Regeling vervallen per 01-03-2019

Privacy protocol Sociaal domein gemeente Waterland 2015

Geldend van 30-01-2015 t/m 28-02-2019 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2015

Intitulé

Privacy protocol Sociaal domein gemeente Waterland 2015

Het college van burgemeester en wethouders van Waterland,

overwegende dat het wenselijk is regels vast te stellen hoe om te gaan met de verwerking van persoonsgegevens binnen het sociaal domein in de gemeente Waterland;

gelet op het gestelde in de Wet bescherming persoonsgegevens,

gelet op het gestelde in hoofdstuk 7, en het gestelde in paragraaf 8.4, van de Jeugdwet,

gelet op het gestelde in paragraaf 6.6, van de Participatiewet,

gelet op het gestelde in hoofdstuk 5, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015,

B E S L U I T:

vast te stellen het navolgende Privacy protocol Sociaal domein gemeente Waterland 2015.

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    aanbieders: organisaties waarbij de gemeente Waterland zorg en diensten heeft ingekocht en organisaties die zorg en ondersteuning bieden, waarmee de gemeente een subsidierelatie heeft;

  • b.

    beheerder: degene onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland, die is belast met de dagelijkse zorg voor de verwerking van persoonsgegevens, voor de juistheid van de ingevoerde gegevens, alsmede voor het bewaren en het verwijderen;

  • c.

    betrokkene: betrokkene als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Wet bescherming persoonsgegevens;

  • d.

    bestand: bestand als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet bescherming persoonsgegevens;

  • e.

    bewerker: medewerkers genoemd in bijlage 1;

  • f.

    CBP: College Bescherming Persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de Wet bescherming persoonsgegevens;

  • g.

    derde: derde als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet bescherming persoonsgegevens;

  • h.

    gemeente: de gemeente Waterland;

  • i.

    persoonsgegeven: persoonsgegeven als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet bescherming persoonsgegevens;

  • j.

    protocol: Privacy protocol Sociaal domein gemeente Waterland 2015;

  • k.

    sociaal domein: de leefgebieden dagbesteding, huiselijke relaties, geestelijke gezondheid, en verslaving, activiteiten van dagelijks leven, sociaal netwerk, maatschappelijke participatie, justitie, lichamelijke verzorging, sociaal-emotionele ondersteuning, scholing, opvang en ouderschap;

  • l.

    verantwoordelijke: college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Waterland;

  • m.

    verwerking van persoonsgegevens: verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet bescherming persoonsgegevens;

  • n.

    wet: Wet bescherming persoonsgegevens.

Artikel 2. Doel

Het doel van dit protocol is het verwerken van persoonsgegevens binnen het sociaal domein in de gemeente op een uniforme en rechtmatige wijze.

Artikel 3. Reikwijdte

  • 1. Dit protocol is van toepassing binnen het sociaal domein van de gemeente en heeft betrekking op de geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, alsmede de niet geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen.

  • 2. Er worden alleen gegevens over de betrokkene vastgelegd welke voortkomen uit de leefgebieden van het sociaal domein.

  • 3. De doeleinden van de verwerkingen van de persoonsgegevens in het sociaal domein van de gemeente zijn vastgelegd in het beleidsplan voor het sociaal domein2015 – 2017 ‘Drie transities, één perspectief’, welke is vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente op 30 oktober 2014.

HOOFDSTUK 2. VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS

Artikel 4. De verwerking van de persoonsgegevens in het algemeen

  • 1. Persoonsgegevens worden in overeenstemming met dit protocol op behoorlijke en zorgvuldige wijze verwerkt en alleen voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden verzameld als bedoeld in artikel 3, derde lid.

  • 2. Persoonsgegevens worden niet verder verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met de doeleinden waarvoor ze zijn verkregen.

  • 3. Persoonsgegevens worden slechts verwerkt voor zover zij, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verzameld of vervolgens worden verwerkt, toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn.

  • 4. Bij de beoordeling of een verwerking onverenigbaar is als bedoeld in het tweede lid, wordt er in elk geval rekening gehouden met het bepaalde in artikel 9, tweede lid en derde lid van de wet.

  • 5. Persoonsgegevens mogen verder worden verwerkt indien dit noodzakelijk is om een wettelijke verplichting na te komen waaraan verantwoordelijke onderworpen is of geschiedt met de expliciete en uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene.

