Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Middelburg

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PARKEERBELASINGEN MIDDELBURG 2020

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieMiddelburg
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PARKEERBELASINGEN MIDDELBURG 2020
CiteertitelVerordening parkeerbelastingen Middelburg 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpVerordening parkeerbelastingen Middelburg 2020

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 225 van de Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Gemeentewet artikel 225

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2020Verordening parkeerbelastingen Middelburg 2020

12-12-2019

gmb-2019-318889

Tekst van de regeling

Intitulé

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN PARKEERBELASINGEN MIDDELBURG 2020

De raad van de gemeente Middelburg;

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders met volgnummer ;

 

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet

 

alsmede op het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen en de Parkeerverordening van de gemeente Middelburg;

BESLUIT:

Vast te stellen de:

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PARKEERBELASTINGEN MIDDELBURG 2020

 

 

____________________________________________________________________

 

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen en weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

b. houder: degene op wiens naam het motorvoertuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven;

c. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters (centrale computer) en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

d. vergunning: een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen;

e. Sociaalbezoekvergunning: een parkeerrecht bestaande uit een bezoekersparkeerkaart of verkregen via de “BezoekersApp”. Beide parkeerrechten zijn tegen betaling te verkrijgen via de website of aan de balie van het stadskantoor. Het gaat hier om parkeerkaartjes/eenheden die tegen een speciaal laag tarief verkrijgbaar worden gesteld ten behoeve van bezoekers van bewoners van panden in de binnenstad (zone I en II).

f. autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een commerciële aanbieder;

g. aanbieder: de rechtspersoon die motorvoertuigen voor autodate ter beschikking stelt;

h. deelnemer: een natuurlijke persoon die een overeenkomst heeft gesloten inzake autodate;

i. standplaats: de parkeerplaats waar een motorvoertuig bestemd voor autodate geparkeerd wordt;

j. houder gehandicaptenparkeerkaart: de natuurlijke persoon aan wie een Europese gehandicaptenparkeerkaart is verstrekt.

k. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoelde in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;

l. centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Middelburg een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel;

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven:

a. een belasting terzake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen, door burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

b. een belasting terzake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht

1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd.

2. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

b. zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat:

1. indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd;

2. indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.

3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Belastingtarief, belastingtijdvak en maatstaf van heffing

Het belastingtarief, het belastingtijdvak en de maatstaf van heffing zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende bijgevoegde tarieventabel.

 

Artikel 5 Wijze van heffing

1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven door voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften.

2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven door voldoening op aangifte.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld

1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.

2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

Artikel 7 Termijnen van betaling

1. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij aanvang van het parkeren.

2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, als bij het aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.

3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte en worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

4. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip wanneer en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

Artikel 9 Bevoegdheid tot naheffingsaanslag, wielklem en wegsleepregeling

Terzake van het niet betalen van de verschuldigde belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, binnen het aangewezen gebied voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen, kan door de gemeenteambtenaar als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet naheffingsaanslagen worden opgelegd.

Artikel 10 Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag terzake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 64,50. De kosten zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Vrijstelling

1. De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, voor het parkeren van een voertuig op een parkeerapparatuurplaats op het maaiveld, wordt niet geheven van een houder van een geldige gehandicaptenparkeerkaart.

2. De vrijstelling is uitsluitend van toepassing indien de gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in het eerste lid met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk zichtbare en leesbare

plaats direct achter de voorruit van het voertuig is geplaatst.

Artikel 13 Overgangsbepaling

De "Verordening Parkeerbelastingen 2019" vastgesteld bij besluit van 17 december 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14 tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 14 Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

 

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening parkeerbelastingen Middelburg 2020’.

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 12 december 2019.

de griffier, de voorzitter,

Drs. M. Wisse-Roelse mr. H.M. Bergmann

 

Tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 2020.

Parkeren bij parkeerapparatuur

 

1.1

Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a bedraagt

 

 

1.1.1

voor het parkeren in tariefzone 1 per uur

2,40

1.1.2

voor het parkeren in tariefzone 2 per uur:

2,10

 

In afwijking van het gestelde onder 1.1.1 en 1.1.2 van deze tabel bedraagt het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur:

 

 

1.2.

op het Hof van Tange

 

 

1.2.1

voor het parkeren per uur:

2,10

1.2.2

voor een dagkaart met een tarief per dag van:

10,60

1.3

op de Loskade

 

 

1.3.1

voor het parkeren per uur:

2,10

1.3.2

voor een dagkaart met een tarief per dag van

10,60

1.4

Op het Molenwater (vanaf Molenwater parkeerplein tot Koepoort)

 

 

1.4.1

voor het parkeren per uur:

2,10

1.4.2

voor een dagkaart met een tarief per dag van:

10,60

 

Parkeervergunningen

 

2.

Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt

 

 

2.1

voor een kentekengebonden parkeervergunning, welke wordt verstrekt aan een aanvrager, die woont binnen het aangewezen gebied voor betaald parkeren op parkeerapparatuurplaatsen (bewonersvergunning):

 

 

2.1.1

voor de eerste vergunning, per maand:

7,50

2.1.2

voor een tweede vergunning op het zelfde adres, per maand:

24,70

2.1.3

indien voor een verstrekte kentekengebonden parkeervergunning genoemd in 2.1.1 en 2.1.2 verstrekt aan een aanvrager, die woont binnen het aangewezen gebied voor betaald parkeren vanaf 16:00 uur tot en met de volgende ochtend 10:00 uur ten behoeve van parkeren in de gemeentelijke parkeergarage wordt het tarief als genoemd in 2.1.1 en 2.1.2 per maand verhoogd met

10,00

2.2

voor een kentekengebonden parkeervergunning, welke wordt verstrekt aan een aanvrager, die een bedrijf uitoefent, binnen het aangewezen gebied voor betaald parkeren op parkeerapparatuurplaatsen (bedrijvenvergunning)

 

 

2.2.1

voor de eerste vergunning, per maand:

21,00

2.2.2

voor de tweede vergunning voor hetzelfde bedrijf per maand

42,00

2.3

voor een kenteken- en locatiegebonden parkeervergunning voor standplaatshouders van de week- en/of zaterdagmarkt (marktkoopliedenvergunning)

 

 

2.3.1

voor de vergunning, per maand:

7,00

2.4

voor een kentekengebonden parkeervergunning voor personen en bedrijven ten behoeve van de uitvoering van werkzaamheden of dienstverlening, waarvoor ter plaatse het gebruik van een voertuig noodzakelijk is (servicevergunning)

 

 

2.4.1

voor een dagvergunning, per dag:

10,40

2.4.2

voor een jaarvergunning:

595,80

2.5

voor een kentekengebonden parkeervergunning voor woon-werkverkeer (woonwerkvergunning)

 

 

2.5.1

voor de vergunning per maand

24,70

2.6

voor een autodatevergunning

 

 

2.6.1

voor de vergunning per maand

27,50

 

Belanghebbendenparkeervergunning

 

3.1

Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b bedraagt voor een vergunning geldend voor belanghebbendenparkeerplaats binnen het aangewezen gebied (belanghebbendenparkeervergunning)

 

 

3.1.1

voor de vergunning per maand

7,00

 

Sociaalbezoekvergunning

 

4.1

Het tarief voor het parkeren met gebruik van de bezoekersapp of de bezoekerskaart bedraagt per 60 minuten

 

 

4.1.1

voor het parkeren in tariefzone 2

0,50

4.1.2

Het onder 4.1.1 genoemde tarief heeft een limiet van € 90,-- per jaar.

 

 

4.2

Het tarief voor het parkeren met gebruik van de bezoekerskaart hotels bedraagt:

 

 

4.2.1

voor het parkeren in tariefzone 2:

0,90

 

Parkeren in een gemeentelijke parkeergarage

 

5.1

Het tarief voor parkeren in een gemeentelijke parkeergarage bedraagt

 

 

5.1.1

van maandag tot en met zaterdag tussen 08.00 uur en 20.00 uur per 60 minuten:

2,10

 

5.1.2

voor een verloren parkeer-/uitrijkaart

18,50

 

Abonnement parkeergarage

 

6.1

Het tarief voor parkeren in een gemeentelijke parkeergarage door middel van een abonnement bedraagt

 

 

6.1.1

voor een abonnement (particulier abonnement) per maand (excl. BTW).:

45,60

6.1.2

voor een abonnement (zakelijk abonnement) per maand (excl. BTW):

98,50

6.1.3

Voor een abonnement (bewonersvergunning t.b.v. de parkeergarage Geere) geldig van maandag t/m zaterdag van 16:00 uur tot de volgende dag 10:00 uur, per jaar (excl. BTW)

