Regeling vervallen per 01-08-2020

Algemene Subsidieverordening gemeente Hulst 2007

Geldend van 01-03-2007 t/m 31-07-2020

Intitulé

Algemene Subsidieverordening gemeente Hulst 2007

De raad van de gemeente Hulst;

 

Gelezen het voorstel tot vaststelling herziene versies Algemene subsidieverordening Gemeente Hulst en Beleidsregels subsidieverstrekking Gemeente Hulst (rv2007/11);

 

B E S L U I T :

 

Vast te stellen:

 

  • 1.

    Algemene subsidieverordening Gemeente Hulst 2007

  • 2.

    Beleidsregels subsidieverstrekking Gemeente Hulst 2007

Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Inleiding

Voor de algemene regels aangaande subsidies wordt verwezen naar de Algemene wet bestuursrecht (Awb), 3de tranche, titel 4.2. Daar waar de gemeente Hulst afwijkt van deze regels, worden deze in de Algemene subsidieverordening gemeente Hulst 2007 genoemd. De artikelen uit de Awb en de verbijzondering hiervan in de Algemene subsidieverordening gemeente Hulst 2007 vormen tezamen de wettelijke voorschriften met betrekking tot het verstrekken van subsidies door de gemeente Hulst.

Artikel 2 Begripsbepalingen

Bij de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    raad: de gemeenteraad van Hulst;

  • b.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst;

  • c.

    Awb: de Algemene wet bestuursrecht, zoals deze luidt na inwerkingtreding van de derde tranche (Staatsblad 1996, nr. 333);

  • d.

    structurele subsidie: een jaarlijks terugkerende subsidie voor activiteiten met een duurzaam karakter;

  • e.

    incidentele subsidie: een subsidie voor een éénmalige activiteit;

  • f.

    waarderingssubsidie: een subsidie voor de activiteiten van een organisatie waarbij in beginsel geen direct verband bestaat tussen de kosten die de organisatie maakt en de subsidie die zij ontvangt;

  • g.

    budgetsubsidie: een subsidie waarbij de organisatie een bedrag krijgt toegewezen om een tevoren overeengekomen werkprogramma of activiteitenpakket uit te voeren en na afloop verantwoording dient af te leggen over de omvang en kwaliteit van het werkprogramma of de activiteiten;

  • h.

    subsidieontvanger: een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid of een groep van natuurlijke personen of een natuurlijk persoon die een activiteit verricht of laat verrichten en die zich blijkens de statuten de behartiging van ideële en of materiële aard ten doel stelt en daarbij geen winst beoogt;

  • i.

    activiteiten: werkzaamheden, gericht op door de gemeente Hulst nagestreefde doelstellingen van ideële of materiële aard, welke werkzaamheden of resultaten daarvan meetbaar zijn in termen van kwantiteit, kwaliteit of geld;

  • j.

    eigen middelen: alle vermogens- en inkomensbestanddelen waarover de subsidieontvanger kan beschikken, waaronder inkomsten uit contributies, inkomsten uit deelnemersbijdragen, inkomsten uit donaties, erfstellingen en legaten, reserves en voorzieningen;

  • k.

    beleidsregel: een bij besluit door de raad vastgestelde algemene maatregel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vastststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften ten behoeve van het verstrekken van een subsidie op grond van deze verordening;

  • l.

    subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens deze verordening.

Artikel 3 Reikwijdte

  • 1. Deze verordening is van toepassing op alle subsidies die de gemeente verstrekt voor activiteiten die door subsidieontvangers in het belang van de gemeente worden uitgevoerd en passen binnen het gemeentelijk subsidiebeleid.

  • 2. Het bij of krachtens deze verordening bepaalde is niet van toepassing indien en voor zover:

    • a.

      bij of krachtens een bijzondere subsidieregeling daarvan wordt afgeweken;

    • b.

      het rijk of de provincie een regeling heeft vastgesteld, waarbij de rijks- of provinciale subsidie op andere dan in deze verordening gestelde voorwaarden afhankelijk wordt gesteld van de verlening van een gemeentelijke subsidie.

