Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Noordwijkerhout

Speelautomatenhalverordening Noordwijkerhout 2007

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoordwijkerhout
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingSpeelautomatenhalverordening Noordwijkerhout 2007
CiteertitelSpeelautomatenhalverordening Noordwijkerhout 2007
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2007Onbekend

12-07-2007

Onbekend

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening Speelautomatenhal Noordwijkerhout 2007

De raad van de gemeente Noordwijkerhout, en gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 juni 2007 besluit vast te stellen de navolgende Verordening Speelautomatenhal Noordwijkerhout 2007 met toelichting. Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 juli 2007.

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    de Wet: de Wet op de kansspelen;

  • b.

    Speelautomatenbesluit: KB van 23 mei 2000 Stb. 2000, 223;

  • c.

    speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen;

  • d.

    kansspelautomaat: een speelautomaat die geen behendigheidsautomaat is;

  • e.

    speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30 c, eerste lid, onder c, van de Wet;

  • f.

    ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;

  • g.

    beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast;

  • h.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2
  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.

  • 2.

    De burgemeester kan voor maximaal één speelautomatenhal een vergunning verlenen.

  • 3.

    De burgemeester kan de vergunning slechts verlenen op de voormalige locatie van het Teylingen College, Langelaan 1 te Noordwijkerhout,

  • 4.

    Aan de vergunning voor een speelautomatenhal verbindt de burgemeester in elk geval het voorschrift dat het de vergunninghouder verboden is personen toegang te verlenen tot de speelautomatenhal:

    • a.

      die de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet hebben bereikt;

    • b.

      waarvan niet op deugdelijke wijze is vastgesteld dat deze de leeftijd van eenentwintig jaar hebben bereikt.

Artikel 3

De vergunningverlening geschiedt onder de voorwaarde dat de ondernemer zijn onderneming inpast in een hoogwaardig, meeromvattend leisure concept en in het kader van de productdifferentiatie en op grond van het bepaalde in artikel 30n van de Wet jo. artikel 13 van het Speelautomatenbesluit een “ideale mix” van speelautomaten opstelt.

Artikel 4

De ondernemer dient de vergunning aan te vragen onder overlegging van:

  • a.

    een nauwkeurige beschrijving van de inrichting waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond waarin is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal en in welk aantal kansspelautomaten worden opgesteld;

  • b.

    een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel;

  • c.

    een bewijs waaruit blijkt wat de totale investering is en dat deze met voldoende zekerheden is afgedekt met een financiering, dan wel uit eigen middelen kan worden gefinancierd;

  • d.

    een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is over de ruimte te beschikken;

  • e.

    een verklaring omtrent het gedrag van de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming krachtens de over te leggen statuten vertegenwoordigt(en) en van de beheerder.

  • f.

    een bewijs dat in de speelautomatenhal sprake is van een toegangscontrole waarbij de leeftijd op deugdelijke wijze wordt gecontroleerd;

  • g.

    bescheiden waaruit blijkt dat aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, onder b van de Wet gestelde eis inzake kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico’s van gokverslaving wordt voldaan;

  • h.

    een bewijs van lidmaatschap van de VAN Speelautomaten brancheorganisatie;

  • i.

    een bewijs waaruit blijkt dat de ondernemer voornemens is in het eerste jaar van de exploitatie van de speelautomatenhal een KEMA-keur-certificaat te verkrijgen.

Artikel 5

De burgemeester volgt, indien hij voornemens is vergunning te verlenen, de openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 3.4, van de Awb.

Artikel 6
  • 1.

    De vergunning kan uitsluitend worden gesteld ten name van de ondernemer en is nietoverdraagbaar.

  • 2.

    In de vergunning wordt de naam van de beheerder vermeld.

  • 3.

    De vergunning is tijdelijk en geldt voor één jaar en kan, indien wordt voldaan aan de voorschriften en beperkingen voortvloeiend uit wet- en regelgeving, telkens met een jaar worden verlengd.

  • 4.

    Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in elk geval betrekking op:

    • a.

      de sluitingstijden van de speelautomatenhal;

    • b.

      het toezicht in en om de speelautomatenhal;

    • c.

      het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld;

    • d.

      de exploitatie en inrichting van de hal;

    • e.

      de toegangscontrole en het toegangsbewijs;

    • f.

      de reclame;

    • g.

      het KEMA-keur-certificaat van de speelautomatenhal/VAN-lidmaatschap ondernemer.

