Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Apeldoorn

VERORDENING RECLAMEBELASTING 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Apeldoorn
Officiële naam regelingVERORDENING RECLAMEBELASTING 2019
CiteertitelVerordening reclamebelasting 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 227 van de Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2019Onbekend

08-11-2018

www.officielebekendmakingen.nl d.d.20 decemeber 2018

2018-084430

Tekst van de regeling

Intitulé

VERORDENING RECLAMEBELASTING 2019

De raad van de gemeente Apeldoorn;

Gelezen het voorstel van het college van 16 oktober 2018 met nummer 2018-084430.

gelet op de artikel 227 van de Gemeentewet;

BESLUIT:

vast te stellen de navolgende Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2019.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen of kleuren, of een voorwerp, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg;

  • b.

    bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welk op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond;

  • c.

    Wet WOZ: de Wet waardering onroerende zaken;

  • d.

    onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken;

  • e.

    waarde: de op voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ voor het kalenderjaar, als bedoeld in artikel 7, voor de onroerende zaak vastgestelde waarde. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ is vastgesteld, is de waarde de met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20 tweede lid van de Wet WOZ vastgestelde waarde;

  • f.

    vestiging:

    • 1.

      de onroerende zaak

    • 2.

      twee of meer onroerende zaken die direct naast of boven elkaar gelegen zijn en die tezamen door één organisatie of bedrijf voor één doel worden gebruikt;

  • g.

    voorziening: specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen, tonen of vertonen van één of meer (al dan niet wisselende) openbare aankondigingen;

  • h.

    jaar: een kalenderjaar.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen in de bij deze verordening behorende bijlagen 1 en 2, een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg.

Artikel 3 Belastingplicht

De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de vestiging waarop, waaraan, waarin of waarbij één of meer openbare aankondigingen zijn aangebracht dan wel in de nabijheid van de vestiging zijn geplaatst.

Artikel 4 Vrijstellingen

De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen:

  • a.

    die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare aankondigingen zijn aangebracht, getoond of vertoond in een voorziening waarin, waaraan of waarop wisselende openbare aankondigingen worden aangebracht, die individueel korter dan 13 weken aanwezig zijn, getoond of vertoond maar waarbij de verschillende openbare aankondigingen gezamenlijk 13 weken of meer aanwezig zijn;

  • b.

    die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt;

  • c.

    die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of aangebracht, indien en zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak;

  • d.

    die door (semi)overheden of maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die uitsluitend een charitatief of ideëel belang dienen;

  • e.

    aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of centrummanagement, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag, banier of zuil met de naam van de winkeliersvereniging of het centrummanagement;

  • f.

    aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtsreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden;

  • g.

    die onderdeel uitmaken van de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of verhuren zaak (makelaarsborden);

  • h.

    aangebracht op scholen, zorginstellingen en ziekenhuizen en die uitsluitend betrekking hebben op de functie van het gebouw;

  • i.

    aangebracht op religieuze gebouwen die nog voor de eredienst worden gebruikt;

  • j.

    waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst betaling aan de gemeente moet geschieden onderscheidenlijk een vergoeding aan de gemeente verschuldigd is (abri’s, zuilen, driehoeksborden, mupi’s);

  • k.

    die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De reclameheffing wordt geheven per vestiging.

  • 2.

    De heffingsmaatstaf is een vast bedrag per vestiging vermeerderd met een bedrag dat afhankelijk is van de voor de vestiging vastgestelde waarde het kalenderjaar.

  • 3.

    Voor een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, sub 1 is de heffingsmaatstaf een vast bedrag en een bedrag dat afhankelijk is van de waarde van de vestiging.

  • 4.

    Voor een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, sub 2, is de heffingsmaatstaf een vast bedrag en een bedrag dat afhankelijk is van de waarden die aan de vestiging kunnen worden toegerekend.

  • 5.

    Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van delen van de vestiging die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

  • 6.

    Het vaste bedrag van de reclamebelasting bedraagt € 204,80 per vestiging.

  • 7.