Artikel 4 Bevoegdhedenverdeling

  • 1. Het college is door de raad belast met de uitvoering van deze verordening.

  • 2. De raad kan voor de terreinen waarop deze verordening van toepassing is beleidsuitgangspunten en beleidsnota’s vaststellen van waaruit door college voorwaarden worden afgeleid voor de subsidieverlening c.q. vaststelling (de beleidsregels).

  • 3. Jaarlijks stelt de raad in de Lijst Subsidieplafonds en grondslagen voor de onderscheiden beleidsvelden subsidieplafonds vast.

  • 4. Tenminste eenmaal per vier jaar brengt het college een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het subsidiebeleid ter kennis aan de raad.

Artikel 5 Algemeen

  • 1. Het verlenen van subsidie vindt plaats voor zover:

    • a.

      de door de instelling te verrichten activiteiten passen binnen de door de raad of het college geformuleerde beleidsregels.

    • b.

      de instelling voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

  • 2. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient de instelling activiteiten uit te voeren voor alle groeperingen zonder onderscheid van ras, geloofsovertuiging, levensovertuiging, geslacht of seksuele geaardheid. Instellingen die activiteiten uitvoeren die specifiek op bepaalde door de gemeente erkende doelgroepen zijn gericht, is het wel toegestaan activiteiten te organiseren die gericht zijn op een of meer specifieke doelgroepen.

  • 3. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een aanvraag te worden ingediend op een hiertoe door de gemeente ter beschikking gesteld aanvraagformulier.

  • 4. De subsidieontvanger is verplicht nadere inlichtingen te verstekken en mee te werken aan

    onderzoeken van de rekenkamercommissie Hulst indien de rekenkamercommissie daartoe

    verzoekt conform artikel 10 lid 4 van de Verordening Rekenkamercommissie Hulst 2006 en de

    daarin genoemde bepalingen uit de gemeentewet.

HOOFDSTUK 2 DE SUBSIDIEAANVRAAG EN SUBSIDIEVERLENING

Artikel 6 Aanvraag voor een structurele subsidie

  • 1. Een aanvraag voor een structurele subsidie wordt voor 1 september, voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, ingediend bij het college.

  • 2. Bij de aanvraag worden door de aanvrager tenminste overgelegd:

    • a.

      een activiteitenplan voor het jaar c.q. de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. Hierin zijn de aard, de omvang van de activiteiten, de doelgroepen, het verwachte aantal deelnemers en de beoogde doelstelling(en) vermeld;

    • b.

      een begroting van baten en lasten voor het ja(a)r(en) waarvoor subsidie wordt gevraagd voor het uitvoeren van de in het activiteitenplan opgenomen activiteiten;

    • c.

      een financieel verslag over het laatste subsidiejaar, vergezeld van een accountantsverklaring of een verklaring van kascontrole;

    • d.

      een balans naar de toestand van 31 december van het afgelopen kalenderjaar;

    • e.

      een verslag van de activiteiten van het laatste kalenderjaar, met een beschrijving van de gevolgde werkwijze en het verkregen resultaat;

    • f.

      een gespecificeerde opgave van het bedrag dat de aanvrager nodig heeft voor het uitvoeren van de activiteit of activiteiten;

    • g.

      een opgave van eventueel bij anderen aangevraagde subsidie voor dezelfde activiteiten, met daarbij de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.

  • 3. Indien de aanvrager een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is en voor het eerst een aanvraag indient, dient de aanvrager tevens de volgende stukken te overleggen:

    • a.

      een gewaarmerkt exemplaar van de oprichtingsakte van de rechtspersoon waarin de statuten zijn opgenomen en indien aanwezig een exemplaar van het huishoudelijk reglement;

    • b.

      een opgave van de bestuurssamenstelling;

    • c.

      een beschrijving van de organisatievorm van de rechtspersoon.

  • 4. Het college kan bepalen dat bepaalde stukken, genoemd onder lid 2 van dit artikel, niet behoeven te worden overlegd. Het college kan tevens aanvullende regels vaststellen waaraan te overleggen stukken dienen te voldoen.