Artikel 5. Voorwaarden verwerking van persoonsgegevens in het algemeen

Persoonsgegevens mogen slechts worden verwerkt indien:

  • a.

    de betrokkene voor de verwerking zijn ondubbelzinnige toestemming heeft verleend;

  • b.

    de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is, of voor het nemen van precontractuele maatregelen naar aanleiding van een verzoek van de betrokkene en die noodzakelijk zijn voor het sluiten van een overeenkomst;

  • c.

    de gegevensverwerking noodzakelijk is om een wettelijke verplichting na te komen waaraan de verantwoordelijke is onderworpen;

  • d.

    de gegevensverwerking noodzakelijk is ter vrijwaring van een vitaal belang van de betrokkene;

  • e.

    de gegevensverwerking noodzakelijk is ter borging van de veiligheid en gezondheid van de betrokkene;

  • f.

    de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak door de verantwoordelijke, of

  • g.

    de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de verantwoordelijke of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt, tenzij het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van betrokkene, in het bijzonder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, prevaleert.

Artikel 6. De verwerking van bijzondere persoonsgegevens

De verwerking van bijzondere persoonsgegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven, alsmede persoonsgegevens betreffende het lidmaatschap van een vakvereniging is verboden, behalve voor de in de wet genoemde uitzonderingen.

Artikel 7. Voorwaarden verwerking van bijzondere persoonsgegevens

Onverminderd het bepaalde in artikel 6 is het verbod om persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 van de wet te verwerken niet van toepassing voor zover:

  • a.

    dit geschiedt met expliciete en uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene;

  • b.

    de gegevens door de betrokkene duidelijk openbaar zijn gemaakt;

  • c.

    dit noodzakelijk is voor de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte van de betrokkene;

  • d.

    dit noodzakelijk is ter verdediging van de vitale belangen van de betrokkene of van een derde en het vragen van diens uitdrukkelijke toestemming onmogelijk blijft;

  • e.

    dit noodzakelijk is ter voldoening aan een volkenrechtelijke verplichting;

  • f.

    dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, passende waarborgen worden geboden ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en dit bij wet wordt bepaald dan wel het CBP ontheffing heeft verleend. Het CBP kan bij de verlening van ontheffing beperkingen en voorschriften opleggen;

  • g.

    de gegevens worden verwerkt door het CBP of een Ombudsman als bedoeld in artikel 9:17 van de Algemene wet bestuursrecht en dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, voor de uitvoering van de hun wettelijk opgedragen taken en bij die uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad.

Artikel 8. Verstrekking van persoonsgegevens

Op grond van de doeleinden en de rechtmatige grondslag kunnen door of namens de verantwoordelijke persoonsgegevens worden verstrekt aan derden, mits de bewerker hiervoor schriftelijk toestemming heeft van de betrokkene, en de beheerder hier vervolgens schriftelijk toestemming voor heeft verleend.

HOOFDSTUK 3. BEVOEGDHEDEN EN PLICHTEN VAN BEWERKER, BEHEERDER EN VERANTWOORDELIJKE

Artikel 9. Bewerker

  • 1. De bewerker verplicht zich:

    • a.

      alle instructies van de beheerder en verantwoordelijke in het kader van de verwerking van de persoonsgegevens op te volgen en de persoonsgegevens nimmer zonder de toestemming van zowel betrokkene als de verantwoordelijke aan een derde te verstrekken;

    • b.

      de persoonsgegevens uitsluitend te verwerken in het kader van de doeleinden en de persoonsgegevens voor geen enkel ander doel te gebruiken of aan te wenden;

    • c.

      bij de verwerking van de persoonsgegevens zich te houden aan alle toepasselijke wet- en regelgeving en gedragscodes met betrekking tot de bescherming van de persoonsgegevens, waaronder in ieder geval, doch niet uitsluitend, begrepen de wet.

  • 2. De bewerker verplicht zich de beheerder en verantwoordelijke terstond schriftelijk te informeren indien een onbevoegde beschikking heeft gekregen over (een deel van) de persoonsgegevens, danwel (permanent of tijdelijk) toegang daartoe heeft gehad.

  • 3. De bewerker zal de beheerder en verantwoordelijke terstond in kennis stellen van een verzoek van een instantie tot verstrekking van de persoonsgegevens, tenzij de bewerker op grond van enige wettelijke verplichting niet is toegestaan de verantwoordelijke hiervan in kennis te stellen.

Artikel 10. Informatieplicht bewerker

  • 1. De bewerker informeert de betrokkene vooraf over de verzameling en verwerking van zijn persoonsgegevens.