Artikel 7
  • 1.

    De vergunning wordt geweigerd, indien;

    • a.

      de speelhal naar het oordeel van de burgemeester niet wordt ingepast in een hoogwaardig, meeromvattend leisureconcept;

    • b.

      de ingevolge artikel 2 toegestane vergunning voor een speelautomatenhal reeds is verleend;

    • c.

      de beheerder(s) de leeftijd van 25 jaar nog niet heeft (hebben) bereikt;

    • d.

      de ondernemer of de beheerder(s) onder curatele staat (staan) of bewind is ingesteld over één of meer aan hen toebehorende goederen, als bedoeld in Boek 1, titel 19, van het Burgerlijk Wetboek;

    • e.

      door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de leefsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de Langelaan op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

    • f.

      de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan dan wel een stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening in de zin van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing.

Artikel 8
  • 1.

    Indien een overeenkomstig artikel 6, tweede lid, in de vergunning vermelde beheerder de hoedanigheid van beheerder heeft verloren, dient de ondernemer onder overlegging van de in artikel 4, onder e, genoemde bescheiden een nieuwe vergunning aan te vragen binnen twee weken nadat de in artikel 4 bedoelde verklaring omtrent het gedrag aan hem is verzonden.

  • 2.

    De vergunning vervalt indien de beslissing op een aanvraag voor een nieuwe vergunning voor het vestigen of exploiteren van een speelautomatenhal in hetzelfde pand onherroepelijk is geworden dan wel indien geen aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het verlies van de hoedanigheid als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 9

De burgemeester kan de vergunning intrekken:

  • a.

    indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;

  • b.

    indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder f;

  • c.

    indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;

  • d.

    indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken;

  • e.

    indien het KEMA-keur-certificaat door de ondernemer in het eerste jaar van exploitatie van de speelautomatenhal niet wordt verkregen dan wel naderhand wordt verloren.

Artikel 10
  • 1.

    Indien een ondernemer komt te overlijden dient, indien voortzetting van de exploitatie wordt beoogd, binnen twaalf weken een nieuwe vergunning te worden aangevraagd.

  • 2.

    In alle andere gevallen van wisseling van ondernemer, waaronder tevens (in het geval dat de ondernemer een rechtspersoon is) wordt verstaan een gehele of gedeeltelijke aandelenfusie, een bedrijfsfusie, een juridische fusie of een juridische splitsing, indien hierbij de zeggenschap anders dan de bestuurszeggenschap- binnen de rechtspersoon wijzigt, dient binnen vier weken na overname van de speelautomatenhal een nieuwe vergunning te worden aangevraagd.

  • 3.

    Zolang op een tijdig ingediende aanvraag niet is beslist is voortzetting van de exploitatie toegestaan, met inachtneming van de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de van rechtswege vervallen vergunning.

Artikel 11

Het bevoegd gezag kan gelet op de handhaving van de in deze verordening gestelde bepalingen en voorschriften, krachtens artikel 125 van de Gemeentewet juncto de artikelen 5.21 en 5.32 van de Awb, respectievelijk bestuursdwang toepassen dan wel een dwangsom opleggen.

Artikel 12

Met het toezicht, als bedoeld in artikel 5.11 van de Awb, op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door de burgemeester aangewezen personen.

Artikel 13

De opsporing van de in artikel 17 strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde ambtenaren, opgedragen aan hen die door de burgemeester met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld en voor zover zij krachtens artikel 142, lid 2 van het Wetboek van Strafvordering opsporingsbevoegdheid hebben gekregen.

Artikel 14

Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften, zijn te allen tijde bevoegd tot het betreden van een speelautomatenhal, desnoods tegen de wil van de ondernemer en beheerder.

Artikel 15

De ondernemer of beheerder van een krachtens deze verordening verleende vergunning is verplicht deze in de inrichting aanwezig te hebben en op eerste vordering van degenen, die belast zijn met het toezicht of de opsporing van overtredingen van deze verordening terstond aan hen ter inzage af te geven.

Artikel 16

Het is verboden ter zake van een aanvraag om vergunning onjuiste of onvolledige gegevens te verstrekken.

Artikel 17
  • 1.

    Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.

  • 2.

    Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 18

Deze verordening kan worden aangehaald als: Speelautomatenhalverordening Noordwijkerhout 2007.