  • 5. Indien subsidie wordt verleend voor een meerjarige periode, kan worden volstaan met één aanvraag op uiterlijk 1 september voor de aanvang van de meerjarige periode. De stukken als bedoeld in lid 3 moeten dan betrekking hebben op de gehele periode (o.a. meerjarenbegroting).

Artikel 7 Aanvraag voor een incidentele subsidie

  • 1. Aanvragen voor een incidentele subsidie moeten worden ingediend door de aanvrager 8 weken voorafgaand aan de datum waarop de activiteit of evenement, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, plaatsvindt.

  • 2. Bij deze aanvraag worden door de aanvrager tenminste overgelegd:

    • a.

      een activiteitenplan, waarin tevens de beoogde opzet en de doelstellingen van de activiteit(en) zijn vermeld;

    • b.

      een begroting van kosten en baten met betrekking tot de activiteit(en) waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

      Indien de aanvrager een rechtspersoon met rechtsbevoegdheid is, overlegt hij tevens stukken genoemd in het tweede lid van artikel 6.

  • 3. Indien de aanvrager voor het eerst een aanvraag indient overlegt deze tevens de volgende stukken:

    • a.

      een gewaarmerkt exemplaar van de oprichtingsakte van de rechtspersoon waarin de statuten zijn opgenomen en indien aanwezig een exemplaar van het huishoudelijk reglement;

    • b.

      een opgave van de bestuurssamenstelling;

    • c.

      een beschrijving van de organisatievorm van de rechtspersoon.

  • 4. Het college kan bepalen dat bepaalde stukken, genoemd in lid 2 van dit artikel niet behoeven te worden overlegd. Het college kan tevens aanvullende regels vaststellen waaraan over te leggen stukken dienen te voldoen.

Artikel 8 Niet tijdige en niet volledige aanvraag

  • 1. Indien een aanvraag niet tijdig is ingediend, kan het college besluiten deze niet te behandelen.

  • 2. Indien een aanvraag onvolledig is ingediend, stelt het college de aanvrager in de gelegenheid het verzuim binnen een redelijke, door hen schriftelijk aan te geven, termijn te herstellen. Deze redelijke termijn kan maximaal 4 weken bedragen. Indien het verzuim niet binnen de gestelde termijn is hersteld, besluit het college de aanvraag niet te behandelen.

  • 3. Het college doet het verzoek om overlegging van aanvullende stukken of informatie binnen een termijn van vier weken na ontvangst van de aanvraag om een subsidie.

Artikel 9 Beslistermijn

  • 1. Het college beschikt z.s.m. op een aanvraag voor een structurele subsidie doch uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het kalenderja(a)r(en), respectievelijk de periode waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2. Het college beschikt z.s.m. op een aanvraag voor een incidentele subsidie doch uiterlijk twee weken voorafgaand aan datum waarop de activiteit of het evenement plaatsvindt waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 3. Indien het college op grond van het ontbreken van voldoende gegevens die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van het subsidieverzoek betrokkene conform art. 8 lid 2 de gelegenheid heeft geboden het verzuim aan te vullen, wordt de maximale termijn van afhandeling verlengd met de termijn, welke betrokkene nodig heeft de stukken aan te leveren.

Artikel 10 Weigering subsidieverlening

  • 1. Een subsidie wordt geheel of gedeeltelijk geweigerd indien de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd niet past binnen de door de gemeente geformuleerde doelstellingen, opgenomen in de opgestelde beleidsregels, c.q. de beleidsnota’s, waarnaar verwezen wordt in deze beleidsregels.

  • 2. Een budgetsubsidie wordt geheel of gedeeltelijk geweigerd indien de subsidieaanvrager zelf in de kosten van de activiteit of activiteiten kan voorzien uit eigen middelen of middelen van derden.

  • 3. Het college kan, alvorens een besluit tot weigering wordt genomen, met de subsidieaanvrager in overleg treden.

