Verordening Handhaving Wet werk en bijstand 2004

Geldend van 01-09-2004 t/m heden

Intitulé

De verordening Handhaving Wet werk en bijstand 2004

DE RAAD VAN DE GEMEENTE CRANENDONCK

Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Cranendonck d.d. 1 juni 2004.

Gelet op artikel 8a van de Wet werk en bijstand (WWB) overwegende dat de gemeente bij verordening regels dient te stellen met betrekking tot bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand, alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet, in het kader van het financieel beheer:

BESLUIT

Vast te stellen de

De verordening Handhaving Wet werk en bijstand 2004

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    de wet: de Wet werk en bijstand (WWB);

  • b.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Cranendonck;

  • c.

    bijstand: de bijstand zoals genoemd onder artikel 5 onder b van de Wet werk en bijstand;

  • d.

    afstemmingsverordening: de verordening gebaseerd op artikel 8 lid 1 onder b van de Wet werk en bijstand;

  • e.

    inlichtingenplicht: de verplichtingen genoemd in artikel 17 lid 1, 2 en 4 van de Wet werk en bijstand en de artikelen 28 lid 2 en 29 lid 1 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

  • f.

    beleidsregels terugvordering: de regels zoals genoemd in de beleidsnota inkomen algemeen Wet werk en bijstand 2004.

Artikel 2 Handhavingsplan

Het college draagt in het kader van de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet jaarlijks zorg voor het opstellen van een handhavingsplan.

Artikel 3 Inhoud handhavingsplan

In het in artikel 2 genoemde handhavingsplan komt in ieder geval tot uitdrukking;

  • -

    een gemeentelijke visie op handhaving;

  • -

    aanpak fraudepreventie;

  • -

    aanpak frauderepressie.

Artikel 4 Afstemming en terugvordering

  • 1. Bij ten onrechte ontvangen bijstand ten gevolge van het schenden van de inlichtingenplicht alsmede bij misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet verlaagt het college de bijstand, conform hetgeen hierover is bepaald in de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand 2004;

  • 2. Terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand vindt plaats overeenkomstig de wet en de beleidsregels terugvordering.

Artikel 5 Verantwoording

Het college legt jaarlijks verantwoording af aan de raad door middel van een verslag over de handhaving.

In dit verslag rapporteert het college in ieder geval over:

  • -

    het aantal gevallen waarin preventief onderzoek heeft geleid tot het niet behandelen of afwijzen van de aanvraag;

  • -

    het aantal gevallen waarin is vastgesteld dat bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;

  • -

    de aard van de ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende bijstand;

  • -

    de hoogte van de ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende bijstand;

  • -

    in hoeveel gevallen is ingevorderd en tot welk bedrag;in hoeveel gevallen proces-verbaal is opgemaakt.

Artikel 6 Slotbepaling

In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 7 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: de verordening Handhaving Wet werk en bijstand 2004

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 september 2004.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Cranendonck in de openbare vergadering d.d. 6 juli 2004.
DE RAAD VOORNOEMD,
De griffier,
Mr. S.B.J. Backus
De voorzitter,
B.P. Meinema

Nota-toelichting Toelichting verordening Handhaving Wet werk en bijstand 2004

Algemeen

In artikel 8a van de WWB is bepaald dat de gemeenteraad in het kader van het financiële beheer bij verordening regels stelt voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Gemeente moet in de WWB zelf bepalen op welke wijze het handhavingsbeleid wordt gevoerd. Artikel 8a stelt het vaststellen van handhavingsregels verplicht, maar geeft niet aan welke regels dit expliciet moeten zijn. Het doel van dit artikel is de handhaving van de WWB en het fraudebeleid op de agenda van de gemeenteraden te zetten.

Artikel 8a van de Wet werk en bijstand verlangt wel dat de gemeenteraad de regels voor het eigen handhavingsbeleid op hoofdlijnen vaststelt in een verordening. Het College krijgt daarmee de mogelijkheid om nadere invulling te geven aan de verordening in de vorm van een handhavingsplan met beleidsregels.

Artikelgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsomschrijving

De begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben een gelijkluidende betekenis als deomschrijving in de WWB en de beleidsnota inkomen algemeen 2004.

Artikel 2 Handhavingsplan

Het college stelt jaarlijks een handhavingsplan vast waarin maatregelen en methoden staan opgenomen gericht op het voorkomen en bestrijden van fraude.

Artikel 3 Inhoud handhavingsplan

In dit artikel is aangegeven welke onderwerpen in het gemeentelijke handhavingsplan op zijn minst aan bod moeten komen.

Artikel 4 Afstemming en terugvordering

In dit artikel wordt verwezen naar de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand 2004 en de beleidsregels terugvordering.

Artikel 5 Verantwoording

In dit artikel wordt invulling gegeven aan de opdracht die door de raad, in het kader van haarkaderstellende en controlerende taak, aan het college is opgedragen. In dit artikel worden de onderdelen genoemd waarover in ieder geval verantwoording wordt afgelegd aan de gemeenteraad.

Artikel 6 Slotbepaling

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 7 Citeertitel

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 8 Inwerkingtreding

De verordening handhaving Wet werk en bijstand 2004 is op grond van artikel 8 Tijdelijke referendumwet referendabel. De datum van de inwerkingtreding van de verordening moet daarom, met in acht name van artikel 22 Tijdelijke referendumwet, op tenminste 6 weken na datum publicatie gesteld worden.