Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Heeze-Leende

Marktverordening gemeente Heeze-Leende 2013

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHeeze-Leende
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingMarktverordening gemeente Heeze-Leende 2013
CiteertitelMarktverordening gemeente Heeze-Leende 2013
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Marktverordening 1998.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend.

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

29-03-2014nieuwe regeling

17-02-2014

Gemeenteblad, 2014, 15553

Onbekend.

Tekst van de regeling

Intitulé

Marktverordening gemeente Heeze-Leende 2013

 

 

Artikel 1. Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op de door burgemeester en wethouders ingestelde warenmarkt die wekelijks op donderdag van 09.00 uur tot 12.00 wordt gehouden op het gemeentehuisplein aan de Jan Deckersstraat te Heeze.

Artikel 2. Inrichtingsplan

1. Voor de markt stellen burgemeester en wethouders een inrichtingsplan vast, dat in elk geval bevat:

a. aanduiding van de dag en de uren waarop de markt wordt gehouden (markttijd);

b. een kaart van de markt. Op de kaart zijn minimaal de grenzen van de markt aangegeven.

Artikel 3. Vaste standplaatsvergunningen

1. Het is verboden op de markt zonder vergunning van burgemeester en wethouders een vaste standplaats voor het uitoefenen van markthandel in te nemen.

2. Een vergunning geldt voor onbepaalde tijd en voor de op de vergunning vermelde vaste standplaats, tenzij de vergunning anders bepaalt. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een andere standplaats aanwijzen.

3. Aan een vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

4. Vergunning kan enkel worden verleend aan een handelingsbekwame natuurlijke persoon die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten.

Artikel 4. Mandaatverboden

De bevoegdheid tot het vaststellen van het inrichtingsplan kan niet worden gemandateerd. De bevoegdheid tot wijzigen daarvan en die tot het verlenen of het intrekken van een ­ver­gunning leidt kan niet aan de marktmeester of een andere toezichthouder wor­den gemandateerd.

Artikel 5. Wachtlijststelsel

1. Als op grond van het inrichtingsplan voor een markt het wachtlijststelsel wordt gehanteerd voor de toekenning van een vaste stand­plaats­vergunning, geldt het volgende.

2. Burgemeester en wethouders houden een lijst bij van de kandidaten voor een vaste stand­plaats­vergunning die daarvoor een aanvraag hebben ingediend en die een handelingsbekwame natuurlijke persoon zijn (wachtlijst).

3. Op de wachtlijst worden bij iedere kandidaat vermeld:

a. diens naam en voornamen, geboortedatum en -plaats, adres en woonplaats;

b. de datum van de aanvraag;

c. de branche waartoe de kandidaat behoort of de soort artikelen die hij wenst te verhandelen;

d. informatie over de uitstalling die de kandidaat wenst te gebruiken.

4. De kandidaat ontvangt een schriftelijk bewijs van inschrijving op de wachtlijst.

5. De inschrijving wordt doorgehaald als aan de kandidaat een vaste standplaatsvergun­ning is toegekend, op zijn schriftelijke aanvraag, na zijn overlijden of als hij onder curatele is gesteld.

6. Als er ruimte is om een nieuwe vaste standplaatsvergunning toe te kennen, komt daarvoor als eerste in aanmerking de hoogstgeplaatste kandidaat die op de wachtlijst staat en die voldoet aan de vereisten voor toekenning. Daarna komen andere aanvragers in aanmerking, in volgorde van indiening van hun aanvraag tot plaatsing op de wachtlijst. De kandidaat die in aanmerking komt voor de vergunning dient binnen 2 weken mondeling dan wel schriftelijk aan te geven akkoord te gaan.

Artikel 6. Overschrijven vaste standplaatsvergunning

1. Wenst de houder van een vaste standplaatsvergunning niet langer zelf gebruik te maken van de vergunning of is hij overleden of onder curatele gesteld, dan kunnen burgemeester en wethouders op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of zijn curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreer­de partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoonde, of zijn kind.

2. Kan deze weg niet worden gevolgd, dan kan de vergunning op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of zijn curator wor­den overgeschreven op een medewerker van de vergunninghouder of de mede-eigenaar van diens bedrijf.

3. In geval van overlijden of ondercuratelestelling van de vergunninghouder wordt de aanvraag tot overschrijving binnen twee maanden nadien ingediend.

4. Burgemeester en wethouders kunnen van het vorenstaande afwijken voor zover de toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de bepalingen te dienen doelen.

5. De aanvraag tot overschrijving wordt alleen geweigerd als niet wordt voldaan aan de uit dit artikel voortvloeiende eisen of aan een eis waaraan een houder van een standplaatsvergunning volgens deze verordening moet voldoen.

Artikel 7. Intrekking en vervallen vaste standplaatsvergunning

1. Burgemeester en wethouders trekken een vaste standplaatsvergunning in:

a. op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of

b. twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij een aanvraag tot overschrijving is ingediend overeenkomstig artikel 6.

