Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Landgraaf

Subsidieverordening ‘Stimuleren innovatief ondernemerschap in winkelkernen’

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieLandgraaf
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingSubsidieverordening ‘Stimuleren innovatief ondernemerschap in winkelkernen’
CiteertitelSubsidieverordening stimuleren innovatief ondernemerschap in winkelkernen
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

15-05-202015-05-2022niuwe regeling

07-05-2020

gmb-2020-122863

Tekst van de regeling

Intitulé

Subsidieverordening ‘Stimuleren innovatief ondernemerschap in winkelkernen’

De raad van Landgraaf;

Deze regeling heeft als hoofddoelstelling de retailstructuur in de winkelconcentratiegebieden (zie Bijlage I) te versterken door het verstrekken van subsidie voor het vestigen van detailhandel, dienstverlening of horeca in leegstaand commercieel vastgoed. Daarmee trachten we innovatief ondernemerschap binnen de gemeente te stimuleren en te versterken.

De tweede doelstelling is het terugdringen van de leegstand binnen de gemeente.

 

Deze regeling vervangt de subsidieverordening ‘Leegstaand Commercieel Vastgoed Landgraaf’.

 

besluit:

 

1. Algemeen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    college: het college van burgemeester en wethouders van Landgraaf;

  • b.

    commerciële dienstverlening: het bedrijfs- of beroepsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen wordt;

  • c.

    detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

  • d.

    de-minimisverordening (zie bijlage III): verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L352), dan wel later daarvoor in de plaats tredende regelgeving;

  • e.

    horeca: het bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, logies verstrekken, dranken schenken of rookwaren dan wel spijzen voor directe consumptie bereiden of verstrekken;

  • f.

    leegstaand: het niet of niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht in gebruik zijn van een pand alsmede een gebruik dat de kennelijke strekking heeft afbreuk te doen aan de werking van deze verordening alsmede tijdelijk gebruik in de vorm van een ingebruikgeving;

  • g.

    maatschappelijke dienstverlening: het verlenen van diensten in de medische, sociale, educatieve, culturele, religieuze en administratieve sfeer en andere vormen van dienstverlening, die een min of meer openbaar karakter hebben;

  • h.

    ondernemer: de natuurlijke- of rechtspersoon die een onderneming drijft of gaat drijven;

  • i.

    onderneming: op winst gericht bedrijf dat duurzaam aan het handelsverkeer deelneemt;

  • j.

    retail: de toevoer van diensten en producten met als eindgebruiker de consument;

  • k.

    stimuleringssubsidie: subsidie ten behoeve van het vestigen van een onderneming in detailhandel, horeca, commerciële en/of maatschappelijke dienstverlening in een leegstaand pand in een winkelconcentratiegebied in Landgraaf;

  • l.

    subsidieplafond: het bedrag dat gedurende het gemeentelijke begrotingsjaar ten hoogste beschikbaar is voor het verstrekken van subsidie op grond van deze verordening;

  • m.

    transformatiesubsidie: subsidie ten behoeve van het transformeren van een leegstaand pand in verband met een verandering van de functie van dit pand waardoor het definitief aan de retail wordt onttrokken en het pand beter past bij de gewijzigde functie als ook toekomstbestendig is;

  • n.

    winkelconcentratiegebied: een gebied binnen de gemeente Landgraaf zoals aangeduid op Bijlage I bij deze verordening.

Artikel 2 Reikwijdte

Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college ten behoeve van:

  • 1.

    het vestigen van een onderneming in detailhandel, horeca, commerciële en/of maatschappelijke dienstverlening in een leegstaand pand in een winkelconcentratiegebied;

  • 2.

    het transformeren van een leegstaand pand met retailbestemming binnen de gemeente Landgraaf in verband met een verandering van de functie van dit pand waardoor het aan de retail wordt onttrokken en het pand beter past bij de gewijzigde functie als ook toekomstbestendig is.

Artikel 3 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

  • 1.

    Het subsidieplafond is bepaald op € 160.000,-- voor de stimulerings- en transformatiesubsidie.

  • 2.

    Een stimuleringssubsidie of transformatiesubsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen in de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Artikel 4 Wijze van verdeling

  • 1.

    Verstrekking van subsidies vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5, van de Algemene wet bestuursrecht, de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.

  • 3.

    Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal complete aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen, worden de complete aanvragen die op die dag ontvangen zijn door middel van loting gerangschikt.