113,50

Naheffingsaanslag parkeerbelasting

 

7.1

De kosten van de naheffingsaanslag terzake van de belasting bedoeld in artikel 2, lid a, bedragen

64,50

 

Overbrengen en bewaren voertuig

 

8.1

De kosten voor overbrenging van het voertuig bedragen voor:

 

 

8.1.1

volledige overbrenging:

196,05

8.1.2

onvolledige overbrenging:

141,95

8.2.1

De kosten voor het bewaren van het voertuig bedragen per dag of dagdeel:

14,00

 

Behoort bij raadsbesluit van 12 december 2019.

 

De raadsgriffier van Middelburg,

 

 

 

 

 

Kostenbesluit aanslag naheffing parkeerbelasting.

De raad van de gemeente Middelburg,

overwegende

dat het maximale tarief van de naheffingsaanslag voor 2020 € 64,50 bedraagt en dat het tarief dient te worden onderbouwd;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van ;

 

gelet op artikel 225 en 234 van de Gemeentewet, alsmede op het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen en de Verordening parkeerbelastingen 2020,

 

b e s l u i t:

 

1. dat de kosten ter zake van het opleggen van een naheffingsaanslag bedragen:

a. vaste en variabele informatieverwerkingskosten € 67.789,22

b. kosten van afschrijving en interest € 275.989,92

c. personeelskosten € 287.152,46

d. overheadkosten € 136.713,95

Totaal € 732.121,37

 

Factoren:

Fiscaal: 8900 naheffingsaanslagen 100 %

 

Berekening kosten per naheffingsaanslag:

 

Per naheffingsaanslag € 732.121,37 : 8.900 = € 82,26

 

dat dit besluit kan worden aangehaald als ‘Kostenbesluit aanslag naheffing parkeerbelasting’

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van 12 december 2019.

 

de griffier, de voorzitter,

 

 

 

Drs. M. Wisse-Roelse mr. H.M. Bergmann

 

BESLUIT VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS TOT AANWIJZING VAN PLAATSEN EN WERKINGSDUUR BETAALD PARKEREN

 

Burgemeester en wethouders van Middelburg;

gelet op artikel 225, 234 en 235 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening van de gemeente Middelburg;

overwegende dat artikel 8 van de Verordening Parkeerbelastingen bepaalt dat zij bevoegd zijn nadere regels te stellen met betrekking tot de heffing en invordering van de Parkeerbelastingen;

b e s l u i t e n :

1. de plaatsen waar en waarop tegen betaling van de parkeerbelasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Verordening Parkeerbelastingen 2020, mag worden geparkeerd, vast te stellen zoals op de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte bijlage 1 met stratentabellen ‘Plaatsen en werkingsduur van betaald parkeren’;

 

2. de wijze waar en waarop tegen betaling van de parkeerbelasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van Verordening Parkeerbelastingen 2020, mag worden geparkeerd, vast te stellen zoals op de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte bijlage 2 ‘Maximumparkeerduur betaald parkeren’;

 

3. de tijdstippen waarop uitsluitend tegen betaling van belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a van de Verordening Parkeerbelastingen 2020 mag worden geparkeerd als volgt vast te stellen:

- maandag tot en met zaterdag van 08.00 uur tot 20.00 uur;

Van genoemde dagen zijn uitgezonderd de Algemeen erkende feestdagen, zijnde Nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, eerste en tweede Paasdag, de Nationale Bevrijdingsdag, eerste en tweede Pinksterdag, de Hemelvaartsdag, beide Kerstdagen en de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd;

4. dat de voorgaande besluiten omtrent de plaatsen en de werkingsduur van de parkeermeters en – automaten vervallen, met dien verstande dat zij van toepassing blijven voor de tijdvakken waarvoor zij hebben gegolden;

 

5. Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking

 

6. De datum van ingang is 1 januari 2020.

 

 

Middelburg, 12 december 2019,

 

Burgemeester en wethouders van Middelburg,

de secretaris, de burgemeester,

 

mr. A. van der Brink mr. H.M. Bergmann

 

 

 

Straten in tariefzone 1

Straten in tariefzone 2

 

 

 

 

Achter de Houttuinen

 

t Bijltje

 

Nagtglasstraat

Augustijnenstraat

 

