Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Leerdam

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2018

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Leerdam
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2018
CiteertitelAfvalstoffenheffing 2018
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpBelastingen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-201801-01-2018Onbekend

21-12-2017

Onbekend

Onbekend

Tekst van de regeling

Raadsbesluit Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2018

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Leerdam,

gelezen de aangeboden Programmabegroting 2018 en het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 november 2017;

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en artikel 229 a en b Gemeentewet;

b e s l u i t:

vast te stellen de volgende:

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2018

(Verordening afvalstoffenheffing 2018).

Artikel 1 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 33.15 van de Wet milieubeheer.

  • 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven voor het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke

    afvalstoffen geldt.

Artikel 2 Belastingplicht

  • 1. De afvalstoffenheffing wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een

    verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

  • 2. Als gebruiker wordt aangemerkt:

    degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.

  • 3. Voor de toepassing van het tweede lid van deze verordening wordt:

    • a.

      gebruikmaken van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet

      bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;

    • b.

      gebruikmaken door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven, dat degene die het deel in gebruik heeft gegeven, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;

    • c.

      het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld, dat degene die het perceel ter beschikking heeft gesteld, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degen aan wie het perceel ter beschikking is gesteld.

Artikel 3 Maatstaf van heffing en belastingtarieven

De afvalstoffenheffing bedraagt per perceel per belastingjaar € 231,12

Artikel 4 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 5 Wijze van heffing

De afvalstoffenheffing wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1. De afvalstoffenheffing is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij het begin van de belastingplicht.

  • 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar begint, is de afvalstoffenheffing verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde afvalstoffenheffing als er in dat jaar, na het begin van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde afvalstoffenheffing als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4. Het tweede en het derde lid van deze verordening zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de afvalstoffenheffing worden betaald in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid van dit artikel gestelde termijn.

Artikel 8 Kwijtschelding

Geen kwijtschelding wordt verleend bij de invordering van de afvalstoffenheffing, zoals bedoeldin artikel 3, tweede lid van deze verordening voor de extra container(s) huishoudelijk restafvalper perceel per belastingjaar.

Artikel 9 Nadere regels

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing.

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De ‘Verordening afvalstoffenheffing 2017’, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 3 november 2016, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2018, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan;

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing 2018’.

Aldus besloten in de openbare vergadering

van de raad van 21 december 2017,

de griffier, de voorzitter,