Artikel 11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1. De subsidieontvanger is verplicht het college zo spoedig mogelijk te informeren over:

    • a.

      ontwikkelingen die ertoe leiden of kunnen leiden dat de activiteiten niet kunnen worden verwezenlijkt;

    • b.

      het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de activiteiten.

  • 2. De subsidieontvanger, tevens rechtspersoon, is voorts verplicht het college, binnen een maand na de wijziging of het besluit schriftelijk te informeren over:

    • a.

      wijzigingen in de statuten, het reglement en de organisatievorm, onder toezending van een afschrift van de notariële akte waarin de wijziging is opgenomen;

    • b.

      wijzigingen in de bestuurssamenstelling;

    • c.

      besluiten en procedures die leiden of kunnen leiden tot beëindiging van de activiteiten dan wel ontbinding van de rechtspersoon.

  • 3. Het is de subsidieontvanger niet toegestaan schenkingen aan derden te doen, behoudens na verkregen toestemming van het college.

  • 4. Het college kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

  • 5. De subsidieontvanger is verplicht nadere inlichtingen te verstekken en mee te werken aan onderzoeken van de rekenkamercommissie Hulst indien de rekenkamercommissie daartoe verzoekt conform artikel 10 lid 4 van de Verordening Rekenkamercommissie Hulst 2006 en de daarin genoemde bepalingen uit de gemeentewet.

Artikel 12 Reserves en voorzieningen

Het college kan bij de verlening van structurele subsidies, aan een subsidieontvanger de vorming van reserves of voorzieningen toestaan.

HOOFDSTUK 3 DE SUBSIDIEVASTSTELLING

Artikel 13 Termijn van aanvraag subsidievaststelling

  • 1. De aanvraag tot vaststelling van een structurele subsidie moet worden ingediend voor 1 april volgend op het jaar waarvoor de subsidie is verleend.

  • 2. De aanvraag tot vaststelling van een incidentele subsidie moet worden ingediend binnen 12 weken na afloop van de activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend.

Artikel 14 De aanvraag tot subsidievaststelling

  • 1. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de aanvrager aan dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidie verbonden verplichtingen, tenzij de subsidievaststelling tegelijk met de -verlening heeft plaatsgevonden.

  • 2. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de aanvrager rekening en verantwoording af omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.

  • 3. Het college kan de subsidieontvanger verplichten tot medewerking aan een aanvullend accountantsonderzoek.

  • 4. Bij de aanvraag voegt de subsidieontvanger een inhoudelijk en financieel verslag, waarin in ieder geval zijn beschreven:

    • a.

      de aard en omvang van de verrichte activiteiten;

    • b.

      een beschrijving in hoeverre de door de gemeente nagestreefde doelstellingen zijn behaald en een toelichting op verschillen tussen de nagestreefde doelstellingen en behaalde resultaten.

  • 5. Bij subsidieontvangers, worden de volgende categorieën onderscheiden, met betrekking tot de verplichting van het overleggen van een verklaring door een accountant:

    • a.

      een subsidie van € 0 tot € 15.000,-: geen verklaring nodig;

    • b.

      een subsidie van € 15.000,- tot € 45.000,-: een beoordelingsverklaring nodig 1 keer per 3 jaar, waarbij het jaar steekproefsgewijs wordt vastgesteld;

    • c.

      een subsidie van € 45.000,- en meer: jaarlijks een volledige accountantsverklaring.

  • 6. Het college kan bepalen dat bij door hen aan te wijzen instellingen de

    subsidieverlening en –vaststelling gelijktijdig plaatsvindt.

  • 7. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de stukken, genoemd in de leden 1 tot en met 5 van dit artikel.

HOOFDSTUK 4 BETALING EN VOORSCHOTTEN

Artikel 15 Betaling en voorschotten

  • 1. Subsidies tot een bedrag van € 7.500 worden in één termijn betaalbaar gesteld.

  • 2. Subsidies boven een bedrag van € 7.500 kunnen in meerdere termijnen betaalbaar gesteld worden.