Artikel 5 Subsidieverlening

  • 1.

    Het college besluit binnen 12 weken na ontvangst van een complete aanvraag.

  • 2.

    Het college kan de besluitvorming één maal met ten hoogste 12 weken verdagen.

Artikel 6 Algemene verplichting van de subsidie-ontvanger

De subsidie-ontvanger meldt het onverwijld schriftelijk aan het college als:

  • -

    het aannemelijk is dat de activiteit waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig, niet geheel en/of op een andere wijze zal worden verwezenlijkt;

  • -

    niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;

  • -

    de subsidie-ontvanger als rechtspersoon wordt ontbonden dan wel gaat deelnemen in een andere rechtspersoon;

  • -

    faillissement, surseance van betaling van de subsidie-ontvanger en/of diens onderneming wordt uitgesproken dan wel ten aanzien van hem de Wet schuldsanering natuurlijke personen van toepassing is verklaard.

2. Stimuleringssubsidie

Artikel 7 Activiteit

  • 1.

    Het college kan op aanvraag aan een ondernemer stimuleringssubsidie verstrekken ten behoeve van het vestigen van een onderneming in detailhandel, horeca, commerciële en/of maatschappelijke dienstverlening binnen een winkelconcentratiegebied, zoals aangemerkt in Bijlage I.

  • 2.

    De hoogte van de stimuleringssubsidie bedraagt € 6.000,- per ondernemer/onderneming.

Artikel 8 Voorwaarden

  • 1.

    Stimuleringssubsidie kan worden toegekend indien:

    • a.

      de onderneming wordt gevestigd of uitgebreid in een leegstaand pand;

    • b.

      de ondernemer die een onderneming in dat pand gaat vestigen een zakelijk of persoonlijk recht op dat pand heeft;

    • c.

      de leegstand met het vestigen van de onderneming vanaf de openbare ruimte zichtbaar wordt weggenomen en de onderneming op begane grondniveau wordt gevestigd;

    • d.

      de vestiging van de onderneming wordt onderbouwd met een ondernemersplan en een transparante begroting;

    • e.

      de ondernemer zich heeft laten begeleiden/adviseren door stichting Streetwise;

    • f.

      de te vestigen onderneming voldoende toekomstperspectief heeft en financieel haalbaar is;

    • g.

      voor zover nodig voor de vestiging van de onderneming vergunning of ontheffing is verleend;

    • h.

      de vestiging van de onderneming in overeenstemming is met het vigerende bestemmingsplan en de visie en het beleid van de gemeente.

  • 2.

    De stimuleringssubsidie mag uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van het vestigen van de onderneming waarvoor de subsidie is verleend.

  • 3.

    Voor stimuleringssubsidie komen de redelijkerwijs te maken kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met het vestigen van de onderneming.

  • 4.

    De onderneming dient te worden gevestigd binnen zes maanden na verlening van de stimuleringssubsidie.

  • 5.

    Het college kan op verzoek uitstel verlenen van de in het vierde lid genoemde termijn.

Artikel 9 De aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag voor stimuleringssubsidie dient schriftelijk te worden ingediend bij het college middels het daarvoor bestemde aanvraagformulier.

  • 2.

    Bij de aanvraag dienen de volgende bescheiden te worden ingediend:

    • a.

      een kopie van het inschrijfbewijs van de Kamer van Koophandel;

    • b.

      een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de ondernemer, of van de bestuurders indien de ondernemer een rechtspersoon betreft;

    • c.

      een kopie van een ondertekende huur- dan wel koopovereenkomst van de nieuwe vestigingslocatie;

    • d.

      een ondernemersplan en financieel plan;

    • e.

      een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de vestiging van de onderneming waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • f.

      een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening (de-minimisverklaring, zie Bijlage II);

    • e.

      indien de aanvrager daarover beschikt: een getekende financieringsofferte grootbanken.

  • 3.

