het handelen van het bestuursorgaan, wordt de klacht uiterlijk binnen vijf dagen na ontvangst van het rapport van de commissie door het betreffende bestuursorgaan afgedaan.

  • 5.

    Ten aanzien van de subsidieverstrekking als bedoeld in het eerste lid onder e stelt de commissie een regeling vast met betrekking tot:

    • a.

      de nadere bepaling van de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt en de wijze van verstrekking;

    • b.

      de wijze waarop het door de raad ter beschikking gestelde bedrag als bedoeld in artikel 15 tweede lid wordt verdeeld;

    • c.

      de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover;

    • d.

      de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;

    • e.

      de verplichtingen voor de subsidieontvanger;

    • f.

      de betaling van de subsidie en

    • g.

      overige onderwerpen die betrekking hebben op de subsidieverstrekking.

  • 6.

    In afwijking van artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de commissie zo spoedig mogelijk na afwikkeling van de krachtens het eerste lid onder e verstrekte subsidies een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid en de doeltreffendheid en de effecten van de subsidies in de praktijk. Het verslag wordt aan de raad en het college toegezonden en is openbaar.

Artikel 11 Advisering door de commissie

  • 1.

    De raad of het college vraagt de commissie om advies over:

    • -

      de formulering van de vraagstelling van het referendum als bedoeld in artikel 12, tweede lid;

    • -

      alle andere aangelegenheden waarover de raad of het college advies wensen in verband met een goed verloop van het referendum.

  • 2.

    De commissie brengt haar adviezen zo snel mogelijk uit.

Artikel 12 Datum, vraagstelling en procedure

  • 1.

    De raad stelt de dag vast waarop het referendum wordt gehouden, met dien verstande dat het referendum niet later plaatsvindt dan drie maanden na de dag waarop de raad overeenkomstig artikel 6 of artikel 7 heeft besloten tot het houden van het referendum. De raad kan als daar een aanleiding voor is besluiten deze termijn te verlengen, onder meer om het referendum te kunnen combineren met algemene verkiezingen.

  • 2.

    De raad stelt tenminste vier weken voor het te houden referendum, de vraagstelling van het referendum vast.

  • 3.

    In het niet-correctief raadgevend referendum wordt aan de stemgerechtigden gevraagd of zij voor of tegen het voorgenomen besluit zijn.

  • 4.

    In het correctief raadgevend referendum wordt aan de stemgerechtigden gevraagd of zij voor of tegen het genomen besluit zijn.

  • 5.

    In het raadplegend referendum wordt aan de stemgerechtigden gevraagd of zij voor of tegen een mogelijk door de raad te nemen besluit zijn, dan wel wordt aan hen de keuze uit een aantal alternatieven voorgelegd. Bij de keuze uit meerdere alternatieven wordt duidelijk aangegeven hoe de uitslag wordt vastgesteld.

  • 6.

    Het college is verantwoordelijk voor de organisatie van het referendum en de communicatie.

  • 7.

    Het referendum kan gecombineerd worden met landelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen. Het referendum vindt niet plaats in een vakantieperiode noch op zon- en feestdagen.

  • 8.

    Er kunnen meerdere referenda op een dag worden gehouden.

  • 9.

    Indien de aanleiding tot het houden van een referendum komt te vervallen kan de raad besluiten het referendum niet te laten plaatsvinden.

  • 10.

    De raad kan bepalen op welke wijze gestemd wordt.

  • 11.

    Uiterlijk vier weken voor de datum waarop het referendum wordt gehouden worden alle relevante stukken ter inzage gelegd op een aantal door het college te bepalen plaatsen.

Artikel 13 De stemming en de uitslag

  • 1.

    Stemgerechtigd zijn degenen die op de drieënveertigste dag voordat het referendum wordt gehouden kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad. De bepalingen van de Kieswet zijn voor wat betreft de raadsverkiezingen voor zover nodig van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    In afwijking van het voorgaande lid is de raad bevoegd om op basis van nader vast te stellen regels de stemming op een door hem te bepalen wijze te organiseren, mits verzekerd is dat het referendum het karakter behoudt van een volksstemming onder alle kiesgerechtigden.

  • 3.

    Het referendum wordt altijd, ongeacht de opkomst, als geldig beschouwd.

  • 4.

    De uitslag van het referendum wordt berekend op basis van de gewone meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte geldige stemmen.

Artikel 14 Besluit naar aanleiding van de referendumuitslag

De raad neemt zo mogelijk in de eerstvolgende vergadering na het houden van het referendum, en anders in de daarop volgende vergadering, een definitief besluit.

Artikel 15 Financiën

  • 1.

    De raad stelt een budget beschikbaar voor organisatie, communicatie en subsidie.

  • 2.

    De raad kan een maximaal bedrag vaststellen voor het verstrekken van subsidies aan de initiatiefnemers en maatschappelijke organisaties als bedoeld in artikel 10 eerste lid onder e.

Artikel 16 Strafbepalingen

Met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de eerste categorie wordt gestraft hij die bij de stemming:

  • a.

    oproepingskaarten of volmachtbewijzen namaakt of vervalst met het oogmerk deze onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

  • b.

    oproepingskaarten of volmachtbewijzen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken dan wel deze met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft;

  • c.

    oproepingskaarten of volmachtbewijzen voorhanden heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

  • d.

    als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden.

Artikel 17 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als Referendumverordening gemeente Winterswijk 2008.

Artikel 18 Inwerkingtreding

De referendumverordening treedt op de dag na de bekendmaking in werking.

Aldus besloten door de raad van de gemeente Winterswijk in

zijn openbare vergadering gehouden op 31 januari 2008,

de voorzitter, de griffier,