Artikel 19

Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na bekendmaking.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

Hier wordt voor toelichting verwezen naar omschrijvingen uit de Wet op de kansspelen en het Speelautomatenbesluit 2000.

Artikelen 2 en 3

Het motief dat aan het vereiste van een vergunning voor een speelautomatenhal ten gronde ligt, is de openbare orde in het algemeen en de leef- en woonsituatie in het bijzonder. De bevoegdheid van de raad om bij verordening een of meer speelautomatenhallen in de gemeente toe te staan, impliceert ook de bevoegdheid om het aantal speelautomatenhallen te beperken en tevens gebiedsdelen van de gemeente aan te wijzen waar speelautomatenhallen uitsluitend kunnen worden toegestaan. De raad van de gemeente Noordwijkerhout heeft weloverwogen de keuze gemaakt om het aantal speelautomatenhallen voorlopig te beperken tot één (maximumstelsel) en voor de vestiging alleen het adres Langelaan 1 aan te wijzen. Indien in de toekomst mogelijk wordt gekozen voor een andere locatie, dan dient hiertoe deze verordening te worden gewijzigd. De verordening is zo restrictief opgesteld vanwege de voorgeschiedenis zoals deze in de beleidsnota Rien na va Plus... is uiteengezet. Deze nota is de aanzet geweest tot de vaststelling van deze verordening. Hoewel in de nota aangegeven wordt dat speelautomatenhallen een waardevolle aanvulling vormen op de recreatieve faciliteiten in de gemeente is in de verordening dit explicieter verwoord dat er sprake moet zijn van een locatie waar deze speelautomatenhal in een hoogwaardig, meeromvattend toeristisch-recreatief leisure-concept kan worden gepresenteerd/ingebed.

De Wet op de kansspelen schrijft voor dat alleen na vaststelling van een speelautomatenhal-verordening de burgemeester bevoegd is om tot vergunningverlening over te gaan. De burgemeester houdt zich daarbij aan de door de raad gemaakte keuzes ten aanzien van een maximumstelsel en de voorkeurlocatie.

Wij achten het van belang dat een speelautomatenhal een toegankelijkheidsregime hanteert dat in elk geval omvat een legitimatieplicht voor bezoekers en de hantering van een minimum leeftijdseis van 21 jaar. Deze leeftijdsgrens komt overeen met de leeftijdsgrens zoals genoemd in de huisregels van de exploitant.

Bij het onderdeel speelautomatenhal binnen het totaalconcept hanteren wij voor de ideale mix (artikel 3) in het kader van de productdifferentiatie, het bieden van een aanbod van alle soorten kansspelautomaten en het bevorderen van “sociaal spelen” op zogenaamde meerspelers als richtlijn de uitgangspunten, die de ministeries van justitie en economische zaken, GGZ Nederland, de VNG en de VAN speelautomaten branche-organisatie bij de laatste herziening van de Wet op de kansspelen samen hebben vastgesteld, als volgt:

Speelhallen < 100 m2

  • -

    aangescherpte vorm van toegangscontrole

  • -

    kansspelautomaten die voldoen aan het Speelautomatenbesluit 2000

  • -

    gekoppelde jackpot begrensd tot ca € 2500,-

  • -

    opstellen minimaal één meerspeler

Speelhallen 100 – 200 m2

  • -

    toegangscontrole, vereisten kansspelautomaten en jackpot als hiervoor

  • -

    opstellen minimaal twee meerspelers

Speelhallen > 200 m2

  • -

    toegangscontrole, vereisten kansspelautomaten en jackpot als hiervoor

  • -

    opstellen minimaal vier meerspelers

De voorstellen van exploitanten inzake de inrichting van een speelautomatenhal zullen in een vroeg stadium aan de gemeente moeten worden voorgelegd en aan de hand van deze uitgangspunten kritisch worden getoetst. Lokale vertegenwoordigers van politie en instellingen voor verslavingszorg zullen daarbij worden betrokken. Een evenwichtig en gespreid aanbod van de diverse automatensoorten zal moeten worden gerealiseerd.

Artikel 4

Bij de beschrijving van het totaalconcept zal de plattegrond van de gehele inrichting van de speelautomatenhal deel uitmaken van de vergunning. Op deze plattegrond worden de verschillende te plaatsen automaten aangegeven, inclusief, eventueel, het gedeelte waarin alleen behendigheidsautomaten staan opgesteld. Deze plattegrond zal gedurende de vergunning in stand moeten worden gelaten, inclusief de sociale sfeer en uitstraling van de inrichting.