Abdij

 

Nederstraat

Baanstraat

 

Achter het Hofplein

 

Nieuwe Oostersestraat

Bachtensteene

 

Armeniaans Schuitvlot

 

Nieuwepoortstraat

Beddewijkstraat

 

Baarnselaan

 

Noordbolwerk

Beenhouwerssingel

 

Bagijnhof

 

Noordpoortplein

Bodenplaats

 

Balans

 

Oostkerkplein

Burggang

 

Balkengat

 

Oostkerkstraat

Dam nr. 17 t/m 41 (Molstraat)

 

Bastion

 

Oud Arnemuidsvoetpad

Dam nr. 2 t/m 30

 

Bellinkplein

 

Oude Werfstraat

Damplein

 

Bellinkstraat

 

Pauwpoort

Domburgs schuitvlot

 

Bierkaai

 

Penninghoekssingel

Geerepad

 

Blauwedijk

 

Pijpstraat

Geerepassage

 

Bleek

 

Pluimstraat

Gortstraat

 

Bleekersgang

 

Pompstraat

Gravenstraat

 

Blindenhoek

 

Punt

Groenmarkt

 

Bogardstraat

 

Puntpoortstraat

Helm

 

Brakstraat

 

Ramstraat

Herenstraat

 

Branderijmolengang

 

Rotterdamsekaai

Hof van Sint Jan

 

Bree

 

Rouaansekaai

Hoge Geere

 

Breestraat

 

Rozemarijnstraat

Hoogstraat

 

Brouwerijpoort

 

Schuddebeursstraat

Houtkaai

 

Compagnieplein

 

Schuitvlotstraat

Kalverstraat

 

Dam nr. 32 t/m 86

 

Seisbolwerk

Kapoengang

 

Dam nr. 43 t/m 81

 

Seisdam

Keldermanstraat

 

Dampoortstraat

 

Seisplein

Kerspel

 

Dampoortweg

 

Seisstraat

Kleine Herenstraat

 

De Stoppelaartuin

 

Singelstraat

Koestraat

 

De Vijf Ringen

 

Sint Antheunisstraat

Koorkerkhof

 

Dokhavenpad

 

Sint Jorisgang

Korte Delft

 

Dokstraat

 

Sint Jorisstraat

Korte Geere

 

Dwarskaai

 

Sint Pieterstraat

Kromme Weele

 

Dwarsstraat

 

Sint Sebastiaanstraat 2 tm 12

Lammerensteeg

 

Eigenhaardstraat

 

Smallegangehof

Lange Delft

 

Fittinghavenpad

 

Smidsbolwerk

Lange Geere

 

Ganzengang

 

Spanjaardstraat

Lange Noordstraat 2 tm 26

 

Glazenkaststraat

 

Spuistraat

Langeviele

 

Goese Korenmarkt

 

Stationsstraat

Londensekaai

 

Hagepreekgang

 

Suikerpoort (gang)

Markt

 

Haringplaats

 

Touwbaan

Molenberg

 

Havendijk

 

Veerse Bolwerk

Nieuwe Burg

 

Havendijkstraat

 

Veersepad

Nieuwe Haven

 

Herengracht

 

Veersesingel 4 tm 80 / 1 tm 45

Nieuwe Kerkgang

 

Het Groene woud

 

Verwerijstraat

Nieuwe Wal

 

Hof van Sint Pieter

 

Vijf Ringen

Nieuwstraat

 

Hof van Tange

 

Vlissingsbolwerk

Onder den Toren

 

Hofplein

 

Volderijlaagte

Papenstraat

 

Huisingalaan

 

Volderijstraat

Penninghoek

 

Isabellagang

 

Wagenaarstraat

Plein 1940

 

Karelsgang

 

Walensingel

Pottenbakkerssingel

 

Kanaalweg

 

Zuidsingel

Pottenmarkt

 

Kesteloostraat

 

 

Reigerstraat

 

Kinderdijk

 

Belanghebbendenparkeer-

Roosterstraat

 

Klein Vlaanderen

 

vergunningengebied

Schuiffelstraat

 

Kleine Werfstraat

 

Parkeerterrein in de Jodengang

Schuttershofstraat

 

Koepoortlaan

 

Koorkerkstraat

Segeersstraat

 

koepoortstraat

 

Korte Giststraat

Simpelhuisstraat

 