HOOFDSTUK 5 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 16 Overgangsbepalingen

Op een aanvraag voor een subsidie, die is ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening, wordt op grond van de voor dat tijdstip geldende regels en verordeningen beslist. Voor incidentele subsidies voor het subsidiejaar 2007 welke zijn ingediend na inwerkingtreding van deze verordening is de Algemene subsidieverordening gemeente Hulst 2005 van toepassing

Artikel 17 Ontheffing wegens bijzondere omstandigheden

Van de toepassing van de bepalingen in deze verordening kan door het college worden afgeweken indien strikte toepassing ervan wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zou zijn in verband met het met deze bepalingen te dienen doel.

Artikel 18 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt met onmiddellijke ingang in werking de dag na bekendmaking.

Artikel 19 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Algemene Subsidieverordening gemeente Hulst 2007’.

Toelichting per artikel op de

Algemene Subsidieverordening Gemeente Hulst 2007

HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1 Inleiding

Verwezen wordt naar de Algemene wet bestuursrecht (Awb), 3de tranche, titel 4.2. Hierin worden de bepalingen omtrent subsidies uiteengezet. Deze bepalingen zijn ook van toepassing voor de gemeente Hulst. Alleen waar de gemeente Hulst afwijkt van deze regels, worden deze in de subsidieverordening genoemd. In de Awb zijn diverse artikelen opgenomen over bijvoorbeeld het subsidieplafond, de beschikking omtrent subsidieverlening, begrotingsvoorbehoud, uitvoeringsovereenkomsten, de beschikking tot subsidievaststelling, ambtshalve subsidievaststelling, intrekking en wijziging subsidieverlening en subsidievaststelling en de betaling en terugvordering van het subsidie. Deze bepalingen uit de Awb zijn van toepassing op de gemeente Hulst, maar worden niet in de subsidieverordening genoemd.

Artikel 2 Begripsbepalingen

In dit artikel zijn de begripsbepalingen opgenomen die van toepassing zijn in deze verordening.

Artikel 3 Reikwijdte

De subsidieverordening is in beginsel van toepassing op alle door de gemeente te verlenen subsidies voor activiteiten die door de subsidieontvangers in het belang van de gemeente worden uitgevoerd. Het college bepaalt welke subsidies daadwerkelijk op basis van de verordening worden verstrekt.

Het gemeentelijk belang staat derhalve voorop. Er wordt alleen subsidie verstrekt voor die activiteiten die de gemeente van gemeentelijk belang acht. Welke activiteiten voor subsidie in aanmerking komen wordt vastgelegd in afzonderlijke beleidsregels.

De uitvoering van activiteiten wordt overgelaten aan het particulier initiatief. De gemeente ontplooit slechts dan activiteiten indien het particulier initiatief naar haar oordeel niet of te weinig activiteiten ontplooit.

De subsidieverordening is niet van toepassing indien hiervan bij of krachtens een bijzondere subsidieregeling wordt afgeweken. Een dergelijke bijzondere subsidieregeling zal alleen worden opgesteld indien dit gelet op de (sectorale) belangen onvermijdelijk is.

Artikel 4 Bevoegdhedenverdeling

Op grond van dit artikel is het college belast met de uitvoering van deze verordening. Uitvoering houdt onder meer in het verlenen en vaststellen van subsidies, het vaststellen van subsidieregels, het aangaan van uitvoeringsovereenkomsten en het verlenen van voorschotten.

Het vaststellen van de hoogtes van de subsidieplafonds blijft voorbehouden aan de raad. Jaarlijks stelt zij deze plafonds vast voor de diverse onderscheiden beleidsvelden.

De Awb schrijft voor dat, indien een subsidie op een wettelijk voorschrift berust, tenminste eenmaal in de vijf jaar een verslag wordt gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. In de verordening wordt van de wettelijke termijn afgeweken en gekozen voor een vierjaarlijkse verslaglegging door het college aan de raad. Hierbij is aansluiting gezocht bij de zittingsduur van de raad. Vorm en inhoud van het verslag zijn vrij. Mogelijkheden zijn een apart verslag, een rapportage in de begrotingstoelichting, een beleidsnota. Deze bepaling past uitstekend in het nieuwe dualistisch bestuursconcept.