Voor het aanwezig hebben van speelautomaten in de speelautomatenhal is een aanwezigheidsvergunning noodzakelijk. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag zijn leges verschuldigd. De hoogte van de leges is afhankelijk van het aantal speelautomaten en vloeit voort uit het Speelautomatenbesluit 2000.

De gerechtigdheid om over de ruimte te beschikken kan worden aangetoond met een uittreksel uit het Kadaster of door een huurovereenkomst.

De deugdelijke wijze van toegangscontrole (Entree-Registratie Systeem: ERS, dan wel een vergelijkbaar door de burgemeester goedgekeurd systeem) en ook de controle op overmatig speelgedrag (registratie maximum speelduur voor een bezoeker aan een automaat, voorlichting en doorverwijzing naar instellingen voor verslavingszorg) zullen als voorschrift aan de vergunning worden verbonden. Hiermee wordt bereikt dat informatie wordt verzameld over bezoekers ten aanzien van leeftijd, bezoekduur aan de speelhal, speelduur per automaat, etc.

De verzamelde informatie kan ertoe leiden dat de exploitant uit eigen beweging, dan wel op instigatie van de gemeente aan een bepaalde persoon de toegang, al dan niet voor een bepaalde tijd, ontzegt. Controle op toegang en speelgedrag kunnen, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, tevens c.q. nader worden geregeld in een af te sluiten convenant tussen burgemeester en exploitant (en eventueel branche-organisatie). Hierin kunnen ook de bijdragen van de exploitant aan de gemeente en aan instellingen voor verslavingszorg in het kader van voorlichting en preventie nader worden afgesproken. De afspraken uit dit convenant kunnen, indien de wenselijkheid daarvan blijkt, ook met de eigenaar/verhuurder van het pand worden aangegaan, op zodanige wijze dat deze weer in de huurovereenkomst tussen eigenaar en exploitant terugkeren en via een kettingbeding aan opvolgende eigenaren worden doorgegeven.

Wij pleiten voor het lidmaatschap van de branche-organisatie VAN, omdat deze organisatie gesprekspartner is voor het Rijk en streeft naar professionalisering van de branche, zoals bijvoorbeeld is geschied door haar actieve bijdrage bij het opstellen van de KEMA-keurregels.

In de verordening wordt, conform de aanbevelingen van de VNG, het verkrijgen van het KEMA-keur-certificaat verplicht gesteld. De burgemeester zal de koppeling VANlidmaatschap/KEMA-keur bij de aan de vergunning te verbinden voorschriften betrekken.

Artikel 5

Gelet op de aard van de vergunningverlening en de over te leggen bescheiden is het redelijk toepassing te geven aan de met waarborgen omgeven openbare voorbereidingsprocedure uit de Awb.

Artikel 6

De vergunning wordt gesteld op de naam van de ondernemer en is in principe niet overdraagbaar, tenzij zich een uitzonderingssituatie voordoet als bedoeld in artikel 10. Naar de toelichting bij dat artikel wordt verwezen.

De karakter van de vergunning is tijdelijk en de duur ervan is gesteld op een jaar, enerzijds om een jaarlijkse terugkerend moment te bieden voor controle van de gegevens en voorschriften, anderzijds om aan te sluiten op het systeem van de jaarlijkse verlening van de aanwezigheidsvergunningen voor de speelautomaten. Het moment van heroverweging ten aanzien van de verlenging van de vergunning zal door de burgemeester als vergunningverlenend bestuursorgaan worden benut om met advies van Politie, Juridische zaken, Bouw- en Woningtoezicht en Brandweer jaarlijks met de ondernemer in gesprek te komen. De jaarlijkse vergunningverlening staat tussentijdse controles door opsporingsambtenaren en toezichthouders vanzelfsprekend niet in de weg. Bij het verbinden van voorschriften aan de vergunning zal tot uitdrukking worden gebracht dat de ondernemer niet alleen voor de goede gang van zaken binnen zijn onderneming verantwoordelijk is, maar ook in de directe omgeving daarvan. Sluitingstijden dragen daaraan bij.

Over de ideale mix van speelautomaten is in de toelichting op de artikel 3 al gesproken. De ondernemer dient te voorkomen dat als gevolg van zijn bedrijfsvoering de woon- en leefsituatie of het karakter van de winkelbuurt in de omgeving nadelig wordt beïnvloed. De voorschriften bij de vergunning zullen er echter niet toe mogen leiden dat een redelijke exploitatie van de speelautomatenhal niet mogelijk is.