    Indien er sprake is van een verplaatsing of het oprichten van een nevenvestiging van een onderneming dient de aanvraag, naast de in het vorige lid genoemde bescheiden, tevens te bevatten:

    • a.

      de schriftelijke motivering waarom de onderneming verplaatst wordt, of de ondernemer een nevenvestiging opricht;

    • b.

      de jaarcijfers van de reeds bestaande onderneming van de laatste drie boekjaren;

Artikel 10 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35, van de Algemene wet bestuursrecht, kan stimuleringssubsidie worden geweigerd indien:

  • a.

    geen sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 7;

  • b.

    niet wordt voldaan aan een of meer van de in de artikel 8 genoemde voorwaarden;

  • c.

    naar het oordeel van het college twijfels bestaan over de levensvatbaarheid van de onderneming of de kredietwaardigheid van de aanvrager;

  • d.

    het college eerder ten behoeve van dezelfde onderneming en/of aan dezelfde ondernemer subsidie op grond van deze verordening heeft verstrekt;

  • e.

    de aanvraag betrekking heeft op de vestiging van een onderneming ten behoeve waarvan reeds van overheidswege een vergoeding of tegemoetkoming in welke vorm ook is verstrekt (de-minimissteunverklaring, zie Bijlage II);

  • f.

    de aanvraag betrekking heeft op een onderneming waaraan in de periode van twee belastingjaren voorafgaand aan de aanvraag en het lopende belastingjaar reeds € 200.000,-- of meer aan overheidssteun verleend is (de-minimissteunverklaring, zie Bijlage II).

Artikel 11 Uitbetaling en vaststelling subsidie

  • 1.

    Bevoorschotting van 50% van het verleende subsidiebedrag vindt plaats binnen vier weken na de subsidieverlening zodra de onderneming is gestart en de subsidieontvanger het college hiervan schriftelijk op de hoogte heeft gesteld;

  • 2.

    Eén jaar na het van start gaan van de onderneming dient de subsidieontvanger schriftelijk om vaststelling van de subsidie te verzoeken. Indien en voor zover uitbetaling van het resterend subsidiebedrag aan de orde is, vindt dit plaats binnen vier weken nadat het college tot vaststelling van de subsidie heeft besloten.

  • 3.

    Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de subsidie-ontvanger aan dat de gesubsidieerde activiteit gerealiseerd is, dat de subsidie ten goede gekomen is aan de gesubsidieerde activiteit en dat is voldaan aan de overige in de subsidieverlening opgenomen verplichtingen.

3. Transformatiesubsidie

Artikel 12 Activiteit

  • 1.

    Het college kan op aanvraag aan een eigenaar van een leegstaand pand binnen de gemeente een transformatiesubsidie verstrekken ten behoeve van het aanpassen van het pand in verband met het wijzigen van de functie daarvan, waardoor het aan de retail wordt onttrokken en het pand beter past bij de gewijzigde functie als ook toekomstbestendig is.

  • 2.

    De hoogte van de transformatiesubsidie bedraagt € 15.000,--.

Artikel 13 Voorwaarden transformatiesubsidie

  • 1.

    Transformatiesubsidie kan worden toegekend indien:

    • a.

      de aanvrager een zakelijk of persoonlijk recht op dat pand heeft;

    • b.

      de leegstand vanaf de openbare ruimte zichtbaar wordt weggenomen;

    • c.

      de transformatie een versterking betekent van de beeldkwaliteit van het betreffende pand;

    • d.

      de begrote kosten van de transformatie worden onderbouwd middels een transparante begroting;

    • e.

      de (financiële) haalbaarheid van de transformatie voldoende vaststaat;

    • f.

      het pand definitief aan de retail wordt onttrokken en de beoogde nieuwe functie voldoende toekomstperspectief heeft;

    • g.

      de beoogde nieuwe functie in overeenstemming is met de visie en het beleid van de gemeente;

    • h.

      voor zover nodig voor de transformatie en de nieuwe functie een vergunning of ontheffing is verleend;

    • i.

      de transformatie en de nieuwe functie van het pand niet in strijd is met het bestemmingsplan, de redelijke eisen van welstand en stedenbouwkundig wenselijk is.

  • 2.

    De subsidie mag uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van de transformatie van het pand waarvoor de subsidie is verleend.

  • 3.

    Voor transformatiesubsidie komen de redelijkerwijs te maken kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de transformatie van het betreffende pand.

  • 4.

    De aanpassingen aan het pand dienen binnen zes maanden na verlening van de subsidie gerealiseerd te zijn.

  • 5.

    Het college kan op verzoek uitstel verlenen van de in het vierde lid genoemde termijn.

Artikel 14 De aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag voor transformatiesubsidie op grond van deze verordening dient schriftelijk te worden ingediend bij het college middels het daarvoor bestemde aanvraagformulier.

  • 2.