Artikel 5 Algemeen

Het eerste lid geeft twee belangrijke algemene voorwaarden aan om voor subsidie in aanmerking te komen. Op de eerste plaats moeten de gesubsidieerde activiteiten passen in het gemeentelijk beleid (beleidsregels en beleidsdoelstellingen). Zo zullen de te organiseren activiteiten in principe het directe belang van de gemeente en/of haar inwoners moeten dienen; hetgeen nader uitgewerkt kan worden in de beleidsregels. Op de tweede plaats moet de subsidieontvanger voldoen aan de regels die door de verordening worden gesteld.

Het tweede lid ziet er op toe dat subsidieontvangers niet discrimineren. Dit laat onverlet de mogelijkheid dat een subsidieontvanger zijn activiteiten richt op bepaalde doelgroepen. Activiteiten moeten echter altijd gelijkelijk "toegankelijk" zijn voor alle inwoners van de gemeente.

Het derde lid voorziet in het gebruik van vastgestelde aanvraagformulieren en verplicht de aanvragers hiervan gebruik te maken.

Het vijfde lid ziet er op toe dat de rekenkamercommissie de mogelijkheid heeft om bij privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente of een derde voor rekening en risico van de

gemeente rechtstreeks of middellijk een subsidie heeft verstrekt ten bedrage van ten minste vijftig

procent van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie

betrekking heeft nadere inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking

hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten

met betrekking tot die instelling die bij het gemeentebestuur berusten. De rekenkamercommissie

kan, indien de documenten, bedoeld hierboven, daartoe aanleiding geven, bij de betrokken

instelling dan wel bij de derde die de administratie in opdracht van de instelling voert, een

onderzoek instellen. De rekenkamer stelt de raad en het college van haar voornemen een dergelijk

onderzoek in te stellen in kennis.

HOOFDSTUK 2 DE SUBSIDIEAANVRAAG EN SUBSIDIEVERLENING

Artikel 6 Aanvraag voor een structurele subsidie

In artikel 6 worden regels gesteld over de aanvraag voor een structurele subsidie. Zo'n aanvraag dient uiterlijk 1 september voor de aanvang van het kalenderjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft te worden ingediend.

Bij een aanvraag om een structurele subsidie moet een aantal bescheiden worden overgelegd. Het gaat hierbij enerzijds om gegevens die de aanvraag met argumenten onderbouwen en anderzijds om gegevens die het college nodig heeft om zich een goed beeld van de betrokken belangen te kunnen vormen. Het college kan ingevolge dit artikel besluiten dat bepaalde gegevens niet behoeven te worden overgelegd, maar kunnen ook verzoeken om extra gegevens aan te leveren.

Artikel 7 Aanvraag voor een incidentele subsidie

Om organisatoren van incidentele activiteiten of evenementen zo veel mogelijk de kans te geven tijdig de aanvraag in te dienen is de aanvraagdatum voor een incidentele subsidie flexibel gemaakt tot 8 weken voor de datum van de activiteit of het evenement. Ook hier moet de aanvrager bescheiden overleggen om het college een goed beeld over de aanvraag te geven.

Artikel 8 Niet tijdige en niet volledige aanvraag

Wanneer een aanvraag niet op tijd is ingediend kan het college de aanvraag buiten behandeling laten. De aanvrager wordt hiervan zo snel mogelijk in kennis gesteld.

Indien een aanvraag onvolledig is, stelt het college de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag te completeren. De aanvrager dient hiervoor een redelijke termijn te krijgen. Deze is vastgesteld op maximaal 4 weken. Deze termijn wordt als voldoende beschouwd en garandeert tevens bij tenderbeoordelingen een vlotte voortgang van de afhandeling.

