Compensatieverordening Bos, Natuur, Landschap en Archeologie

Geldend van 15-04-2004 t/m heden

Intitulé

Compensatieverordening Bos, Natuur, Landschap en Archeologie

De raad van de gemeente Borger-Odoorn,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2003;

overwegende dat het gewenst is een regeling te hebben ter compensatie bij aantasting van bos, natuur, landschap en archeologie;

Gelet op artikel 147 van de Gemeentewet, Structuurschema Groene Ruimte 1 en artikel 6 van de Habitat Richtlijn;

besluit:

vast te stellen de volgende Compensatieverordening Bos, Natuur, Landschap en Archeologie.

COMPENSATIEVERPLICHTING

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    initiatiefnemer: degene of de organisatie die het initiatief neemt om te komen tot een ruimtelijke ingreep op een bepaalde locatie

  • b.

    ingreep: het geheel van de acties die nodig zijn binnen een ruimtelijk begrensd gebied dat nodig is om te komen tot het beoogde maatschappelijke doel

  • c.

    compensatie: het creëren van nieuwe waarden die vergelijkbaar zijn met de verloren gegane waarden. Indien het volledig onvervangbare waarden betreft, heeft de compensatie betrekking op het creëren van zo vergelijkbaar mogelijke waarden.

  • d.

    compensatieplan: het plan waarin is aangegeven welke maatregelen getroffen worden en op welke termijn om de compensatie te realiseren

  • e.

    EHS: de Ecologische hoofdstructuur bestaat uit bestaande bos- en natuurgebieden en landgoederen zoals opgenomen in het POP, nieuwe natuurgebieden met functiewijziging voorzover begrensd door de provincie, beheersgebieden en ecologische verbindingszones voor zover deze de natuurgebieden van de EHS met elkaar verbinden en zodra gerealiseerd

  • f.

    MER: een Milieueffectrapport biedt inzicht in de milieueffecten van verschillende beleidsalternatieven om het beoogde doel te bereiken.

  • g.

    mitigatie: het verminderen van nadelige effecten van ingrepen/activiteiten op de aanwezige natuur-, bos-, landschaps- en archeologische waarden door bepaalde maatregelen.

  • h.

    compensatiegebieden: gebieden waarin de compensatie plaatsvindt zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid van deze verordening

  • i.

    Groenfonds: het Nationaal Groenfonds, opgericht in 1994 is een stichting die dicht bij de overheid staat. Doel van het Nationaal Groenfonds is het verlenen van financiële faciliteiten voor natuur, bos, landschap, recreatie en landbouw, binnen de kaders van het overheidsbeleid. Ook bundelt en beheert het Nationaal Groenfonds overheidsgelden. Zo kan de overheid de beschikbare gelden voor natuuruitbreiding beter benutten.

  • j.

    Habitatrichtlijn: heeft tot doel bij te dragen tot het waarborgen van de biologische diversiteit door het instandhouden van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna op het Europese grondgebied

Artikel 2

  • 1. Indien na afweging van belangen voor gebieden met de functie natuur en/of bos wordt besloten dat één van deze functies moet wijken voor, of anderszins aanwijsbare schade ondervindt van een ander aantoonbaar zwaarwegend maatschappelijk belang, waarvoor een ruimtelijke ingreep wordt toegestaan, zullen niet alleen maatregelen worden getroffen met het oog op inpassing en mitigatie ter plaatse van de ingreep, maar zal bovendien, indien bedoelde maatregelen onvoldoende zijn, compensatie plaatsvinden.

  • 2. De gebiedscategorieën waarvoor compensatie zal worden toegepast zijn:

    • a.

      kerngebieden van de ecologische hoofdstructuur;

    • b.

      gerealiseerde reservaats- en natuurgebieden;

    • c.

      kleinere natuurgebieden buiten de ecologische hoofdstructuur die als zodanig zijn aangeduid in het Provinciaal Omgevingsplan (POP), onder de werking van de Natuurbeschermingswet vallen of zijn vastgelegd in een bestemmingsplan;

    • d.

      agrarische gronden met natuurwaarden (zone IV POP);

    • e.

      biotopen van aandachtssoorten die op indicatie van de soortenbeschermingsplannen van het rijk in omgevingsplannen en/of bestemmingsplannen zijn opgenomen;

    • f.

      bossen en landschappelijke beplantingen die onder de werking van de Boswet vallen.

      Deze verordening is ook van toepassing op ingrepen buiten de aangegeven gebieden, indien deze ingrepen directe effecten binnen de gebieden hebben.

  • 3. Deze verordening is bovendien van overeenkomstige toepassing als sprake is van schade op de locatie zelf door verlies aan waardevolle landschappelijke elementen of structuren, schade aan de omgeving, bijvoorbeeld door een storende visuele werking, het verbreken van samenhang in het landschap of verlies aan openheid en ingeval van aantasting van archeologische waarden

  • 4. Uitgangspunt bij de toepassing van compensatie is dat in beginsel geen netto verlies aan waarden mag optreden.