    Bij de aanvraag dienen de volgende bescheiden te worden ingediend:

    • a.

      een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de aanvrager, of van de bestuurders indien de aanvrager een rechtspersoon betreft;

    • b.

      een kopie van een geldig document waaruit blijkt dat de ondernemer het betreffende pand krachtens een zakelijk of persoonlijk recht in gebruik heeft;

    • c.

      een uitgewerkt aanpassingsplan met een financiële onderbouwing daarvan;

    • d.

      een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de transformatie waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • e.

      voor zover de wijziging van de functie het vestigen van een onderneming betreft dienen tevens te worden overgelegd:

      • 1.

        een kopie van het inschrijfbewijs van de Kamer van Koophandel;

      • 2.

        een ondernemersplan;

      • 3.

        een begroting van de betreffende onderneming;

      • 4.

        een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening (de- minimissteunverklaring, zie Bijlage II).

  • 3.

    Indien er sprake is van een verplaatsing van een onderneming dient de aanvraag, naast de in het vorige lid genoemde bescheiden, tevens te bevatten:

    • a.

      de schriftelijke motivering waarom de onderneming verplaatst wordt;

    • b.

      de jaarcijfers van de reeds bestaande onderneming, van de laatste drie boekjaren;

    • c.

      de begroting van de benodigde investeringen en de dekking daarvan.

Artikel 15 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35, van de Algemene wet bestuursrecht, kan transformatiesubsidie worden geweigerd indien:

  • a.

    geen sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 12;

  • b.

    niet wordt voldaan aan een of meer van de in de artikel 13 genoemde voorwaarden;

  • c.

    naar het oordeel van het college twijfels bestaan over de levensvatbaarheid van de te vestigen onderneming en/of de kredietwaardigheid van de aanvrager;

  • d.

    het college eerder ten behoeve van een transformatie van hetzelfde pand en/of ten behoeve van de vestiging van dezelfde onderneming en/of aan dezelfde ondernemer subsidie op grond van deze verordening heeft verstrekt;

  • e.

    de aanvraag betrekking heeft op de vestiging van een onderneming ten behoeve waarvan reeds van overheidswege een vergoeding of tegemoetkoming in welke vorm ook is verstrekt (de-minimissteunverklaring, zie Bijlage II);

  • f.

    de aanvraag betrekking heeft op een onderneming waaraan in de periode van twee belastingjaren voorafgaand aan de aanvraag en het lopende belastingjaar reeds € 200.000,-- of meer aan overheidssteun verleend is (de-minimissteunverklaring, zie Bijlage II).

Artikel 16 Uitbetaling en vaststelling subsidie

  • 1.

    Bevoorschotting van 50% van het verleende subsidiebedrag vindt plaats binnen vier weken na het toekenningsbesluit.

  • 2.

    De subsidie-ontvanger dient binnen zes maanden na het gereedkomen van de transformatie van het pand bij het college een verzoek tot subsidievaststelling in. Indien en voor zover uitbetaling van het resterend subsidiebedrag aan de orde is, vindt dit plaats binnen vier weken nadat het college tot vaststelling van de subsidie heeft besloten.

  • 3.

    Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de subsidie-ontvanger aan dat de gesubsidieerde activiteit gerealiseerd is, dat de subsidie ten goede gekomen is aan de gesubsidieerde activiteit en dat is voldaan aan de overige in de subsidieverlening opgenomen verplichtingen.

4. Slotbepalingen

Artikel 17 Hardheidsclausule

Het college kan van deze verordening afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat deze beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 18 Inwerkingtreding en duur

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na de algemene bekendmaking daarvan, onder gelijktijdige intrekking van de Subsidieverordening Leegstaand Commercieel Vastgoed Landgraaf.

  • 2.

    Deze verordening geldt twee jaar.

Artikel 19 Overgangsrecht

  • 1.

    De Subsidieverordening Leegstaand Commercieel Vastgoed Landgraaf blijft van toepassing op subsidies die zijn verstrekt vóór de inwerkingtreding van deze verordening.

  • 2.

    Voor aanvragen voor gevelsubsidie als bedoeld in de Subsidieverordening Leegstaand Commercieel Vastgoed Landgraaf die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening geldt dat deze worden beschouwd als aanvragen om transformatiesubsidie.

  • 3.

    Op aanvragen die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening blijft de Subsidieverordening Leegstaand Commercieel Vastgoed Landgraaf van toepassing als toepassing van de onderhavige verordening nadelig zou zijn voor de subsidie-aanvrager.

Artikel 20 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: 'Subsidieverordening stimuleren innovatief ondernemerschap in winkelkernen’.