Als de gegevens binnen de gevraagde termijn niet zijn verstrekt, besluit het college de aanvraag buiten behandeling te laten. Overigens kan een dergelijk besluit niet vormvrij geschieden. Het college dient hiertoe een besluit te nemen en dit binnen vier weken nadat de bovengenoemde termijn is verstreken kenbaar te maken aan de aanvrager. Zijn deze vier weken verstreken zonder dat het college een besluit tot het niet behandelen heeft genomen, dan kan niet meer voor deze wijze van afdoening worden gekozen. Alsdan zal inhoudelijk op de aanvraag moeten worden gereageerd.

Artikel 9 Beslissingstermijn

Dit artikel verschaft de subsidie-aanvrager duidelijkheid over de termijn waarbinnen het college een besluit neemt op een aanvraag voor een structurele respectievelijk een incidentele subsidie. Tevens wordt aangegeven dat een verzoek om het aanleveren van ontbrekende stukken voor de beoordeling van de aanvraag een opschortende werking heeft m.b.t. de afhandelingtermijn.

Artikel 10 Weigering subsidieverlening

Dit artikel geeft een niet-limitatieve opsomming van een aantal algemeen geldende gronden om een subsidie-aanvraag te weigeren.

De weigeringgronden in lid 1 en 2 zijn dwingend voorgeschreven. Als de budgetsubsidieaanvrager zelf (deels) in de kosten van de activiteiten kan voorzien, wordt de subsidie (deels) niet verstrekt.

Dit artikel handelt niet over weigering op beleidsmatige gronden. Dat gebeurt op basis van de beleidsregels, waarin ook de inhoudelijke voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen nader worden bepaald.

Artikel 11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

In dit artikel zijn verplichtingen van de subsidieontvanger opgenomen. In lid 1 gaat het om inlichtingenverplichtingen die betrekking hebben op het niet (langer) uitvoeren van de activiteiten.

In het 2de lid zijn de verplichtingen van ontvangers van structurele subsidies opgenomen over informatie die de subsidieontvanger of subsidie-ontvangende organisatie betreffen. De opsomming van zaken waaromtrent informatie aan het college moet worden verstrekt, is limitatief.

Het is subsidieontvangers in beginsel niet toegestaan schenkingen aan derden te doen. Subsidieverstrekking vindt plaats om door de subsidieontvanger te verrichten activiteiten mogelijk te maken. Voor zover een subsidieontvanger ook zonder subsidie of met minder subsidie deze activiteiten zou kunnen uitvoeren zou geen noodzaak tot subsidieverlening bestaan. Het doen van schenkingen door subsidieontvangers zou ertoe kunnen leiden dat deze (op de lange of korte termijn) zijn aangewezen op een hogere subsidie. Derhalve worden schenkingen in beginsel niet toegestaan (3de lid).

Lid 4 biedt het college de mogelijkheid aanvullende verplichtingen op te leggen.

Lid 5 geeft de rekenkamercommissie de mogelijkheid om bij privaatrechtelijke rechtspersonen

waaraan de gemeente of een derde voor rekening en risico van de gemeente rechtstreeks of

middellijk een subsidie heeft verstrekt ten bedrage van ten minste vijftig procent van de baten van

deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft nadere

inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen

die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met betrekking tot die

instelling die bij het gemeentebestuur berusten. De rekenkamercommissie kan, indien de

documenten, bedoeld hierboven, daartoe aanleiding geven, bij de betrokken instelling dan wel bij

de derde die de administratie in opdracht van de instelling voert, een onderzoek instellen. De

rekenkamer stelt de raad en het college van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen

in kennis.

Artikel 12 Reserves en voorzieningen

Dit artikel maakt de vorming van reserves of voorzieningen door de subsidieontvanger mogelijk. Aan de vorming van reserves of voorzieningen dient in beginsel een besluit van het college ten grondslag te liggen, dan wel een beleidsregel. Zonder een dergelijk besluit of beleidsregel is de vorming van reserves of voorzieningen derhalve niet toegestaan.

HOOFDSTUK 3 DE SUBSIDIEVASTSTELLING

In dit hoofdstuk wordt uitgegaan van de hoofdregel dat de vaststelling geschiedt op aanvraag van de subsidieontvanger, in te dienen na afloop van de activiteit of het subsidietijdvak. Deze hoofdregel is bruikbaar voor de meeste subsidies die een jaarlijkse cyclus van verlening en vaststelling kennen.