VERANTWOORDELIJKHEDEN

Artikel 3

  • 1. Uitgezonderd gevallen waarin de compensatiebepalingen van de Europese Habitatrichtlijn, dan wel de Natuurbeschermingswet van toepassing zijn, dient de initiatiefnemer tegelijk met zijn aanvraag voor de concrete ruimtelijke ingreep een compensatieplan te overleggen, waarin op een integrale en nauwgezette wijze in elk geval de volgende aspecten worden beschreven:

    • a.

      de bestaande waarden van het betrokken gebied in relatie tot de omgeving;

    • b.

      de redelijkerwijs te verwachten effecten van de voorgenomen ruimtelijke ingreep;

    • c.

      de in artikel 2, eerste lid, bedoelde maatregelen.

    • d.

      de financiering van de te treffen maatregelen.

    • e.

      de ruimtelijke ingreep zelf

    • f.

      het zwaarwegend maatschappelijk belang

    • g.

      waar en hoe compensatie wordt voorgesteld

  • 2. Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan de ruimtelijke ingreep indien geen andere geschikte locatie voor het te dienen belang als bedoeld in artikel 2, eerste lid aanwezig is en het vorenbedoelde maatschappelijk belang op een adequate wijze is aangetoond.

  • 3. Afhankelijk van de situatie kunnen burgemeester en wethouders nadere eisen stellen met betrekking tot de inhoud van het in het eerste lid bedoelde plan en de te volgen procedure. De initiatiefnemer pleegt hieromtrent vooraf overleg met de gemeente.

  • 4. Het in het eerste lid bedoelde plan wordt tegelijkertijd met de aanvraag ingediend.

BOS

Artikel 4

  • 1. Indien uit het in artikel 3, eerste lid, bedoelde plan blijkt dat er sprake is van (a) verlies van oppervlakte aan bos, (b) aantasting van de kwaliteit van bos, en/of (c) verlies aan oude bosbodem wordt de compensatie vastgesteld afhankelijk van de leeftijd van het bos als levensgemeenschap en met inachtneming van de volgende criteria:

    • a.

      als het bos of de beplanting nog geen 25 jaren oud is, dient 150% (133%) van de oppervlakte gecompenseerd te worden (100% voor het verlies van de oppervlakte en 50% (33%) oppervlakte voor het verlies van kwaliteit);

    • b.

      als het bos of de beplanting ouder is dan 25 jaren doch jonger dan 100 jaren, dient 200% (166%) van de oppervlakte gecompenseerd te worden (100% voor het verlies van de oppervlakte en 100% (66%) oppervlakte voor het verlies van kwaliteit);

    • c.

      als het bos of de beplanting ouder is dan 100 jaren, dient 300% van de oppervlakte gecompenseerd te worden (100% voor het verlies van de oppervlakte en 200% oppervlakte voor het verlies van kwaliteit). (wordt in principe geen medewerking verleend. In geval van onontkoombaar maatschappelijk belang, wordt van geval tot geval bepaald welke norm voor compensatie redelijk wordt geacht).

  • 2. Van geval tot geval wordt bezien of en hoe de natuurlijke kwaliteiten geregenereerd kunnen worden. Mocht regeneratie niet mogelijk zijn, dan wordt geen medewerking verleend aan de ingreep. Compensatie wordt uitgevoerd op een van tevoren te bepalen plaats waar potentieel dezelfde waarden kunnen worden ontwikkeld. Deze plaats dient zich in het algemeen nabij de plaats van de ingreep te bevinden en waar aansluiting bij de bestaande waarden kan worden gezocht. Is deze mogelijkheid niet aanwezig, dan zal in de nabije omgeving een andere locatie (aansluitend aan de EHS, aan bestaand bos, aan bestaande natuurterreinen) moeten worden gevonden.

  • 3. Indien boswaarden verloren gaan ten behoeve van een zeldzamer ecosysteem, gelden uitsluitend de compensatienormen van de Boswet.

NATUUR

Artikel 5

  • 1. Indien uit het in artikel 3, eerste lid, bedoelde plan blijkt dat er sprake is van (a) verlies van oppervlakte aan natuur, (b) aantasting van de kwaliteit van natuur en/of (c) verlies of aantasting van biotopen voor aandachtssoorten, wordt de compensatie vastgesteld met inachtneming van de volgende criteria:

    • a.

      als natuurwaarden binnen 25 jaren vervangen kunnen worden, dient 100% van de oppervlakte gecompenseerd te worden en 50% (33%) financiële toeslag voor het verlies van kwaliteit (ten behoeve van het aanloopbeheer);

    • b.

      als natuurwaarden binnen een periode van 25 tot 100 jaren vervangen kunnen worden, dient 100% van de oppervlakte gecompenseerd te worden en 100% (66%) financiële toeslag voor het verlies van kwaliteit (ten behoeve van het aanloopbeheer);

    • c.

      als natuurwaarden niet binnen een periode van 100 jaren vervangen kunnen worden, is compensatie slechts in zeer uitzonderlijke situaties mogelijk. Dan geldt naast een compensatie van 100% voor het verlies van de oppervlakte een financiële toeslag van 200% voor het verlies van kwaliteit. (wordt in principe geen medewerking verleend. In geval van onontkoombaar maatschappelijk belang, wordt van geval tot geval bepaald welke norm voor compensatie redelijk wordt geacht)