Koningstraat

 

Walplein

Sint Barbaragang

 

Korendijk

 

 

Sint Jansgang

 

Korte Burg

 

 

Sint Janstraat

 

Korte Noordstraat

 

 

Sint Sebastiaanstraat 11 tm 21

 

Kousteensedijk

 

 

Stadhuisstraat

 

Kraanstraatje

 

 

Stadsschuur

 

Kuiperspoort

 

 

Stroopoortgang

 

Lambrechtstraat

 

 

Turfkaai

 

Lange Noordstraat 19 tm 65 / 36 tm 70

 

 

Varkensmarkt

 

Langevielebolwerk

 

 

Vismarkt

 

Latijnse Schoolstraat

 

 

Vlasmarkt

 

Lazerijstraat

 

 

Vlissingsebinnenbrug

 

Lombardstraat

 

 

Vlissingsestraat

 

Looierssingel

 

 

Walgang

 

Loskade

 

 

Wijngaardstraat

 

Luthersekerklaan

 

 

Zandstraat

 

Maisbaai

 

 

Zusterplein

 

Meestoof

 

 

Zusterstraat

 

Molenwater

 

 

 

Molstraat

 

 

 

Morksstraat

 

 

 

 

 

 

VOORSCHRIFT IN WERKING STELLEN VAN PARKEERAPPARATUUR

 

 

Burgemeester en wethouders van Middelburg;

 

gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en artikel 7 van de Verordening Parkeerbelastingen 2020;

 

b e s l u i t e n :

 

1. vast te stellen het volgende voorschrift:

 

Voorschrift in werking stellen van parkeerapparatuur.

 

a. Terzake van het betaald parkeren geschiedt het in werking stellen de parkeerapparatuur door gebruikmaking van elektronische betaalmiddelen, de bezoekerspas of door het inwerpen van Euro muntstukken van € 0,10,

€ 0,20, € 0,50, € 1,00 en € 2,00.

b. Er dienen ten minste zoveel muntstukken in de parkeerapparatuur te worden geworpen als nodig zijn om de gewenste parkeerduur te kunnen parkeren. Bij gebruik van elektronische betaalmiddelen dient ten minste zoveel te worden afgeschreven als nodig is om de gewenste parkeerduur te kunnen parkeren.

c. het gestelde onder letter a en b is niet van toepassing indien met behulp van een mobiele telefoon of een ander vergelijkbaar elektronisch middel aan de betalingsverplichting wordt voldaan.

 

2. Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking

 

3. De datum van ingang is 1 januari 2020.

 

 

 

Middelburg, 12 december 2019,

 

Burgemeester en wethouders van Middelburg,

de secretaris,

 

 

 

de burgemeester,

mr. A. van der Brink

mr.H.M. Bergmann

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

VOORSCHRIFT PARKEERKAARTJE EN PARKEERVERGUNNING

Burgemeester en wethouders van Middelburg;

 

gelet op artikel 225, 234 en 235 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening van de gemeente Middelburg;

 

 

b e s l u i t e n :

 

1. vast te stellen de navolgende regels als bedoeld in artikel 8 van de Verordening Parkeerbelastingen 2020:

a. dat gedurende het parkeren, het bewijs dat overeenkomstig artikel 6, eerste lid van de Verordening Parkeerbelastingen 2020, de belasting betaald is, duidelijk van buitenaf leesbaar achter de voorruit dient te zijn geplaatst van het voertuig waarvoor de belasting is voldaan;

b. dat indien het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt via een verbinding met de centrale computer met een telefoon of ander hulpmiddel wordt de belasting in afwijking van het in 1 gestelde overeenkomstig de aangifte betaald binnen de overeengekomen tijd na het einde van het parkeren

c. dat gedurende het parkeren, de vergunning, zijnde het bewijs van betaling overeenkomstig artikel 6, tweede lid van de Verordening Parkeerbelastingen 2020, duidelijk van buitenaf leesbaar aan de binnenzijde van de voorruit dient te worden aangebracht met behulp van de bij de vergunning verstrekte transparante vergunninghouder.

 

2.Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking

 

3. De datum van ingang is 1 januari 2020.

 

 

 

Middelburg, 12 december 2019,

 

Burgemeester en wethouders van Middelburg,

de secretaris,

 

 

 

 

de burgemeester,

mr. A. van der Brink

mr.H.M. Bergmann