Door het vereiste van KEMA-keur-certificaat op te nemen worden de criteria in beeld gebracht die door de VAN branche-organisatie, de ministeries van Economische Zaken en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Verslavingszorg, De VNG en de directie Criminaliteitspreventie van het ministerie van Justitie in onderling overleg zijn opgesteld. Zij hebben betrekking op kwaliteitsbeleid, verantwoordelijkheden en bevoegdheden, bezoekersservice, uitvoering van het bedrijfsproces, registratie, documentenbeheer, keuring van de speelautomaten, een correct bedrijfsproces, opleidingen/personeel en klachtenbehandeling. De KEMA voert halfjaarlijks audits uit om te bezien of de ondernemers aan de afgesproken criteria voldoen en blijven voldoen. Slaagt de ondernemer daar, ook na een herstelkans, niet in dan zal het KEMA-certificaat worden ingetrokken. Dit is voor de burgemeester een reden om de speelautomatenhalvergunning in te trekken (zie artikel 9). De opsomming van soorten voorschriften en beperkingen in de verordening is niet limitatief. De burgemeester houdt derhalve vrijheid om extra voorschriften in de vergunning op te nemen. Het verbinden van voorschriften en beperkingen aan de vergunning staat er niet aan in de weg dat de burgemeester met de ondernemer (en de branche-organisatie) een convenant afsluit. In de toelichting bij artikel 4 werd hierover reeds gesproken.

Artikel 7

Een kwalitatief goede uitstraling van een betrouwbare onderneming draagt bij aan een goed imago. De speelautomatenhal zal deel moeten uitmaken van een hoogwaardig, meeromvattend leisureconcept zoals beoogd op de oude locatie van het Teijlingen College (Langelaan 1 te Noordwijkerhout). In de raadscommissie d.d. 28 juni 2007 is discussie ontstaan of de beoogde locatie waarvoor een speelautomatenhal is aangevraagd al dan niet aan de openbare weg is gesitueerd. De betreffende passage is rechtstreeks afkomstig uit de modelverordening van de VNG. Deze passage richt zich op binnenstedelijke locaties, waarmee voorkomen wordt dat een speelautomatenhal in een achteraf lokaal zonder de sociale controle van het passerende publiek wordt geëxploiteerd. Een achteraf situering vergroot bovendien de kans op samenscholingen, vandalisme of andersoortige verstoringen van de openbare orde. Aan de Langelaan is het bovenstaande niet van toepassing omdat het deel uitmaakt van een meeromvattend leisurecomplex en derhalve is de eis dat de speelautomatenhal uitsluitend rechtstreeks vanaf de openbare weg toegankelijk is komen te vervallen.

De strekking van de bepaling over het voorkomen van aantasting van leefklimaat en karakter van de Langelaan e.o. is gelegen in het afwenden van een ontoelaatbare nadelige beïnvloeding van de leefsituatie in de naaste omgeving van de speelautomatenhal. Ingevolge de jurisprudentie over artikel 30e van de Wet op de kansspelen mag bij de beoordeling van een vergunningaanvraag voor een speelautomatenhal op de mogelijke gevolgen voor het leefklimaat acht worden geslagen. In theorie zal dit inhouden dat de burgemeester een vergunning voor een speelautomatenhal mag (en zal) weigeren indien als gevolg van de komst van een speelautomatenhal in een bepaalde straat of omgeving een overconcentratie van horeca,coffeeshops e.d. ontstaat.

In het geval van een bestaande vergunning is het redelijk dat de ondernemer bij ontstane negatieve ontwikkelingen voor het leefklimaat in de gelegenheid wordt gesteld om deze situatie te verbeteren. Zijn verantwoordelijkheid gaat aldus verder dan de muren van zijn onderneming.

De strijd met bestemmingsplan e.d. kan worden opgeheven door de mogelijkheden van vrijstelling, ontheffing of anticipatie te benutten. In relatie tot de vergunningprocedure voor de speelautomatenhal in combinatie met bowling, partycentrum en restaurant en in een later stadium hotel geldt voor de situatie in de gemeente Noordwijkerhout dat er vanwege strijd met het desbetreffende bestemmingsplan een vrijstellingsprocedure ex artikel 19 lid 2 van de Wet op de ruimtelijke ordening zal worden gevoerd.