 

Aldus besloten in de openbare besluitvormende raad, gehouden op 7 mei 2020.

De griffier, De voorzitter,

Bijlage I : Gebiedsafbakening winkelconcentratiegebieden Landgraaf (uit Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL), zoals door de raad vastgesteld op 14 december 2017)

Op de Kamp

Schaesberg

Waubach

Bijlage II : Toelichting en aanvraagformulier de-minimissteunverklaring

Verklaring de-minimissteun

Versie: april 2014

Wij raden u aan om, voordat u de verklaring invult, eerst de toelichting in de bijlage van dit formulier te lezen!

Verklaring

Hierbij verklaart ondergetekende, dat aan de hierna genoemde onderneming1

O geen de-minimissteun is verleend

Over de periode van ……………………..(begindatum van het belastingjaar gelegen twee jaar vóór de datum van ondertekening van deze verklaring) tot …………………...... (datum van ondertekening van deze verklaring) is niet eerder de-minimissteun verleend.

O beperkte de-minimissteun is verleend

Over de periode van…………………..(begindatum van het belastingjaar gelegen twee jaar vóór de datum van ondertekening van deze verklaring) tot ............ ............... (datum van ondertekening van deze verklaring) is eerder de-minimissteun (in welke vorm of voor welk doel dan ook) verleend tot een bedrag van in totaal € ..........................................................

Of deze de-minimissteun al daadwerkelijk is uitbetaald, doet niet ter zake.

Een kopie van de stukken waaruit het verlenen van de-minimissteun blijkt, voegt u hierbij.

reeds andere steun voor dezelfde in aanmerking komende kosten is verleend

Voor dezelfde in aanmerking komende kosten is al staatssteun verleend tot een bedrag van in totaal €……………………... Deze staatssteun is verleend op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening2, de MKB Landbouwvrijstellingsverordening3 of een besluit van de Europese Commissie d.d. …………….

Een kopie van de stukken waaruit het verlenen van staatssteun voor dezelfde in aanmerking komende kosten blijkt, voegt u hierbij.

Aldus volledig en naar waarheid ingevuld door:

...................................................................................................................................(bedrijfsnaam)

……………………………………………………………………………….....................(inschrijfnr. KvK)

.......................................................................................................(naam en functie ondertekenaar)

..........................................................................................................................(adres onderneming)

.................................................................................................................(postcode en plaatsnaam)

...............................................(datum)........................................................................(handtekening)

Zie toelichting hierna

Toelichting verklaring de-minimissteun

Deze toelichting dient als hulpmiddel bij het invullen van de de-minimisverklaring. Aan de toelichting kunnen geen rechten worden ontleend. Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352), hierna ‘de de-minimisverordening’ is bepalend.

De-minimisverordening en staatssteun

De staatssteunregels in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (artikel 107 en 108 VWEU) stellen beperkingen aan overheden als zij steun willen verlenen aan ondernemingen. Deze de-minimisverklaring is nodig voor de provincie om na te gaan of het voordeel dat uw onderneming door deze de-minimissteun krijgt, past binnen de voorwaarden die de Europese staatssteunregels stellen.

In de de-minimisverordening heeft de Europese Commissie verklaard dat steunmaatregelen (zoals subsidieverlening) tot een bepaalde drempel het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloedt en de mededinging niet vervalst, en daarom niet beschouwd worden als staatssteun in de zin van het EU-verdrag. Deze drempel is gesteld op € 200.000,- (€ 100.000,- voor ondernemingen die voor rekening van derden goederenvervoer over de weg verrichten). Dit bedrag geldt per onderneming over een periode van drie belastingjaren. Steun die genoemde drempelbedragen niet overschrijdt, wordt aangemerkt als ‘de-minimissteun’. Voor de visserij- en landbouwsector zijn aparte de-minimisverordeningen van toepassing, waarvoor een drempel van respectievelijk € 30.000,-4 en € 15.000,-5 geldt.

 

Naast ondernemingen in deze sectoren is de de-minimisverordening (nr. 1407/2013) in bepaalde gevallen niet van toepassing op steun aan ondernemingen die actief zijn in de sector verwerking en afzet van landbouwproducten. Ook exportsteun, steun waardoor binnenlandse producten ten opzichte van ingevoerde producten worden bevoordeeld en steun voor de aanschaf van vervoermiddelen valt buiten de de-minimisvrijstelling.