  • 2. De bewerker kan zonder toestemming van de betrokkene uitsluitend persoonsgegevens verwerken indien dit noodzakelijk is voor de wettelijke uitoefening van de doeleinden en ter bescherming van de vitale belangen van de betrokkene of van een derde.

  • 3. Als wordt overgegaan tot verwerking van persoonsgegevens van de betrokkene zonder toestemming vooraf, ligt hieraan een verifieerbaar besluit van de beheerder ten grondslag.

  • 4. Alle formulieren worden voorzien van de rechten van de betrokkene.

  • 5. Om ervoor te zorgen dat de betrokkene en de aanbieders binnen het sociaal domein in ieder geval weet hebben van de gegevensuitwisseling in het kader van de samenwerkingsverbanden met de aanbieders, zal dit protocol worden gepubliceerd via de website van zowel de gemeente als de aanbieders.

Artikel 11. Geheimhoudingsplicht

De persoonsgegevens worden alleen verwerkt door personen die uit hoofde van hun ambt, beroep of een wettelijk voorschrift, danwel krachtens een overeenkomst tot geheimhouding zijn verplicht. Indien de bewerker persoonsgegevens verwerkt en op hem niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift een geheimhoudingsplicht rust, is hij verplicht tot geheimhouding van de gegevens, behoudens voor zover de wet hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak voortvloeit, dat de gegevens worden meegedeeld aan anderen die krachtens de wet bevoegd zijn tot verwerking daarvan.

Artikel 12. Melding bij het College Bescherming Persoonsgegevens

  • 1. Op de uit dit protocol voortvloeiende gegevensverwerking(en) is de wet van toepassing. De verantwoordelijke is op grond van deze wet verplicht de gegevensverwerking te melden bij het CBP.

  • 2. Indien de verstrekking van gegevens ten behoeve van de samenwerkingsverbanden binnen het sociaal domein consequenties heeft voor eventuele reeds bestaande meldingen bij het CBP, draagt de beheerder de verantwoordelijkheid om deze melding op correcte wijze via de juiste procedures bij het CBP aan te (laten) passen.

Artikel 13. Bewaren van de persoonsgegevens

  • 1. Persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor het realiseren van de doeleinden waarvoor zij worden verzameld en/of vervolgens worden verwerkt.

  • 2. De verantwoordelijke stelt vast hoe lang de in bepaalde bestanden opgenomen persoonsgegevens bewaard blijven.

Artikel 14. Verwijdering of vernietiging van verwerkte persoonsgegevens

  • 1. Verwijdering houdt in vernietiging of een zodanige bewerking dat het niet meer mogelijk is om de betrokkene te identificeren.

  • 2. Vernietiging van het bestand of van de daarin opgenomen persoonsgegevens geschiedt met inachtneming van de Archiefwet 1995.

Artikel 15. Toegang tot persoonsgegevens

Uitsluitend de beheerder en de door de beheerder aangewezen bewerkers hebben, met het oog op de dagelijkse zorg voor en het goed functioneren van de verwerking, rechtstreeks toegang tot de persoonsgegevens. In bijlage 1. is vastgelegd wie zijn aangewezen als bewerker zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel e van dit besluit en welke rollen de diverse bewerkers hebben.

Artikel 16. Beveiliging persoonsgegevens

De verantwoordelijke legt passende technische en organisatorische maatregelen ten uitvoer om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verkrijging en verwerking. Deze maatregelen garanderen, rekening houdend met techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging, een passend beveiligingsniveau gelet op de risico’s die de verwerking en de aard van de te beschermen gegevens met zich meebrengen.

HOOFDSTUK 4. RECHTEN VAN DE BETROKKENE

Artikel 17. Informatieverstrekking aan betrokkene

  • 1. Alvorens bij de betrokkene de persoonsgegevens worden verkregen, deelt de bewerker zijn identiteit en de doeleinden van de verwerking waarvoor de gegevens zijn bestemd mee.

  • 2. De bewerker verstrekt nadere informatie voor zover dat gelet op de aard van de persoonsgegevens, de omstandigheden waaronder zij worden verkregen of het gebruik dat ervan wordt gemaakt, nodig is om tegenover de betrokkene een behoorlijke en zorgvuldige verwerking te waarborgen.

  • 3. De bewerker informeert de betrokkene over de rechten van de betrokkene en over de wijze waarop de betrokkene deze rechten kan inroepen.

Artikel 18. Recht op inzage

  • 1. De betrokkene heeft het recht kennis te nemen van de op zijn persoon betrekking hebbende verwerkte gegevens.