2. Burgemeester en wethouders kunnen een vaste standplaatsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd intrekken:

a. als de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;

b. als de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden;

c. als van de vergunning gedurende ten minste twee maandengeen gebruik is gemaakt; of

d. als de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.

3. In geval van intrekking voor bepaalde tijd kan tevens worden bepaald dat de toegewezen standplaats vervalt.

Artikel 8. Persoonlijk innemen standplaats; vervanging

1. De houder van een vaste standplaatsvergunning neemt de hem toegewezen standplaats persoonlijk in.

2. De houder van een vaste standplaatsvergunning kan de hem toegewezen standplaats laten innemen door een vervanger. Daarvan doet hij tevoren mededeling aan de marktmeester.

3. De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De rechten – behalve die tot vervanging ingevolge het vorige lid – en verplichtingen die bij of krachtens deze verordening gelden voor de vergunning­houder, zijn van overeenkomstige toepassing op de vervanger.

Artikel 9. Dagplaatsvergunning

1. Een dagplaatsvergunning kan worden verleend voor het innemen van een standplaats voor het uitoefenen van markthandel op de markt op plaatsen die niet zullen worden ingenomen door de houder van een vaste standplaatsvergunning omdat voor de plaats geen vergunning geldt, de vergunning is vervallen of omdat de vergunninghouder niet in staat is de plaats in te nemen en niet is voorzien in vervanging overeenkomstig artikel 8.

2. Voor een dagplaatsvergunning komen in aanmerkingdegenen die daarvoor die dag vóór aanvang van de markttijd bij de marktmeester een aanvraag hebben ingediend, voldoen aan een eventueel van toepassing zijnde branche- of artikelgroepvereiste en die niet zijn uitgesloten omdat zij gedurende een of meer van de voorafgaande vier marktdagen:

a. zich op de markt schuldig hebben gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling hebben overtreden, of

b. niet tijdig het verschuldigde marktgeld hebben voldaan dat wordt geheven op de grondslag van artikel 229 van de Gemeentewet.

3. Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van een gegadigde bepalen dat een uitsluitingsgrond niet geldt of dat voor de toepassing van het vorige lid een langere termijn in aanmerking wordt genomen.

4. De dagplaatsvergunningen worden verstrekt aan de in aanmerking komende gegadigden op volgorde van ontvangst van de aanvragen.

5. Een dagplaatsvergunning kan niet worden overgedragen. De vergunninghouder kan zich niet laten vervangen.

Artikel 10. Standwerkvergunning

1. Een standwerkvergunning kan worden verleend met overeenkomstige toepassing van artikel 9, tweede tot en met vijfde lid.

2. Een standwerkvergunning geldt voor de in de vergunning vermelde dag en plaats en voor de in de vergunning omschreven artikelen.

Artikel 11. Bijstand

De houder van een vaste standplaatsvergunning of van een dagplaatsvergunning kan zich doen bijstaan door een of meer andere personen.

Artikel 12. Legitimatieplicht

Degene die een vaste standplaats, dagplaats of een standwerkplaats wenst in te nemen of inneemt op de markt, is op eerste verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is.

Artikel 13. Markttijden in acht nemen

1. Het is een vergunninghouder verboden meer dan 2 uur voor aanvang en meer dan 1 uur na afloop van de markt ruimte in te nemen of te doen innemen op het marktterrein met een voertuig, met goederen of anderszins, of goederen aan- of af te voeren of te laten aan- of afvoeren.

2. Een vergunninghouder neemt zijn standplaats in tot de sluitingstijd van de markt, tenzij anders bepaald in overleg met de marktmeester.

Artikel 14. Markt schoonhouden

1. Een vergunninghouder is verplicht afval, waaronder verpakkingsmateriaal, dat tijdens de door hem uitgeoefende verkoop op zijn standplaats vrij komt zodanig te bewaren dat het marktterrein daar­door niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden verwijderd. Hij voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt af of laat het afvoeren.

2. Een vergunninghouder is verplicht de door hem ingenomen standplaats en de naaste omgeving daarvan na afloop van de markt veegschoon achter te laten.

Artikel 15. Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de door burgemeester en wethouders aangewezen marktmeester en de overige door hen aangewezen toezichthouders.

Artikel 16. Onmiddellijke verwijdering

Burgemeester en wethouders kunnen een vergunninghouder of iemand die hem bijstaat of vervangt gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden.

Artikel 17. Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.

Artikel 18. Intrekking oude verordening en overgangsrecht

1. De Marktverordening 1998 wordt ingetrokken.

2. De krachtens de vastgestelde Marktverordening 1998 wachtlijst geldt als lijst krachtens deze verordening.

3. Een krachtens de Marktverordening 1998 verleende vergunning of ontheffing geldt als vergunning of ontheffing verleendkrachtens deze verordening. Burgemeester en wethouders kunnen deze ambtshalve vervangen door een vergunning of ontheffing krachtens deze verordening. Ambtshalve vervanging kan gepaard gaan met een wijziging van beperkingen en voorschriften.

Artikel 19. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening gemeente Heeze-Leende 2013.