Artikel 13 Termijn van aanvraag subsidievaststelling

Dit artikel bepaalt de termijn waarbinnen de aanvraag tot vaststelling van de subsidie moet worden ingediend. De termijn is in lid 1 voor structurele subsidies gesteld op de datum van 1 april na afloop van het jaar waarvoor de subsidie is verleend. Door de termijn voor de indiening van de aanvraag tot vaststelling voor de termijn voor indiening van een nieuwe aanvraag te laten vallen, is het mogelijk bij de beoordeling van de aanvraag voor subsidieverlening rekening te houden met gegevens die bij de aanvraag tot subsidievaststelling over de voorgaande periode zijn bijgevoegd.

In lid 2 is de termijn voor incidentele subsidies gesteld op 12 weken na afloop van de activiteit of het tijdvak waarvoor de subsidie is verstrekt.

Artikel 14 De aanvraag tot subsidievaststelling

In artikel 14 wordt omschreven waaraan de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval moet voldoen.

In de aanvraag tot subsidievaststelling geeft de subsidieontvanger aan dat de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Hij legt tevens rekening en verantwoording af over de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.

De subsidieontvanger is op grond van lid 4 van dit artikel verplicht een inhoudelijk en financieel verslag op te stellen waarin zijn beschreven de inhoud en omvang van de activiteiten, een vergelijking tussen de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen. Daarbij gaat het dan niet om de doelstellingen die de subsidieontvanger zelf voor ogen staan, maar de doelstellingen die met het verstrekken van de subsidie door de gemeente zijn beoogd. Deze doelstelling zal over het algemeen duidelijk worden uit de beschikking tot subsidieverlening en indien aanwezig de uitvoeringsovereenkomst. De informatie die op deze wijze door de instellingen wordt verstrekt, dient het college in staat te stellen het verslag, als bedoeld in artikel 4 lid 4, op te stellen.

Lid 5 geeft aan voor welke subsidieontvangers een accountantsverklaring vereist is en wat de status van deze verklaring behoort te zijn. Er is geen accountantsverklaring vereist als het subsidie minder dan € 15.000,-- bedraagt. Indien het subsidie ligt tussen € 15.000,-- en € 45.000,-- dan is er ééns per 3 jaren een beoordelingsverklaring vereist. De gemeente bepaalt over welk jaar deze verklaring moet worden afgegeven en stelt de subsidieontvanger hiervan tevoren in kennis. Indien het subsidie meer dan € 45.000,-- bedraagt, is jaarlijks een volledige accountantsverklaring vereist.

HOOFDSTUK 4 BETALING VOORSCHOTTEN EN TERUGVORDERING

Artikel 15 Voorschotten

Dit artikel geeft regels over de bevoegdheid tot het verlenen van voorschotten. Met de verlening van voorschotten wordt vooruit gelopen op de betaalbaarstelling van het subsidiebedrag zelf. In de praktijk is voorschotverlening van groot belang, omdat de gesubsidieerde activiteit veelal niet kan worden verricht als niet vooraf gelden ter beschikking zijn gesteld.

HOOFDSTUK 5 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 16 Overgangsbepalingen

Op subsidies die vóór de inwerkingtreding van de verordening zijn verleend, zijn de bepalingen van de subsidieregelingen op grond waarvan die subsidie is verleend, van toepassing. Op aanvragen die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van de verordening wordt beslist op grond van de voor dat tijdstip geldende regels.

Artikel 17 Ontheffing wegens bijzondere omstandigheden

Artikel 17 bevat een hardheidsclausule. Het college kan bij bijzondere omstandigheden afwijken van de bepalingen in deze verordening of de strikte toepassing hiervan.

Artikel 18 Inwerkingtreding

Dit artikel bepaalt de datum waarop de verordening in werking treedt.

Artikel 19 Citeertitel

Artikel 19 geeft de officiële benaming van de verordening aan.