Artikel 8

Indien de ondernemer de beheerder verliest, hetzij door overlijden, hetzij door vertrek, behoeft de ondernemer de bedrijfsuitoefening niet te staken, indien binnen de aangegeven termijn een nieuwe vergunning wordt aangevraagd.

Het vervallen van de bestaande vergunning van rechtswege betekent dat belanghebbenden hiertegen geen bezwaar of beroep kunnen aantekenen, aangezien van een beschikking geen sprake is. Het verdient aanbeveling schriftelijk mededeling te doen van de constatering dat niet meer wordt voldaan aan de eisen die ten aanzien van een beheerder worden gesteld. Daarbij kan er op worden gewezen dat een situatie dreigt waardoor de vergunning komt te vervallen.

Artikel 9

Ten aanzien van de intrekkingsgrond inzake gewijzigde omstandigheden of inzichten dient te worden opgemerkt dat bij gebruikmaking daarvan aan zware motiveringseisen dient te worden voldaan. Het zijn niet altijd omstandigheden waarop de ondernemer invloed kan uitoefenen. De ondernemer mag er bovendien op vertrouwen dat een hem verleende vergunning normaal gesproken (en bij normale, correcte naleving van de aan de vergunning verbonden voorschriften) in stand blijft. Intrekking van de vergunning heeft voor de ondernemer duidelijk financiële consequenties. Intrekking van de vergunning wegens tijdelijke onderbreking van de exploitatie behoeft niet aan de orde te komen in geval van een verbouwing die langer dan zes maanden duurt of bij een terugkerende seizoenssluiting. Het verlies van het KEMA-keur-certificaat is een intrekkingsgrond. Voor de inhoud van het certificaat wordt verwezen naar de toelichting op artikel 6. Intrekking van de vergunning geschiedt, spoedeisende gevallen uitgezonderd, met gebruikmaking van de zgn. voornemenprocedure conform artikel 30f, lid 4 van de Wet op de kansspelen.

Artikel 10

Aangezien de vergunning voor een speelautomatenhal een persoonlijk karakter draagt en is gebonden aan de ondernemer die de speelautomatenhal exploiteert, is deze niet overdraagbaar. Aangezien de vergunning een zekere waarde vertegenwoordigt, is het wenselijk voor de ondernemer een regeling te creëren de door hem opgebouwde onderneming over te dragen c.q. de erfgenamen van de ondernemer/natuurlijk persoon, de mogelijkheid te bieden de onderneming van de erflater voort te zetten.

Het eerste lid van het artikel beoogt de aan de erfgenamen bij overlijden van de ondernemer enig respijt te geven om zich te beraden over het al dan niet voortzetten van het bedrijf. In de andere gevallen van wisseling van de ondernemer geldt het tweede lid: binnen vier weken na de wisseling of wijziging dient een nieuwe vergunning te worden aangevraagd.

Artikel 11

Voor zover van toepassing wordt in het kader van het binnentreden verwezen naar de Algemene Wet op het binnentreden (Wet van 22 juni 1994), in het bijzonder naar artikel 12 van deze wet. De toepassing van bestuursdwang is geregeld in de Gemeentewet jo. de Awb.

Artikel 12, 13, 14, 15 en 16

Geen bijzonderheden.

Artikel 17

In dit artikel wordt alleen de strafbaarstelling van overtreding van de bepalingen van de gemeentelijke verordening geregeld. Daarvoor geldt ingevolge artikel 154 van de Gemeentewet jo. artikel 23 van het het Wetboek van strafrecht een vaste strafmaat. Deze is in de verordening opgenomen. De ondernemer van een speelautomatenhal kan daarnaast ook voorschriften uit de Wet op de kansspelen en het Speelautomatenbesluit overtreden. De strafbaarstelling daarvan is geregeld in artikel 31 van de Wet op de kansspelen. De daar opgenomen strafmaat ligt aanmerkelijk hoger dan die in de verordening. Buiten de orde van de hier toegelichte bepaling kan worden aangehaald dat de grootste straf voor de ondernemer natuurlijk hieruit bestaat dat, ingeval van een negatieve uitkomst bij de jaarlijkse heroverweging van de vergunning, de vergunning niet wordt verlengd en de speelautomatenhal dientengevolge dient te worden gesloten.

Artikel 18

Geen bijzonderheden.

Artikel 19

Geen bijzonderheden.