    Voor zover de waarde van de vestiging meer bedraagt dan € 100.000,- wordt het in het vorige lid genoemde bedrag vermeerderd met € 1,77 per € 1.000,- aan waarde.

  • 8.

    De heffing bedraagt maximaal € 1.500,- per vestiging.

  • 9.

    Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.

Artikel 6 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht.

    • a.

      Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar ver¬schuldigde belas¬ting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog kalender¬maanden overblijven, met inachtneming van het hierna onder b bepaalde.

    • b.

      Vangt de belastingplicht voor de 16e van de maand aan, dan is de reclamebelasting over die maand ten volle verschuldigd; vangt de belastingplicht op of na de 16e van de maand aan, dan is over die maand geen reclamebelasting verschuldigd.

    • a.

      Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aan¬spraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar ver¬schuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog kalender¬maanden overblijven, met inachtneming van het hierna onder b. bepaalde, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,-.

    • b.

      Eindigt de belastingplicht voor de 16e van de maand, dan wordt over die volle maand ontheffing verleend. Eindigt de belastingplicht op of na de 16e van de maand, dan wordt over die maand geen ontheffing verleend.

Artikel 8 Wijze van heffing

De reclameheffing wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 9 Termijn van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2.

    In afwijking in ¬zo¬verre van het eerste lid geldt, ingeval het totaal¬bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,- maar minder dan € 10.0¬00,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven dat de aan¬slagen moeten wor¬den be-taald in zoveel gelijke termij¬nen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn ver¬valt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Nadere regels door het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling

Het bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reclamebelasting.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De verordening reclamebelasting 2018, vastgesteld op 8 november 2017 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening reclamebelasting 2019”.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 8 november 2018 met nummer 116-2018

Bijlage 1: Kaart van straatnamen Inbegrepen straten met huisnummers (toevoegingen A, B, e.a. inbegrepen):

·Asselsestraat 16 t/m 92 ·Asselsestraat 13 t/m 69 ·Beekpark (alle huisnummers) ·Beekstraat (alle huisnummers) ·Brinklaan 1 t/m 47 ·Brinklaan 10 t/m 152 ·Deventerstraat 1 t/m 27 ·Deventerstraat 4 t/m 22 ·Helfrichstraat (alle huisnummers) ·Hofdwarsstraat (alle huisnummers) ·Hofstraat (alle huisnummers) ·Hoofdstraat 24 t/m 232 ·Hoofdstraat 39 t/m 175 ·Kalverstraat (alle even huisnummers) ·Kanaalstraat 1 t/m 29 ·Kanaalstraat 2 t/m 90 ·Kapelstraat (alle huisnummers) ·Kerklaan 1 t/m 23 ·Kerklaan 2 t/m 6 ·Korenpassage (alle huisnummers) ·Korenstraat (alle huisnummers) ·Korte Nieuwstraat (alle oneven huisnummers) ·Leienplein (alle huisnummers) ·Librije (alle even huisnummers) ·Mariastraat 2 t/m 42 ·Mariastraat 1 t/m 39 ·Marktplein (alle huisnummers) ·Marktstraat (alle huisnummers) ·Molenstraat Centrum 1 ·Museumpassage (alle huisnummers) ·Nieuwstraat (alle huisnummers) ·Oranjerie (alle huisnummers) ·Paslaan 1 t/m 43 ·Paslaan 2 t/m 28 ·Prof Röntgenstraat 1 ·Regentesselaan 1 t/m 7 ·Prins Willem-Alexanderlaan 31 t/m 105 ·Raadhuisplein (alle huisnummers) ·Roggestraat 32 t/m 158 ·Roggestraat 101 t/m 181·Rustenburgstraat (alle even huisnummers) ·Rosariumstraat (alle huisnummers) ·Spijkerstraat (alle huisnummers) ·Stationsstraat 21 t/m 297 ·Stationsstraat 24 t/m 226 ·Van Huutstraat (alle oneven huisnummers) ·Van Kinsbergenstraat (alle huisnummers) ·Vosselmanstraat 302 t/m 596 ·Vosselmanstraat (alle oneven huisnummers)

Bijlage 2 Kaart binnenstad