  • 2. De gevraagde inzage en/of het gevraagde afschrift zal zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken, plaatsvinden respectievelijk worden verstrekt.

  • 3. Voor de verstrekking van een afschrift mag een vergoeding van de kosten in rekening worden gebracht.

  • 4. Recht op inzage of afschrift kan worden geweigerd voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van een ander.

Artikel 19. Recht op aanvulling en correctie

  • 1. Desgevraagd worden de opgenomen persoonsgegevens aangevuld met een door de betrokkene afgegeven verklaring met betrekking tot de opgenomen gegevens.

  • 2. De betrokkene kan verzoeken om correctie van op hem betrekking hebbende persoonsgegevens, als deze feitelijk onjuist, voor de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn, dan wel in strijd met een wettelijk voorschrift, in de verwerking voorkomen.

  • 3. De verantwoordelijke bericht de betrokkene binnen vier weken na ontvangst van het schriftelijke verzoek tot correctie of aanvulling, schriftelijk of en in hoeverre, hij daaraan voldoet. Een weigering is met redenen omkleed.

  • 4. De verantwoordelijke draagt zorg dat een beslissing tot correctie zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd.

Artikel 20. Recht op verwijdering of vernietiging

  • 1. De betrokkene kan verzoeken om vernietiging van op hem betrekking hebbende persoonsgegevens.

  • 2. De verantwoordelijke bericht de betrokkene schriftelijk binnen vier weken na ontvangst van het schriftelijk verzoek tot vernietiging of en in hoeverre, hij hieraan voldoet. Een weigering is met redenen omkleed.

  • 3. De verantwoordelijke vernietigt de gegevens binnen drie maanden na de schriftelijke bevestiging, tenzij redelijkerwijs aannemelijk is dat de bewaring van aanmerkelijk belang is voor een ander dan de betrokkene, alsmede voor zover bewaring op grond van een wettelijk voorschrift is vereist.

  • 4. De verplichting tot vernietiging geldt niet indien de bewaring van belang is voor een ander dan betrokkene of indien de wet zich tegen vernietiging verzet.

Artikel 21. Klachtenregeling

Indien de betrokkene van mening is dat de bepalingen van dit protocol niet worden nageleefd of indien betrokkene andere bezwaren heeft over de verwerking van zijn/haar persoonsgegevens, kan hij/zij zich wenden tot:

  • a.

    de verantwoordelijke, conform de notitie Klachten tegen de gemeente en tegen ambtenaren voor de interne klachtbehandeling en conform de gemeenschappelijke regeling gezamenlijke ombudsman metropool Amsterdam 2013 voor de externe klachtbehandeling, of

  • b.

    het CBP.

Artikel 22. Inwerkingtreding

Dit protocol treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 23. Citeertitel

Dit protocol wordt aangehaald als: Privacy protocol Sociaal domein gemeente Waterland 2015.

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland, gehouden op 6 januari 2015.
Het college voornoemd,
D.Broere L.M.B.C. Wagenaar-Kroon
algemeen directeur/gemeentesecretaris burgemeester

Bijlage 1 Toegang tot persoonsgegevens

Conform het gestelde in de artikelen 1, onderdeel e en 15 van het Privacy protocol Sociaal domein 2015 volgt hieronder de opgave van de personen die aangewezen zijn als bewerker.

Het betreft de bewerker als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet bescherming persoonsgegevens

  • 1.

    Als bewerker zijn aangewezen alle medewerkers in dienst van de gemeente die:

    • a.

      geautoriseerd zijn voor het werken met Mens Centraal, het zorgproces ondersteunende ICT-instrument bij de gemeente; en

    • b.

      de volgende functies bij de gemeente vervullen:

      • ondersteuner B;

      • beleidsmedewerker;

      • vakspecialist A tot en met D;

      • afdelingshoofd; en

    • c.

      de rollen vervullen zoals deze zijn gedefinieerd in Mens Centraal.

  • 2.

    Als bewerker zijn tevens aangewezen externe professionals die:

    • a.

      geautoriseerd zijn voor het werken met Mens Centraal, het zorgproces ondersteunende ICT-instrument bij de gemeente; en

    • b.

      in en voor de gemeente werkzaam zijn als lid van het team vakspecialisten Sociaal Domein; en

    • c.

      daartoe een integriteitsverklaring bij de gemeente hebben ondertekend en een geldige Verklaring omtrent gedrag (VOG) hebben afgegeven.