  • 2. Artikel 4, tweede lid, van deze verordening is van overeenkomstige toepassing

LANDSCHAP

Artikel 6

  • 1. Indien uit het in artikel 3, eerste lid, bedoelde plan blijkt dat er sprake is van (a) schade op de locatie zelf door verlies aan waardevolle landschappelijke elementen of structuren en/of (b) schade aan de omgeving, bijvoorbeeld door een storende visuele werking, het verbreken van de samenhang in het landschap of verlies aan openheid zulks ter beoordeling aan het college van burgemeester en wethouders met inachtneming van de gemeentelijke en provinciale landschapsplannen, wordt de compensatie vastgesteld met inachtneming van de volgende criteria:

    • a.

      voor waterlopen dient 100% van de oppervlakte te worden gecompenseerd en 50% financiële toeslag voor het verlies aan kwaliteit

    • b.

      voor beplanting dient 100% van de oppervlakte te worden gecompenseerd en een financiële toeslag voor het verlies aan kwaliteit die afhankelijk is van de tijd die nodig is voor vervanging. Dit is 50% toeslag bij vervangbaarheid binnen 25 jaar, 100% toeslag voor vervangbaarheid tussen 25 en 100 jaar en 200% toeslag als vervanging niet of moeilijk mogelijk is

    • c.

      voor openheid geldt dat fysieke compensatie vrijwel onmogelijk is. Als mitigerende en inpassende maatregelen onvoldoende effect hebben, wordt in beginsel geen medewerking verleend aan aantastingen van openheid. Indien onder bijzondere omstandigheden van deze regel wordt afgeweken, wordt compensatie van geval tot geval bekeken

    • d.

      voor kwel en cultuurhistorische gaafheid geldt dat vervanging niet of nauwelijks mogelijk is. In beginsel wordt ook geen medewerking verleend aan aantastingen hiervan. Indien onder bijzondere omstandigheden van deze regel wordt afgeweken, wordt compensatie van geval tot geval bekeken

  • 2. Artikel 4, tweede lid, van deze verordening is van overeenkomstige toepassing.

ARCHEOLOGIE

Artikel 7

  • 1. Indien uit het in artikel 3, eerste lid, bedoelde plan blijkt dat (hoge) archeologische waarden worden aangetast, wordt in principe geen medewerking aan de ruimtelijke ingreep verleend. Indien onder bijzondere omstandigheden van deze regel wordt afgeweken, wordt in elk geval voorgeschreven dat eventueel vernietigde waarden op kosten van de initiatiefnemer wetenschappelijk worden onderzocht en/of opgegraven om de aanwezige informatie veilig te stellen.

  • 2. In overige gevallen wordt van geval tot geval bezien of, en zo ja in hoeverre en onder welke condities medewerking wordt verleend aan de ruimtelijke ingreep.

  • 3. Nadat het verdrag van Malta, d.d. 16 januari 1992 is uitgewerkt in de Monumentenwet, komt artikel 7 van deze verordening van rechtswege te vervallen.

FINANCIELE COMPENSATIE

Artikel 8

  • 1. Indien de in de artikelen 4, 5 en 6 bedoelde fysieke compensatie redelijkerwijs niet of qua oppervlakte slechts ten dele mogelijk is, kan het college van burgemeester en wethouders besluiten tot financiële compensatie. De financiële compensatie bestaat uit de kosten die anders gemoeid zouden zijn met fysieke compensatie plus de financiële toeslag ten behoeve van het aanloopbeheer. Financiële compensatie is ook mogelijk in geval van artikel 7. In dat geval gaat het om de geraamde kosten voor de activiteiten genoemd in artikel 7, eerste lid.

  • 2. Het bedrag van de financiële compensatie wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.

  • 3. Het bedrag wordt door de aanvrager in het Groenfonds gestort, gericht op behoud en herstel van bos-, natuur- en landschapswaarden elders in de provincie Drenthe.

COMMISSIE VAN DESKUNDIGEN

Artikel 9

  • 1. Indien in de fase die voorafgaat aan de besluitvorming verschil van mening bestaat omtrent de omvang van de schade dan wel omtrent de inzet van maatregelen, kunnen partijen overeenkomen een advies te vragen aan de commissie van deskundigen.

  • 2. De commissie van deskundigen wordt ingesteld door gedeputeerde staten van Drenthe een en ander in overleg met de Vereniging van Drentse Gemeenten

  • 3. De commissie bestaat uit ten minste drie onafhankelijk deskundigen op het gebied van ruimtelijke ordening, landschap, natuur, archeologie, cultuurhistorie en bos.

SLOTBEPALING

Artikel 10

  • 1. Deze verordening treedt in werking op 15 april 2004.

  • 2. Zij kan worden aangehaald als: Compensatieverordening gemeente Borger-Odoorn.

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van 29 januari 2004.

De raad voornoemd,

de raadsgriffier

L.F. van Ameijden Zandstra

de voorzitter

J. Krans-Baas