Eén onderneming

Het de-minimisplafond geldt voor één onderneming. Artikel 2, lid 2 van de de-minimisverordening geeft aan wanneer sprake is van ‘één onderneming’. Het kan namelijk voorkomen dat twee (of meer) ondernemingen een bepaalde band met elkaar onderhouden en onder deze verordening als één onderneming worden gezien. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het hebben van de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders van een andere onderneming, het recht om onder meer bestuursleden van een andere onderneming te benoemen/ontslaan en het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen.

Bedrag van de-minimissteun

Door middel van deze verklaring geeft u aan dat met de huidige subsidieverlening voor uw onderneming de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. U moet daarom nagaan of gedurende het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren enige vorm van de-minimissteun door een overheidsinstantie aan uw onderneming is verstrekt. Indien dit het geval is bent u hierover door de overheidsinstantie in kennis gesteld. Het gaat dus niet alleen om steun die u heeft ontvangen van de provincie.

Bij overschrijding van de drempel kan geen beroep meer worden gedaan op de de-minimisverordening. Handelen in strijd met de staatssteunregels kan in het ergste geval leiden tot terugvordering van de verleende steun!

De bedragen die dienen te worden gebruikt bij het invullen van de verklaring, zijn brutobedragen vóór aftrek van belastingen. Behalve om subsidieverlening kan het daarbij gaan om leningen tegen gunstige voorwaarden, de verkoop van grond tegen een lagere prijs dan de marktwaarde, vrijstellingen, verlagingen of kwijtschelding van directe of indirecte belastingen, etc. Onder voorwaarden is het mogelijk de verordening toe te passen op leningen en garanties die langer dan drie jaren lopen.

De de-minimissteun wordt geacht te zijn verleend op het tijdstip waarop uw onderneming een wettelijke aanspraak op de steun verwerft, ongeacht de datum waarop de de-minimissteun aan de onderneming wordt betaald. Dit betekent concreet de datum waarop het besluit tot subsidieverlening (of verlening van een voordeel) aan uw onderneming is genomen.

Samenloop met reguliere staatssteun

Mogelijk heeft uw onderneming voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de huidige de-minimissteun reeds staatssteun ontvangen, die door de Europese Commissie is goedgekeurd of binnen het toepassingsgebied van de zogenaamde algemene groepsvrijstellingsverordening6 of de MKB Landbouwvrijstellingsverordening7 valt. Het totaalbedrag van de-minimissteun en deze staatssteun mag dan de maxima niet overschrijden die op basis van het relevante besluit van de Europese Commissie of de betreffende vrijstellingsverordening zijn toegestaan Als u twijfelt of bepaalde steun die u heeft ontvangen goedgekeurde of vrijgestelde steun is, kunt u hierover contact opnemen met de overheid of uitvoeringsinstantie van wie u de steun heeft ontvangen.

 

Het formulier heeft betrekking op drie situaties:

- uw onderneming heeft gedurende het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren in het geheel geen de-minimissteun ontvangen;

- uw onderneming heeft gedurende het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren de-minimissteun ontvangen. Opgeteld bij het bedrag van de huidige subsidieverlening wordt echter het bedrag van € 200.000,- niet overschreden (respectievelijk € 100.000,-/€ 30.000,-/€ 15.000,-) of

- uw onderneming heeft voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de huidige subsidie reeds andere vormen van staatssteun ontvangen.

Uiteraard vult u alléén de rubriek(en) in die op uw situatie van toepassing is/zijn. Vergeet u vooral niet om de bijlage(n) bij te sluiten!

 

1 In artikel 2, tweede lid, Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352) zijn criteria opgenomen aan de hand waarvan kan worden bepaald wanneer twee of meer ondernemingen binnen dezelfde lidstaat als één onderneming moeten worden beschouwd.

2 Verordening (EG) Nr. 800/2008 van de Commissievan 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard. PbEU2008, L 214.

3 Verordening (EG) Nr. 1857/2006 van de Commissievan 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten producren, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001. PbEU2006, L 358.

4 Verordening (EG) Nr. 875/2007 van de Commissie van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het EG-Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004. PbEU 2007, L 193.

5 Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van hetVerdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector. PbEU 2013, L 352.

6 Verordening (EG) Nr. 800/2008 van de Commissievan 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard. PbEU2008, L 214.

7 Verordening (EG) Nr. 1857/2006 van de Commissievan 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten producren, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001. PbEU2006, L 358.